gemeente Steenbergen | Aanwijzingsbesluit vereenvoudigde afdoening bezwaarschriften 2016

Regeling Aanwijzingsbesluit vereenvoudigde afdoening bezwaarschriften 2016

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

  • Datum inwerking-treding 01-04-2016
  • Terugwerkende kracht t/m
  • Datum uitwerking-treding
  • Betreft aanwijzingsbesluit
  • Datum ondertekening 22-03-2016
  • Bron bekendmaking Gemeenteblad
  • Kenmerk voorstel BM1600898

Inleiding

Burgemeester en wethouders van Steenbergen:

In behandeling genomen Aanwijzingsbesluit vereenvoudigde afdoening bezwaarschriften 2016 d.d. 22 maart 2016

Overwegende dat een vereenvoudigde afdoening van bezwaarschriften wenselijk is;

Gelet op artikel 2, lid 2, van de Verordening commissie bezwaarschriften 2015 en het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht;

Besluiten:

het Aanwijzingsbesluit vereenvoudigde afdoening bezwaarschriften 2016 vast te stellen.

Artikel 1. Begrippen

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • a.

    verordening: Verordening commissie bezwaarschriften 2015;

  • b.

    college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Steenbergen;

  • c.

    commissie: commissie voor de bezwaarschriften, kamer sociale aangelegenheden, van de gemeente Bergen op Zoom als bedoeld in artikel 2, lid 4, van de verordening.

Artikel 2. Aanwijzing

  • 1.

    Het college maakt in beginsel ter voorbereiding van de beslissing op alle bij haar ingediende Bezwaarschriften in het kader van de sociale zekerheid gebruik van het horen en adviseren door de commissie.

  • 2.

    In afwijking van de bevoegdheid als bedoeld in artikel 2, lid 4, van de verordening en het voorgaande lid vraagt het college geen advies aan de commissie over bij het college ingediende bezwaarschriften die zijn gericht tegen de op de bijlage genoemde besluiten op het terrein van de sociale zekerheid.

Artikel 3. Ambtelijk horen

Een belanghebbende die bij het college bezwaar heeft aangetekend tegen een besluit als vermeld op de bij artikel 2, lid 2, van dit besluit behorende bijlage, wordt in de gelegenheid gesteld om namens het college te worden gehoord door twee ambtenaren, die beiden niet bij de voorbereiding van het bestreden besluit betrokken zijn geweest. Het horen als bedoeld in dit artikel geschiedt in een niet openbare hoorzitting.

Artikel 4. Verslaglegging

Van de hoorzitting als bedoeld in artikel 3 van dit besluit wordt een digitale geluidsopname gemaakt, die op verzoek aan de belanghebbende(n) ter beschikking wordt gesteld. Op basis van deze geluidsopname wordt een schriftelijke samenvatting van het besprokene gemaakt, wanneer het college dat nodig acht voor haar besluitvorming of als een gerechtelijke instantie daarom verzoekt bij een (hoger) beroepsprocedure.

Artikel 5. Afwijking

In afwijking van het bepaalde in artikel 2, lid 2, van dit besluit kan het college bij afzonderlijk besluit bepalen om toch schriftelijk advies aan de commissie te vragen, indien de omstandigheden van het geval daartoe naar het oordeel van het college aanleiding geven. In een dergelijk geval wordt de belanghebbende in afwijking van het bepaalde in artikel 2 van dit besluit gehoord door de commissie.

Artikel 6. Overgangsrecht

Dit besluit is van toepassing op bezwaarschriften op het terrein van de sociale zekerheid die bij het college zijn ingediend na 31 maart 2016.

Artikel 7. Citeerartikel en inwerkingtreding

  • 1.

    Dit besluit kan worden aangehaald als “Aanwijzingsbesluit vereenvoudigde afdoening bezwaarschriften 2016” en treedt in werking met ingang van 1 april 2016.

  • 2.

    Het Aanwijzingsbesluit vereenvoudigde afdoening bezwaarschriften 2015, vastgesteld op 31 maart 2015, vervalt per 1 april 2016.

Steenbergen, 22 maart 2016

Hoogachtend,

Burgemeester en wethouders voornoemd,

Regeling informatie

De locosecretaris,

De burgemeester,

R.A.J.M. Bogers

R.P. van den Belt, MBA

Artikelsgewijze toelichting.

Artikel 1.

Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.

Artikel 2.

Lid 1

In dit artikellid staat vermeld, dat het college in beginsel altijd gebruik maakt van de bevoegdheid om over bezwaarschriften op het terrein van de sociale zekerheid advies te vragen aan de commissie. Hierbij wordt bezwaarde door de commissie gehoord en brengt de commissie schriftelijk advies uit over het bezwaarschrift.

Lid 2

In het tweede lid wordt op de hoofdregel een uitzondering gemaakt. De keuze om een bezwaarschrift uit te zonderen van behandeling door de commissie, kan worden gebaseerd op het type besluit of op de financiële impact van het besluit waartegen het bezwaarschrift is gericht. In dit aanwijzingsbesluit is gekozen voor een mengvorm, dat wil zeggen zowel bepaalde typen bezwaarschriften uit te zonderen als bezwaarschriften tegen besluiten met een beperkte financiële impact. De Algemene wet bestuursrecht (Awb) biedt daartoe ook de mogelijkheid. Indien over een bezwaarschrift geen advies wordt gevraagd aan de commissie, geldt wel een kortere afhandelingstermijn van zes weken. Juist bij besluiten op grond van de Participatiewet en aanverwante regelingen is deze kortere afhandelingstermijn een bijkomend voordeel. Het betreft immers personen met een inkomen op of rond het minimum niveau.

