gemeente Steenbergen | 3e wijziging Inconveniëntenregeling gemeente Steenbergen 2009

Regeling 3e wijziging Inconveniëntenregeling gemeente Steenbergen 2009

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

  • Datum inwerking-treding 01-12-2015
  • Terugwerkende kracht t/m
  • Datum uitwerking-treding 01-01-2020
  • Betreft wijziging art 3 en 5
  • Datum ondertekening 24-11-2012
  • Bron bekendmaking Gemeenteblad
  • Kenmerk voorstel BM1502405

Inleiding

Burgemeester en wethouders van Steenbergen;

Overwegende dat hun college op basis van artikel 25 van de gemeentelijke bezoldigingsregeling nadere regels vaststelt voor het toekennen van een toelage zware, onaangename en/of gevaarlijke arbeid;

dat er behoefte bestaat om de ter zake per 1 januari 1997 vastgestelde inconveniëntenregeling te wijzigen;

Gelet op de verkregen instemming van de Ondernemingsraad d.d. 26 juli 2010;

Mede gelet op de CAR/UWO-regeling gemeente Steenbergen 1997 en de Bezoldigingsverordening 2001 gemeente Steenbergen;

besluiten :

  • I.

    met ingang van 1 januari 2009 in te trekken de “Regeling waardering inconveniënten gemeente Steenbergen” vastgesteld bij hun besluit van 6 januari 1998, nr. 977598;

  • II.

    met ingang van 1 januari 2009 vast te stellen de navolgende “Inconveniëntenregeling gemeente Steenbergen 2009” :

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    ambtenaar: de ambtenaar als bedoeld in artikel 1:1 van de CAR/UWO-regeling gemeente Steenbergen 1997;

  • b.

    directeur: de gemeentesecretaris tevens directeur;

  • c.

    leidinggevende: de hiërarchisch leidinggevende die de personeelsbeheerstaak heeft met betrekking tot de ambtenaar;

  • d.

    inconveniënt: omstandigheid, voortvloeiende uit het werk, de werkmethode en/of werkomgeving, die afhankelijk van algemeen maatschappelijke factoren als extra bezwarend wordt ervaren, die in redelijkheid niet vermijdbaar is voor de uitvoering van de aan de ambtenaar opgedragen werkzaamheden en die als zodanig een extra beroep doet op de bereidheid onder een dergelijke omstandigheid te werken;

  • e.

    functie: de door de ambtenaar bekleedde organieke functie, die is aangewezen als functie welke zware, onaangename en/of gevaarlijke arbeid omvat.

Artikel 2 Inconveniëntentoelage

1. Aan de ambtenaar die zware, onaangename en/of gevaarlijke arbeid verricht en wiens functie op de in artikel 3 opgenomen functielijst voorkomt, wordt een inconveniënten-toelage toegekend.

2. De inconveniëntentoelage bedraagt het verschil tussen de maxima van de salarisschalen 5 en 6 van de CAR/UWO bijlage IIa voor functies waaraan functieschaal 5 of lager verbonden is, en de helft van dat verschil voor functies waaraan functieschaal 6 of hoger verbonden is.

3. Ingeval de ambtenaar wordt bezoldigd in een hogere salarisschaal dan de voor hem geldende functieschaal, geldt voor de toepassing van lid 2 in plaats van de functieschaal de feitelijke salarisschaal.

4. De toelage wordt maandelijks bij het salaris uitbetaald. Indien de functie in deeltijd wordt uitgevoerd wordt het bedrag van de toelage naar rato van de betrekkingsomvang uitbetaald.”.

Artikel 3 Functielijst

1. De ambtenaar die één van de hieronder vermelde functies bekleedt heeft aanspraak op het achter zijn functie vermelde bedrag aan inconveniëntentoelage.

