gemeente Steenbergen | Bomenverordening Steenbergen

Regeling Bomenverordening Steenbergen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

  • Datum inwerking-treding 06-04-2022
  • Terugwerkende kracht t/m
  • Datum uitwerking-treding
  • Betreft nieuwe regeling
  • Datum ondertekening 24-02-2022
  • Bron bekendmaking gmb-2022-145150
  • Kenmerk voorstel RD2200002

Inleiding

De raad van de gemeente Steenbergen;

In behandeling genomen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 25 januari 2022

Gelet op artikel 149 Gemeentewet;:

Besluit:

Vast te stellen de Bomenverordening Steenbergen

Artikel 1: Begripsomschrijvingen

  • a.

    bomenlijst: de door het College vastgestelde “lijst met waardevolle en monumentale bomen Steenbergen”, waarop zowel bomen in eigendom van de gemeente als bomen in eigendom van derden staan;

  • b.

    boom: een levend, houtachtig, overblijvend gewas met een diameter van de stam van minimaal 10 centimeter, zijnde een stamomtrek van 31,4 centimeter, op 1,30 meter hoogte boven het maaiveld gerekend langs de stam. Ingeval van meerstammigheid geldt de dwarsdoorsnede/stamomvang van de dikste stam;

  • c.

    boomvormers: een hoogopgaand, houtachtig, overblijvend, meerstammig gewas;

  • d.

    College: het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Steenbergen;

  • e.

    compensatieplan: plan voor de aanplant van een boom of bomen teneinde het verlies van een al dan niet met vergunning gevelde boom of bomen te compenseren, op een andere plek dan die van de gevelde boom of bomen;

  • f.

    dunning: het vellen van een of meerdere bomen dat gebeurt als verzorgingsmaatregel ter bevordering van de groei van de overblijvende boom of bomen in de houtopstand;

  • g.

    fruitboom: een boom die deel uitmaakt van fruitteelt op commerciële basis;

  • h.

    hakhout: een of meer bomen en/of struiken of boomvormers, die met het doel periodiek te worden geveld, na elke velling opnieuw op de stronk uitlopen;

  • i.

    herplant: het planten van een boom of bomen teneinde het verlies van een al dan niet met vergunning gevelde boom of bomen te compenseren;

  • j.

    houtopstand: een of meer bomen en/of struiken, hakhout, houtwal, een grotere (lint) begroeiing van heesters en struiken, een beplanting van bosplantsoen;

  • k.

    houtwal: een grotere ( lint) begroeiing bestaande uit heesters, struiken, bomen (bijvoorbeeld hagen en heggen) met een minimale breedte van 0,75 meter en een minimale hoogte van 1,30 meter;

  • l.

    kappen: het geheel of grotendeels verwijderen van het bovengrondse deel van de boom;

  • m.

    kaart: de door het College vastgestelde “kaart beschermde groenelementen”, waarop zowel bomen in eigendom van de gemeente als bomen in eigendom van derden staan;

  • n.

    monetaire boomwaarde: vervangingskosten van een boom, uitgedrukt in euro’s. Deze waarde omvat onder meer de kosten die nodig zijn om een vergelijkbare boom op dezelfde locatie te realiseren;

  • o.

    rooien: het geheel verwijderen van het bovengrondse en ondergrondse deel van de houtopstand;

  • p.

    vellen: het kappen, rooien, dunning, dan wel verrichten van handelingen, zowel bovengronds als ondergronds, waarvan men weet of behoort te weten dat die de dood of ernstige beschadiging van de boom ten gevolge kunnen hebben.

Artikel 2: Aanwijzing vergunningplichtige gevallen

1.

Het is verboden zonder omgevingsvergunning een boom te vellen, wanneer de boom:

  • a.

    voorkomt op de bomenlijst;

  • b.

    voorkomt in gebieden aangegeven op de kaart;

2.

Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor:

  • a.

    bomen die vanwege een wettelijke plicht moeten worden geveld;

  • b.

    dunning van een boom, tenzij de te vellen boom voorkomt op de bomenlijst.

3.

Het in het eerste lid gestelde verbod voor een boom die voorkomt in gebieden aangegeven op de kaart geldt niet voor:

  • a.

    fruitbomen en windschermen om boomgaarden;

  • b.

    fijnsparren, niet ouder dan 12 jaar, bestemd om te dienen als kerstbomen;

  • c.

    kweekgoed.

