gemeente Steenbergen | Afstemmingsverordening gemeente Steenbergen

Regeling Afstemmingsverordening gemeente Steenbergen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

  • Datum inwerking-treding 01-01-2004
  • Terugwerkende kracht t/m
  • Datum uitwerking-treding
  • Betreft nieuwe regeling
  • Datum ondertekening 18-12-2003
  • Bron bekendmaking Steenbergse Courant, 16-01-2004
  • Kenmerk voorstel 7c

Inleiding

De raad der gemeente Steenbergen;

n behandeling genomen het voorstel van burgemeester en wethouders dd 18 november 2003;

gehoord de commissie Inwonerszaken;

Gelet op de Grondwet, de Algemene wet bestuursrecht en de Wet werk en bijstand (Staatsblad, 9 oktober 2003, nummer 375);

besluit:

Vast te stellen de Afstemmingsverordening gemeente Steenbergen.

HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    het college:

  • het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Steenbergen;

  • b.

    bijstand:

  • algemene en bijzondere bijstand zoals genoemd in artikel 5 onder a, van de Wet werk en bijstand;

  • c.

    algemene bijstand:

  • de bijstand ter voorziening in de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan;

  • d.

    bijzondere bijstand:

  • de bijstand, bedoeld in artikel 35 eerste lid van de Wet werk en bijstand;

  • g.

    bijstandsnorm:

  • de norm zoals gedefinieerd in artikel 36 van de Wet werk en bijstand;

  • h.

    zeer ernstig misdragen:

  • het door de belanghebbende op een dusdanige wijze benaderen van het college, dan wel onder haar ressorterende personen die, op grond van hoofdstuk 10 van de Algemene wet bestuursrecht, belast zijn met de uitvoering van de Wet werk en bijstand, dat dezen zich (fysiek en/of psychisch) bedreigd voelen;

  • i.

    plicht tot arbeidsinschakeling:

  • de verplichtingen genoemd in artikel 9 lid 1 onder a en b van de Wet werk en bijstand;

  • j.

    tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan:

  • het verrichten van handelingen door belanghebbende dan wel het nalaten daarvan waardoor onnodig een beroep op de bijstand wordt gedaan;

  • k.

    inlichtingenplicht:

  • de verplichtingen genoemd in artikel 17 lid 1, 2 en 4 van de Wet werk en bijstand en de artikelen 28 lid 2 en 29 lid 1 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;

  • l.

    aanvullende verplichtingen:

  • de, overige, aan de bijstand verbonden verplichtingen gebaseerd op de artikelen 55, 56 lid 1 en 57 onder a van de Wet werk en bijstand, alsmede de individueel opgelegde verplichtingen welke in de beschikking en het door de gemeente en belanghebbende ondertekende trajectplan zijn opgenomen;

  • m.

    verlaging:

  • het gedurende een bepaalde periode, geheel dan wel gedeeltelijk, weigeren van de bijstand of langdurigheidstoeslag;

  • n.

    verordening voor de bestrijding van misbruik van bijstand gemeente Steenbergen:

  • de verordening bevattende regels ter bestrijding van misbruik van bijstand;

  • o.

    benadelingsbedrag:

  • het netto bedrag dat ten onrechte of tot een te hoog bedrag is verstrekt.

Artikel 2

  • 1.

    Het verlagen van de bijstand of de langdurigheidstoeslag geschiedt, met inachtneming van de bepalingen van deze verordening, door of namens het college.

  • 2.

    Van een verlaging, als bedoeld in lid 1, wordt afgezien indien geen sprake is van verwijtbaarheid, in welke vorm dan ook. Bij het bepalen van de mate of duur van enige verlaging waarvan in deze verordening sprake is, zal altijd het belang van eventueel tot het gezin behorende kinderen worden meegewogen.

Artikel 3

De verlaging vindt bij voorkeur plaats op de algemene bijstand. Indien het voorgaande niet mogelijk is wordt de bijzondere bijstand dan wel de langdurigheidstoeslag verlaagd.

HOOFDSTUK 11 HET NIET NAKOMEN VAN VERPLICHTINGEN, DE VERLAGING EN VORM VAN DE TE VERSTREKKEN BIJSTAND EN DE LANGDURIGHEIDSTOESLAG

Artikel 4

  • 1.

