gemeente Steenbergen | Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren gemeente Steenbergen

Regeling Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren gemeente Steenbergen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

  • Datum inwerking-treding 09-02-2011
  • Terugwerkende kracht t/m
  • Datum uitwerking-treding 29-12-2017
  • Betreft nieuwe regeling
  • Datum ondertekening 30-09-2010
  • Bron bekendmaking Website 08-02-2011
  • Kenmerk voorstel 7d

Inleiding

De raad van de Gemeente Steenbergen;

Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van de gemeente Steenbergen

d.d. 10 augustus 2010 en gelet op de artikelen 149, 154, 156 en 229 van de Gemeentewet, artikel 1 van de Belemmeringenwet Privaatrecht en de artikelen 5.2 en 5.4 van de Telecommunicatiewet;

Besluit:

vast te stellen de Verordening inzake werkzaamheden in verband met de aanleg, instandhouding en opruiming van kabels en/of leidingen ten dienste van net(werk)en in of op openbare gronden in de gemeente Steenbergen (Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren Gemeente Steenbergen; AVOI Steenbergen)

Hoofdstuk Een: Inleidende bepalingen

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    college college van burgemeester en wethouders van de gemeente Steenbergen;

  • b.

    net: een of meer ondergrondse kabel(s) en/of leiding(en), bestemd voor het transport van vaste, vloeibare of gasvormige stoffen, van energie of van informatie, uitgezonderd de riolering;

  • c.

    kabels en leidingen: kabels en/of leidingen als onderdeel van een net;

  • d.

    (huis)aansluiting: het gedeelte van de kabel of leiding in of op openbare gronden dat een net verbindt met een netwerkaansluitpunt ten behoeve van een onroerende zaak of met een ander net;

  • e.

    netbeheerder: rechtspersoon die is aangewezen als beheerder van een net;

  • f.

    opdrachtgever: degene die opdracht geeft tot het uitvoeren van werkzaamheden;

  • g.

    grondroerder: degene onder wiens verantwoordelijkheid of leiding graafwerkzaamheden worden verricht;

  • h.

    gedoogplichtige: degene op wie een gedoogplicht rust als bedoeld in artikel 1 van de Belemmeringenwet Privaatrecht of in artikel 5.2, eerste lid Telecommunicatiewet;

  • i.

    openbare gronden: openbare wegen en wateren conform artikel 1.1, onder aa Telecommunicatiewet;

  • j.

    werkzaamheden: handmatige en mechanische (graaf)werkzaamheden in of op openbare gronden in verband met de aanleg, instandhouding en opruiming van kabels en leidingen;

  • k.

    werkzaamheden van minder ingrijpende aard: werkzaamheden die qua aard of omvang dusdanig beperkt zijn dat, ter beoordeling door de gemeente, een afwijkend, lichter, meldregime toegepast kan worden;

  • l.

    instemmingsbesluit: besluit van het college op een melding van voorgenomen werkzaamheden;

  • m.

    verordening: AVOI Steenbergen;

  • o.

    niet-openbare kabels en leidingen: kabels en leidingen die niet gebruikt worden om openbare diensten aan te bieden;

  • p.

    marktconforme kosten: kosten zoals deze onder normale omstandigheden in een markteconomie op de desbetreffende markt worden gemaakt;

  • q.

    Handboek: door de gemeente vastgestelde regels en voorwaarden betreffende voorbereiding en uitvoering van ontwerp, aanleg, exploitatie, onderhoud en verwijdering van kabels en leidingen.

Artikel 2 Toepasselijkheid

Deze verordening is van toepassing op de procedures en voorschriften voor het aanleggen, instandhouden en opruimen van kabels en leidingen in of op openbare gronden, voor zover de gemeente deze gronden beheert, in bezit heeft dan wel daarover coördinatieverplichtingen heeft conform de Belemmeringenwet Privaatrecht of de Telecommunicatiewet.

Artikel 3 Nadere regels

Het college kan ter uitvoering van deze verordening nadere regels vaststellen.

Hoofdstuk Twee: Melding en instemmingsbesluit

Artikel 4 Instemmingsvereiste

  • 1.

    Het is verboden zonder of in afwijking van een voorafgaand door het college verleend instemmingsbesluit over plaats, tijdstip en wijze van uitvoering van werkzaamheden, medegebruik van voorzieningen en afstemming van werkzaamheden met overige netbeheerders, kabels en/of leidingen in of op openbare gronden aan te leggen, in stand te houden of op te ruimen.

  • 2.

    Voor werkzaamheden van minder ingrijpende aard, en voor spoedeisende reparatie- of onderhoudswerkzaamheden, is geen instemming als bedoeld in het eerste lid, noodzakelijk.

Artikel 5 Melding

  • 1.

    Een grondroerder meldt werkzaamheden uiterlijk acht weken voor aanvang bij de gemeente.

  • 2.

    Een melding wordt in behandeling genomen indien en zodra deze met gegevens compleet is.

  • 3.

    Indien de voorgenomen werkzaamheden mede betrekking hebben op gronden van een andere gedoogplichtige dan de gemeente, wordt uiterlijk vier weken na ontvangst van de melding het college schriftelijk in kennis gesteld van de resultaten van het overleg met de andere gedoogplichtige(n).

  • 4.

    Voorgenomen minder ingrijpende werkzaamheden, als bedoeld in artikel 4 lid 2, dienen uiterlijk drie werkdagen voor de uitvoering schriftelijk bij de gemeente te worden gemeld. Op grond van belangen als genoemd in artikel 8 lid 1 kan het college bepalen dat de realisatie op een ander tijdstip dient plaats te vinden.

  • 5.

    Spoedeisende werkzaamheden, als bedoeld in artikel 4 lid 2, ten gevolge van een ernstige belemmering of storing in de dienstverlening via het betreffende net, waarvan uitstel niet mogelijk is, dienen bij voorkeur voorafgaand te worden gemeld, en uiterlijk binnen één werkdag na de uitvoering gemotiveerd te worden middels het voorgeschreven formulier.

  • 6.

