gemeente Steenbergen | Beleidsregels voor het aanwijzen van een belastingplichtige en/of WOZ-belanghebbende in een keuzesituatie

Regeling Beleidsregels voor het aanwijzen van een belastingplichtige en/of WOZ-belanghebbende in een keuzesituatie

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

  • Datum inwerking-treding 23-02-2008
  • Terugwerkende kracht t/m
  • Datum uitwerking-treding
  • Betreft Beleidsregels
  • Datum ondertekening 19-02-2008
  • Bron bekendmaking Steenbergse Courant
  • Kenmerk voorstel 0800879

Inleiding

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Steenbergen:

Gelet op het bepaalde in:

  • °

    artikel 1 van de Verordening onroerende-zaakbelastingen;

  • °

    artikel 2 van de Verordening belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten;

  • °

    artikel 2 van de Verordening forensenbelasting;

  • °

    artikel 2 van de Verordening hondenbelasting;

  • °

    artikel 2 van de Verordening rioolrechten;

  • °

    artikel 3 van de Verordening afvalstoffenheffing;

Besluit:

 

vast te stellen de volgende:

Beleidsregels voor het aanwijzen van een belastingplichtige en/of WOZ-belanghebbende in een keuzesituatie

Algemeen

In sommige gevallen brengen de wettelijke regels met zich dat meer personen belastingplichtig kunnen zijn voor één belastingobject (onroerende of roerende zaak, roerende woon- of bedrijfsruimte, perceel, hond). In de gevallen waarin dat voorkomt mag de gemeente de aanslag ten name van één van de belastingplichtigen stellen. In deze gevallen hanteert de gemeente Steenbergen een voorkeursvolgorde bij de aanwijzing van de belastingplichtige die de aanslag op zijn of haar naam krijgt. Deze voorkeursvolgorde is gebaseerd op veronderstelde betaalcapaciteit en doelmatige c.q. doeltreffende heffing en invordering en wordt toegepast voor zover de gegevens voorhanden of te achterhalen zijn. Ook bij de aanwijzing van een belanghebbende aan wie de bekendmaking van de WOZ-beschikking zal worden verzonden, kan zich een keuzesituatie voordoen. In een dergelijk geval hanteert de gemeente Steenbergen een voorkeursvolgorde, waarbij wordt beoogd de ontvanger van de WOZ-beschikking gelijk te laten zijn aan de belastingplichtige voor de onroerende-zaakbelastingen die de aanslag op zijn of haar naam krijgt.

De in de voorkeursvolgorde neergelegde criteria bevatten geen limitatieve opsomming. Zij moeten worden beschouwd als richtlijnen voor de meest voorkomende gevallen.

Onroerende zaakbelastingen, belastingen op roerende woon-en bedrijfsruimten (eigenarenbelasting)

Onderdeel 1

Met betrekking tot de onroerende-zaakbelastingen en belastingen op roerende woon-en bedrijfsruimten die worden geheven van genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht wordt, indien er met betrekking tot één roerende of onroerende zaak verschillende categorieën genothebbende zijn, de aanslag in onderstaande volgorde gesteld ten name van:

  • 1.

    de beperkt gerechtigde, waarbij de volgende voorkeursvolgorde geldt:

    • a.

      de vruchtgebruiker c.q. gerechtigde krachtens recht van gebruik en bewoning;

    • b.

      de opstaller, met uitzondering van degene die een afhankelijk opstalrecht, dan wel een opstalrecht ten behoeve van de aanleg en het onderhoud van onder-bovengrondse leidingen heeft;

    • c.

      de erfpachter dan wel de beklemde meier;

  • 2.

    de eigenaar of de appartementsgerechtigde;

  • 3.

    degene die op andere wijze als genothebbende naar voren komt, daaronder begrepen de bezitter.

Onderdeel 2

Met betrekking tot de onroerende-zaakbelastingen en belastingen op roerende woon-en bedrijfsruimten die worden geheven van de genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht wordt binnen één categorie genothebbenden de aanslag gesteld ten name van :

  • 1.

    de eerstgerechtigde in de volgorde die door het kadaster wordt aangehouden;

  • 2.

    degene die ook als gebruiker wordt aangemerkt;

  • 3.

    degene die in de gemeente woont of is gevestigd;

  • 4.

    degene die het grootste aandeel in het genotsrecht heeft;

  • 5.

    een natuurlijk persoon boven een niet-natuurlijk persoon;

  • 6.

    bij gelijke aandelen de oudste in leeftijd;

  • 7.

    degene die bij de afdeling Ondersteuning als genothebbende of gebruiker bekend is.