    De periode van verlaging van de periodieke uitkering, algemene en bijzondere bijstand, is gekoppeld aan de periode gedurende welke de belanghebbende de aan hem opgelegde verplichtingen, verwijtbaar niet nakomt, doch bedraagt ten minste de termijn die vermeld staat in artikel 5 van deze verordening;

  • 2.

    Indien sprake is van het gelijktijdig niet nakomen van meerdere opgelegde verplichtingen wordt de verlaging van de uitkering vastgesteld op de hoogste verlaging die aan het niet nakomen van een afzonderlijke verplichting is verbonden.

Artikel 5

Regeling informatie

Het zich niet als werkzoekende (bij het CWI) in laten schrijven dan wel de inschrijving niet of niet tijdig laten verlengen.

5% gedurende twee maanden

Het niet naar vermogen trachten algemeen geaccepteerde arbeid in loondienst te verkrijgen (te passieve opstelling).

10% gedurende twee maanden

Zich schuldig maken aan gedragingen, die de inschakeling in de arbeid belemmeren.

10% gedurende twee maanden

Het niet binnen de gestelde termijn verstrekken van informatie, die van belang is voor de verstrekking van bijstand of de voortzetting daarvan.

10% gedurende twee maanden

Het niet dan wel niet tijdig voldoen aan een oproep om, in verband met de inschakeling in de arbeid, op een aangegeven plaats en tijd te verschijnen.

10% gedurende twee maanden

Het niet of niet in voldoende mate mee werken aan een voor de inschakeling in de arbeid noodzakelijk geachte scholing of opleiding, die de zelfstandige bestaansvoorziening bevorderen.

10% gedurende twee maanden

Het geen gebruik maken van een door het college aangeboden algemeen geaccepteerde voorziening, gericht op inschakeling in de arbeid.

10% gedurende twee maanden

Het niet aanvaarden van algemeen geaccepteerde arbeid.

100% gedurende twee maanden

Indien belanghebbende door eigen toedoen zijn arbeid in dienstbetrekking niet heeft behouden.

100% gedurende twee maanden

Artikel 6 Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid

  • 1.

    Conform de huidige jurisprudentie wordt in deze verordening onder tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan, verstaan:

    • a.

      het niet verzekerd zijn tegen ziektekosten en/of calamiteiten;

    • b.

      het geen gebruik maken van een voorliggende voorziening;

    • c.

      het niet reserveren voor bepaalde uitgaven;

    • d.

      op een onverantwoorde wijze besteden van vermogen;

    • e.

      zich nodeloos in bijstandbehoevend omstandigheden brengen door het doen van bepaalde (onverantwoorde) uitgaven;

    • f.

      niet melden van het verrichten van werkzaamheden zonder beloning, vrijwilligerswerk, of op vakantie te gaan zonder de uitkeringsinstantie daarvan in kennis te stellen.

  • 2.

    Indien een beroep op bijstand wordt gedaan als gevolg van een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid en er geen sprake is van een situatie, als bedoeld in de artikelen 5 en 7 of 8 van deze verordening wordt de bijstand gedurende een periode van twee maanden verlaagd met 50%. Indien sprake is van een verzoek om incidentele bijzondere bijstand wordt het verzoek afgewezen.

  • 3.

    In afwijking van het eerste lid kan, indien sprake is van dringende redenen, en / of de bijstand worden verstrekt in de vorm van een (renteloze) geldlening.

Artikel 7 Inlichtingenplicht

  • 1.

    Indien de belanghebbende de verplichting, als bedoeld in artikel 1, onder k, niet nakomt en als gevolg daarvan ten onrechte dan wel tot een te hoog bedrag bijstand is verstrekt, wordt het recht op bijstand dan wel de langdurigheidstoeslag opgeschort;

  • 2.

    Belanghebbende wordt in de gelegenheid gesteld het verzuim binnen 5 werkdagen te herstellen. Indien de verplichting binnen de gestelde periode niet is nagekomen, wordt de bijstand dan wel de langdurigheidstoeslag verlaagd met 10% van het benadelingsbedrag tot een maximum van € 500,--. De verlaging bedraagt minimaal € 100,--;

  • 3.