    Als voorgenomen werkzaamheden worden verricht in nader door het college aan te wijzen gebieden, wordt uiterlijk acht weken voor aanvang van de werkzaamheden melding gedaan als bedoeld in artikel 5 lid 1, en is de uitzondering als bedoeld in artikel 4 lid 2 voor minder ingrijpende of spoedeisende werkzaamheden niet van toepassing.

Artikel 6 Voorwaarden

  • 1.

    Voor een melding als bedoeld in artikel 5 eerste lid dient gebruik te worden gemaakt van daartoe door het college vastgestelde formulieren, welke formulieren schriftelijk of digitaal dienen te worden ingediend.

  • 2.

    Bij de melding verstrekt de grondroerder in elk geval de volgende gegevens:

    • a.

      een machtiging indien het een aanvraag betreft voor of namens een opdrachtgever;

    • b.

      NAW-gegevens van de eigenaar, beheerder en exploitant van de kabels en/of leidingen, alsmede van de grondroerder (dan wel diens te machtigen uitvoerder), waarvan de contactpersoon de Nederlandse taal machtig moet zijn;

    • c.

      een opgave van aantal, soort en beoogd gebruik van de kabels en/of leidingen;

    • d.

      een opgave van belanghebbenden (waaronder omwonenden) en instanties die vooraf in kennis worden gesteld van de datum van aanvang, beëindiging en aard van de werkzaamheden;

    • e.

      een uitvoeringsplan met daarin opgenomen:

      • -

        het gewenste tracé met (digitale) tekeningen van de te verbinden locaties in drievoud;

      • -

        de resultaten van het haalbaarheidsonderzoek betreffende de beschikbare ruimte;

      • -

        situering van de objecten die ten tijde van de werkzaamheden worden geplaatst;

      • -

        een omschrijving van eventuele opbrekingen van de verhardingen;

      • -

        maatregelen voor de bereikbaarheid van de aanwezige kabels en leidingen;

      • -

        maatregelen voor bereikbaarheid van percelen en opstallen in de nabijheid;

      • -

        het voorgenomen tijdstip van aanvang en beëindiging van de werkzaamheden.

  • 3.

    Indien de voorgenomen werkzaamheden betrekking hebben op kabels van elektronische communicatienetwerken dienen tevens te worden verstrekt binnen het uitvoeringsplan:

    • -

      een opgave van het aantal kabels dat (niet) direct in gebruik wordt genomen;

    • -

      de doorsnede van de kabel(goot) en lengte en breedte van de kabelsleuf.

  • 4.

    Bij de melding van voorgenomen minder ingrijpende of spoedeisende werkzaamheden, als bedoeld in artikel 5, dient te worden verstrekt:

    • a.

      naam, adres en ondertekening van de grondroerder, naam en adres van de (onder)aannemer(s), evenals de naam en telefoonnummer van de uitvoerder, zijnde een Nederlands sprekende contactpersoon;

    • b.

      de dagtekening van de melding;

    • c.

      de lengte van de sleuf die is of wordt opengebroken;

    • d.

      het oppervlak van het lasgat dat is of wordt opengebroken.

  • 5.

    Het college kan nadere regels stellen betreffende de te verstrekken gegevens evenals over de wijze waarop die dienen te worden verstrekt. Uitgangspunt is dat gegevens die digitaal voorhanden zijn of dienen te zijn ook in digitale vorm worden verstrekt.

Artikel 7 Termijnen en looptijd

  • 1.

    Het college beslist binnen uiterlijk acht weken na ontvangst van de melding als bedoeld in artikel 5 lid 1. Betreft het een melding waarbij meerdere gedoogplichtigen zijn betrokken dan beslist het college binnen acht weken na ontvangst van de melding èn van alle bijbehorende instemmingen van deze gedoogplichtigen.

  • 2.

    De termijn bedoeld in het eerste lid kan eenmaal met ten hoogste acht weken worden verlengd. Dit wordt schriftelijk en gemotiveerd aan de grondroerder medegedeeld, met vermelding van de termijn waarbinnen de beschikking tegemoet kan worden gezien.

  • 3.

    Het college houdt de beslissing aan, indien er in verband met de voorgenomen werkzaamheden een vergunning als bedoeld in de Woningwet, de Wet milieubeheer, de Monumentenwet of de WABO (Omgevingsvergunning) is vereist.

  • 4.

    Het instemmingsbesluit heeft een maximale geldigheid van zes maanden. De werkzaamheden moeten zijn voltooid binnen zes maanden na aanvang, tenzij in het instemmingsbesluit anders is bepaald.

  • 5.

    Indien binnen vijf jaar na groot onderhoud of herinrichting van de openbare gronden de netbeheerder werkzaamheden moet uitvoeren, kan het college bijzondere voorwaarden stellen aan het herstel. De hiermee gepaard gaande kosten zijn voor rekening van de netbeheerder.

Artikel 8 Voorschriften, beperkingen en verplichtingen

  • 1.

    Het college kan aan een instemmingsbesluit voorschriften en beperkingen verbinden in het belang van:

    • a.

      de openbare orde;

    • b.

      de veiligheid, waaronder mede verstaan wordt de verkeersveiligheid en/of een goede doorstroming van het verkeer;

    • c.

      het voorkomen of beperken van overlast, waaronder mede verstaan wordt het voorkomen of beperken van schade, de bescherming van eventuele archeologische vondsten, van groenvoorzieningen, bomen en beplantingen en van het uiterlijk aanzien van de omgeving;

    • d.

      de bereikbaarheid van gronden of gebouwen, waaronder mede verstaan wordt het veilig en doelmatig gebruik van openbare gronden en gebouwen en het doelmatig beheer en onderhoud ervan en het belang van nader aan te geven grote lokale evenementen als weekmarkten en kermissen;

    • e.

      de ondergrondse ordening, waaronder mede verstaan wordt het zo min mogelijk hinder veroorzaken voor reeds in de grond aanwezige werken en het niet in gevaar brengen of zonder noodzaak bemoeilijken van deze werken, waaronder mede verstaan worden werken ten behoeve van de levering of het transport van elektronische informatie, gas, water en elektriciteit.

  • 2.

