gemeente Steenbergen | Beleidsregels Schuldhulpverlening gemeente Steenbergen 2021

Regeling Beleidsregels Schuldhulpverlening gemeente Steenbergen 2021

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

  • Datum inwerking-treding 26-04-2022
  • Terugwerkende kracht t/m 01-01-2021
  • Datum uitwerking-treding
  • Betreft nieuwe regeling
  • Datum ondertekening 22-02-2022
  • Bron bekendmaking gmb-2022-184022
  • Kenmerk voorstel BD2200114

Inleiding

Burgemeester en wethouders van Steenbergen;

In behandeling genomen de Beleidsregels Schuldhulpverlening gemeente Steenbergen 2021;

Overwegende dat:

- Het college het wenselijk vindt om aan te geven in welke situaties en onder welke voorwaarden een burger in aanmerking kan komen voor schuldhulpverlening;

- Uit oogpunt van rechtsgelijkheid en rechtszekerheid regelgeving voor de uitvoering van schuldhulpverlening wenselijk is;

- Het daarom wenselijk is om voor dit doel beleidsregels vast te stellen.

Gelet op het bepaalde in de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs)

Besluiten:

De Beleidsregels Schuldhulpverlening gemeente Steenbergen 2021 met terugwerkende kracht, ingaande 1 januari 2021, vast te stellen.

Artikel 1, Begripsbepalingen

Het aantal gebezigde begrippen binnen de schuldhulpverlening is omvangrijk. In dit artikel worden de meer algemene begrippen toegelicht. In de toelichting op dit artikel worden de specifieke, overige begrippen behandeld. Definities zijn zoveel als mogelijk ontleend aan de wet en aan de begrippen die door de NVVK worden gehanteerd. In deze beleidsregels wordt verstaan onder:

  • a.

    Awb: Algemene wet bestuursrecht;

  • b.

    Beschikking: Een schriftelijke beslissing van de gemeente;

  • c.

    Burgerservicenummer: Een uniek persoonsnummer voor iedereen die ingeschreven staat in de Basisregistratie Personen (BRP;

  • d.

    College: Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente

  • e.

    Consulent: Medewerker van het team Schuldhulpverlening die gespecialiseerd is in schuldhulpverlening;

  • f.

    Inwoner: Persoon van 18 jaar of ouder, die inwonend en ingeschreven staat bij de gemeente op grond van de Wet Basisregistratie Personen (BRP);

  • g.

    NAW-gegevens: Gegevens over de naam, adres en woonplaats van een inwoner;

  • h.

    NVVK: Nederlandse Vereniging voor Volkskrediet, branchevereniging voor schuldhulpverleners waarbij de gemeente is aangesloten

  • i.

    Schuldhulpverlening: Het ondersteunen bij het vinden van een adequate oplossing, gericht op de aflossing van schulden indien redelijkerwijs is te voorzien dat een natuurlijke persoon niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden of indien hij in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen, alsmede de nazorg;

  • j.

    Team Schuldhulpverlening: Team schuldhulpverlening is het team van de gemeenten Bergen op Zoom, Woensdrecht en Steenbergen, die de taken van vroegsignalering en schuldhulpverlening namens het college uitvoert;

  • k.

    Wgs: Wet gemeentelijke schuldhulpverlening;

  • l.

    WSNP: Wet sanering natuurlijke personen

  • m.

    Zelfstandig ondernemer: Inwoner van de gemeente die eigenaar is van een Eenmanszaak of Vennootschap onder Firma.;

Artikel 2. Doelgroep gemeentelijke schuldhulpverlening

Alle inwoners van de gemeente Steenbergen van 18 jaar of ouder, met privé en/of zakelijke schulden, die gemotiveerd of te motiveren zijn om de schuldenproblematiek aan te pakken.

Artikel 3. Aanmelding

1.

Eigen initiatief - Een inwoner met een schuldhulpverleningsvraag (zowel privé als zakelijk) kan zelf een melding doen bij het college. Als de inwoner een begeleider, bewindvoerder of budgetbeheerder heeft, kunnen zij bij volmacht de melding ook voor hem/haar doen. Hetzelfde geldt voor doorverwijzingen vanuit andere samenwerkingspartners van de gemeente. De aanmeldingen kunnen onder andere telefonisch, per e-mail, na het indienen van een aanmeldformulier of met een “warme” doorverwijzing geschieden;

2.

