gemeente Steenbergen | Beleidskader Zorg voor Jeugd 2018-2021 Koersvast, op weg naar verbinden!

Regeling Beleidskader Zorg voor Jeugd 2018-2021 Koersvast, op weg naar verbinden!

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

  • Datum inwerking-treding 01-01-2018
  • Terugwerkende kracht t/m
  • Datum uitwerking-treding
  • Betreft nieuwe regeling
  • Datum ondertekening 22-02-2018
  • Bron bekendmaking gmb-2020-201983
  • Kenmerk voorstel BM1704637

Inleiding

Leeswijzer: hoe kunt u dit beleidskader lezen?

Dit beleidskader wordt aan u voorgelegd als raadslid van een van de 9 samenwerkende gemeenten van West-Brabant West. Pagina 0 en 3 vatten het beleidskader voor u samen aan de hand van de belangrijkste vragen voor raadsleden. Zo kunt u het snel en eenvoudig beoordelen. Pagina 5 tot en met 14 bevatten verdieping van de verschillende onderdelen. Via de inhoudsopgave op pagina 4 kunt u de onderdelen vinden waar u meer over wilt weten.

Samenvatting

Waarom is het beleidskader Zorg voor Jeugd 2018-2021 opgesteld?

In 2015 is er een nieuwe Jeugdwet in werking gegaan. Hiermee werden gemeenten verantwoordelijk voor het hele jeugdstelsel. Ook streeft de Jeugdwet naar een nieuwe inrichting van de Jeugdzorg: jeugdigen en gezinnen lossen zo veel mogelijk op eigen kracht op. Waar nodig krijgen zij integrale hulp vanuit één plan met één regisseur: de jeugdprofessional die samenwerkt met bijvoorbeeld scholen, kinderopvang, artsen en jongerenwerkers.

De 9 gemeenten van West-Brabant West zijn gaan samenwerken om zorg voor jeugd te kunnen bieden. In 2014 hebben de 9 gemeenten een gezamenlijk Beleidsplan Zorg voor Jeugd West-Brabant West (2015-2017) opgesteld. Dit nieuwe beleidskader geeft de kans om het beleid waar mogelijk te verbeteren op basis van de ervaringen van de afgelopen drie jaar.

Verzoek aan de gemeenteraden van de 9 gemeenten: goedkeuring van dit beleidskader.

De gemeenteraad heeft een kaderstellende rol. Daarom bieden wij u dit beleidskader Zorg voor Jeugd 2018-2020 ter goedkeuring aan. Voor de colleges van de 9 gemeenten wordt dit beleidskader dan de leidraad om de jeugdzorg in de komende jaren door te ontwikkelen. Verbinden binnen de domeinen maar ook domeinoverstijgend is het centrale thema in de doorontwikkeling zoals in dit beleidskader opgenomen. Dit vraagt van zowel het college als de gemeenteraad een integrale kijk op de gemeentelijke verantwoordelijkheden in het sociale domein. Verbinding is de vernieuwing in dit beleidskader.

Wat is de hoofdlijn van dit beleidskader?

De 9 gemeenten hebben een gezamenlijk visie op jeugdzorg: het Jeugdbos. Het Jeugdbos laat zien hoe kinderen en jongeren in West-Brabant West veilig en gezond kunnen opgroeien. Dit beleidskader voor 2018-2020 houdt vast aan de Jeugdbos-visie, want deze is succesvol gebleken in de periode 2015 - 2017.

2015-2017: goed functionerend, breed gedragen stelsel opgezet op basis van Jeugdbos-visie

De 9 gemeenten hebben tussen 2015 en 2017 samen een goed functionerend jeugdstelsel opgezet. Gezinnen hebben één vaste jeugdprofessional als aanspreekpunt gekregen. En de financiering van de zorg is resultaatgericht gemaakt, waardoor jeugdigen de zorg krijgen die ze nodig hebben om hun situatie te verbeteren. De jeugdigen zelf, hun ouders en zorgverleners zijn positief. We hebben 875 betrokkenen benaderd via vragenlijsten, discussietafels en evaluatie-bijeenkomsten. Ook hebben verschillende collega-regio’s onze regio bezocht en (delen van) ons stelsel overgenomen in hun regio. Dit waren onder meer de regio’s Amsterdam-Amstelland/Zaanstreek-Waterland, Haaglanden, Friesland, Hart van Brabant en Zeeland. Daarnaast hebben een aantal landelijke organisaties ons bezocht om te leren van het stelsel in West-Brabant West, zoals het ministerie van VWS, de VNG, het NJi, GGz Nederland en het CBS.

2018-2020: jeugdzorg verbinden aan andere domeinen en instellingen op basis van Jeugdbos-visie

Dit beleidskader 2018-2020 bouwt ook verder op de Jeugdbos-visie om de transformatie van de jeugdzorg af te ronden. De belangrijkste doelen daarbij zijn:

  • Domeinoverstijgend verbinden: een jeugdige met problemen wordt in de jeugdzorg geholpen. De oorzaak van het probleem ligt meestal elders in het sociaal domein of op school. Denk aan een verstoorde relatie met of tussen ouders, financiële problemen thuis of spanningen op school. Daarom gaan we de jeugdzorg verbinden aan domeinen als Wmo, Participatie en Armoede/Schuldhulpverlening en Onderwijs. Zo krijgt de jeugdige een betere, integrale oplossing.