    Ter bescherming van de belangen als genoemd in het eerste lid kan het college aan het instemmingsbesluit voorschriften of beperkingen verbinden over het medegebruik van voorzieningen. Een grondroerder is verplicht om zoveel mogelijk (mede)gebruik te maken van bestaande, door andere netbeheerders of in opdracht van het college aangelegde voorzieningen, zoals mantelbuizen, kabelgoten en -geleidingen die door derden of de gemeente tegen marktconforme prijzen ter beschikking worden gesteld. Indien de grondroerder een redelijk aanbod wordt gedaan, is deze verplicht ervan gebruik te maken.

  • 3.

    Ter bescherming van de belangen als genoemd in het eerste lid kan het college aan het instemmingsbesluit het voorschrift verbinden van zekerheidsstelling voor de nakoming van de voorschriften en beperkingen.

  • 4.

    Indien de openbare gronden geen ruimte bieden voor de aanleg van nieuwe kabels, dient de grondroerder een alternatief tracé te kiezen, of (in geval van elektronische communicatienetwerken) aan andere netbeheerders een verzoek tot medegebruik van kabels en/of leidingen te doen.

  • 5.

    De wijze van uitvoering bij aanleg, onderhoud, verplaatsing en opruiming van kabels en leidingen en medegebruik van voorzieningen geschiedt conform het Handboek als bedoeld in artikel 1.q van deze verordening, dan wel voor de periode dat er geen Handboek is de uitvoeringsregels van de Leidraad voor gemeenten en nutsbedrijven inzake (her)straatwerkzaamheden. In dat kader is het college bevoegd voorschriften te stellen op het gebied van markering, afzetting en het toepassen van proefsleuven. Bij tegenstrijdigheden van de bepalingen van de AVOI en het Handboek voor wat betreft de procedure hebben de bepalingen van de AVOI voorrang.

  • 6.

    De gemeente beslist over het herstraten. De grondroerder vergoedt aan de gemeente de schade voortvloeiend uit de werkzaamheden, zijnde de marktconforme kosten van de voorzieningen en van extra onderhoud. De beheerskosten en degeneratievergoedingen zijn van toepassing conform de Richtlijn Tarieven (graaf)werkzaamheden Telecom, categorie B2, waarbij herstel wordt uitgevoerd door de grondroerder conform de bepalingen in het Handboek, en waarbij de gemeente zelf het onderhoud verzorgt. Aan herstel van bijzondere bestrating kan het college nadere voorwaarden stellen.

  • 7.

    De grondroerder is leges verschuldigd conform de Legesverordening en bijbehorende Tarieventabel.

Artikel 9a Verleggingen van elektronische communicatienetwerken

Op verleggingen van kabels ten dienste van een openbaar elektronisch communicatienetwerk op verzoek van de gemeente zijn de wettelijke regels (Telecommunicatiewet) van toepassing.

Artikel 9b Verleggingen van netwerken voor nutsvoorzieningen

Op verleggingen van leidingen die ten dienste staan van een netwerk ten behoeve van nutsvoorzieningen in of op openbare gronden gelden de volgende bepalingen, tenzij daarover andersluidende afspraken zijn overeengekomen tussen partijen:

  • a.

    De netbeheerder is verplicht op verzoek van de gemeente over te gaan tot het nemen van maatregelen ten aanzien van kabels en leidingen ten dienste van zijn net, waaronder het verplaatsen, voor zover deze noodzakelijk zijn voor de oprichting van gebouwen of de uitvoering van werken door of vanwege de gemeente;

  • b.

    Indien nadeelcompensatie van toepassing is, wordt deze slechts verleend op basis van een gespecificeerd kostenoverzicht;

  • c.

    De gemeente en de netbeheerder zullen bij verwijdering, verlegging of aanpassing van kabels en/of leidingen elkaars schade zo veel mogelijk beperken;

  • d.

    Na een verzoek tot het nemen van maatregelen, gaat de netbeheerder zo snel mogelijk over tot uitvoering, doch niet later dan dertien weken na de ontvangst van het definitieve ontwerp.

Hoofdstuk Drie: Overige bepalingen

Artikel 10 Eigendom

Indien de eigendom, exploitatie of beheer van een net, kabel of leiding wordt overgedragen aan een andere netbeheerder, gaan de rechten en plichten over op de nieuwe netbeheerder, en stelt de netbeheerder het college onverwijld van deze overdracht in kennis.

Artikel 11 Niet-openbare kabels en leidingen

  • 1.

    Bij voorgenomen werkzaamheden voor niet-openbare kabels en leidingen in of op openbare gronden is het bepaalde in deze verordening in procedurele zin van overeenkomstige toepassing, maar houdt het bepaalde geen gedoogplicht voor de gemeente van deze kabels en leidingen in.

  • 2.

    Verleggingen van niet-openbare kabels en leidingen op verzoek van de gemeente, voor zover deze noodzakelijk zijn voor de oprichting van gebouwen of de uitvoering van werken door of vanwege de gemeente, worden deze op kosten van de eigenaar van de kabels en leidingen, uitgevoerd.

Artikel 12 Niet in gebruik zijnde kabels en leidingen

  • 1.

    De netbeheerder stelt het college onverwijld en schriftelijk in kennis van het feit dat een kabel of leiding niet langer ten dienste staat van een net in, of op, openbare gronden.

  • 2.

    De netbeheerder levert op verzoek binnen redelijke termijn een overzicht van alle (niet) in gebruik zijnde kabels en/of leidingen. De bewijslast van ingebruikname ligt bij de netbeheerder.

Artikel 13 Overleg

  • 1.

    De gemeente organiseert periodiek een overleg, waarvoor in elk geval de bij de gemeente bekende netbeheerders en/of grondroerders worden uitgenodigd.

  • 2.

    In dit overleg worden de plannen van de gemeente en de voorgenomen werkzaamheden van de netbeheerders en/of grondroerders besproken. Dit mede ter beoordeling van mogelijk medegebruik van voorzieningen en afstemming van gezamenlijk of gelijktijdig uit te voeren werkzaamheden.

Hoofdstuk Vier: Toezicht en handhaving

Artikel 14 Toezicht en handhaving

  • 1.

    Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de bij besluit van het college aangewezen ambtenaren.

  • 2.

    Indien de gemeente vaststelt dat de verplichtingen van deze verordening niet zijn nagekomen, kan de gemeente besluiten handhavend op te treden.

