gemeente Steenbergen | Algemene regels met betrekking tot het verlenen van vergunningen voor het innemen van standplaatsen en de uitgifte daarvan, hierna te noemen beleidsregels.

Regeling Algemene regels met betrekking tot het verlenen van vergunningen voor het innemen van standplaatsen en de uitgifte daarvan, hierna te noemen beleidsregels.

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

  • Datum inwerking-treding 27-04-1999
  • Terugwerkende kracht t/m
  • Datum uitwerking-treding 30-12-2014
  • Betreft nieuwe regeling
  • Datum ondertekening 27-04-1999
  • Bron bekendmaking -
  • Kenmerk voorstel 9901416

Inleiding

Burgemeester en wethouders van Steenbergen;

overwegende dat het innemen van standplaatsen teneinde in de uitoefening van de handel goederen te koop aanbieden, verkopen of verstrekken, dan wel diensten aan te bieden een belangrijke rol in het lokale distributieproces speelt;

dat vanwege diverse uiteenlopende belangen en motieven het verlenen van vergunningen en uitgifte van standplaatsen ten behoeve van de objectiviteit dient te geschieden aan de hand van nader te bepalen algemeen geldende regels;

gelet op artikel 5.2.3 van de Algemene plaatselijke verordening dat onvoldoende mogelijkheden tot uitvoering van een verantwoord en evenwichtig beleid inzake biedt alsmede de artikelen 1:3 lid 4 en 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht;

besluiten:

vast te stellen de volgende algemene regels met betrekking tot het verlenen van vergunningen voor het innemen van standplaatsen en de uitgifte daarvan, hierna te noemen beleidsregels;

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    Apv: Algemene plaatselijke verordening;

  • b.

    standplaats: een door burgemeester en wethouders aangewezen plaats, niet zijnde een plaats op een warenmarkt als bedoeld in de Marktverordening gemeente Steenbergen 1999, voor het uitstallen, te koop aanbieden of verkopen van waren of het verlenen van diensten;

  • c.

    vergunning: vergunning ingevolge artikel 5.2.3 van de Apv;d. vergunninghouder: ieder aan wie ingevolge artikel 5.2.3 van de Apv een vergunning door burgemeester en wethouders is afgegeven;

  • e.

    maximumstelsel: het maximaal aantal per locatie binnen een bepaald dagdeel in te nemen standplaatsen met een gemiddelde omvang;

  • f.

    dagdeel: de tijdvakken 06.00 uur tot 12.00 uur (ochtenduren), 12.00 uur tot 18.00 uur (middaguren), 18.00 uur tot 22.00 uur (avonduren) en 22.00 uur tot 06.00 uur (nachtelijke uren);

  • g.

    kern: De Heen, Dinteloord, Kruisland, Nieuw-Vossemeer, Steenbergen;

  • h.

    Steenbergen-stad: de stad Steenbergen, exclusief de wijk Welberg;

  • i.

    Steenbergen-Welberg: de wijk Welberg.

Artikel 2

Verzoeken om standplaatsvergunningen dienen steeds aan de hand van deze beleidsregels te worden getoetst aan de weigeringsgronden genoemd in het voormeld Apv-artikel. Daar waar niet anders weergegeven, worden de in het beleid genoemde locaties slechts op de voor die locatie geldende dag conform de tijden uit de Winkeltijdenwet aan één standplaatshouder uitgegeven (zie ook de artikelen 3 tot en met 8).

Artikel 3

In Steenbergen-stad komen als primaire locaties voor toewijzing van een standplaats in aanmerking het Floraplein op vrijdagen en idem de Kade op zaterdagen, beiden met de IJzeren Put als alternatieve/vervangende locatie.

Artikel 4

In Steenbergen-Welberg komt als primaire locatie voor toewijzing van een standplaats in aanmerking het parkeerterrein bij gemeenschapshuis De Vaert, Kapelaan Kockstraat 54 op maandagen.

Artikel 5

In de kern Dinteloord komt als primaire locatie voor toewijzing van een standplaats in aanmerking het Raadhuisplein op dinsdagen met de Oostvoorstraat en het parkeerterrein bij sporthal De Buitelstee, Van Oldenbarneveltstraat 2 als alternatieve/vervangende locaties.