Regeling informatie

Werknaam functie

Normfunctie HR21

Functieschaal normfunctie HR21

Brutobedrag per maand bij een fulltime betrekking 1)

Voorman operationeel beheer bij afdeling Beheer

Medewerker technische uitvoering II

 

schaal 6

 

€ 61,50

Medewerker buitendienst-monteur bij afdeling Beheer

Medewerker technische uitvoering II

 

schaal 6

 

€ 61,50

Medewerker buitendienst /

assistent elektricien/installa-teur bij afdeling Beheer

Medewerker technische uitvoering III

 

schaal 5

 

€ 123,00

Medewerker buitendienst in algemene dienst bij

afdeling Beheer

Medewerker technische uitvoering III

 

schaal 5

 

€ 123,00

Medewerker buitendienst

bij afdeling Beheer met een afgebakend takenpakket

Medewerker technische uitvoering IV

 

schaal 4

 

€ 123,00

Chauffeur in algemene dienst bij afdeling Beheer

Medewerker technische uitvoering III

 

schaal 5

 

€ 123,00

Beheerder milieustraat

bij afdeling Beheer

Medewerker locatie IV

 

schaal 6

 

€ 61,50

Beheerder gemeentewerf

bij afdeling Beheer

Medewerker locatie IV

 

schaal 6

 

€ 61,50

Chef zwembad bij afdeling Beheer

Medewerker locatie III

 

schaal 7

 

€ 61,50

Assistent-chef zwembad bij afdeling Beheer

Medewerker

Educatie III

 

schaal 6

 

€ 61,50

Onderhoudsmedewerker uitvoering bij afdeling Beheer

Medewerker technische uitvoering III

 

schaal 5

 

€ 123,00

Buitengewoon Opsporings-ambtenaar openbare ruimte bij afdeling Beleid

Medewerker handhaving III

 

schaal 7

 

€ 61,50

1) bedragen per 1-4-2015

2. Op advies van de leidinggevende en na daartoe verleende instemming door de ondernemingsraad kan de directeur de functielijst wijzigen.

Artikel 4 Tijdelijke toekenning

  • 1.

    De inconveniëntentoelage wordt te allen tijde tijdelijk toegekend.

  • 2.

    Uitgangspunt is dat de toelage verminderd wordt danwel komt te vervallen indien de aan de functie verbonden inconveniënten –substantieel- verminderd danwel beëindigd zijn.

  • 3.

    Bij een functiewijziging van de ambtenaar op eigen verzoek komt de inconveniëntentoelage altijd per direct te vervallen tenzij ook aan de nieuwe functie een inconveniëntentoelage verbonden is.

Artikel 5 Afbouwtoelage

De ambtenaar van wie buiten zijn toedoen de inconveniëntentoelage blijvend wordt verlaagd of beëindigd, heeft recht op de afbouwtoelage zoals geregeld in artikel 3:16 van de CAR/UWO-regeling indien hij de toelage zonder onderbreking van meer dan twee maanden gedurende tenminste drie jaren heeft genoten en met de verlaging of beëindiging van de toelage een bedrag is gemoeid van tenminste 3% van zijn salaris.

Artikel 6 Onvoorziene gevallen

In die gevallen waarin deze regeling niet, niet geheel of niet naar billijkheid voorziet, kan de directeur een nadere voorziening treffen.

Artikel 7 Citeertitel en inwerkingtreding

Deze regeling kan worden aangehaald als “Inconveniëntenregeling gemeente Steenbergen 2009” en treedt in werking met ingang van de dag volgende op die van haar bekendmaking.

Toelichting op de Inconveniëntenregeling gemeente Steenbergen 2009.

Het regelen van een beloning voor zware, onaangename en/of gevaarlijke arbeid betreft lokale beleidsvrijheid. Gemeenten zijn niet verplicht om hiervoor een voorziening te treffen. Veel gemeenten hanteren ter zake een aparte vergoedingsregeling welke veelal als aanvulling op de functiewaarderingsregeling kan worden gezien.

Vooropgesteld zij dat de werkgever het werken onder bezwarende omstandigheden zoveel mogelijk moet beperken of voorkomen. Dit is een wettelijke plicht. De Arbeidsomstandighedenwet draagt de werkgever immers de zorg op voor het scheppen van optimale arbeidsomstandigheden. Uitgangspunt is werken onder bezwarende omstandigheden te voorkomen of te minimaliseren en niet af te kopen door middel van een toelage. Echter in de gevallen dat aan de functie bezwarende omstandigheden verbonden blijven, welke niet kunnen worden vermeden, wordt het in het algemeen redelijk en verdedigbaar geacht dat een toelage wordt gegeven.

In de Bezoldigingsverordening 2001 gemeente Steenbergen is in artikel 25 als uitgangspunt vastgelegd om de inconveniëntentoelage te regelen: “burgemeester en wethouders stellen nadere regels vast voor het toekennen van een toelage voor het in dienstopdracht verrichten van zware onaangename en/of gevaarlijke arbeid”.