  • Rollen in de jeugdzorg versterken: het nieuwe stelsel dat in 2015-2017 is opgezet kent nieuwe rollen. Jeugdigen en hun gezin hebben de regie gekregen over hun eigen zorg. Jeugdprofessionals zijn daarbij eerste aanspreekpunt en vormen de verbinding naar specialisten. Het is belangrijk dat iedereen zijn rol kent en goed kan uitoefenen. Daarom gaan we er de komende jaren de afspraken en competenties die daarvoor nodig zijn verder verbeteren.

  • Complexe zorg beter bieden: sommige gezinnen hebben een grote en onvoorspelbare zorgvraag. In die complexe gevallen willen we dat verschillende specialistische zorgaanbieders in een zorgcombinatie samenwerken om hulp te bieden. Zo ontstaat passende zorg: er wordt vanuit één plan gewerkt naar een bestendige oplossing. We willen ook de gesloten jeugdzorg aan laten sluiten op deze werkwijze van zorgcombinaties.

  • Regie voeren en resultaten monitoren: de 9 gemeenten gaan een goede regie voeren op de samenwerking tussen domeinen en instellingen. Ook monitoren we de resultaten van het beleid. De infrastructuur daarvoor is in 2015-2017 opgezet. Vanaf 2018 kunnen we gaan meten en bijsturen waar nodig.

Hoe zijn sturing en financiën rond het beleidskader geregeld?

Het Rijk geeft geld aan de gemeenten om de jeugdzorg te betalen. Het is voor de 9 gemeenten een uitdaging om hoge kwaliteit zorg te bieden binnen deze Rijksmiddelen. Daarom is het belangrijk om sturing te blijven houden over de jeugdzorg en de financiën daarvan. Dit beleidskader voorziet daarin op vier manieren:

  • Domeinoverstijgend verbinden: een jeugdige heeft minder of geen zorg nodig, als de oorzaak van zijn problemen wordt weggenomen. De oorzaken voor jeugdproblematiek zijn vaak geworteld in andere onderdelen van het sociaal domein. De totale druk op het budget voor het sociaal domein gaat omlaag als de aanpak gericht is op de verschillende leefgebieden van het gezin.

  • Gemeentelijke begrotingen als sturingsmechanisme: dit beleidskader is strategisch. Over uitvoering en financiering wordt elders beslist, bijvoorbeeld in de gemeentelijke begrotingen. Daar kunnen de gemeenteraden sturen of bijsturen indien nodig.

  • Regie voeren en resultaten monitoren: we meten zowel de inzet vanuit de gemeente (‘hoe’) als de kwaliteit (‘hoe goed’) als de kosten (‘hoe duur’) van de jeugdzorg. Zo houden we de voortgang bij en kunnen goede sturingsbeslissingen worden genomen.

  • Solidariteit tussen de 9 gemeenten: Elke gemeente betaalt in principe voor de zorg die haar burgers gebruiken. Wanneer er echter onverwacht hoge uitgaven ontstaan door calamiteiten of onvoorziene situaties ondersteunen de 9 gemeenten elkaar financieel.

Inhoudsopgave

Wilt u meer weten? De rest van dit beleidskader beschrijft het volgende:

De ontwikkeling van jeugdzorg in de 9 gemeenten van West-Brabant West volgt de visie Jeugdbos. In bovenstaande tekening is te zien hoe dat proces van visie tot beleid in de periode 2015-2017 is gegaan. Dit beleidskader geeft de Next steps voor de periode 2018-2020. Het beantwoordt daarbij de volgende vragen:

  • 1.

    Wat is de visie Jeugdbos op de jeugdzorg in de 9 gemeenten? U vindt de toelichting op pagina 5.

  • 2.

    Wat is er gedaan in de periode 2015-2017? U vindt een samenvatting op pagina 6.

  • 3.

    Wat is de strategie voor Next steps in de periode 2018-2020? U vindt deze uitgewerkt in de vijf onderdelen uit de tekening. De onderdelen zijn:

    • a.

      Zorglandschap (p. 6): welke zorg is er beschikbaar en hoe is die met elkaar verbonden?

    • b.

      Regierol van de 9 gemeenten (p. 9): hoe voeren de 9 gemeenten met elkaar en met hun partners uit het zorgveld de regie over het stelsel?

    • c.

      Samenwerken en organiseren (p. 11): welke taken en rollen zijn er binnen de jeugdzorg en hoe vullen de partijen die samen goed in?

    • d.

      Regie bij jeugdigen en ouders (p. 13): hoe faciliteren we dat jeugdigen en ouders zoveel mogelijk zelf bepalen welke zorg ze nodig hebben en welke aanbieder ze kiezen?

    • e.

      Sturen en meten (p. 14): hoe meten we de resultaten van de jeugdzorg en het beleid zodat we goed kunnen sturen?