Artikel 6

In de kern Kruisland komt als primaire locatie voor toewijzing van ten hoogste 7 standplaatsen in aanmerking de Markt op vrijdagen van 09.00 uur tot 12.00 uur; op dinsdagen komt het parkeerterreintje naast de Sint Georgiuskerk, Langeweg 2 voor toewijzing van een standplaats in aanmerking.

Artikel 7

In de kern Nieuw-Vossemeer komt overeenkomstig het beleid ten aanzien van Kruisland als primaire locatie voor toewijzing van ten hoogste 6 standplaatsen in aanmerking op vrijdagen van 09.00 uur tot 12.00 uur het parkeerterrein van verzorgingscentrum De Vossemeren, Burgemeester Janssensstraat 1.

Artikel 8

In de kern De Heen komt als primaire locatie voor toewijzing van een standplaats in aanmerking de parkeerhaven aan de Schutbocht op donderdagen.

Artikel 9

Op woensdagen worden geen standplaatsen in de gemeente Steenbergen toegekend.

Artikel 10

Het locatiegebonden beleid geldt niet voor standplaatsen in te nemen voor zeer korte duur ten behoeve van een speciale gelegenheid. In de behoefte aan tijdelijke standplaatsinname voor ten hoogste 3 dagen wordt voorzien op iedere dag op de vaste locaties als bedoeld in de artikelen 3 tot en met 8, voor zover deze niet bezet zijn door een andere standplaatshouder of de weekmarkt.

Artikel 11

Situaties waarbij op hetzelfde dagdeel op dezelfde locatie concurrerende branches aanwezig zijn, dienen zoveel mogelijk te worden voorkomen, zoniet te worden verboden indien aanwijzingen op mogelijke conflictsituaties duiden of onderling overleg niet tot een adequate regeling heeft geleid.

Artikel 12

Vergunningen dienen in principe uitsluitend te worden verleend aan natuurlijke personen die aangetoond hebben te voldoen aan alle naar oordeel van burgemeester en wethouders relevant geachte publiekrechtelijke verplichtingen op het gebied van de bedrijfsuitoefening en bedrijfsorganisatie, dan wel in dienstbetrekking staan tot een rechtspersoon die voldoet aan deze verplichtingen.

Artikel 13

Uit oogpunt van openbare orde kunnen aan vergunningen, naast voorschriften voortvloeiende uit artikel 5.2.3 voornoemd en de daarop gebaseerde beleidsregels, zonodig andere relevante voorschriften worden verbonden.

Artikel 14

Vergunningen worden voor een kalenderjaar verleend zodat de situatie zowel per locatie als in haar totaliteit actueel in beeld blijft. Rechthebbenden op een standplaats komen als eerste in aanmerking voor een nieuwe vergunning, voor zover het een continuering van de standplaats betreft.

Artikel 15

Aan vergunningen worden de op bij deze beleidsregels behorende bijlage vermelde standaardvoorschriften en -bepalingen verbonden, voor zover (naar oordeel van burgemeester en wethouders) van toepassing.

Artikel 16

Vergunningen voor consumptie-ijs worden alleen verleend indien het maximum in een kern toe te laten ijsventers nog niet is overschreden.

Artikel 17

De functie van privaatrechtelijke of publiekrechtelijke staangeldtarieven mag niet verder gaan als instrument ter regulering van het aantal standplaatsen alsmede als selectiemiddel van de serieuzere kandidaten.

Artikel 18

  • 1.

    Gelet op het bepaalde in het vorige artikel worden voor het innemen van een standplaats ingevolge artikel 5.2.3 van de Apv door vergunninghouders met een voor het jaar 2003 geldende vergunning de volgende tarieven gehanteerd: maandag t/m vrijdag: € 23,00 per dagdeel en zaterdag/zondag: € 28,75 per dagdeel (zie ook artikel 26). Voor nieuwe vergunninghouders met na afloop van het jaar 2003 verleende vergunningen geldt een tarief van € 45,00.

  • 2.

    De in lid 1. genoemde tarieven zullen middels standaardovereenkomst als bedoeld in de op bij deze beleidsregels vermelde bijlage in rekening worden gebracht bij vergunninghouder voor zover het betreft de toewijzing van een standplaats op gemeentegrond in Steenbergen-stad en Dinteloord.