  • 3.

    Bij grove nalatigheid of recidive kan het college strafrechtelijke handhaving in gang te zetten.

  • 4.

    Indien de werkzaamheden niet op de overeengekomen data worden gestart of uitgevoerd vervalt de verleende instemming, tenzij er tijdig een gegronde reden wordt medegedeeld, dit met in acht name van de maximale geldigheidsduur van het instemmingsbesluit en ter beoordeling van het college.

  • 5.

    Het college, dan wel de gemachtigde toezichthouder, is bevoegd de werkzaamheden stil te leggen, indien:

    • a.

      er wordt gewerkt zonder voorafgaande melding, als bedoeld in de artikelen 4 en 5 van deze verordening, anders dan in het geval van minder ingrijpende of spoedeisende werkzaamheden als bedoeld in artikel 4 lid 2;

    • b.

      er wordt gewerkt in strijd met het in het instemmingsbesluit opgenomen tijdstip van aanvang of voltooiing, de wijze van uitvoering of andere van toepassing verklaarde voorschriften;

    • c.

      aanwijzingen en geboden die door vertegenwoordigers van de gemeente worden gegeven niet onverwijld worden opgevolgd;

    • d.

      uitvoerend personeel van grondroerder zich onbehoorlijk, kwetsend en/of overlastgevend gedraagt

    • e.

      er onacceptabele verkeershinder en/of gevaarzetting voor het publiek ontstaat.

Hoofdstuk Vijf: Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 15 Verplichte verordening

Met deze verordening wordt invulling gegeven aan de wettelijke verplichting van artikel 5.4 Telecommunicatiewet. De in dat artikel bedoelde regels zijn geïntegreerd in deze verordening.

Artikel 16 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na bekendmaking op de infopagina van de Steenbergse Courant. Gelijktijdig vervalt de Telecommunicatieverordening 2009.

Artikel 17 Overgangsbepalingen en hardheidsclausule

De aanwezigheid van kabels en/of leidingen in of op openbare gronden, voor zover deze zijn aangelegd met toepassing van de Telecommunicatieverordening 2009 en/of op basis van andere aantoonbare en gelegaliseerde afspraken met de gemeente, wordt met ingang van deze verordening eveneens beheerst door de regels daarvan.

Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen van deze verordening, indien de toepassing daarvan, gelet op het doel en de strekking van de verordening, leidt tot onbillijkheden van overwegende aard.

Artikel 18 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: "AVOI Steenbergen".

Aldus gedaan door de raad der gemeente Steenbergen in zijn openbare vergadering van 30 september 2010.

Toelichting Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren

Algemeen

De AVOI geeft enerzijds invulling aan de wettelijke plicht voor de gemeente om een Telecommunicatieverordening op te stellen. Anderzijds wordt beleidsmatig - ordening van de openbare ondergrond en gelijke behandeling van vergelijkbare partijen - voorzien in lokaal beleid dat ook andere netten van kabels en leidingen (nutsvoorzieningen) betreft. Het doel van deze Toelichting is conform de opbouw van de AVOI aanvullende informatie te bieden. Zowel voor gebruik binnen de gemeente als door de grondroerders en netbeheerders is deze toelichting bestemd. Conform de AVOI is het college bevoegd deze Toelichting vast te stellen en indien nodig te actualiseren. De actuele versie is steeds bepalend, is steeds opvraagbaar en wordt deze waar wenselijk gecommuniceerd. De huidige Telecommunicatieverordening vervalt gelijk met de inwerkingtreding van de AVOI.

Hoofdstuk 1: Inleidende bepalingen

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

college

Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd de taken voortvloeiende uit de AVOI af te handelen, waarbij deze bevoegdheden voor wat betreft de uitvoering om praktische redenen deels gemandateerd kunnen worden (via Mandaatbesluit en Mandaatregister) aan een of meer daartoe aangewezen ambtenaren. Deze mandatering betreft enerzijds het houden van toezicht en anderzijds het coördineren en verlenen van instemmingen en vergunningen.

net

De definitie is afgeleid van de Wet Informatie-uitwisseling Ondergrondse Netten (WION). Deze refereert aan artikel 20 2e lid, Boek 5 Burgerlijk Wetboek, maar geeft ook uitbreidingen, die hier worden overgenomen. De omschrijving geeft aan dat het om de volgende ondergrondse netten gaat:

  • -

    de distributie- en transportnetten voor de nutsvoorzieningen: conform de omschrijving in Van Dale: voorzieningen van openbaar nut zoals gas, elektriciteit en water, en de aanlevering ervan, waarvan hier uitgezonderd wordt de door de gemeente te verzorgen riolering

  • -

    de openbare elektronische communicatienetwerken (voor telecommunicatie en omroep, zoals geregeld in de Telecommunicatiewet; zie definitie in Tw artikel 1 lid 1 onder e jo. h.): transmissiesystemen, waaronder satellietnetwerken, vaste en mobiele terrestrische netwerken, elektriciteitsnetten, voor zover deze voor overdracht van signalen worden gebruikt en netwerken voor radio- en televisieomroep en kabeltelevisienetwerken, die geheel of hoofdzakelijk worden gebruikt om openbare elektronische communicatiediensten aan te bieden, waaronder mede wordt begrepen een netwerk, bestemd voor het verspreiden van programma's voor zover dit aan het publiek geschiedt.

Ondergronds heeft betrekking op dat deel van de aarde vanaf het maaiveld tot circa 10 km diepte, zij het dat in de praktijk graafwerkzaamheden zich op veel beperktere diepte afspelen.

kabels en leidingen

De netten bestaan uit fysieke kabels en/of leidingen. Formeel en procedureel is er in de AVOI geen onderscheid tussen de begrippen kabels en leidingen. De kabels/leidingen zijn inclusief

  • -

    lege buizen,

  • -

    ondergrondse ondersteuningswerken (mantelbuizen, kabelgoten, handholes, lasdozen, duikers),

  • -

    beschermingswerken

  • -

    signaalinrichtingen (zoals optische en elektrische versterkers)

  • -

    componenten voor het verbinden van kabels in de openbare grond met onroerende zaken (conform artikel 16, a tot en met d, van Wet waardering onroerende zaken; zoals transformator-, schakel-, verdeel- en onderstations en andere hulpmiddelen, behoudens voor zover deze liggen binnen de installatie van een producent of afnemer).