Initiatief gemeente - De gemeente kan op basis van een signaal (vroegsignalering) van een of meerdere samenwerkingspartners initiatief nemen tot het aanbieden van een vrijblijvend intakegesprek aan inwoners met betalingsachterstanden.

Artikel 4. Vroegsignalering

1.

Met de brancheorganisaties van energie- en waterleveranciers alsmede die van de woningcorporaties en zorgverzekeraars is landelijk een convenant vroegsignalering afgesloten. Hierin zijn nadere uitvoeringsafspraken met betrekking tot vroegsignalering opgenomen. Op lokaal niveau worden door het college, gefaseerd, overeenkomsten afgesloten met leden van die brancheorganisaties die in de gemeente actief zijn;

2.

Het college kan ook overeenkomsten afsluiten met andere partijen die in het kader van vroegsignalering willen samenwerken.

Artikel 5. Toetsingskader aanbod schuldhulpverlening

1.

Het college verleent aan de inwoner schuldhulpverlening op basis van vastgestelde kaders. Een verzoek tot ondersteuning wordt daarom getoetst aan het geldende beleidsplan schuldhulpverlening 2020 - 2024 en aan deze beleidsregels. Een verzoek kan op grond van die toetsing worden afgewezen.

2.

Het college bepaalt welke vorm van schuldhulpverlening, genoemd in artikel 6 wordt ingezet. Bij de afweging welke vorm van ondersteuning het meest geschikt is voor de inwoner, weegt het college de volgende zaken tegen elkaar af:

  • a.

    de doelmatigheid van de ondersteuning;

  • b.

    de zwaarte c.q. omvang van de schuldensituatie en de regelbaarheid daarvan;

  • c.

    de mate van zelfredzaamheid van de inwoner en diens netwerk;

  • d.

    houding en gedrag van inwoner;

  • e.

    een eventueel eerder gebruik van schuldhulpverlening;

3.

De beslissing van het college tot het doen van een aanbod, tot het weigeren of beëindigen van de schuldhulpverlening is een besluit in de zin van de Awb, waartegen belanghebbende bezwaar en beroep kan instellen.

Artikel 6. Beslistermijn en procedure

1.

Een inwoner die zich meldt met een verzoek tot ondersteuning heeft binnen vier weken een intakegesprek. Hetzelfde geldt voor de inwoner die het aanbod voor een intakegesprek (zoals bedoeld in artikel 3.2), heeft geaccepteerd. Tijdens het intakegesprek kan de aanvraag om toelating tot de schuldhulpverlening door de inwoner worden getekend.

2.

Is er sprake van een dreigende (crisis)situatie, dan wordt de inwoner binnen drie werkdagen na de melding een crisisinterventietraject aangeboden.

3.

Na de melding volgt de gegevensverzameling (door daartoe geautoriseerde en bevoegde medewerkers) als ook de toetsing (art. 5). Kan de inwoner worden toegelaten dan volgt een uitnodiging voor een intakegesprek.

4.

Binnen acht weken na de intake ontvangt de inwoner een beschikking. Dit is gelijk aan de maximale redelijke termijn die in artikel 4:13, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht wordt gesteld. Indien dit een positieve beschikking betreft, ontvangt de inwoner ook een plan van aanpak.

5.

De hulpverlening start na overeenstemming over en ondertekening van het plan van aanpak.

Artikel 7 Producten schuldhulpverlening

1.

In het kader van schuldhulpverlening worden verschillende producten ingezet. Het huidige productenpakket is nader uitgewerkt in de toelichting van deze beleidsregels.

2.

Het college zal de mogelijkheden tot inzet van nieuwe producten die bijdragen aan een efficiëntere en effectievere schuldhulpverlening ten volle benutten

Artikel 8. Schuldhulpverlening aan zelfstandig ondernemers

1.

Op basis van de Wgs biedt het college hulp aan natuurlijke personen met een schuldhulpverleningsvraag. Hiertoe worden ook ondernemers gerekend.

2.

Schuldhulpverlening aan ondernemers wordt afhankelijk van de complexiteit van de casus of door ISD geboden of door gespecialiseerde samenwerkingspartners.