Artikel 3: Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning

1.

Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning wordt gevoegd:

  • a.

    iedere te vellen boom op een kaart, foto of tekening geïdentificeerd met een nummer en de locatie;

  • b.

    de reden voor het vellen van iedere boom.

2.

De aanvraag dient te geschieden door of namens en onder overlegging van een schriftelijke machtiging van degene, die krachtens zakelijk recht, of door degene die krachtens publiekrechtelijke bevoegdheid, gerechtigd is over de houtopstand te beschikken.

Artikel 4: Beoordelingsregels omgevingsvergunning

1.

De omgevingsvergunning voor het vellen van een boom die is opgenomen in de bomenlijst, kan slechts worden verleend in het geval van:

  • a.

    grote gevaarzetting of vergelijkbaar spoedeisend belang van openbare orde of veiligheid;

  • b.

    ziekte, voor zover dat de dood van de boom tot gevolg heeft.

2.

De omgevingsvergunning voor het vellen van een boom die voorkomt in gebieden aangegeven op de kaart kan worden geweigerd dan wel onder voorschriften verleend, na afweging van onderstaande aspecten:

  • a.

    boomsoort:

    • i.

      duurzaamheid;

    • ii.

      boomgrootte;

    • iii.

      inheemse soort;

    • iv.

      dendrologische waarde.

  • b.

    stamdiameter

  • c.

    levensverwachting

  • d.

    groeivorm

  • e.

    ruimtelijke betekenis:

    • i.

      schaarste;

    • ii.

      zichtbaarheid;

    • iii.

      landschappelijke waarde;

    • iv.

      waarde van dorps- en stadschoon.

  • f.

    cultuurhistorische betekenis

3.

Bij verlening van een omgevingsvergunning voor het vellen kunnen een of meer van de hierna genoemde verplichtingen worden opgelegd:

  • a.

    verplaatsen van de boom;

  • b.

    herplant van de boom ;

  • c.

    het voldoen aan het compensatieplan, opgesteld door de aanvrager en door het College goed te keuren;

  • d.

    het storten van een vergoeding ter hoogte van de monetaire waarde van de boom in het gemeentelijke bomenfonds, welke wordt gebruikt voor de aanplant van nieuwe bomen;

4.

Het College kan toestemming geven tot direct vellen van een boom, als sprake is van acute gevaarzetting of van vergelijkend spoedeisend belang. De mondelinge toestemming wordt zo spoedig mogelijk op schrift gesteld en aan de aanvrager en aan de belanghebbende toegezonden.

Artikel 5: Lijst met waardevolle en monumentale bomen Steenbergen en kaart beschermde groenelementen

1.

Het College stelt de bomenlijst en de kaart vast en is bevoegd de bomenlijst en de kaart te actualiseren.

2.

Actualisatie van de bomenlijst kan op verzoek van een rechthebbende op een boom of op initiatief van het College. Bij plaatsing op of verwijdering van een boom van de bomenlijst of de kaart, wordt de rechthebbende in de gelegenheid gesteld een zienswijze in te dienen.

3.

De bomenlijst bevat voor iedere boom afzonderlijk een aanduiding van standplaats/locatie, de boomsoort, foto, de waardering en toekomstverwachting.

4.

De eigenaar van en/of een rechthebbende op een boom die op de bomenlijst en/of op de kaart is opgenomen is verplicht schriftelijk mededeling te doen aan het College van:

  • a.

    Het geheel of gedeeltelijk tenietgaan van de boom anders dan door velling op grond van een verleende vergunning. De mededeling dient te gebeuren binnen 10 dagen na het geheel of gedeeltelijk tenietgaan;

  • b.

    De dreiging dat de boom geheel of gedeeltelijk tenietgaat als gevolg van welke oorzaak dan ook. De mededeling dient te geschieden onmiddellijk zodra sprake is van dreiging dat de boom geheel of gedeeltelijk teniet kan gaan.

Artikel 6: Intrekken vergunning

Het College kan een verleende omgevingsvergunning intrekken:

  • a.

    als daarvan niet binnen een jaar volledig gebruik van is gemaakt;

  • b.

    op verzoek van de aanvrager.

Artikel 7: Financiële compensatie/instandhoudingplicht

1.