Wat vinden jeugdigen, ouders en jeugdzorgprofessionals van de jeugdzorg? Dit perspectief is onmisbaar om te zien wat het beleid van de 9 gemeentes heeft bereikt en nog moet bereiken. Het komt terug in quotes door de gehele tekst. De quotes zijn afkomstig uit de praktijkverhalen verzameld tijdens de ontwikkeltafel Leefwereld Ouders en Jeugdigen in mei 2017.

1 Visie jeugdzorgstelsel 9 gemeenten: het Jeugdbos

Het Jeugdbos is de visie op jeugdzorg van de 9 gemeenten. De gemeenten hebben deze visie samen met vertegenwoordigers van ouders, jeugd en zorgaanbieders opgesteld. Het Jeugdbos laat zien hoe kinderen en jongeren in West-Brabant West veilig en gezond kunnen opgroeien. De Jeugdbos-visie is de basis voor al het jeugdzorg-beleid van de 9 gemeenten sinds de decentralisatie van de jeugdzorg in 2015.

Wat is de visie Jeugdbos?

Jeugdigen groeien op in de kleine kring van gezinnen, hun familie, vrienden en de buurten waarin ze wonen. Daar vindt het overgrote deel van ouders en jeugd ook hun antwoorden en oplossingen. Als dat niet lukt, kunnen jeugdzorgprofessionals helpen. Ouders en jeugd bepalen daarbij zoveel mogelijk zelf de richting en vorm.

Een ouder vertelt: “Nou ben ik aardig gebekt, dus ik vind het belangrijk dat alles in het plan staat. Ik kan d at vanuit mijn zorgachtergrond denk ik wel heel duidelijk aangeven. Dus ik kan me redelijk verwoorden in zo’n plan. Als ik het plan krijg, kan ik met recht zeggen: ik ben het er mee eens, of ik ben het er niet mee eens zoals het er staat.”

De vier leidende principes van de visie Jeugdbos zijn:

  • 1.

    Eigen kracht eerst

  • 2.

    Regie bij het gezin

  • 3.

    Geen kind buitenspel: kinderen groeien veilig op

  • 4.

    Loslaten... zonder het zicht te verliezen

De visie Jeugdbos in een korte video

Een visie inzichtelijk maken gaat het best met beeld. Daarom hebben we een korte video van de visie Jeugdbos gemaakt. Deze video laat in vier minuten zien hoe jeugdzorg er in de visie Jeugdbos uitziet.

» Klik hier voor de video: Het Jeugdbos – Handel alsof het je eigen kind is.

2 Wat er is gedaan in 2015-2017: goed functionerend,breed gedragen stelsel opgezet

De 9 gemeenten hebben tussen 2015 en 2017 samen een goed functionerend jeugdstelsel opgezet. Ook de jeugdigen zelf, hun ouders en zorgverleners zijn positief over de kern van het stelsel. Dit blijkt uit de reacties die we hebben ontvangen via vragenlijsten, discussietafels en evaluatie-bijeenkomsten.

» Klik hier voor een video van 4 minuten die laat zien hoe de inrichting van het stelsel ontworpen is in 2014. Dit ontwerp is gemaakt op basis van de visie Jeugdbos.

In de periode 2015-2017 hebben we het stelsel geïmplementeerd. Het resultaat van die implementatie is in vier onderwerpen samen te vatten:

Eén vaste jeugdprofessional als aanspreekpunt voor het gezin en jeugdzorg

Een gezin heeft één vaste jeugdprofessional die samen met het gezin de zorg organiseert. Zo raken ouders niet verstrikt in een woud van contactpersonen. De jeugdprofessional helpt het gezin zelf en heeft daarnaast contact met de andere partijen in de jeugdzorg zoals scholen, huisartsen, jongerenwerkers, kinderopvang, zorgaanbieders, gesloten jeugdzorgorganisaties, Jeugdbescherming en Jeugdreclassering.

Een onderwijsprofessional vertelt: “Ik ben betrokken geraakt bij een jongetje op school in de kleuterklas. Het liep daar thuis niet lekker. We zijn in gesprek gegaan en hebben een aantal dingen afgesproken. Het jongetje blijkt echt hoogbegaafd te zijn en hoogsensitief . In het gesprek met ouders blijkt dat er nog een broertje in het gezin is die veel last heeft van hoe het jongetje zich thuis gedraagt. We hebben afgesproken dat zij zich ook laten ondersteunen door een jeugdprofessional. Dus wat eerst een pure onderwijsvraag l ijkt, is toch breder dan dat. Er blijken allerlei andere hulpvragen te liggen waarvan ik denk: dat is niet mijn werkgebied, maar een jeugdprofessional kan je daar wel mee helpen.”