    Indien belanghebbende de verplichting, als bedoeld in artikel 1 onder k, niet nakomt, maar dit nalaten niet heeft geleid tot benadeling van de gemeente, zal de uitkering dan wel de langdurigheidstoeslag worden verlaagd met een bedrag van € 100,--;

  • 4.

    Terugvordering van de ten onrechte of tot een te hoog bedrag verstrekte bijstand, als bedoeld in lid 1, geschiedt met inachtneming van de bepalingen van de Verordening voor de bestrijding van misbruik van bijstand gemeente Steenbergen.

Artikel 8 Aanvullende verplichtingen

Indien de aanvullende verplichtingen niet worden nagekomen, wordt de bijstand dan wel de langdurigheidstoeslag met 10% verlaagd tot het moment dat de aanvullende verplichtingen door belanghebbende zijn nagekomen.

HOOFSTUK III HET ZEER ERNSTIG MISDRAGEN

Artikel 9

  • 1.

    Indien, naar mening van het college, sprake is van het zich zeer ernstig misdragen door belanghebbende die algemene bijstand ontvangt, wordt de bijstand gedurende twee maanden met 100% verlaagd;

  • 2.

    Daarnaast kan in aanvulling op het gestelde in het eerste lid door, of namens het college, aangifte worden gedaan bij de politie dan wel de toegang tot de afdeling Sociale Zaken worden ontzegd.

HOOFDSTUK IV RECEDIVE

Artikel 10

Indien de belanghebbende, binnen een jaar na de besluitdatum wederom zijn verplichtingen niet nakomt wordt de periode waarover de verlaging met toepassing van artikel 5 is opgelegd, verdubbeld.

HOOFDSTUK V OVERIGE BEPALINGEN

Artikel 11

In gevallen waarin deze verordening niet voorziet beslist het college, dat tevens de bevoegdheid heeft om in dringende gevallen af te wijken van het bepaalde in deze verordening.

Artikel 12

Deze verordening wordt binnen 2 jaar na inwerkingtreding geëvalueerd.

Artikel 13

Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2004.

Artikel 14

Deze verordening kan worden aangehaald als Afstemmingsverordening gemeente Steenbergen.

Toelichting Afstemmingsverordening gemeente Steenbergen.

In de Wet werk en bijstand staat het individualiseringsbeginsel centraal. Dit beginsel stoelt op verschillende uitgangspunten, die op verschillende plaatsen in de wet tot uitdrukking komen. De gemeenteraad dient regels te formuleren ter zake de aanpassingen en/of verlagingen van de uitkering, indien belanghebbende zijn verplichtingen verwijtbaar niet nakomt dan wel door zijn gedragingen onnodig een beroep op bijstand (algemene of bijzondere bijstand dan wel de langdurigheidstoeslag) moet doen. De verplichtingen hebben betrekking op de arbeidsinschakeling, inlichtingenplicht, alsmede de aanvullende verplichtingen die aan belanghebbende zijn opgelegd.

In artikel 18, derde lid, WWB, is bepaald dat, wanneer het college de bijstand, overeenkomstig de Afstemmingsverordening heeft verlaagd, het college het besluit tot verlaging binnen een termijn van ten hoogste drie maanden, heroverweegt. Met andere woorden het college is verplicht uiterlijk drie maanden na de datum van de beschikking te beoordelen of de omstandigheden en het gedrag van belanghebbende aanleiding geven de beslissing te herzien.

Bij het besluit tot het verlagen van de bijstand en bij de heroverweging vormen de algemene beginselen van behoorlijk bestuur het kader waarop het besluit wordt gebaseerd.

Gelet op het feit dat het in alle gevallen opleggen van een verlaging van drie maanden (maximale termijn) niet wenselijk wordt geacht is er voor gekozen om de periode van verlaging in alle gevallen, met uitzondering van de nader beschreven situaties, te bepalen op twee maanden.

Indien belanghebbende de verwijtbare gedraging binnen 12 maanden herhaalt, wordt de periode waarover de verlaging wordt vastgesteld, verdubbeld.