Als een boom waarop het verbod tot vellen als bedoeld in artikel 2 van toepassing is, zonder vergunning van het College is geveld dan wel op andere wijze teniet is gegaan, zal het College aan de zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich de boom bevond dan wel degene die uit anderen hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen om de monetaire boomwaarde te vergoeden.

2.

De financiële compensatie wordt gestort in het gemeentelijk bomenfonds. Het bomenfonds wordt gebruikt voor de aanplant van nieuwe bomen.

3.

Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste lid opgelegd, dan kan daarbij ook worden bepaald hoe en wanneer de vergoeding moet worden betaald.

4.

Als een boom waarop het verbod tot vellen als bedoeld in artikel 2 van toepassing is, in het voortbestaan ernstig wordt bedreigd, kan het College aan de zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich de boom bevindt dan wel degene die uit andere hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen om overeenkomstig de door het College te geven aanwijzingen binnen een door het College te stellen termijn, voorzieningen te treffen, waardoor de bedreiging wordt weggenomen.

Artikel 8: Bescherming bomen

1.

Het is verboden om bomen die in eigendom zijn van de gemeente:

  • a.

    Te beschadigen, te bekladden of te beplakken;

  • b.

    Daaraan snoeiwerk te verrichten behalve door ambtenaren ter uitoefening van de hun opgedragen boomverzorgende taak.

2.

Het is verboden om een of meer voorwerpen in of aan bomen, die in eigendom zijn van de gemeente, aan te brengen of anderszins te bevestigen behalve met schriftelijke toestemming van het College.

Artikel 9: Ziekte, aantasting en gevaar

1.

Als het College vindt dat een boom ziek of aangetast is, of naar zijn oordeel gevaar oplevert of kan opleveren voor de verspreiding van die ziekte of aantasting, of anderszins gevaar of schade kan toebrengen aan personen of goederen, kan het College aan de zakelijke gerechtigde van de grond dan wel aan degene die uit andere hoofde bevoegd is tot het treffen van voorzieningen, bij aanschrijving de verplichting opleggen om de betreffende boom te vellen of op een andere wijze door het College te bepalen deze te behandelen binnen een door hen in de aanschrijving te bepalen termijn en overeenkomstig de door hen gegeven aanwijzingen.

2.

Het College kan maatregelen ter voorkoming van het verspreiden van ziekten voor, tijdens of na het vellen opleggen.

2.

Het is verboden gevelde door ziekte aangetaste bomen of delen daarvan voorhanden of in voorraad te hebben of te vervoeren, als het om bomen of delen daarvan gaat die de desbetreffende boomziekte of aantasting kunnen verspreiden.

Artikel 10: Strafbepaling

Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde en de krachtens deze verordening gegeven voorschriften onderscheidenlijk verplichtingen, wordt gestraft met een hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak. Bij de strafmaatbepaling kan rekening worden gehouden met de monetaire boomwaarde. De op grond van dit artikel ingestelde strafvervolging laat onverlet de mogelijkheid tot het instellen door het College van privaatrechtelijke vordering tot schadevergoeding wegens schade aan bomen.

Artikel 11: Toezicht op naleving

Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij deze verordening zijn belast de bij besluitvan het College aangewezen personen.

Artikel 12: Inwerkingtreding en intrekking ‘Bomenverordening Steenbergen 2010’

1.

Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking.

2.

Op datzelfde tijdstip wordt de ‘Bomenverordening Steenbergen 2010’ ingetrokken.

Artikel 13: Overgangsbepalingen

1.

Besluiten, genomen op grond van de ‘Bomenverordening Steenbergen 2010’, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.

2.

Besluiten, voorschriften en beperkingen die zijn opgelegd op grond van de ‘Bomenverordening Steenbergen 2010’ blijven van kracht tot de tijd waarvoor zij zijn verleend is verstreken of totdat zij worden ingetrokken.

3.

Een aanvraag voor een omgevingsvergunning die wordt ingediend voor inwerkingtreding van deze verordening wordt afgewikkeld volgens de ‘Bomenverordening Steenbergen 2010’. Een aanvraag voor een omgevingsvergunning die wordt ingediend na inwerkingtreding van de deze verordening wordt afgewikkeld volgens deze verordening.

Artikel 14: Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: ‘Bomenverordening Steenbergen’.