Voorbeelden van de kabels en leidingen zijn telecommunicatie- en omroepkabels (gedefinieerd in art. 1.1 onder z Tw), elektriciteitskabels (koppel-, transport- en distributiekabels), gasleidingen (transport-, distributie- en dienstleidingen) en waterleidingen. Industriële of private netten behoren hier formeel ook toe, maar worden als niet-openbare netten specifiek behandeld in deze verordening.

(huis)aansluitingen

(Huis)aansluitingen worden vanwege de relatief beperkte omvang van de werkzaamheden uitgezonderd van de algemene regels van de AVOI, en is een lichter meldregime van toepassing, zodat afkadering dient te geschieden wat hier wel en niet toe gerekend kan worden.

netbeheerder, opdrachtgever, grondroerder

  • -

    Het begrip netbeheerder is de uniforme term voor zowel de beheerders van netten voor levering van energie als de aanbieders (of operators) van de openbare elektronische communicatienetwerken.

  • -

    Veelal is de netbeheerder bij graafwerkzaamheden de opdrachtgever. Aan het begrip opdrachtgever komt in het kader van deze verordening een eigen rol toe, omdat deze in aansluiting bij de recente wet- en regelgeving op het gebied van graafrechten meer dan voorheen medeverantwoordelijk wordt gehouden door een juiste uitvoering en naleving van de rechten en verplichtingen.

  • -

    De grondroerder is de partij die daadwerkelijk de graafwerkzaamheden verricht of laat verrichten. Dat is veelal een aannemer of installateur, maar soms ook de (interne afdeling van een) netbeheerder zelf. Indien een grondroerder namens een opdrachtgever optreedt, wordt nu expliciet naar de machtiging gevraagd, dit ter wille van rechtszekerheid en rechtsgeldigheid. Ook kan de grondroerder een partij zijn die voor eigen naam en rekening netwerken aanlegt, maar niet zelf exploiteert en het netwerk of netwerkcapaciteit daarna verhuurt of verkoopt. Mogelijk heeft de grondroerder andere partijen voor zich werken zoals aannemers en installateurs; voor zover deze betrokken zijn bij de gang van zaken dienen zij ook over een machtiging te beschikken.

gedoogplichtige en openbare gronden

De gemeentelijke betrokkenheid is gericht op het beheer van openbare ruimte (incl. gronden). Tot de openbare gronden worden wettelijk gerekend de openbare wegen, inclusief stoepen, glooiingen, bermen, sloten, bruggen, viaducten, tunnels, duikers, beschoeiingen en andere werken, alsmede wateren inclusief bruggen, plantsoenen en pleinen, die voor een ieder toegankelijk zijn.

In deze hoedanigheid is de gemeente voor wat betreft de (openbare) elektronische communicatienetwerken gedoogplichtige conform de Telecommunicatiewet. Het begrip gedoogplichtige slaat tevens op andere partijen die krachtens de Telecommunicatiewet dan wel de Belemmeringenwet Privaatrecht gedoogplichtig zijn.

werkzaamheden

Hoewel de AVOI met name betrekking heeft op mechanische graafwerkzaamheden, vallen formeel de handmatige graafwerkzaamheden er ook onder. Voor zover die zeer beperkt van karakter zijn, zullen ze veelal vallen onder de categorieën spoedeisende werkzaamheden of minder ingrijpende werkzaamheden, waarvoor een ander, lichter, regime in deze AVOI is vastgelegd. Graafwerkzaamheden omvatten een scala van activiteiten, zoals aanleg, uitbreiding, verplaatsing en verwijdering van netten, bouwwerkzaamheden zoals heien van palen en het slaan van damwanden, het bouwrijp maken van gronden, maar ook diepploegen en uitbaggeren van sloten. Tot de werkzaamheden in deze AVOI behoren eveneens werkzaamheden in verband met het medegebruik van voorzieningen, zoals kabelgoten of geleidingen. Vanuit de door de gemeente te behartigen belangen kan het nastreven of voorschrijven van medegebruik gestimuleerd worden.

werkzaamheden van minder ingrijpende aard

Met het apart definiëren van deze werkzaamheden wordt gevolg gegeven aan artikel 5.4, lid 5 Telecommunicatiewet. Naast huisaansluitingen (tot een bepaalde lengte) worden ook andere minder ingrijpende werkzaamheden aan een lichter regime onderworpen. Als uitzondering is de lijst van voorbeelden in deze toelichting limitatief, maar kan deze lijst uitgebreid worden:

  • het aanbrengen/verwijderen van kabels/leidingen in reeds aangebrachte voorzieningen;

  • reparaties aan het net(werk) met een lengte van minder dan 25 meter;

  • (incidentele) huisaansluitingen met een gezamenlijke lengte korter dan 25 meter in of op openbare gronden, waarbij geen verhardingen, wateren of groenvoorzieningen (in de zin van beplanting) worden gekruist en waarbij geen boringen toegepast worden.

instemmingsbesluit

Werkzaamheden als bedoeld in deze verordening dienen steeds (in principe vooraf) gemeld te worden, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen de reguliere (graaf)werkzaamheden, werkzaamheden van minder ingrijpende aard en aan werkzaamheden in verband met spoedeisende zaken zoals storingen.

Met name voor de reguliere (graaf)werkzaamheden geldt dat eerst gestart mag worden met die werkzaamheden als vanuit de gemeente op basis van een melding een instemmingsbesluit is verleend. De term ‘instemming’ omvat in de zin van deze verordening zowel de wettelijke instemming als bedoeld in de Telecommunicatiewet, als de vergunning die voor de werkzaamheden voor nutsvoorzieningen (dan wel andere netten) verleend dient te worden (zowel individuele vergunningen als algemene concessies betreffend).