Artikel 19

  • 1.

    Gegadigden voor standplaatsen, die om praktische of juridische redenen niet direct kunnen worden toegewezen, worden op volgorde van binnenkomst van het verzoek als bedoeld in artikel 2 vermeld op een wachtlijst.

  • 2.

    Met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze beleidsregels heeft de wachtlijst nog slechts een geldigheidsduur gedurende het betreffende kalenderjaar.

  • 3.

    De vermelding op de wachtlijst komt te vervallen indien de betreffende gegadigde geen gebruik maakt van een passend aanbod van burgemeester en wethouders.

Artikel 20

In gevallen waarin 2 of meerdere verzoekers onder vrijwel gelijke omstandigheden solliciteren naar dezelfde vacante standplaats, zal degene die naar oordeel van burgemeester en wethouders - gelet op het door hem/haar gevoerde assortiment in zowel kwantitatieve als kwalitatieve zin - het meeste bijdraagt aan een blijvend, stabiel en gevarieerd voorzieningenniveau voor de consument in aanmerking komen voor deze standplaats.

Artikel 21

Burgemeester en wethouders kunnen, als hun dit in het belang van de openbare orde cq. de volksgezondheid noodzakelijk voorkomt, de handel in bepaalde artikelen gedurende een bepaalde termijn verbieden.

Artikel 22

De vergunning kan worden ingetrokken:

  • a.

    indien in strijd wordt gehandeld met cq. niet (meer) wordt voldaan aan het gestelde in de vergunning of ingeval van wijziging van de feiten waarop de vergunningverlening steunt;

  • b.

    indien vergunninghouder zijn standplaats drie achtereenvolgende dagen waarop de vergunning geldig is, zonder naar het oordeel van burgemeester en wethouders geldige reden, niet heeft ingenomen.

Artikel 23

  • 1.

    Het recht op een standplaats vervalt:

    • a.

      op eigen verzoek;

    • b.

      bij overlijden van de vergunninghouder;

    • c.

      wanneer niet langer wordt voldaan aan de eis, gesteld in artikel 12;

    • d.

      bij wanbetaling, in welk geval de wanbetaler tevens niet in aanmerking kan komen voor een andere standplaats zolang het verschuldigde niet is voldaan.

  • 2.

    Bij het overlijden van de vergunninghouder wordt de vergunning overgeschreven op de overblijvende partner, indien een daartoe strekkend verzoek binnen vier weken na het overlijden bij burgemeester en wethouders wordt ingediend. De verzoeker bedoeld in de vorige zin, die rechthebbende is op een andere standplaats binnen de gemeente of is ingeschreven op de wachtlijst voor een andere standplaats, verliest het recht op die standplaats respectievelijk die inschrijving.

Artikel 24

Naast de relevante bepalingen ingevolge de Apv en deze beleidsregels zijn overige wettelijke voorschriften onverkort van toepassing.

Artikel 25

Een besluit tot het verlenen van een vergunning ingevolge artikel 5.2.3 van de Apv wordt zo spoedig mogelijk door publicatie op de gemeentelijke info-pagina bekendgemaakt.

Artikel 26

Voor vergunninghouders met een voor het jaar 2003 geldende vergunning wordt een uitsterfconstructie gehanteerd waarbij zij onder dezelfde privaatrechtelijke condities in aanmerking blijven komen voor de hun reeds eerder toegekende standplaatsen, mits er sprake is van continuering onder dezelfde omstandigheden en men voor het in aanmerking komen van de benodigde vergunning heeft gehandeld overeenkomstig het bepaalde in het beleid.

Artikel 27

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd al dan niet onder het stellen van nadere voorschriften en bepalingen af te wijken van het bepaalde in deze beleidsregels voor zover de toepas¬sing daarvan in een concreet geval, mede gelet op de belangen als bedoeld in artikel 5.2.3 lid 6 van de Apv (weigeringsgronden), zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 28

Deze beleidsregels treden in werking op 27 april 1999. Bij de inwerkingtreding vervallen alle tot op dat moment geldende nadere regels met betrekking tot de verlening van standplaatsvergunningen en toewijzing van standplaatsen.