Artikel 9. Verplichtingen

1.

De inwoner doet aan het college op verzoek of uit eigen beweging onmiddellijk mededeling van alle feiten en omstandigheden waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op schuldhulpverlening.

2.

De inwoner is verplicht alle medewerking te verlenen die redelijkerwijs nodig is voor de totstandkoming van en het welslagen van de schuldhulpverlening.

Deze medewerking bestaat onder andere uit:

  • a.

    Het nakomen van afspraken;

  • b.

    Geen nieuwe schulden aangaan;

  • c.

    Het zich houden aan de bepalingen van de schuldregelingsovereenkomst.

Artikel 10. Weigeringsgronden

1.

Het college kan een verzoek tot schuldhulpverlening weigeren als de inwoner in het jaar voorafgaande aan de hulpvraag reeds schuldhulpverlening heeft gehad;

2.

Indien de inwoner niet of in onvoldoende mate de verplichtingen bedoeld in artikel 8 nakomt, kan het college besluiten om de schuldhulpverlening te weigeren dan wel te beëindigen;

3.

Het college kan eveneens besluiten om de schuldhulpverlening te weigeren dan wel te beëindigen indien sprake is van een onregelbare schuldenaar en/of een onregelbare schuldensituatie;

4.

Alvorens te besluiten tot weigering dan wel beëindiging, wordt aan de inwoner schriftelijk en eenmalig een redelijke hersteltermijn geboden om alsnog, de gevraagde medewerking te verlenen of informatie te verstrekken.

Artikel 11. Beëindigingsgronden

Onverminderd de overige bepalingen in deze beleidsregels, kan het college besluiten tot beëindiging van de schuldhulpverlening als:

  • 1.

    De inwoner niet langer tot de doelgroep behoort;

  • 2.

    De inwoner zich ten opzichte van de medewerkers van de gemeente misdraagt;

  • 3.

    De inwoner in staat is om zijn schulden zelf of via diens netwerk te regelen;

  • 4.

    De geboden bemiddeling, gelet op de persoonlijke omstandigheden van de inwoner, niet (langer) doelmatig is;

  • 5.

    De inwoner hier nadrukkelijk om verzoekt;

  • 6.

    Een nieuwe schuld is ontstaan tijdens de looptijd van het minnelijk traject;

  • 7.

    Blijkt dat de inwoner informatie heeft achtergehouden of onjuiste en/of onvolledige informatie heeft verstrekt;

  • 8.

    Schuldeiseres) niet akkoord gaat(n) met het voorstel van het college in het minnelijk traject;

  • 9.

    Er tijdens het traject een fraudevordering is ontstaan, waarvan het bestuursorgaan heeft vastgesteld dat belanghebbende opzettelijk heeft gefraudeerd.

  • 10.

    De inwoner de beschikbare aflossingscapaciteit niet wil gebruiken om de schulden af te lossen;

  • 11.

    Blijkt dat de inwoner schuldhulpverlening krijgt op grond van onjuiste gegevens;

  • 12.

    Het minnelijk traject niet geslaagd is en de inwoner gebruik wil maken van het wettelijk schuldsaneringstraject (WSNP);

  • 13.

    De inwoner verhuist naar buiten de gemeente vóór het aangaan van de schuldregelingsovereenkomst. Een traject van schuldhulpverlening stopt van rechtswege bij het overlijden van de inwoner.

  • 14.

    Beëindiging vindt altijd plaats op basis van een beschikking van het college.

Artikel 12. Recidivisten en uitvallers

1.

Inwoners die na succesvolle beëindiging van een schuldhulpverleningstraject opnieuw in een situatie van problematische schulden terecht zijn gekomen kunnen opnieuw voor een traject in aanmerking komen indien er sprake is van een niet verwijtbare oorzaak;

2.

Als er aan de beëindiging van een traject een verwijtbare oorzaak voorafgaat kan het college een inwoner voor een periode van één jaar uitsluiten van schuldhulpverlening.

3.

In 2021 treedt in werking vanaf de beschikkingsdatum van de beëindiging van het voorgaande schuldhulpverleningstraject. Laat een inwoner een positieve gedragsverandering zien, dan kan het college alsnog besluiten om de inwoner in aanmerking te laten komen voor schuldhulpverlening;

Artikel 13. Fraudevorderingen

1.