Uitgangspunt is vooralsnog dat het verlenen van het instemmingsbesluit bekend wordt gemaakt door middel van informatie aan de meldende/aanvragende partij. Publikatie in meer algemene zin is niet standaard, maar kan worden toegepast door de gemeente naar haar keuze, bijvoorbeeld in het geval van grootschaliger en langduriger of ingrijpender werkzaamheden.

verordening

Deze AVOI geeft enerzijds invulling aan de wettelijke plicht voor de gemeente om een Telecommunicatieverordening op te stellen. De Telecommunicatieverordening wordt tegelijk met de vaststelling van de AVOI ingetrokken. Hiermee wordt beleidsmatig - ordening van de openbare ondergrond en gelijke behandeling van vergelijkbare partijen - voorzien in lokaal beleid dat ook de andere netwerken van kabels en leidingen (bijvoorbeeld energienetwerken) betreft.

Artikel 2 Toepasselijkheid

De toepasselijkheid is reeds hiervoor toegelicht bij de diverse begripsbeschrijvingen.

Artikel 3 Nadere regels

Met het oog op mogelijke verdere praktijkontwikkelingen, beleidsregels, jurisprudentie etc. krijgt het college van burgemeester en wethouders de mogelijkheid toegekend door de raad om in voorkomende gevallen nadere regels ter uitvoering van de verordening vast te stellen.

Hoofdstuk 2: Melding en instemmingsbesluit

Artikel 4 Instemmingsvereiste

Het in de Telecommunicatiewet reeds wettelijk vastgelegde principe van graafrechten (onder voorwaarden) in relatie tot de vereiste instemming van het gemeentebestuur (zie ook bij Begripsbepalingen betreffende de term ‘Instemmingsbesluit’) is hiermee vertaald naar de AVOI en wordt toegepast op alle betrokken werkzaamheden. Conform het wettelijk bepaalde geldt dat die instemming betrekking heeft op de plaats, het tijdstip en de wijze van uitvoering van de werkzaamheden, maar ook op het bevorderen van medegebruik van voorzieningen en het afstemmen van voorgenomen werkzaamheden met beheerders van overige in de grond aanwezige werken.

Het onderscheid met werkzaamheden van minder ingrijpende aard wordt duidelijk gemaakt. Die hiervoor omschreven werkzaamheden worden slechts gedurende relatief korte tijd in een beperkt gedeelte van het netwerk verricht, en is de impact voor de omgeving relatief beperkt en kortstondig.

Artikel 5 Melding

Voor de voorgenomen werkzaamheden wordt aangegeven dat de melding bij de gemeente moet plaatsvinden. Dat kan bij het college van burgemeester en wethouders of de daartoe gemachtigd ambtenaar. Deze vereiste voorafgaande instemming van gemeentewege heeft betrekking op het tijdstip, de plaats en de wijze waarop de werkzaamheden plaatsvinden. Op het verlenen van dit besluit zijn de algemene beginselen van behoorlijk bestuur van toepassing; dit houdt o.a. in dat het gelijkheidsbeginsel in acht moet worden genomen. De maximale aanvraagtermijn van 8 weken is conform de Awb. De meldingstermijn voor minder ingrijpende werkzaamheden is korter. Voorts wordt een uitzondering gemaakt voor spoedeisende werkzaamheden die nodig zijn bij ernstige storingen en/of belemmeringen. In dit geval kan worden volstaan met een eenvoudiger melding , achteraf, doch uiterlijk binnen één werkdag. Deze verstoringen zijn niet nader omschreven, maar kan gedacht kan worden aan een kabelbreuk. Het gemeentebestuur zal beoordelen of een ernstige belemmering of storing in de communicatie voor een zeer beperkt aantal aansluitingen voldoende reden is om als spoedeisend te worden aangemerkt.

Ook wordt de situatie aangegeven dat de werkzaamheden tevens betrekking hebben op gronden van andere gedoogplichtigen: dat kunnen instanties of (rechts)personen zijn binnen dezelfde gemeente maar ook andere gemeentes. Ook kunnen op grond van een andere wet andere vergunningen noodzakelijk zijn. Deze samenhang kan soms tot lange doorlooptijden leiden.

De wetgever heeft toegestaan dat de gemeente eventueel een deelinstemmingsbesluit verleent zodat de aanvragende partij op de hoogte is van deze instemming en de te stellen voorwaarden, zodat met de tracékeuze en andere aanvragen rekening gehouden kan worden, of dat in principe zelfs al aangevangen kan worden met de werkzaamheden in dat deel van het gebied. De risico’s verbonden aan deze aanpak (bijvoorbeeld dat door latere vergunningverlening door een ander orgaan de aanvankelijke gemeentelijke aanvraag of het tracé aangepast moet worden, en dus wellicht opnieuw moet worden gedaan) zullen veelal in projectmatige zin opgepakt en afgestemd dienen te worden daar het in die gevallen veelal om grootschaliger aanleg zal gaan.

In eerste instantie is de grondroerder zelf verplicht met alle betrokken instanties of (rechts)personen naar overeenstemming te streven. Echter, als de grondroerder dat verzoekt, zal de gemeente inhoudelijke afstemming van de beoordeling van de reeds ingediende aanvragen bij andere bestuursorganen (zoals bijvoorbeeld een waterschap) nastreven (dus niet meer dan bemiddeling). Daartoe dient de grondroerder op het Meldingsformulier enkele (contact)gegevens over deze andere aanvragen te vermelden. Voor private partijen blijft de grondroerder zelf verantwoordelijk.

Als werkzaamheden worden verricht in nader aan te wijzen gebieden is de uitzonderingsbepaling voor minder ingrijpende of spoedeisende werkzaamheden niet van toepassing. Hierbij is bijvoorbeeld aan risicogebieden als industriegebieden met buisleidingen voor transport van gevaarlijke stoffen, historische stadskernen of straten of natuurgebieden. Dan is het niet aanvaardbaar dat zonder specifiek toezicht van de gemeente wordt gegraven. Bij de vaststelling van de AVOI kan aanwijzing van deze gebieden plaatsvinden, maar dit kan ook naderhand.