Artikel 29

Dit besluit kan worden aangehaald onder de titel "Standplaatsenbeleid gemeente Steenbergen".

ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BELEIDSREGELS

Inleiding (toelichting aanhef):

Doordat de verkoop van goederen en aanbieden van diensten vanuit standplaatsen een belangrijke rol speelt in het lokale distributieproces en er zich na de herindeling een situatie voordoet waarin verschillende niet congruerende beleidslijnen met betrekking tot onderhavig beleidsterrein gelden, is er behoefte aan uniforme beleidsregels inzake. Ook voor de gemeentelijke overheid is het van belang over een middel te beschikken dat een verantwoord beleid bij het verlenen van standplaatsvergunningen en het toekennen van standplaatsen mogelijk maakt. Van een verantwoord beleid is pas dan sprake als een goed evenwicht kan worden gevonden tussen de belangen van de ambulante en de gevestigde (sedentaire) handel enerzijds en van de consument anderzijds. De betreffende regeling in de Apv voor het verstrekken van standplaatsvergunningen (artikel 5.2.3 van het hoofdstuk "Andere onderwerpen betreffende de huishouding van de gemeente") biedt onvoldoende mogelijkheden tot uitvoering van een verantwoord beleid.

Artikel 5.2.3 Standplaatsen: uitstallingen op de weg

  • 1

    Het is verboden zonder vergunning van burgemeester en wethouders op of aan de weg of aan een openbaar water dan wel op een andere - al dan niet met enige beperking - voor publiek toegankelijke en in de openlucht gelegen plaats:

    • a

      met een voertuig, een kraam, een tafel of enig ander middel een standplaats in te nemen of te hebben teneinde in de uitoefening van de handel goederen te koop aan te bieden, te verkopen of te verstrekken, dan wel diensten aan te bieden;

    • b

      anderszins goederen uit te stallen of uitgestald te hebben om deze te koop aan te bieden, te verkopen of te verstrekken aan publiek.

  • 2

    Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan, dat daarop zonder vergunning van burgemeester en wethouders standplaats wordt of is ingenomen of goederen worden of zijn uitgestald als bedoeld in het eerste lid.

  • 3

    Het in het eerste lid, onder b, gestelde verbod geldt niet ten aanzien van het uitgestald hebben van gedrukte of geschreven stukken waarin gedachten of gevoelens worden geopenbaard als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Grondwet. Alsdan geldt ook het in het tweede lid gestelde verbod niet.

  • 4

    De in het eerste en tweede lid gestelde verboden gelden niet op de plaats die is aangewezen voor het houden van een door de gemeenteraad ingestelde markt, zulks gedurende de tijden dat de markt gehouden wordt, voor een evenement als bedoeld in artikel 2.2.1, of voor het organiseren van een markt als bedoeld in artikel 5.2.4 (betreft regeling snuffelmarkten).

  • 5

    Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover de Wet milieubeheer, de Woningwet, het Rijkswegenreglement of de Wegenverordening Noord-Brabant van toepassing is.

  • 6

    Een vergunning bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd:

    • a

      in het belang van de openbare orde;

    • b

      in het belang van het voorkomen of beperken van overlast;

    • c in het belang van de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving;

    • d

      in het belang van de verkeersvrijheid of -veiligheid;

    • e

      wanneer als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel der gemeente redelijkerwijs te verwachten is dat door het verlenen van de vergunning een redelijk verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse in gevaar komt;

    • f

      vanwege de strijd met een geldend bestemmingsplan.

  • 7

    Burgemeester en wethouders houden de beslissing op een aanvraag voor een standplaatsvergunning aan, indien de aanvraag tevens een milieuwetplichtige activiteit betreft en indien geen toepassing kan worden gegeven aan het zesde lid, tot de dag waarop de beslissing over de milieuvergunningaanvraag is genomen.

De beleidsregels zijn overeenkomstig het standaardmodel van verordeningen vorm gegeven omdat dit de scherpte van de formulering (eenduidigheid en rechtszekerheid) en de toegankelijkheid ten goede komt.