Een bijzondere situatie waarin sprake is van het niet nakomen van aan de uitkering verbonden verplichtingen is, wanneer de belanghebbende zich ernstig misdraagt jegens het college en/of hun ambtenaren. Onder de term 'zeer ernstig misdragen' kunnen diverse vormen van agressie worden verstaan, zij het dat sprake moet zijn van verwijtbaarheid en van gedrag dat in het normale menselijke verkeer in alle gevallen onacceptabel kan worden beschouwd.

Het zich ernstig misdragen is nieuw opgenomen in deze wet en wordt in de verordening nader uitgewerkt waarbij enkele sanctionerende bepalingen aan elkaar kunnen worden gekoppeld.

Aangezien alle verplichtingen worden afgestemd op de persoonlijke situatie en omstandigheden van belanghebbende en zijn eventuele gezin, is in deze verordening geen artikel opgenomen dat bij het bepalen van de verlaging van de uitkering en het effectueren hiervan, met deze omstandigheden rekening houdt.

Indien sprake is van een dusdanige schrijnende situatie kan het college door gebruik te maken van artikel 11 van deze verordening afwijken van hetgeen in deze verordening is opgenomen.

Artikelsgewijze toelichting

Artikel 2

Dit artikel beschrijft de werkingssfeer van de verordening.

Het tweede lid geeft aan dat, indien de verwijtbaarheid ontbreekt, wordt afgezien van het opleggen van een verlaging.

Artikel 3

Om de verlagingen van de uitkeringen zo veel mogelijk te effectueren is bepaald dat de verlaging allereerst plaatsvindt op de algemene daarna de bijzondere bijstand en in het laatste geval de langdurigheidstoeslag.

Artikel 4

De minimale periode waarover de verlaging wordt toegepast is vastgesteld op twee maanden.

Bij het gelijktijdig optreden van 2 of meer verwijtbare gedragingen wordt de verlaging van de uitkering gebaseerd op die gedraging die leidt tot de hoogste verlaging.

Artikel 5

Schematisch overzicht verlagingen.

Artikel 6

Indien belanghebbende ongenoegzaam besef van verantwoordelijkheid heeft vertoond waardoor onnodig een beroep op bijstand wordt gedaan, wordt de bijstand gedurende twee maanden met 50% verlaagd. Dit artikel sluit de gedragingen die betrekking hebben op de arbeidsinschakelings en inlichtingenverplichting alsmede de aanvullende verplichtingen uit.

Artikel 7

Het verwijtbaar niet nakomen van de inlichtingenplicht heeft, indien hierdoor een benadelingsbedrag is ontstaan tot gevolg het verlagen van de uitkering met 10% van het benadelingsbedrag tot een maximum van € 500, = , alsmede terugvordering van dit bedrag op grond van de Verordening regels voor de bestrijding van misbruik van bijstand gemeente Steenbergen. De verlaging bedraagt evenwel minimaal € 100, = .

Indien geen sprake is van benadeling (de zogenaamde 'nul-fraude'), wordt de bijstand of langdurigheidstoeslag verlaagd met het minimumbedrag genoemd in het derde lid.

Artikel 8

Aan de bijstand kunnen naast de inlichtingenplicht en de plicht tot arbeidsinschakeling nog andere, aanvullende, verplichtingen worden verbonden.

Gelet op het karakter van deze op de persoon en zijn omstandigheden afgestemde verplichtingen, is de hoogte van de verlaging beperkter vergeleken met de overige verplichtingen.

Artikel 9

Indien sprake is van het zich zeer ernstig misdragen door de uitkeringsgerechtigde wordt de bijstand verlaagd. Daarnaast kan het college besluiten om aangifte te doen dan wel de belanghebbende de toegang tot de afdeling Sociale Zaken te ontzeggen.

Artikel 10

Dit artikel voorziet er in om de periode waarop de verlaging betrekking heeft, te verdubbelen indien belanghebbende binnen 1 jaar, zijn verplichtingen weer niet nakomt.

Artikel 11

Dit artikel heeft betrekking op de hardheidsclausule en maakt het mogelijk om, in voordeel van de cliënt, af te wijken van hetgeen in de verordening is vastgelegd.

Dit artikel mandateert de bevoegdheid aan het college om een besluit te nemen in gevallen waarin deze verordening niet voorziet.