Artikel 6 Voorwaarden

Hier is verduidelijkt op welke wijze de melding dient te worden gedaan en welke gegevens verstrekt moeten worden. Het betreft die informatie die de gemeente als beheerder van openbare gronden nodig heeft om een juiste beoordeling te maken en inzicht te hebben in de belangen die door de voorgenomen werkzaamheden worden geraakt. Daartoe dient gebruik te worden gemaakt van door de gemeente vastgestelde standaardformulieren, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen het formulier voor de reguliere melding/aanvraag (Instemmingformulier) en het formulier voor minder ingrijpende of spoedeisende werkzaamheden (Meldingsformulier).

Instemming zal normaliter op aanvraag van de verzoekende partij plaatsvinden.

De grondroerder geeft bij zijn melding aan wat de gewenste startdatum is van de werkzaamheden. De gemeente kan gemotiveerd, en bijvoorbeeld met het oog op andere graafwerkzaamheden aanpassingen aanbrengen, waarbij de wet een maximale termijn van 12 maanden omvat.

Deze toelichting verwijst voor elektronische communicatienetwerken tevens naar de Regeling schriftelijke kennisgeving aanleg kabels (Staatscourant 15-01-2007, nr. 10) die voor kabels van deze communicatienetwerken voorschrijft dat de melding (kennisgeving) aangetekend moet worden verstuurd. Dit vereiste is in de AVOI niet als uniforme eis opgenomen, maar het kan veelal in het belang van de verzoekende partij zelf zijn om aldus duidelijkheid te hebben over de indiening.

Krachtens de in 2008 van kracht geworden Wet Informatie-Uitwisseling Ondergrondse Infrastructuren (WION) is registratie van de kabels en leidingen wettelijk verplicht (bij het Kadaster). Algemeen wordt van de grondroerders verwacht dat men de kabels zo registreert dat inzicht steeds kan worden geboden. Omdat de WION gefaseerd in werking treedt, zijn de overgangsregels van toepassing (met name voor de periode dat het landelijke elektronische informatie-systeem nog niet in werking is). Gewezen wordt op de samenhang van bepalingen uit de WION (nationale wetgeving) en de AVOI (gemeentelijke verordening). De WION heeft (veralgemeniseerd) betrekking op het voorkomen van graafschade via enerzijds een plicht tot zorgvuldig graven en anderzijds een plicht tot een zorgvuldige en tijdige informatie-uitwisseling. Hoewel sprake is van samenhang, bepaalt de WION (artikel 44) dat het onverlet laat dat de gemeente in het belang van de openbare orde en veiligheid bij verordening voorschriften kan geven omtrent het verrichten van graafwerkzaamheden, waaronder het binden van graafwerkzaamheden aan het hebben van een vergunning.

Deze samenhang van een wettelijke regeling en een lokale verordening heeft tevens relatie met het vraagstuk van mogelijk vereiste (aanvullende) screening van gemeentelijke verordeningen met het oog op de in werking te treden Dienstenwet (implementatie van Europese Dienstenrichtlijn). Niet geheel duidelijk is of en in hoeverre deze verordening formeel door de Dienstenrichtlijn beheerst wordt.

Door de VNG is van enkele artikelen uit de VNG-Modeltelecommunicatieverordening uit 2007 aangegeven dat deze autonome bepalingen zouden moeten vervallen door de regeling van de WION, en dat de noodzaak tot screening daarmee vervalt. Dit betrof de artikelen 5 en 9 van de Modelverordening; deze consequentie is volledigheidshalve doorgevoerd in deze AVOI.

Artikel 7 Termijnen en looptijd

De beslistermijn is gelijk aan de meldtermijn zodat de werkzaamheden zoveel mogelijk op de geplande datum kunnen aanvangen, mits aan de voorwaarden tijdig en geheel voldaan is. Op grond van de Awb is de gemeente verplicht binnen een redelijke termijn een besluit te nemen, welke termijn (tenzij anders gemeld) geacht wordt te zijn verstreken na verloop van 8 weken.

Het vierde lid van artikel 7 beperkt de werkingsduur van het instemmingsbesluit beperkt de werkingsduur van het instemmingsbesluit om uitvoering geruime tijd na afgifte te voorkomen. Eventueel gewijzigd gebruik van gronden kan de werkzaamheden inmiddels onwenselijk maken. In gevallen waar uitvoering en voorbereiding een langere doorlooptijd vergen, dient dat bij de melding te worden aangegeven en kan hiermee bij het verlenen van het instemmingsbesluit rekening worden gehouden.

Artikel 8 Voorschriften, beperkingen en verplichtingen

De gemeente kan aan het instemmingsbesluit aanvullende voorschriften of beperkingen verbinden. Omwille van uniformiteit is in de verordening aangegeven welk soort voorschriften en beperkingen dit kunnen zijn. De voorschriften hebben vooral te maken met de wijze van uitvoering en zijn gericht op de belangen die de gemeente geacht wordt te behartigen. Voor het (her)straten wordt aangesloten bij landelijke erkende regelingen. Voor de hoogte van de schadevergoeding aan bestrating (degeneratie- en beheerskosten) hanteert de gemeente voor de nutsbedrijven en communicatienetwerken de “Richtlijn Tarieven (graaf)werkzaamheden Telecom”. Daarnaast kunnen lokale regels en voorwaarden van toepassing worden verklaard als die zijn vastgesteld en vastgelegd, hetgeen als Handboek benoemd wordt. Vooralsnog wordt de invulling van dat Handboek vorm gegeven door de Leidraad voor gemeenten en nutsbedrijven inzake (her)-straatwerkzaamheden.

Artikel 8 omvat bepalingen over de informatievoorziening naar betrokkenen, medegebruik van voorzieningen, de eventuele zekerheidsstelling (waartoe de gemeente de mogelijkheid voorbehoudt in die gevallen waarin zij dat nodig acht) en schadevergoeding. Tevens wordt de Legesverordening (en de periodiek bij te stellen Tarieventabel van toepassing verklaard), waarbij enerzijds geldt dat formeel en uniform legesheffing van toepassing is, maar waarvoor mede via deze Toelichting aangegeven wordt in het geval van andersluidende contractuele of concessie-afspraken op het gebied van deze financiële regelingen, deze van toepassing blijven zolang ze aantoonbaar en legaal zijn en niet vervangen zijn door nieuwe afspraken in de concrete situaties.