Ad artikel 1

Ter bevordering van de duidelijkheid zijn in dit artikel definities gegeven van gebruikte algemene begrippen.

Ad artikel 2

Dit systeem van beleidsregels, tot stand gekomen en ingegeven door bedoelde weigeringsgronden, is een instrument om de afdoening van standplaatsvergunningen enigszins gecontroleerd (efficiënt en duidelijk) te laten verlopen. De tweede zinsnede is op 16 december 2003 toegevoegd in verband met het vanaf de inwerkingtreding van het standplaatsenbeleid op 27 april 1999 verkregen inzicht in de daadwerkelijke behoefte aan standplaatsen, welk inzicht wordt aangewend om selectiever met schaarse openbare parkeerruimte om te gaan.

Ad artikel 3 t/m 8

Per kern wijzen burgemeester en wethouders één of meerdere vaste locaties voor de uitgifte van standplaatsen aan, hetgeen haar grondslag voornamelijk vindt in de motieven bescherming uiterlijk aanzien van de gemeente en verkeersveiligheid. Per aangewezen locatie stellen burgemeester en wethouders een maximum aan het aantal per dagdeel uit te geven standplaatsen en de daarvoor beschikbaar te stellen oppervlakte, hetgeen voornamelijk steunt op de motieven openbare orde, overlast en leefbaarheid.

Bij de definiëring van de maximumstelsels wordt uitgegaan van de gebruikelijke afmetingen van de (verkoop)inrichtingen van maximaal 8 strekkende meter frontbreedte met een oppervlakte van ten hoogste 20 vierkante meter. Afhankelijk van de maten dient door Openbare Werken te worden aangegeven of, gelet op de (absolute) invulling van het ter plaatse geldende maximumstelsel, toelating van een inrichting die niet binnen deze standaard valt, mogelijk is.

Aan de maximumstelsels is een zodanige inhoud gegeven dat hiermee oneigenlijke en onwenselijke marktvorming (= markt buiten de gemeenteraad om) wordt voorkomen. De artikelen zijn bij besluit van 16 december 2003 aangepast in verband met het vanaf de inwerkingtreding van het standplaatsenbeleid op 27 april 1999 verkregen inzicht in de daadwerkelijke behoefte aan standplaatsen, welk inzicht wordt aangewend om selectiever met schaarse openbare parkeerruimte om te gaan.

Gelet op de parkeeromstandigheden op en rond het parkeerterrein van verzorgingscentrum De Vossemeren als bedoeld in artikel 7 alsmede op de in de tijd na het vaststellen van het oorspronkelijke beleid op 27 april 1999 toegenomen automobiliteit is het maximaal aantal in te nemen standplaatsen op voornoemde locatie op 22 november 2005 teruggebracht tot maximaal 6.

Ad artikel 9

Gelet op het ruime aanbod op een dag waarop in een kern een warenmarkt wordt gehouden, de continuïteit van een warenmarkt in het belang van de consument, de mogelijkheden elders in de gemeente en de schaarse (parkeer)ruimte die een warenmarkt inneemt, is het redelijk te stellen dat in ieder geval op deze dag geen vergunningen ten aanzien van kernen met een warenmarkt als bedoeld in de Marktverordening gemeente Steenbergen 1999 worden verleend. Op woensdagen worden in de gehele gemeente Steenbergen geen standplaatsen toegekend met het oog op de Steenbergse weekmarkt op de Westdam, het bovenlokale verzorgingsgebied van Steenbergen-stad en de op die locatie zich door bezoekend winkelpubliek voordoende schaarste aan parkeermogelijkheden.

Ad artikel 10

Hierbij valt te denken aan een bloemenstand bij een begraafplaats tijdens Allerheiligen/Allerzielen, een standplaats tijdens een culturele week enz. Van tijdelijke standplaatsinname is sprake indien dit beperkt blijft tot 3 dagen.

Ad artikel 11

Dat binnen een locatiegebonden maximumstelsel op hetzelfde dagdeel maar één branche mag zijn vertegenwoordigd is alleen houdbaar indien er een wachtlijst is.

