gemeente Steenbergen | Beleidsregels Parkeernormen 2018

Regeling Beleidsregels Parkeernormen 2018

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

  • Datum inwerking-treding 09-01-2018
  • Terugwerkende kracht t/m
  • Datum uitwerking-treding
  • Betreft nieuwe regeling
  • Datum ondertekening 09-01-2018
  • Bron bekendmaking Gemeenteblad
  • Kenmerk voorstel DD0000268

Inleiding

Burgemeester en wethouders van de gemeente Steenbergen besluiten de “Beleidsregels Parkeernormen 2018” vast te stellen.

Inleiding

Ruimte is schaars, aangezien op een relatief beperkt gebied diverse functies als wonen, werken, winkelen, recreëren en infrastructuur worden gecombineerd. Parkeren is daarmee een relevant onderdeel voor een goede ruimtelijke ordening. De uitgangspunten zijn onder meer: parkeren op eigen terrein, duurzaam veilige inrichting van het openbaar gebied (dat wil zeggen verkeersremmende maatregelen door op openbare wegen te parkeren) en klimaatadaptatie (dat wil zeggen niet méér parkeerplaatsen aanleggen dan noodzakelijk om opwarmingseffecten te verminderen).

Het bepalen van de benodigde parkeerbehoefte vindt plaats op basis van het bestemmingsplan of de bouwverordening. Deze verordening komt in beeld wanneer in bestemmingsplannen geen parkeernormen zijn opgenomen. In dat geval wordt teruggegrepen op de stedenbouwkundige bepalingen uit de bouwverordening. Per 1 juli 2018 komen deze stedenbouwkundige bepalingen te vervallen en kunnen parkeernormen alleen nog via het bestemmingsplan van kracht zijn door in de regels de normen op te nemen of in de regels te verwijzen naar beleidsregels over parkeernormen.

Het Besluit ruimtelijke ordening bepaalt dat een bestemmingsplan ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening regels kan bevatten, waarvan de uitleg afhankelijk is van beleidsregels. Vanwege veranderende wetgeving worden de CROW-kencijfers in beleidsregels vastgelegd. In bestemmingsplannen worden parkeernomen opgenomen of wordt gebruik gemaakt van een zogeheten dynamische verwijzing. Met een dynamische verwijzing wordt omtrent het parkeren dezelfde werkwijze gehanteerd als met de te vervallen stedenbouwkundige bepalingen uit de bouwverordening.

Parkeren

De initiatiefnemer is in beginsel verplicht om op eigen terrein de toename van de parkeerbehoefte te regelen of in afwijking daarvan op een andere wijze een geschikte parkeeroplossing te vinden, passend binnen gemeentelijke richtlijnen. Bij het bepalen van de uiteindelijke parkeerbehoefte wordt bij de berekening rekening gehouden met onderstaande aspecten: voor de tabellen wordt verwezen naar de meest actuele CROW-kencijfers.

Meervoudig gebruik

Als met een initiatief meerdere functies worden gerealiseerd, vallen de piekmomenten in parkeerbehoefte van die functies mogelijk niet altijd samen. Door het combineren van verschillende functies kan de benodigde parkeercapaciteit meervoudig gebruikt worden. In dat geval zijn er dus minder parkeerplaatsen nodig dan de simpele optelsom van de parkeerbehoefte per functie. Daarmee wordt optimaal gebruik van de parkeerruimte bevorderd. De aanwezigheidspercentages zijn opgenomen in het CROW.

Berekeningsaantal

Bij de berekening van het parkeeraanbod bij de ontwikkeling van nieuwe woningen staat een garage en een oprit niet gelijk aan twee parkeerplaatsen. In de praktijk wordt een garage bij een woning namelijk vaak niet als parkeerplaats gebruikt en door deze volwaardig mee te tellen kan bij een nieuwe ontwikkeling een parkeerprobleem in de openbare ruimte van de directe omgeving ontstaan. In de tabellen van het CROW is aangegeven hoe parkeervoorzieningen op eigen terrein bij woningen worden meegeteld.

Bestaande situatie

Vaste jurisprudentie is dat slechts hoeft te worden voorzien in de toename van de parkeerbehoefte. Dat betekent dat een bestaand tekort aan parkeerplaatsen in het gebied met een nieuwe ontwikkeling niet hoeft te worden opgeheven. Het gaat namelijk om de toename van de druk op de openbare ruimte als gevolg van de nieuwe ontwikkeling. Om de toename van de parkeerbehoefte te berekenen dient het bestaand parkeertekort in mindering te worden gebracht van de totale parkeerbehoefte.