Jeugdigen en ouders hebben meer regie over en keuzevrijheid in hun zorg

De jeugdzorg gaat uit van de eigen kracht van jeugdigen en hun gezin. Hulp is alleen nodig voor problemen die ze niet zelf of met hun sociale netwerk kunnen oplossen. Voor die problemen stellen de jeugdige en zijn gezin zelf, met hulp van de jeugdprofessional, een gezinsplan op. Er is een Jeugdhulpcatalogus waarin jeugdigen en hun gezin passende aanbieder bij hun hulpvraag kunnen kiezen die bij hen en het opgestelde plan past. Er is veel keus omdat het stelsel alle aanbieders van jeugdzorg toelaat, mits zij aan de kwaliteitseisen van de Jeugdwet voldoen.

Een onderwijsprofessional vertelt: “Ik denk dat ouders positief zijn dat ze echt hebben kunnen meepraten met dit proces. Dat het niet steeds beslissingen waren die andere mensen maakten. Maar dat het gewoon continu was van: wij zien dit bij jullie kind, hoe zien jullie het zelf? Wat merk je thuis? Hoe sta je erin als ouder? Wat kunnen we voor jullie betekenen? Dat het een gezamenlijk proces is geweest waar de ouders hun eigen aandeel in hebben gehad. Ze zijn dan ook heel positief over de hulp die ze thuis krijgen.”

Lichte zorg en de veiligheidsketen wordt ingezet om ernstige problemen te voorkomen

De jeugdprofessional houdt continu vinger aan de pols bij de jeugdige en het gezin, zodat er snel gehandeld kan worden als dat nodig is. Daarnaast hebben zorgaanbieders nieuwe vormen van ondersteuning ontwikkeld waardoor de jeugdigen niet of korter buiten het gezin geplaatst hoeft te worden, ook bij zware problematiek. Mocht een situatie echt onveilig worden voor jeugdige of gezin dan hebben we een vangnet georganiseerd met onze partners die betrokken zijn in de veiligheidsketen; Veilig Thuis, de Raad voor de Kinderbescherming, de gecertificeerde instellingen en de jeugdprofessional. Zij werken samen om zo snel mogelijk de veiligheid van de jeugdige te herstellen. Veilig Thuis en de Raad voor de Kinderbescherming doen onderzoek naar de leefsituatie en adviseren daarover de rechter die een beslissing moet nemen Veilig Thuis West-Brabant is een van de weinige Veilig Thuis-organisaties in Nederland die als goed beoordeeld is door het Samenwerkend Toezicht van de Rijksoverheid.

Een jongere vertelt: “Mijn ouders hebben contact gelegd met de jeugdprofessional. Het liep hier thuis uit de hand. Ik ben zelf een heethoofd. In het eerste gesprek kwam veel emotie los. Dat ving ze goed op. Ik schaamde me ervoor, ik ben al geen normaal persoon, dan ook nog eens een niet normaal gesprek.

Onder schooltijd, kwam ze naar mij. Vond ik niet erg. De vrouw vroeg altijd mijn toestemming, of school, mijn mentor ervan af mocht weten. En ze regelde iedere keer dat ik even uit de les mocht.

Twee weken geleden heb ik mijn laatste gesprek gehad. Als er ze er niet zou zijn geweest? Dan was alles nog meer uit de hand gelopen, dan lag het gezin overhoop, dan had ik mijn diploma niet gehaald, had ik mijn band met mijn ouders niet meer terug en had ik niet op een andere school kunnen zitten.”

De achterkant van het stelsel: resultaatfinanciering en monitoring

De 9 gemeenten financieren niet de inspanning die de zorgaanbieder levert, maar het resultaat dat de aanbieder behaalt. Zo krijgt de zorgaanbieder maximale flexibiliteit in zijn zorgaanpak en krijgen de jeugdige en het gezin de zorg die nodig is om hun probleem op te lossen. Bij de start van de zorg wordt de eerste 50% betaald. Het gezin heeft een bepalende stem in de beoordeling of het afgesproken resultaat is behaald. We betalen tweede 50% van de financiering pas als het resultaat behaald is.

De 9 gemeenten hebben een monitoringssysteem opgezet voor het nieuwe jeugdzorgstelsel. Het systeem bevat indicatoren gebaseerd op de gestelde beleidsdoelen. Informatie komt van de backoffices van de 9 gemeenten en het regionale Zorginformatie en -inkoopteam (ZI2T). Het monitoringssysteem geeft de 9 gemeenten al veel inzicht in hoe zij de jeugdzorg inzetten en hoe dat effectiever kan. In de periode 2018¬2020 gaan we de kwaliteit en de uitkomsten van de geboden zorg ook meten. U leest hier meer over in het onderdeel Sturen en meten op pagina 14.

3 Next steps 2018-2020

Next steps 2018-2020, onderdeel 1: zorglandschap

Het ideale zorglandschap is een verbonden geheel aan jeugdzorgaanbod voor jeugdigen en gezinnen. In de periode 2015-2017 is een zorglandschap neergezet met veel keuzevrijheid maar wel één vaste jeugdprofessional als aanspreekpunt voor een jeugdige en het gezin. In 2018-2020 willen we dit zorglandschap verder gaan verbinden zodat iedereen de zorg kan krijgen die hij nodig heeft.

Domeinoverstijgend verbinden: onderwijs in samenhang met jeugdzorg

Wat gaan we doen?