Artikel 3.

De Awb verplicht het bestuursorgaan om de belanghebbende(n) in de gelegenheid te stellen te worden gehoord. In ieder geval wordt de indiener van het bezwaarschrift daartoe in de gelegenheid gesteld (artikel 7:2). De wetgever heeft de keuze over de wijze waarop de bezwaarde wordt gehoord, bewust overgelaten aan het bestuursorgaan zelf. In dit artikel wordt gekozen voor ambtelijk horen bij bezwaarschriften die zijn gericht tegen besluiten als vermeld in de bijbehorende bijlage. De hoorzitting is niet openbaar. Het horen geschiedt door twee ambtenaren (die niet bij de voorbereiding van het bestreden besluit betrokken zijn geweest), waarvan een ambtenaar zorg draagt voor de verslaglegging. Het horen door een of meer collegeleden stuit op praktische problemen. Voorts betreffen het bezwaarschriften met een relatief kleine financiële en/of juridische impact.

Artikel 4.

Met de opneming van dit artikel wordt beoogd uitvoering te geven aan de mogelijkheid geluidsopnamen te maken. Landelijk wordt - uit efficiencyoverwegingen - steeds vaker gebruik gemaakt van geluidsopnamen in plaats van een schriftelijk verslag. Slechts in die gevallen dat ambtelijk wordt gehoord, zal worden volstaan met een geluids-opname. Ingeval (hoger) beroep wordt ingesteld, zal alsnog een schriftelijk verslag van de hoorzitting worden gemaakt. Op grond van artikel 7:7 Awb dient van het horen een verslag te worden gemaakt. De rechtspraak accepteert geen geluidsopnamen. Het later toezenden van het schriftelijke verslag is volgens de Rechtbank ’s-Hertogenbosch (zie uitspraak van 5 januari 2007, LJN: AZ5922) niet in strijd met artikel 7:7 Awb. Het gebruik van geluidsopnamen dient echter wel met voldoende waarborgen te zijn omkleed. Zo dient de geluidsopname voor bezwaarmaker beschikbaar te zijn. Het slechts incidenteel opstellen van een schriftelijke verslag levert een enorme tijdswinst op. In de praktijk blijkt slechts 10% van de hoorzittingen te hoeven worden uitgewerkt. Voorts kunnen geluidsopnamen duidelijkheid verschaffen aangaande de bejegening van bezwaarmaker. Op deze manier kan eventuele subjectiviteit worden ondervangen.

Artikel 5.

In dit artikel wordt het mogelijk gemaakt om in afwijking van het bepaalde in artikel 2, lid 2, toch advies over een bezwaarschrift te vragen aan de commissie, indien de omstandigheden van het betreffende geval daartoe aanleiding geven. Daarbij wordt gedoeld op een zodanig bijzonder geval, dat advies van de commissie is gewenst, ook al wordt bezwaar aangetekend tegen een besluit dat is vermeld op de bijbehorende bijlage. In een dergelijk geval dient wel een afzonderlijk besluit te worden genomen om in afwijking van het bepaalde in artikel 2, lid 2, toch advies te vragen aan de commissie. In zo’n geval wordt de bezwaarde ook gehoord door de commissie (en niet ambtelijk).

Artikel 6.

Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.

Artikel 7.

Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.

Bijlage

I. Participatiewet (Pw), Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze

werknemers (Ioaw), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen

zelfstandigen (Ioaz)

  • a.

    besluiten inzake de ingangsdatum van de uitkering;

  • b.

    besluiten tot weigering verstrekking uitkering met terugwerkende kracht;

  • c.

    besluiten tot afwijzing van uitkering op grond van schending artikel 17 Pw dan wel artikel 13 Ioaw/z;

  • d.

    besluiten tot opschorting van de uitkering;

  • e.

    besluiten inzake beëindiging van de uitkering;

  • f.

    besluiten tot het opleggen dan wel ontheffen van de arbeidsverplichtingen als bedoeld in artikel 9 Pw dan wel artikel 37 Ioaw/z;

  • g.

    besluiten tot oplegging van een maatregel;

  • h.

    besluiten tot afwijzing individuele bijzondere bijstand tot een bedrag van € 750,00 op jaarbasis;

  • i.

    besluiten met betrekking tot individuele inkomenstoeslag / studietoeslag;

  • j.

    besluiten met betrekking tot categoriale bijzondere bijstand voor collectieve zorgverzekering;

  • k.

    terugvorderingsbesluiten alsmede eventueel daaraan gekoppelde herzienings- en/of intrekkingsbesluiten;

  • l.

    besluiten in het kader van het debiteurenbeleid.

II. Wet inburgering

Alle besluiten in het kader van deze wet.

III. Minimabeleid

  • a.

    alle besluiten op grond van de Regeling ter bevordering van maatschappelijke participatie door schoolgaande kinderen 2015;

  • b.

    alle besluiten op grond van de Regeling sociaal-culturele bijdrage voor de minima 2015.

IV. Algemene wet bestuursrecht

  • a.

    besluiten tot toepassing van artikel 4:5, lid 1 (buiten behandeling stelling van een aanvraag);

  • b.

    besluiten tot toepassing van artikel 4:6 (herhaalde aanvraag);

  • c.

    kennelijk niet ontvankelijkheid van het ingediende bezwaarschrift.