De schuldhulpverlening kan worden geweigerd indien sprake is van een openstaande fraudevordering bij een bestuursorgaan die is geconstateerd binnen 2 jaar voorafgaand aan het verzoek om schuldhulpverlening en waarvan een bestuursorgaan heeft vastgesteld dat er sprake was van opzet.

2.

Bij het bepalen van de in het eerste lid bedoelde termijn, tellen openstaande fraudevorderingen die zijn ontstaan vóór de inwerkingtreding van deze beleidsregels mee.

Artikel 14. Maximaal aflossen en vrij te laten bedrag

1.

Voor de vaststelling van de hoogte van het Vrij te laten bedrag (Vtlb) bij minnelijke schuldregelingen in de gemeente, is het Vtlb-rapport (Recofamethode) van ReCoFa (Vereniging van Rechters-commissarissen in Faillissement) leidend, overeenkomstig de Memorie van Toelichting Wgs en de voorwaarden voor het lidmaatschap NVVK.

2.

Alle inkomsten boven het vastgestelde Vtlb dienen door de inwoner afgedragen te worden voor de aflossing van de schulden.

3.

Rente over de gereserveerde afloscapaciteit kan als inkomsten worden gezien.

4.

Op grond van de Wgs is het niet meer toegestaan dat een inwoner onder de beslagvrije voet uitkomt, ook niet op vrijwillige basis. Het NVVK-bestuur heeft daarom een alternatief vastgesteld dat de wet respecteert en het college in staat stelt toch een minnelijk voorstel te doen, terwijl het de berekening en de aanpak zo simpel mogelijk houdt. Het college volgt deze handreiking van de NVVK

Artikel 15. Hardheidsclausule en onvoorziene omstandigheden

1.

Het college handelt volgens deze beleidsregels, tenzij dat voor een belanghebbende gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregels te dienen doelen. In die bijzondere gevallen kan het college ten gunste van de belanghebbende afwijken van deze beleidsregels.

2.

In gevallen waarin de beleidsregels niet voorzien, beslist het college.

Artikel 16. Inwerkingtreding en citeertitel

1.

De oude beleidsregels uit 2012 worden ingetrokken vanaf de datum waarop de beleidsregels 2021 van kracht worden.

2.

De beleidsregels treden in werking op de dag na publicatie in de Staatscourant en werken terug tot 1 januari 2021;

3.

Deze beleidsregels worden aangehaald als "Beleidsregels schuldhulpverlening 2021".

Toelichting Beleidsregel schuldhulpverlening 2021

Inleiding

Sinds de inwerkingtreding van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) in 2012 hebben gemeenten een zorgplicht op het gebied van schuldhulpverlening. Nieuwe ontwikkelingen, zoals de transformatieopgave in het sociaal domein, privacywetgeving en de vernieuwing van de Wgs, gaven aanleiding tot het opstellen van een nieuw beleidsplan 2020-2024. De complexe problematiek vraagt een meer integrale benadering.

De gemeenten Bergen op Zoom, Steenbergen en Woensdrecht treden voor de uitvoering van de taken in het kader van sociale zekerheid gezamenlijk op als de gemeenschappelijke regeling ‘Intergemeentelijke Sociale Dienst Brabantse Wal’. Zo ook voor de gemeentelijke schuldhulpverlening.

De Wgs is een kaderwet. Elke gemeenten kan daarin eigen regels maken over het beginnen, weigeren of stoppen van hulp bij schulden. Dit zijn de beleidsregels. Deze regels vertellen de inwoners van de gemeente wat hun rechten en plichten zijn tijdens de hulp bij schulden door de gemeente. Ook beschrijven de regels welke bevoegdheden ISD Brabantse Wal heeft.

ISD Brabantse Wal werkt volgens de gedragscode van de Vereniging voor schuldhulpverlening en sociaal bankieren (NVVK). In de gedragscode staan spelregels waar aangesloten organisaties zich aan moeten houden. Het zorgt voor kwaliteit en gelijke behandeling. Op www.nvvk.eu staat meer informatie over de gedragscode.

Artikel 1. Begripsbepalingen:

In dit artikel staat een uitleg van de begrippen in de beleidsregel.