De 9 gemeenten ontwikkelen met zorgpartners en onderwijsinstellingen een visie op de verbinding tussen zorg en onderwijs in het belang van een jeugdige. Samen werken we deze visie uit tot concrete afspraken over rollen, taken en verantwoordelijkheden.

Waarom gaan we dat doen?

De samenwerking tussen zorg, onderwijs en leerplicht is beperkt. Het onderwijs en leerplicht zijn bijvoorbeeld niet op de hoogte van de behandeling van een jeugdige. Of het onderwijs aan een jeugdige stopt geheel of gedeeltelijk omdat een jeugdige behandeling nodig heeft. Dat is niet wenselijk: het uitgangspunt is dat alle jeugdigen onderwijs volgen omdat dit belangrijk is voor hun ontwikkeling en hun toekomst.

Domeinoverstijgend verbinden: specialistische en preventieve zorg

Wat gaan we doen?

De 9 gemeenten verkennen met hun partners hoe deskundigen uit de specialistische jeugdzorg (niet-vrij toegankelijk-zorg) kunnen helpen bij preventieve jeugdzorg.

Waarom gaan we dat doen?

We willen dat jeugdigen en gezinnen het zo veel mogelijk op eigen kracht redden. Dus zonder of met zo licht als mogelijke zorg. Daarom willen we met preventie voorkomen dat de problemen groter worden en dat specialistische zorg nodig is. De samenwerking tussen specialistische zorgverleners en preventieve zorgverleners moet beter. Nu wordt de vraag bijvoorbeeld niet of te laat gezamenlijk bekeken. Of de lichte zorg stopt op het moment dat de specialistische zorg start.

Complexe zorg beter bieden: zorgcombinaties bieden gezamenlijk één traject

Wat gaan we doen?

We gaan bij zeer complexe jeugdzorg vereisen dat specialistische zorgaanbieders samenwerken in een zorgcombinatie. Dit is een groep zorgaanbieders die gezamenlijk één traject bieden aan een jeugdige met een hulpvraag. Omdat aanbieders binnen de combinatie gebruik kunnen maken van elkaars specialistische disciplines en voorzieningen kan iedere jeugdige met een onvoorspelbare zorgvraag door de combinatie geholpen worden.

Waarom gaan we dat doen?

Tot 2018 wordt complexe zorg geleverd door losse zorgaanbieders. Daardoor krijgen jeugdigen een traject van losse onderdelen wat minder effectief is dan een integraal traject. Daarnaast zijn er jeugdigen die op meerdere domeinen een zorgvraag hebben, wat voor individuele aanbieders aanleiding is om cliënten te weigeren. Dit is vanaf 2018 niet meer mogelijk.

Gesloten jeugdzorg beter bieden: JeugdzorgPlus verbinden aan gemeentelijke zorg

Wat gaan we doen?

We gaan verkennen hoe we JeugdzorgPlus kunnen verbinden aan de gemeentelijke zorg.

Waarom gaan we dat doen?

JeugdzorgPlus biedt gesloten opname voor jeugdigen waarvan de gedragsproblemen uit de hand zijn gelopen. Dit is een zware behandeling waarover de rechter beslist of het uitgevoerd mag worden en heeft een forse impact op een jongeren en zijn gezin. We willen dit zo weinig mogelijk gebruiken. Daarom willen we de deskundigheid van JeugdzorgPlus-organisaties inzetten om gesloten plaatsingen zoveel mogelijk te voorkomen. Mocht het toch nodig zijn, dan moet de gemeentelijke zorg voor en na de plaatsing afgestemd zijn op de JeugdzorgPlus-opname zodat die naadloos in elkaar over gaan.

Een onderwijsprofessional vertelt: “Deze casus is complex omdat het probleem niet alleen op school speelt maar ook in het gezin en ook in de woonomgeving. Dus er zijn heel veel risicofactoren waardoor het bijvoorbeeld op school niet hanteerbaar zou zijn. Dan zou je naar het speciaal onderwijs moeten verwijzen of zelfs naar een residentiële instelling. Maar in dit geval, omdat je steeds maar met elkaar in dat proces betrokken blijft en steeds weet wie je erbij moet vragen, lukt het toch om zowel de ouders als het kind binnen die school en die woonomgeving te houden”

Next steps 2018-2020, onderdeel 2: Regierol van de 9 gemeenten

De 9 gemeenten werken met elkaar en hun partners samen aan goede jeugdzorg. In de periode 2015-2017 is er lef getoond: zonder formele samenwerkingsovereenkomst zijn er afspraken gemaakt over de regie op het stelsel. In de periode 2018-2020 voeren we plannen uit om de regierol van de 9 gemeenten verder te verbeteren.

Regie voeren: de 9 gemeenten met partners

Wat gaan we doen?

We werken verder met onze partners aan het verbeteren van het jeugdzorgstelstel. Daarvoor richten we diverse overlegtafels in. Alle onderwerpen kunnen hier aan bod komen: visie, inhoud, samenwerking, cultuuromslag, regie, risico’s, resultaten, lokaal versus regionaal, solidariteit, integraliteit, voorkomen van onnodige administratieve lasten.