Afronding van getallen

Bij het bepalen van het definitieve aantal benodigde parkeerplaatsen aan de hand van de optelsom van de nieuwe parkeerbehoefte per functie vermindert met het bestaand parkeertekort, wordt pas aan het eind van de rekensom afgerond. Bij een getal eindigend lager dan 0,5 wordt naar beneden afgerond. Bij een getal eindigend gelijk of hoger dan 0,5 wordt naar boven afgerond. Deze berekening wordt ook gehanteerd bij de berekening van de bijdrage zoals opgenomen in artikel 3.4 van de beleidsregels.

Artikel 1 Uitgangspunt: Eigen terrein

  • 1.1

    Als gevolg van de toename van de parkeerbehoefte dienen parkeerplaatsen op eigen terrein te worden gerealiseerd en in stand gehouden.

  • 1.2

    Voor de berekening voor het aantal parkeerplaatsen zijn de meest actuele parkeernormen van het CROW leidend.

Artikel 2 Afwijking: Directe omgeving

  • 2.1

    Het college van burgemeester en wethouders kan onder voorwaarden afwijken van artikel 1.1 van deze beleidsregels met de eis dat de aanleg van parkeervoorzieningen in de directe omgeving plaatsvindt.

  • 2.2

    De eerste voorwaarde is dat het uit stedenbouwkundig, verkeersveiligheidsoogpunt en/of esthetisch niet aanvaardbaar is of niet mogelijk is om op eigen terrein te parkeren.

  • 2.3

    De tweede voorwaarde is dat de juridische en stedenbouwkundige mogelijkheid bestaat om parkeervoorzieningen in de directe omgeving aan te leggen.

  • 2.4

    De derde voorwaarde is het verkrijgen van goedkeuring van de gemeente, waarbij alle kosten voor rekening van de ontwikkelaar zijn.

  • 2.5

    Onder ‘directe omgeving’ wordt verstaan het gebied binnen redelijke loopafstanden, zoals bepaald door het CROW.

Artikel 3 Afwijking: Mobiliteitsfonds

  • 3.1

    Het college van burgemeester en wethouders kan in het centrum van een kern onder voorwaarden afwijken van artikel 1.1 van deze beleidsregels met de eis dat een bijdrage in het gemeentelijke mobiliteitsfonds dient te worden gestort.

  • 3.2

    De eerste voorwaarde is dat het uit stedenbouwkundig, verkeersveiligheidsoogpunt en/of esthetisch niet aanvaardbaar is of niet mogelijk is om op eigen terrein te parkeren.

  • 3.3

    De tweede voorwaarde is dat het niet aanvaardbaar of niet mogelijk is om de parkeervoorzieningen in de directe omgeving te realiseren.

  • 3.4

    De bijdrage bedraagt € 1.750,00 per parkeerplaats (prijspeil 2018), welke jaarlijks wordt verhoogd overeenkomstig het Prijsindexcijfer voor de productie van gebouwen van het CBS.

  • 3.5

    De bijdrage uit het gemeentelijke mobiliteitsfonds wordt aangewend voor de aanleg van parkeervoorzieningen in de betreffende kern.

  • 3.6

    Wanneer het bepaalde onder 3.5 niet mogelijk is en het een nieuwe ontwikkeling die door de gemeente als gewenst wordt geacht, dan komt de bijdrage ten goede van de kwalitatieve verbetering van (het centrum van) de betreffende kern.

Artikel 4 Afsluitende bepalingen

  • 4.1

    Deze beleidsregels kunnen worden aangehaald als “Beleidsregels Parkeernormen 2018” en treden in werking na bekendmaking van de vaststelling.

  • 4.2

    De ontwerp beleidsregels hebben vanaf 18 oktober 2017 gedurende 6 weken ter inzage gelegen. Hierop zijn géén reacties ontvangen.

  • 4.3

    De beleidsregels zijn ten opzichte van het ontwerp ongewijzigd vastgesteld.

  • 4.4

    Ingevolge de Algemene wet bestuursrecht is het indienen van bezwaar of instellen van beroep tegen de vaststelling van deze beleidsregels niet mogelijk.