Ad artikel 12

Koppeling met natuurlijke personen of een vertegenwoordiger van een rechtspersoon die de standplaats inneemt is bedoeld om vervreemding te voorkomen. Vergunning wordt alleen verleend indien betrokkene middels afschriften van bewijzen van inschrijving bij de Kamer van Koophandel en Fabrieken (KvK) alsmede bij het Centraal-Registratiekantoor Detailhandel-Ambacht (CRK) heeft overgelegd. Hiermee wordt geacht dat het voldoen aan de publiekrechtelijke verplichtingen op gebied van bedrijfsvoering en bedrijfsorganisatie in voldoende mate is aangetoond.

Ad artikel 13

Het betreft hier voorschriften die hun grondslag eigenlijk vinden in andere wetgeving.

Ad artikel 14

Expiratiedatum is in principe 1 januari van het jaar volgende op de datum van vergunningverlening. De keuze voor het afgeven van jaarvergunningen houdt in dat elk jaar een toetsing plaatsvindt om actuele ontwikkelingen bij de beoordeling van de aanvraag om een nieuwe vergunning te kunnen betrekken. Vanuit oogpunt van rechtszekerheid komen de huidige standplaatshouders als eerste in aanmerking voor verlenging van de hun verleende vergunningen.

Ad artikel 15

Een kwalitatief goede vergunning dient te voldoen aan de volgende eisen: passend (afgestemd en gerichte inhoud), leesbaar (vormgeving en taalgebruik), volledig (compleet in alle aspecten), juist (rechtmatig, relevant) en tijdig (op tijd en binnen de wettelijk voorgeschreven termijnen verleend). Gelet op de concrete situatie worden deze standaardvoorschriften en –bepalingen al dan niet opgelegd.

Ad artikel 16

Een van de uitgangspunten van deze beleidsregels is dat vergunningverlening in relatie moet worden bezien met andere vormen van ambulante handel. Voor venten met consumptie-ijs hebben burgemeester en wethouders nadere regels met een maximumstelsel vastgesteld.

Ad artikel 17

Dit uitgangspunt biedt de mogelijkheid tot het hanteren van gedifferentieerde tarieven per locatie en hiermee een ontmoedigings- cq. stimuleringsbeleid, dit alles ten dienste van de belangen, geregeld in artikel 5.2.3. De bepaling legt, met het oog op de onderlinge samenhang van de beleidsregels, de basis voor een noodzakelijke beperking van de beleidsvrijheid van burgemeester en wethouders.

Ad artikel 18

Artikel 18 is een uitwerking van het in het vorig artikel verwoorde uitgangspunt. Gelet op het feit dat het vaststellen van tarieven een zaak is waarbij een gemeente veel beleidsvrijheid toekomt en dat jurisprudentie hierover weinig duidelijkheid verschaft, kan er vooralsnog van worden uit gegaan dat de momenteel gehanteerde tarieven niet onaanvaardbaar zijn voor standplaatshouders en dat deze een passende vergoeding voor het in gebruik nemen van gemeentegrond inhouden. Voor de duidelijkheid dient te worden opgemerkt dat de kosten voor het eventueel gebruiken van gemeentelijke nutsvoorzieningen niet zijn inbegrepen in de tarieven als bedoeld in dit artikel.

Ad artikel 19

Om voor aspirant standplaatshouders een zo duidelijk mogelijk (toewijzings)beleid te voeren is het van belang dat de rechten op het verwerven van een standplaats worden vastgelegd op een zogenaamde wachtlijst. De wachtlijst dient een beperkte geldigheidsduur te hebben omdat voor aanvang van een nieuw kalenderjaar iedere belangstellende voor een standplaats (opnieuw) een verzoek moet indienen. Onder passend aanbod wordt in dit artikel verstaan een aanbod dat in ieder geval wat betreft de gevraagde locatie overeenkomstig het verzoek is. Mede gelet op het gestelde in de artikelen 20, 21 en 27 hoeft de volgorde van binnenkomst niet altijd bepalend te zijn voor toewijzing van een standplaats.

Ad artikel 20

Om strijdig handelen met de vestigingswetgeving te voorkomen mag slechts in het ultieme geval waarin de weigeringsgronden ingevolge artikel 5.2.3 Apv niet de doorslag geven, de keuze vallen op de ambulante handelaar die met zijn producten, gelet op het aanwezige aanbod, voor de meeste variatie in de breedste zin van het woord zorgt.