Waarom gaan we dat doen?

De gemeenten zijn verantwoordelijk voor goede en betaalbare jeugdzorg in samenhang met andere domeinen. Zorgaanbieders en -professionals zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de zorg en de ontwikkeling daarvan. Door regelmatig overleg zorgen we voor afstemming tussen deze twee rollen. Het actieplan voor kwaliteitsverbetering door innovatie zorgt ervoor dat zorgaanbieders hun aanbod verder ontwikkelen, zonder dat de gemeenten de inhoud bepalen.

Een jongerenwerker vertelt: “Het is ook vaak een zoektocht van welke jeugdprofessional ik moet hebben. Die jongere woont in die bepaalde gemeente. Bij wie moet ik dan zijn? Het zijn wel negen gemeenten, maar het is wel iedere gemeente voor zichzelf. Zeker met onze jongeren die tussen twee middelbare scholen zitten, wij hebben niet alleen maar jongeren uit onze gemeente. Ik begin gewoon en dan ik zie wel waar het schip strandt. Maar dan bel ik hier iemand en die zegt dan: dat is niet mijn pakkie-an want die jongere woont niet hier. Maar ja, hij is hier wel altijd, hij hangt hier rond.”

Regie voeren: de 9 gemeenten onderling

Wat gaan we doen?

We stellen een sturingsvisie op over hoe de 9 gemeenten gezamenlijk regie kunnen voeren en hoe er gezamenlijk besluiten worden genomen. We letten er hierbij scherp op dat deze gezamenlijke sturingsvisie gebaseerd is op loslaten en vertrouwen in elkaar, zoals we in de visie Jeugdbos afgesproken hebben. Ook ontwerpen we controle- en verantwoordingsprocessen die passen bij deze sturingsvisie.

Waarom gaan we dat doen?

De 9 gemeenten voeren gezamenlijk regie over het stelsel. Daarvoor is al afgesproken welke portefeuillehouder op welk thema het woord voert namens de samenwerkende gemeenten. Deze afspraken bouwen we uit tot een complete sturingsvisie. In die visie blijft ruimte voor elke gemeente om individuele keuzes te maken die passen bij de lokale situatie.

De controle- en verantwoordingsprocessen worden vernieuwd. De nieuwe processen passen bij de afgesproken sturing en financiering op basis van doelen en resultaat.

Next steps 2018-2020, onderdeel 3: Samenwerken en organiseren

Een nieuw stelsel brengt nieuwe taken en verantwoordelijkheden met zich mee. In de periode 2015-2017 hebben we gewerkt aan goede samenwerking en organisatie binnen de nieuwe jeugdzorg. In 2018-2020 scherpen we die lijnen aan en breiden we ze uit naar andere domeinen. Cruciaal bij deze samenwerking is dat alle betrokkenen elkaar met vertrouwen tegemoet treden. Dat betekent: een houding en communicatie die passen bij samenwerking om drempels te slechten en buiten de kaders te denken in het belang van de jeugdige en het gezin.

Domeinoverstijgend verbinden: jeugdzorg trekt samen op met andere domeinen

Wat gaan we doen?

  • We gaan stimuleren dat jeugdprofessionals domeinoverstijgend gaan samenwerken. Bijvoorbeeld met professionals uit passend onderwijs, schuldhulpverlening, Wmo, Participatiewet, veiligheid. Maar ook tussen jeugdzorg en volwassenenzorg, bijvoorbeeld de jeugd-GGZ en volwassenen-GGZ.

  • De 9 gemeenten versterken elk op de in hun gemeente passende wijze de verbinding met huisartsen, jeugdgezondheidszorg en onderwijs.

  • We zetten een programma op voor verbetering van de jeugdbeschermingsketen in samenwerking met de regio’s West-Brabant Oost, Hart van Brabant en de ministeries van V&J en VWS.

Een jongerenwerker vertelt: “Bas kwam hier met zijn verhaal en toen dacht ik: waar moet ik beginnen? Hij heeft én schulden, én thuis een probleem, én geen werk, én psychische klachten en hij heeft geen rouwverwerking gehad. Dus waar moeten we beginnen? Ik snap best dat het systeem ingewikkeld is als je het op zijn leeftijd allemaal zelf moet doen.”

Waarom gaan we dat doen?

Een jeugdige met problemen wordt in de jeugdzorg geholpen. De oorzaak voor die problemen ligt meestal elders in het sociaal domein of op school. Denk aan een verstoorde relatie met of tussen ouders, financiële problemen thuis of spanningen op school. Daarom gaan we de jeugdzorg verbinden aan domeinen als Wmo, Participatie-wet en schuldhulpverlening, onderwijs en huisartsenzorg. Zo krijgt de jeugdige een betere, integrale oplossing. Door de oorzaak weg te nemen kan dure jeugdzorg voorkomen worden.

Als een situatie met een jeugdige echt onveilig wordt, moet snel worden ingegrepen. Dat kunnen gemeentes niet alleen. Daarom werken we samen met andere regio’s en de landelijke overheid.