Artikelen 9a en 9b Verleggingen

Voor het verleggen van kabels van elektronische communicatienetwerken zijn de wettelijke regels (Telecommunicatiewet) van toepassing, volgens het principe ‘leggen om niet, verplaatsen om niet’.

Voor verleggingen van kabels en leidingen van nutsvoorzieningen/energienetten zijn slechts enkele procedurele regels opgenomen, in samenhang met eventuele bestaande (privaatrechtelijke) afspraken op dat gebied die gerespecteerd worden, voor zover deze regelingen niet aanvullend daarop zijn. Een netbeheerder is verplicht te verleggen als dat noodzakelijk is voor werken door of vanwege de gemeente. De gemeente zal dus moeten aantonen dat die noodzakelijkheid er is. De eventuele verrekening van kosten van de verleggingen wordt vooralsnog berekend aan de hand van de tussen partijen van toepassing zijnde afspraken, totdat er andere regels hieromtrent zijn overeengekomen.

Hoofdstuk 3: Overige bepalingen

Artikel 10 Eigendom

Het zakelijk karakter van de verkregen instemming is gewenst opdat ook een nieuwe aanbieder, die gebruik maakt van de kabel, de instemming heeft, en zich houdt aan de voorschriften. De wettelijke bepalingen (met name BW) zijn van toepassing op het eigendom van kabelnetwerken.

Artikel 11 Niet-openbare kabels en leidingen

Bij werkzaamheden met niet-openbare kabels en leidingen in openbare gronden geldt uitdrukkelijk geen wettelijke gemeentelijke gedoogplicht, maar wordt de AVOI procedureel van overeenkomstige toepassing verklaard. Dat houdt in dat een voornemen tot het uitvoeren van (graaf)werkzaamheden voor niet-openbare kabels/leidingen in openbare gronden steeds vooraf gemeld moet worden aan de gemeente, en dat de gemeente haar beleidsvrijheid heeft die instemming (= vergunning) al dan niet te verlenen (of de voorwaarden daarvoor te bepalen). De procedure ligt hiermee vast. Met betrekking tot verzoeken voor het verleggen van niet-openbare kabels en leidingen, dienen deze op verzoek van de gemeente, altijd op kosten van de eigenaar van de kabels en leidingen, uitgevoerd te worden.

Artikel 12 Niet in gebruik zijnde kabels en leidingen

Wettelijk is voor wat betreft openbare elektronische communicatienetwerken voorzien in regels ten aanzien van kabels (en aanpalende voorzieningen zoals lege mantelbuizen) voor de duur van de gedoogplicht. Daarbij is van belang de daadwerkelijke situatie of die kabels en leidingen inderdaad (nog) deel uit maken van zo’n net. Onderscheid is er tussen bestaande lege mantelbuizen en nieuw te leggen lege mantelbuizen. Voor de gemeente is het niet doenlijk zelfstandig voldoende zicht te hebben en te houden op het al dan niet in gebruik zijn van deze voorzieningen. De netbeheerders worden geacht zelf een goede kabel- en leidingregistratie bij te houden en op grond daarvan de gemeente te informeren (op verzoek van de gemeente dan wel op eigen initiatief) over voorzieningen als lege mantelbuizen. Uitgangspunt hierbij is digitale aanlevering van gegevens. Wijzigingen kunnen ook optreden door het vervallen van het openbare karakter van gronden, hetgeen dan ook gevolgen heeft voor het karakter van de kabels en leidingen in die gronden. De nutsbedrijven dienen hiervan op de hoogte gesteld te worden.

Artikel 13 Overleg

In de praktijk heeft de gemeente periodiek overleg met netbeheerders en andere grondroerders. Dit overleg krijgt formele status, zonder dat partijen hieraan rechten ontlenen. Anderzijds mag verwacht worden dat partijen in hun eigen belang deelnemen aan dit overleg en dat de gemeente hen zal uitnodigen. Doelstelling van het overleg is tijdige informatie-uitwisseling over plannen tussen partijen (zowel de gemeente als de gravende partijen) zodat men waar mogelijk daarop tijdig kan inspelen.

Hoofdstuk 4: Handhavings- en toezichtbepalingen

Artikel 14 Toezicht en handhaving

Dit artikel heeft mede ten doel alle betrokken partijen bewust te maken van het niet-vrijblijvende karakter van deze AVOI. Uitgangspunt is dat partijen zich houden aan de bepalingen van de AVOI. Indien partijen zich niet houden aan de voorschriften en beperkingen, behoudt de gemeente zich nadrukkelijk het recht voor gebruik te maken van haar bevoegdheden, vooral bestuursrechtelijk. Bestuursrechtelijk zijn de Awb (met name hoofdstuk 5) en de Gemeentewet van toepassing met bepalingen inzake de toezichthouder, bestuursdwang, last onder dwangsom en bestuurlijke boete. De bevoegdheid tot bestuursrechtelijke handhaving wordt gemandateerd en de toezichthouder wordt aangewezen. Vooruitlopend op de bestuursrechtelijke handhaving, kan de toezichthouder in voorkomende gevallen met het oog daarop (indien noodzakelijk geacht, vooral om geen onomkeerbare situatie te creëren en onevenredige overlast te vermijden) de grondroerder bevelen de werkzaamheden stil te leggen. In spoedeisende situaties kan de op schrift stelling van de mondeling gegeven instructie achteraf bevestigd worden. Indien en voor zover nodig kunnen daarnaast of aansluitend ook de civielrechtelijke en strafrechtelijke mogelijkheden benut worden. Strafrechtelijke consequenties vloeien vooral voort uit de mogelijke overtredingen van de Wet economische mededinging (WED). De in de verordening opgenomen strafbepaling is de maximale op grond van de gemeentewet; lagere strafstelling is eveneens mogelijk. Dergelijke strafrechtelijke handhaving (waarvan de uitvoering in handen is van de politie) vindt in de regel niet plaats indien langs andere, vooral bestuursrechtelijke weg, tijdig een geschikte oplossing kan worden gevonden.

Hoofdstuk 5: Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 15 Verplichte verordening

Artikel 16 Inwerkingtreding

Artikel 17 Overgangsbepalingen

Artikel 18 Citeertitel

Geen nadere toelichting.