Onroerende-zaakbelastingen, belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten en forensenbelasting (gebruikersbelasting)

Onderdeel 3

Met betrekking tot de onroerende-zaakbelastingen en de belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten die worden geheven van gebruikers en de forensenbelasting, wordt de aanslag in onderstaande volgorde gesteld ten name van:

  • 1.

    degene die ook als genothebbende krachtens eigendom bezit of beperkt recht wordt aangemerkt;

  • 2.

    degene die het langst in het belastingobject woont;

  • 3.

    degene die de oudste bewoner is in leeftijd;

  • 4.

    degene die het langst is ingeschreven in de gemeente;

  • 5.

    degene die de oudste man is in leeftijd;

  • 6.

    degene die het laagst A-nummer heeft;

  • 7.

    degene die op andere wijze als gebruiker naar voren komt.

WOZ-belanghebbende in een keuze situatie

Onderdeel 4

Met betrekking tot de tenaamstelling van een beschikking ingevolgde hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken, is hetgeen in deze Beleidsregels is bepaald voor het aanwijzen van een belastingplichtige in een keuzesituatie, voor zover zij betrekking hebben op de onroerende-zaakbelastingen, van overeenkomstige toepassing.

Hondenbelasting, rioolrecht, afvalstoffenheffing

Onderdeel 5

Met betrekking tot de hondenbelasting, het rioolrecht van gebruikers (afvoerrecht) en de afvalstoffenheffing wordt de aanslag in onderstaande volgorde gesteld ten name van:

  • 1.

    degene die ook als genothebbende krachtens eigendom bezit of beperkt recht wordt aangemerkt

  • 2.

    degene die het langst in het belastingobject woont;

  • 3.

    degene die de oudste bewoner is in leeftijd;

  • 4.

    degene die het langst is ingeschreven in de gemeente;

  • 5.

    degene die de oudste man is in leeftijd;

  • 6.

    degene die het laagst A-nummer heeft;

  • 7.

    degene die op andere wijze als gebruiker naar voren komt.

Onderdeel 6

Indien en voor zover aanslagen van verschillende gemeentelijke belastingen worden verenigd op een aanslagbiljet, worden deze in onderstaande volgorde ten name gesteld van de belastingplichtige die:

  • 1.

    ingevolge de onderdelen 1 en 2 kan worden aangewezen;

  • 2.

    ingevolge onderdeel 3 kan worden aangewezen;

  • 3.

    ingevolge onderdeel 5 kan worden aangewezen.

Onderdeel 7

De onderdelen 1, 2, 3, 5 en 6 vinden geen toepassing indien:

  • 1.

    de aanslag kan worden opgelegd aan degene die met betrekking tot het voorgaande belastingtijdvak of kalenderjaar de aanslag heeft gekregen, gezorgd heeft dat de aanslag betaald is en nog steeds belastingplichtig is;

  • 2.

    bij de afdeling Ondersteuning bekend is dat één van de potentiële belastingplichtigen de desbetreffende aanslag op zijn/haar naam wil hebben, althans voor zover dit niet leidt tot een mogelijke situatie dat de belasting niet kan worden betaald dan wel ingevorderd.

Onderdeel 8

Voor zover de belasting wordt geheven over een belastingtijdvak, is bij de toepassing van de voorkeursvolgorde beslissend de situatie bij de aanvang van dat tijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

Onderdeel 9

Aangezien de voorkeursvolgorde erop is gericht de aanslag op te leggen aan een belastingplichtige die in staat geacht mag worden om de belasting te betalen, kan ook tot een andere keuze gekomen worden dan uit de voorkeursvolgorde zou volgen.

Onderdeel 10

Wijzigingen kunnen - indien reeds een aanslag aan een belastingplichtige is opgelegd - pas plaatsvinden met ingang van het eerstvolgende belastingtijdvak.

Onderdeel 11

Indien in uitzonderingsgevallen, door welke oorzaak dan ook, een aanslag wordt opgelegd in afwijking van het in de voorgaande onderdelen bepaalde, is die aanslag alleen ongeldig als er sprake is van willekeur. (Beroep bij de rechter is mogelijk.)

Onderdeel 12

Indien een belasting niet wordt geheven bij wege van aanslag, maar op andere wijze, is het bepaalde in de onderdelen 1 tot en met 10 van overeenkomstige toepassing.

Inwerkingtreding

  • 1.

    Deze beleidsregels kunnen worden aangehaald als ‘Beleidsregels voor het aanwijzen van een belastingplichtige en/of WOZ-belanghebbende in een keuzesituatie’.

  • 2.

    De ‘Beleidsregels voor het aanwijzen van een belastingplichtige en/of WOZ-belanghebbende in een keuzesituatie’ treden in werking met ingang van de eerste dag na die van bekendmaking en vinden toepassing op belastingen en WOZ-beschikkingen over de belastingjaren vanaf 2008.