Onder een inconveniënt wordt verstaan een omstandigheid, voortvloeiend uit het werk, de werkmethode en/of werkomgeving, die -afhankelijk van algemeen maatschappelijke factoren- als extra bezwarend wordt ervaren, die in redelijkheid niet vermijdbaar is en die als zodanig een extra beroep doet op de bereidheid onder een dergelijke omstandigheid te werken.

Het moet dus gaan om omstandigheden die als extra bezwarend worden beschouwd en als zodanig nog niet op een andere manier gecompenseerd zijn/worden, zoals bijvoorbeeld in de functiewaarderingscore.

Psychische factoren worden hierbij buiten beschouwing gelaten, daar deze moeilijk meetbaar en objectief kwantificeerbaar zijn. Overigens is dit ook logisch en alleszins redelijk omdat psychische factoren in de vorm van kennis, verantwoordelijkheid en overlegvaardigheid/contacten in de functiewaardering worden meegenomen.

Gemeente Steenbergen kent sedert de gemeentelijke herindeling per 1 januari 1997 een inconveniëntenregeling die is gebaseerd op een systematiek van detaillistische beschrijvingen per functie(soort) van de voorkomende bezwarende omstandigheden en de vaststelling van waarderingscores nadat daartoe bewerkelijke procedures zijn gevolgd. Het verdient aanbeveling deze regeling te vereenvoudigen zodat een helder, inzichtelijk en eenduidig geheel ontstaat en in voorkomende gevallen sneller kan worden ingespeeld op actuele ontwikkelingen.

De onderhavige regeling gaat er van uit dat er slechts aanleiding is voor een specifieke toelage indien er sprake is van functiegebonden structurele bezwarende omstandigheden. Deze toelage wordt uitgedrukt in vast maandelijks bedrag. Overigens gold dit uitgangspunt ook in de vanaf 1 januari 1997 geldende inconveniëntenregeling.

De ambtenaar kan slechts in aanmerking komen voor een inconveniëntentoelage indien zijn functie voorkomt op de in de regeling opgenomen functielijst. De functielijst is tot stand gekomen na gevoerd vooroverleg tussen P&O en de leidinggevenden (in de zin van “horen” leidinggevenden), waarbij mede is voortgeborduurd op de ervaringen met de vanaf 1 januari 1997 geldende regeling, en bespreking in het Bedrijfsvoeringsoverleg.

Het bevoegd gezag kan de functielijst aanpassen. Om slagvaardig te kunnen inspelen op de actuele situatie c.q. nieuwe ontwikkelingen wordt dit in de onderhavige regeling aan de directeur overgelaten. Ter waarborging van de zorgvuldigheid is in de regeling wel verankerd dat zulks moet geschieden in overleg met de leidinggevenden en de OR.

Een periodieke herbezinning ten aanzien van de vraag in welke functies nog onder bezwarende omstandigheden arbeid wordt verricht past in het te voeren Arbo-beleid. Het verdient dan ook aanbeveling om de functielijst bijvoorbeeld jaarlijks aan een kritische toets te onderwerpen. In artikel 4 is dit uitgangspunt tot uitdrukking gebracht.

De bezwarende omstandigheden hebben betrekking op fysieke aspecten zoals

  • -

    werksfeer zoals vuil, afkeer, weer/temperatuur, geluidsoverlast, trillingen, hinderlijke beschermmiddelen;

  • -

    extra spierbelasting ivm lichamelijke arbeid en hanteren zware materialen, werktuigen, gereedschappen,

  • -

    specifiek vereiste extra oplettendheid;

  • -

    persoonlijk risico;

Of de bezwarende omstandigheden die in een bepaalde functie voorkomen een plaatsing op de functielijst rechtvaardigen zal mede moeten worden beoordeeld in samenhang met de mate en veelvuldigheid waarin ze voorkomen, de tijdsduur gedurende welke bepaalde werkzaamheden moeten worden verricht en het vereiste werktempo.