Artikel 2. Doelgroep gemeentelijke schuldhulpverlening:

Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.

Artikel 3. Aanmelding:

Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.

Artikel 4. Vroegsignalering:

  • 1.

    Sinds 1 januari 2021 zijn vaste lastenpartners verplicht om betalingsachterstanden in een vroegtijdig stadium te melden bij de gemeente. Hiervoor is het landelijk convenant vroegsignalering opgesteld door de brancheorganisaties, NVVK en de VNG. De gemeente verbindt zich aan de inhoud van dit convenant en sluit met de leden van de brancheorganisaties, gefaseerd, gelijkluidende overeenkomsten af.

  • 2.

    Zodra partijen zich bij de gemeente melden die niet bij brancheorganisaties zijn aangesloten maar wel (beginnende) achterstanden willen doorgeven, zal de gemeente ook met hen gelijkluidende overeenkomsten afsluiten.

Artikel 5. Toetsingskader

Eerste lid: De aanvraag wordt niet alleen getoetst aan de beleidsregels, maar ook aan het beleidsplan. Schuldenproblematiek staat niet zelden op zichzelf. Het beleidsplan voorziet in een integrale aanpak, waardoor er desgewenst op meerdere leefgebieden ondersteuning kan worden geboden. Hierdoor is de verwachting te rechtvaardigen dat een inwoner duurzamer en financieel gezonder kan leven.

Tweede lid: De gehanteerde toetsingscriteria hebben niet alleen betrekking op de schulden en de wijze waarop die kunnen worden aangepakt. Minstens zo belangrijk is de houding en het gedrag van de inwoner.

Bij schuldhulpverlening gaat het om wederkerigheid. Wederkerigheid gaat over “gedrag dat uitgevoerd wordt als reactie op soortgelijk gedrag van een ander.” De kosten van een schuldhulpverleningstraject worden door het college betaald uit gemeenschapsgelden. Het college verwacht daarom dat een inwoner die een beroep doet op ondersteuning via een schuldhulpverleningstraject zich daarvan bewust is en alles wat binnen zijn of haar vermogen ligt doet om er een succes van te maken. Hiertoe behoren onder andere een proactieve houding en activiteiten ter verbetering van de financiële positie op termijn.

Artikel 6. Beslistermijn en procedure

Dit artikel behoeft geen nadere toelichting

Artikel 7. Producten schuldhulpverlening

Budgetcoaching/begeleiding: Het geheel van activiteiten om de inwoner te leren op een verantwoorde manier met haar geld om te gaan;

Budgetbeheer: Het geheel van activiteiten in het kader van het beheren van de inkomsten van de inwoner en het overeenkomstig het vastgestelde budgetplan verrichten van betalingen;

Casusregie en casusoverleg: Multidisciplinair problematiek casusoverleg tussen de verschillende betrokken teams of afdelingen waar problematische casussen besproken worden om de juiste hulpverlening, zwaarte van het probleem en wie optreedt als casemanager en regisseur te bespreken.

Crisisinterventie: (Poging tot) het afwenden van een crisis en daarmee de mogelijkheid creëren om de inwoner te helpen via de reguliere schuldhulpverlening;

Herfinanciering: Door middel van het afsluiten van een of meer kredietovereenkomsten bij de Kredietbank Nederland, inlossen van de totale schuldenlast;

Informatie en advies: Het geven van informatie en advies over het zelfstandig bereiken van duurzaam financieel evenwicht zonder beroep te doen op herfinanciering, schuldregeling of stabilisatie. Onder informatie en advies wordt ook verstaan het doorverwijzen naar externe organisaties;

Inkomensbeheer: Beheer van het inkomen (duurzame financiële begeleiding)

Intakegesprek: Een eerste gesprek met een inwoner met schulden, waarin de aard en omvang van de schulden worden besproken en waarin afspraken worden gemaakt over het vervolg;

Minnelijke regeling: De schulden worden afgehandeld met schuldeisers zonder dat de rechtbank erbij betrokken wordt. Het is een vrijwilliger regeling met een looptijd van 36 maanden;

Nazorg: Activiteiten (gedurende een periode van 6 maanden) gericht op het voorkomen van recidive, na afloop van de overeenkomst (als de overige vervolgstappen uit het Plan van Aanpak zijn uitgevoerd);

Saneringskrediet: Het door middel van een kredietovereenkomst bij Kredietbank Nederland afkopen van de totale schuldenlast tegen finale kwijting, op basis van betaling van een percentage van de totale schuldenlast. De looptijd van een saneringskrediet is over het algemeen 36 maanden.