Ad artikel 21

Dit artikel is een instrument om een direct ingrijpen, voorzover er een relatie met de weigeringsgrond openbare orde bestaat, mogelijk te maken.

Ad artikel 22

Wanneer de vergunninghouder in conflict handelt met één of meer belangen uit het betreffend Apv-artikel dient intrekking tot de mogelijkheden te behoren. Voorbeelden in casu zijn: verontreiniging, wangedrag, overlast, rumoer, oneigenlijk gebruik van de standplaats, enz. Ten behoeve van de continuïteit in de bezetting van standplaatsen is het van groot belang vergunninghouders aan een verschijningsplicht te binden. Met het oog op de belangen van gegadigden op de wachtlijst is het niet meer dan redelijk te stellen dat degene die zijn/haar standplaats niet regelmatig bezet, het recht op deze plaats kan verliezen.

Ad artikel 23

Met dit artikel is inhoudelijk aansluiting gezocht met de overeenkomstige regeling in de (reeds door de Marktverordening gemeente Steenbergen 1999 vervangen) “Verordening weekmarkt 1997”. Het niet voldoen aan de financiële verplichtingen is in tegenstelling tot de Verordening weekmarkt 1997 een reden tot het onmiddellijk vervallen van alle rechten op de standplaats.

Ad artikel 24

Hierbij valt onder meer te denken aan de Vestigingswet Bedrijven, Wet op de Ruimtelijke Ordening, Winkeltijdenwet, Warenwet, Wet milieubeheer, Brandbeveiligingsverordening.

Ad artikel 25

Ingevolge afdeling 3.6 van de Awb dienen besluiten te worden bekendgemaakt aan belanghebbenden alvorens deze in werking kunnen treden. Niet (onmiddellijk) te traceren belanghebbenden kunnen middels publicatie kennis nemen van de genomen besluiten. Gelet op de in acht te nemen zorgvuldigheid, zeker met betrekking tot het verlenen van standplaatsvergunningen, is het verstandig de op basis van artikel 5.2.3 Apv te nemen begunstigende besluiten met de hierbij verplicht voorgeschreven vermelding van de rechtsmiddelen te publiceren op de gemeentelijke infopagina, zodat het besluit na zes weken, indien geen bezwaarschrift is ingediend, zijn werking als rechtshandeling kan verkrijgen.

Ad artikel 26

Dit artikel biedt enige waarborgen voor de huidige standplaatshouders voor zover:

  • -

    er sprake is van continuering van de standplaats;

  • -

    dit onder dezelfde omstandigheden (ongewijzigde bedrijfsexploitatie, maar ook onder omstandigheden van andere aard);

  • -

    men conform de beleidsregels heeft gehandeld om in aanmerking te komen voor verlening van een nieuwe vergunning.

Ad artikel 27

Deze regeling is een middel tot het voeren van een verantwoord en evenwichtig beleid inzake. Het is niet precies te voorzien of er zich gevallen zullen voordoen waarvoor geldt dat toepassing van de regeling leidt tot onbillijkheden van overwegende aard. Gelet hierop is in dit artikel een zogenaamde hardheidsclausule opgenomen. De hardheidsclausule maakt het mogelijk om voor die bijzondere gevallen van de beleidsregels af te wijken. In het algemeen zal het gaan om individuele belangen. De verplichting tot het in sommige gevallen afwijken van de beleidsregels is tevens gecodificeerd in artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht dat stelt dat "het bestuursor¬gaan handelt overeenkomstig de beleidsregel, tenzij dat voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregels te dienen doelen" (inherente afwijkingsbevoegdheid). Met deze bepaling wordt burgemeester en wethouders enige beleidsvrijheid voorbehouden.

Ad artikel 28

Met deze bepaling hebben alle thans (nog) geldende geschreven en ongeschreven (beleids)regels, waarmee bij het nemen van beschikkingen op verzoeken om een standplaatsvergunning (publiekrechtelijk) en de toewijzing van standplaatsen (privaatrechtelijk) rekening dient te worden gehouden, met ingang van de datum van inwerkingtreding geen enkele (zelfstandige) rechtskracht meer.