Rollen in de jeugdzorg versterken: duidelijke taken en verantwoordelijkheden

Wat gaan we doen?

  • We gaan de rollen, taken en verantwoordelijkheden van de partijen in de jeugdzorg opnieuw onder de aandacht brengen en waar nodig bij stellen. Denk aan: jeugdprofessionals, backoffice, zorgaanbieders, gemeenten.

  • We gaan nader onderzoek doen naar de positie van de jeugdprofessional. Bijvoorbeeld naar de breedte van het takenpakket en ondersteuning vanuit deskundigen.

  • We houden continu overleg met jeugdprofessionals en zorgaanbieders over de administratieve lasten van het nieuwe stelsel. Als er ergens onnodige administratie plaats vindt, pakken we dat aan.

  • We ontwikkelen veiligheidsteams die in onveilige situaties snel actie kunnen ondernemen. Deze teams zijn een samenwerking tussen jeugdprofessionals, Veilig Thuis, gecertificeerde instellingen zoals Jeugdbescherming Brabant en de William Schrikkergroep, en de Raad voor de Kinderbescherming. Zij komen in actie als er een melding is gemaakt over een onveilige situatie van een jeugdige. Het veiligheidsteam is de verbinding tussen de gemeentelijke jeugdzorg en het veiligheidsdomein.

  • We ontwikkelen het expertteam verder door, zodat het team professionals goed kan ondersteunen.

Een peuterspeelzaalleidster vertelt: “Bijna anderhalf jaar terug hebben we een kindje binnen gekregen waar we ons meteen zorgen over maakten. Binnen een paar maanden hebben we dat ook tegen het c onsultatiebureau gezegd. Zij hebben dat besproken met de ouders. Ze zijn een traject ingegaan met allerlei onderzoeken. Het meisje wordt net na de zomervakantie vier jaar, dan is nog steeds niets duidelijk. Zij kan niet naar regulier onderwijs. Tenminste dat denken wij, maar wij mogen dat niet bepalen. Dus de tijd wordt steeds korter en korter. Als dat meisje vier jaar wordt, breekt paniek uit: ze kan niet naar school, maar waar moet zij dan wel heen? Het duurt allemaal zo lang.”

Waarom gaan we dat doen?

De visie Jeugdbos gaat uit van één jeugdprofessional die samen met het gezin één plan maakt en ze helpt het uit te voeren. Daarvoor is het belangrijk dat de verdeling van taken en verantwoordelijkheden in de jeugdzorg voor iedereen helder is. De jeugdprofessional krijgt dan een duidelijke, haalbare rol. Een nieuwe rolverdeling in een nieuw stelsel leidt tot nieuwe administratieve processen. We willen voorkomen dat er onnodige administratieve belasting is waardoor professionals hun werk minder goed kunnen doen.

Als de jeugdprofessional advies nodig heeft in een moeilijke situatie, weet hij het expertteam te vinden. Wordt een situatie onveilig, dan zijn er twee opties. Bij een niet-pluisgevoel kan het veiligheidsteam ingeschakeld worden. Is de situatie acuut onveilig, dan kan iedereen direct Veilig Thuis inschakelen.

Rollen in de jeugdzorg versterken: professionals verwerven passende competenties

Wat gaan we doen?

  • We trainen professionals om jeugdigen en ouders te stimuleren hun eigen kracht en netwerk te benutten om hun probleem op te lossen.

  • We werken een handelingskader uit dat aangeeft hoe professionals zorgvuldig persoonsgegevens kunnen delen.

  • We bevorderen dat jeugdprofessionals actief naar deskundigheid zoeken die zij zelf niet hebben.

Waarom gaan we dat doen?

De jeugdprofessional helpt een jeugdige en zijn gezin om hun eigen problemen op te lossen. Veel jeugdprofessionals zijn nog opgeleid om de zorg volledig op zich te nemen. Met training kunnen ze de omslag maken naar ondersteunen van de eigen kracht van jeugdigen en ouders en die van hun sociaal netwerk.

De visie Jeugdbos gaat uit van samenwerking binnen en buiten domeinen. Jeugdprofessionals moeten eraan wennen dat zij niet alles zelf hoeven op te lossen. Tegelijkertijd vraagt samenwerking om het delen van persoonlijke gegevens van jeugdigen en ouders. Het is belangrijk zorgvuldig met die gegevens om te gaan, zonder dat het de professionals beperkt in het doen van hun werk. In de periode 2015-2017 hebben we onderzoek gedaan naar en afspraken gemaakt over hoe we met persoonsgegevens willen omgaan. Het resultaat is in uitgebreide privacy-protocollen vastgelegd. In 2018-2020 vertalen we deze protocollen naar een handelingskader dat professionals helpt om in hun dagelijkse praktijk keuzes over privacy te maken.

Een jongerenwerker vertelt: “Nu bel ik weleens de jeugdprofessional van Arie op. Dan zeg ik: ik heb dit en dit van hem gehoord. Weet jij eigenlijk wel dat dat thuis aan de gang is? Kan je me op de hoogte houden? Prima. Twee weken later hoor ik niets meer. Dan denk ik: waarom kan zij mij geen terugkoppeling geven? Dat vind ik zo flauw. Ik hoor dat dit vaak uit privacyoverwegingen niet gebeurt.”