Schuldhulpverlening: Aanbieden van diensten met als doel oplossingen aan te reiken en of te implementeren voor schuldsituaties;

Toeleiding tot wnsp: Indien er geen minnelijke regeling mogelijk blijkt kan een inwoner met schulden worden aangemeld voor de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen.

Artikel 8. Schuldhulpverlening aan zelfstandig ondernemers

Hoewel het college voor wat betreft de schuldhulpverlening door hantering van het begrip “natuurlijke personen" geen onderscheid maakt tussen hulpverlening aan particulieren en ondernemers is de aard en inhoud van de schuldhulpverlening tussen beide groepen vaak verschillend.

Artikel 9. Verplichtingen

Een inwoner is verplicht medewerking te verlenen aan het welslagen van het schuldhulpverleningstraject. Voorbeelden van medewerking zijn onder meer:

  • a.

    het tonen van een identiteitsbewijs (ter identificatie), voor zover dit redelijkerwijs nodig is;

  • b.

    het verlenen van toestemming om de voor de schuldhulpverlening van belang zijnde informatie in te winnen bij, en te verstrekken aan derden;

  • c.

    het volledig meewerken aan het onderzoek naar de mogelijkheden van schuldhulpverlening;

  • d.

    het tijdig verschijnen op een oproep in het kader van de schuldhulpverlening;

  • e.

    het zich tot het uiterste inspannen om betaald werk te behouden dan wel betaald werk te verkrijgen;

  • f.

    het treffen van maatregelen om de afloscapaciteit te verhogen;

  • g.

    geen nieuwe financiële verplichtingen aangaan, tenzij die passen binnen zijn/haar vrij te laten bedrag;

  • h.

    het stipt nakomen van de overeengekomen aflossingsverplichtingen;

  • i.

    het zich houden aan de nadere verplichtingen uit het plan van aanpak;

  • j.

    het nalaten van wat de voortgang van het traject belemmert;

  • k.

    het niet laten ontstaan van nieuwe schulden;

  • l.

    het inzetten van het vermogen om tot een oplossing van de schulden te komen

Artikel 10. Weigeringsgronden

Dit artikel behoeft geen nadere toelichting

Artikel 11. Beëindigingsgronden

Dit artikel behoeft geen nadere toelichting

Artikel 12. Recidivisten en uitvallers

Dit artikel behoeft geen nadere toelichting

Artikel 13. Fraudevorderingen

Dit artikel behoeft geen nadere toelichting

Artikel 14. Maximaal aflossen en Vrij te laten bedrag (Vtlb)

De minnelijke schuldregeling wordt uitgevoerd binnen het kader van de Wgs (Wet gemeentelijke schuldhulpverlening). Een gebruikelijke methode om de afloscapaciteit vast te stellen is de Recofamethode. Dit is de methode die is ontwikkeld en wordt onderhouden door de werkgroep rekenmethode vrij te laten bedrag van Recofa. Recofa is de werkgroep rechtercommissarissen in faillissementen (de Recofamethode geldt ingeval van toepassing van de WSNP). Voor de vaststelling van de hoogte van het Vtlb bij minnelijke schuldregelingen in Steenbergen, is het Vtlb-rapport (Recofamethode) van Recofa leidend.

Artikel 15. Hardheidsclausule en onvoorziene omstandigheden

Op basis van dit artikel kan het college in een individueel geval de hardheidsclausule worden toepassen die het mogelijk maakt voor de inwoner ten gunste af te wijken van hetgeen in de beleidsregels is vastgelegd. Hierbij moet worden getoetst aan de algemene normen van redelijkheid en billijkheid. Het moet hierbij nadrukkelijk gaan om uitzonderingssituaties. Toepassing van de hardheidsclausule dient altijd zorgvuldig afgewogen en goed gemotiveerd te worden.

Artikel 16. Inwerkingtreding en citeertitel

Dit artikel behoeft geen nadere toelichting