Bij werksfeer moet gedacht worden

  • -

    aan verontreiniging van lichaamsdelen en/of kleding door bijvoorbeeld vuil (droog, vochtig, nat) of olie/vet (schoon, verontreinigd) dat moeilijk is te verwijderen;

  • -

    werken in situaties, die stank (onaangename geur) geven of die walging/afkeer oproepen of lichamelijke reacties (huidprikkelingen, irritatie) teweeg brengen, zoals rook, damp, nevel, fecaliën;

  • -

    werken in weersomstandigheden (klimatologische omstandigheden), die bezwarend zijn bij de werkuitvoering door het onaangename karakter, zoals regen, sneeuw, mist, vorst/koude, hitte, wind; werken bij grote hitte of koude of bij sterke temperatuurwisselingen (ook tocht) of in een onbehaaglijke atmosfeer (hoge luchtvochtigheid). Hierbij speelt mede een rol in hoeverre tijdens extreme c.q. slechte weersomstandigheden moet worden doorgewerkt (zoals het opheffen van storingen die geen uitstel kunnen hebben) en/of het al dan niet aanwezig zijn vanschuilmogelijkheden;

  • -

    werken in een omgeving, waarbij lawaai hinderlijk is, dan wel onaangenaam is in fysieke zin;

  • -

    werken met hulpmiddelen/apparatuur die trillingen veroorzaken/veroorzaakt;

  • -

    werken met beschermende middelen, die het contact belemmeren/bemoeilijken, bewegingen beperken, dan wel bepaalde lichaamsfuncties (transpireren) bemoeilijken, (bijv. laarzen, regenkleding, gehoorbeschermingsmiddelen e.d.)

Bij spierbelasting gaat het om het uitoefenen van fysieke kracht zoals tillen, handmatige graafwerkzaamheden, hanteren van bosmaaier/motorzaag etc.

Bij oplettendheid gaat het om het geven van aandacht in de werksituatie, waarbij tevens doorlopend aandacht dient te worden geschonken aan de kwaliteit van de te verrichten werkzaamheden.

Bijvoorbeeld omgevingsfactoren die een bepaalde spanning oproepen welke de vereiste aandacht voor het werk of concentratie verstoren zoals het werken langs of op wegen met een behoorlijke verkeersintensiteit. Ook kan gedacht worden aan werkzaamheden die in verband met het weinig interessante of het eentonige karakter daarvan de aandacht of concentratie bemoeilijken. Zoals het continu verrichten van dezelfde handelingen, monotonie of het opmerken van zeer incidentele afwijkingen. Ook het voortdurend in het oog (moeten) houden van een bepaald object of persoon kan in dit kader als bezwarend worden aangemerkt.

Bij persoonlijk risico gaat het om het risico waaraan de voor zijn taak berekende ambtenaar met inachtneming van alle wettelijke en bedrijfsveiligheidsvoorschriften blootstaat aan het oplopen van schade voor gezondheid door lichamelijk letsel of ziekte, m.a.w. de kans dat een ongeval plaatsvindt of een (beroeps)ziekte intreedt. Let wel dat te allen tijde de wettelijke veiligheids-voorschriften in acht moeten worden genomen waarbij niettemin de kans op ongeval, letsel of ziekte aanwezig blijft.

Er is voor de inconveniëntentoelage gekozen voor vaste bedragen. Voor wat betreft de hoogte van de vergoedingsbedragen is zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij de vanaf 1 januari 1997 geldende regeling. Tevens is gekozen voor een logische koppeling aan de gemeentelijke salarisschalen waarbij in ogenschouw is genomen dat de inconveniëntentoelage geen belemmering mag opleveren voor interne mobiliteit c.q. uit financieel oogpunt geen blokkade mag opwerpen voor doorstroming van medewerkers naar andere functies binnen operationeel beheer.

De inconveniëntentoelage behoort tot de bezoldiging van de ambtenaar als bedoeld in artikel 3:1 van de CAR/UWO-regeling. Dit brengt mee dat in geval van ziekte aanspraak bestaat op (gedeeltelijke) doorbetaling van de toelage. De toelage geldt ook als pensioengevend inkomen voor het ABP en wordt dus in voorkomende gevallen meegenomen bij de berekening van de hoogte van diverse uitkeringen zoals WW, WIA.

Artikel 5 heeft betrekking op de situatie dat een ambtenaar blijvend in inkomsten achteruit gaat door het buiten zijn toedoen wegvallen of verminderen van de inconveniëntentoelage. Deze voorziening heeft niet het karakter van een garantieregeling maar van een overgangsregeling. Beoogd wordt een vermindering van inkomsten minder abrupt te doen verlopen.

Deze afbouwtoelage is gebaseerd op de binnen het Landelijk Overleg Gemeentelijke Arbeidsvoorwaarden ter zake centraal gemaakte afspraken en geregeld in artikel 3:16 van de CAR/UWO-regeling.