Next steps 2018-2020, onderdeel 4: Regie bij jeugdigen en ouders

In onze visie ligt de regie over jeugdzorg bij de jeugdigen en ouders zelf. In de periode 2015-2017 hebben we dit model geïntroduceerd met de jeugdprofessional als aanspreekpunt. In 2018-2020 werken we aan extra mogelijkheden om de eigen kracht van jeugdigen en gezinnen te versterken.

Rollen in de jeugdzorg versterken: jeugdigen en gezin hebben de regie

Wat gaan we doen?

  • De jeugdprofessionals maken de ouders bewust dat zij alleen ondersteuning krijgen waar het nodig is, niet bij dingen die zij op eigen kracht kunnen.

  • We ontwikkelen vanaf januari 2018 een kwaliteitsmeting. Hierin kunnen jeugdigen en ouders hun ervaringen met zorgaanbieders, jeugdprofessionals en jeugdbeschermers beoordelen.

  • We onderzoeken of jeugdigen en ouders zelf hun jeugdzorg-dossier kunnen beheren. Voor zover dit mogelijk blijkt, gaan we dat realiseren.

Een ouder vertelt: “Mijn ouders, die komen wel regelmatig langs. Maar ja, die zijn ook al bijna zeventig. Dan denk ik: ja, dat houdt ook een keer op. En verder heb ik weinig tot geen netwerk waarop ik een beroep kan en wil doen om mij te ondersteunen. Dat is voor mij echt een ‘no-go’. Ik bedoel: iedereen heeft zijn werk en zijn gezin. Ik ga niet aan een vriendin van mij vragen: goh, wil je bij mij komen poetsen, want het zit me eigenlijk wel een beetje tot hier.”

Waarom gaan we dat doen?

De jeugdprofessional ondersteunt een jeugdige en het gezin om de problemen op te lossen. Dit is voor ouders en jeugdigen een nieuwe situatie, waar de jeugdprofessionals hun bekend mee moeten maken.

Tegelijkertijd moeten jeugdigen en ouders dan ook eigen keuzes kunnen maken. Het helpt als ze daarbij kunnen bogen op de oordelen van andere gezinnen over de kwaliteit van de zorg. Ook is het prettig als ze hun eigen dossier kunnen inzien en gebruiken. We houden er rekening mee dat deze instrumenten niet in elk gezin gebruikt kunnen worden.

Een ouder vertelt: “Je bent verplicht om alles via het CJG te doen. Als er hulp geboden moet worden, komen ze met een suggestie. Dat zijn vaak alleen de grote instellingen, terwijl ik juist de voorkeur heb voor kleinere instellingen. Je krijgt soms maar één keuze: neem hier maar contact mee op, maak daar maar een afspraak. Dat vind ik niet fijn. Ik vind het interessant om het zelf op te zoeken. Googelen, zoeken, kijken of anderen goede ervaringen hebben. Pas dan denk ik: daar of daar wil ik wel heen.”

Next steps 2018-2020, onderdeel 5: Sturen en meten

De 9 gemeenten willen hun jeugdzorgbeleid sturen op basis van gegevens over de resultaten. Dit doen we door kwaliteit, cliënttevredenheid en kosten van de jeugdzorg te meten. Zo kunnen we erop sturen dat we onze beleidsdoelen in de praktijk halen. In 2018-2020 voeren wij een kwaliteitsmeting in die ons inzicht gaat geven.

Regie voeren en resultaten monitoren: gestandaardiseerd meten op resultaat

Wat gaan we doen?

  • We gaan een doorlopende kwaliteitsmeting doen naar de kwaliteit van de jeugdzorg zoals de landelijk verplichte indicatoren cliëntervaring, uitval en doelrealisatie.

  • De jeugdzorg-backoffices van 9 gemeenten gaan gestandaardiseerd gegevens aanleveren om de bestaande monitor voor beleids-, proces- en financieringsdoelen te verbeteren. Dat betekent:

    • °

      De gemeenten leveren maandelijks gegevens aan.

    • °

      Standaardisering van administratieve processen van de gemeenten zodat elke gemeente dezelfde soort gegevens aanlevert.

    • °

      We evalueren regelmatig of de aangeleverde gegevens nog van de juiste kwaliteit zijn voor de doelen van de monitoring.

Waarom gaan we dat doen?

De huidige monitoring is opgezet vanuit het perspectief van de gemeente: wat heeft de gemeente voor de cliënt georganiseerd? Welke zorg wordt er ingezet? Past dat binnen de begroting? We willen daar het perspectief van kwaliteit voor jeugdigen en ouders aan toevoegen. Dat past bij een resultaatgericht stelstel en is ook landelijk verplicht.

We standaardiseren de aanlevering van gegevens voor de huidige beleidsmonitoring. Die kan eind 2017 niet voor alle vormen van sturing gebruikt worden omdat de gegevens per gemeente nog te veel verschillen.