gemeente Steenbergen | Bomenverordening Steenbergen 2010

Regeling Bomenverordening Steenbergen 2010

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

  • Datum inwerking-treding 01-06-2012
  • Terugwerkende kracht t/m
  • Datum uitwerking-treding 28-02-2019
  • Betreft nieuwe regeling
  • Datum ondertekening 27-05-2010
  • Bron bekendmaking SteenbergseCourant
  • Kenmerk voorstel B1001437

Inleiding

De raad der gemeente Steenbergen;

in behandeling genomen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 27 april 2010

Gelet op de artikelen 108 en 147 lid 1 van de Gemeentewet;

besluit :

  • 1. De ‘Bomenverordening Steenbergen 2010’ vast te stellen, onder intrekking van de Bomenverordening 2004;

  • 2. De inwerkingtreding van de ‘Bomenverordening Steenbergen 2010’ en de intrekking van de ‘Bomenverordening Steenbergen 2004’pas in te laten gaan met ingang van de datum van vaststelling van de lijst ‘Waardevolle en monumentale bomen’ en de kaart ‘Beschermde groenelementen’;

  • 3. De vaststelling van de lijst ‘Waardevolle en monumentale bomen’ en de kaart ‘beschermde groenelementen’ over te dragen aan het college van Burgemeester en wethouders.

Kapvergunning

Artikel 1: begripsomschrijvingen

  • A:

    houtopstand

    Een of meer bomen en/of struiken, hakhout, houtwal, een grotere ( lint) begroeiing van heesters en struiken, een beplanting van bosplantsoen;

  • B:

    boom

    Een houtachtig, overblijvend gewas met een diameter van de stam van minimaal 10 centimeter, zijnde een stamomtrek van 31,4 centimeter, op 1,30 meter hoogte boven het maaiveld gerekend langs de stam. Ingeval van meerstammigheid geldt de dwarsdoorsnede/stamomvang van de dikste stam. In het kader van een herplant- of instandhoudingplicht kunnen voorschriften gesteld of maatregelen genomen worden voor bomen kleiner dan 10 centimeter diameter op 1,30 meter hoogte boven het maaiveld.

  • C:

    hakhout

    Een of meer bomen en/of struiken of boomvormers, die met het doel periodiek te worden geveld, na elke velling opnieuw op de stronk uitlopen;

  • D:

    boomvormers

    Een hoogopgaand, houtachtig, overblijvend, meerstammig gewas;

  • E:

    houtwal

    Een grotere ( lint) begroeiing bestaande uit heesters, struiken, bomen ( bijvoorbeeld hagen en heggen) met een minimale breedte van 0,75 meter en een minimale hoogte van 1,30 meter;

  • F:

    Bos

    Houtopstand die een zelfstandige eenheid vormt die;

    • -

      Ofwel een grotere oppervlakte beslaat dan 10 are;

    • -

      Ofwel bestaat uit rijbeplanting van meer dan 20 bomen, gerekend over het totale aantal rijen;

  • G:

    vormbomen

    Knotbomen, leibomen en alle andere bomen waarvan uit de vorm blijkt dat ze regelmatig worden geknot en geleid;

  • H:

    Fruitboom

    Een boom die deel uitmaakt van fruitteelt op commerciële basis;

  • I:

    knotten

    Het tot op de oude snoeiplaats verwijderen van uitgelopen takhout bij knotbomen, gekandelaberde bomen of leibomen als periodiek noodzakelijk onderhoud;

  • J:

    kandelaberen

    Het tot op de hoofdtakken inkorten van houtopstand;

  • K:

    dunning

    Velling ter bevordering van het voortbestaan van de houtopstand;

  • L:

    vellen

    Kappen, afzagen, kandelaberen, rooien, met inbegrip van verplanten, alsmede het verrichten van handelingen, zowel bovengronds als ondergronds, waarvan met weet of behoort te weten dat die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van de houtopstand ten gevolge kunnen hebben dan wel de natuurlijke vorm van de houtopstand kunnen aantasten;

  • M:

    herplanten

    Het planten van een houtopstand teneinde het verlies van een al of niet met vergunning gevelde houtopstand te compenseren;

  • N:

    iepziekte

    Aantasting van iepen door de schimmel Ophiostoma ulmi ( Buism.) Nannf. ( syn. Ceratocystis ulmi (Buism.) C. Moreau.)

  • O:

    iepenspintkever

    Het insekt, in elk ontwikkelingsstadium, behorende tot de soorten Scolytus scolytus ( F.) en Scolytus multistratus ( Marsch) en Scolytus pygmaeus.

  • P:

    bebouwde kom

    De bebouwde kom van de gemeente Steenbergen zoals vastgesteld ingevolge artikel 1, vijfde lid, van de boswet;

  • Q:

    landbouwgronden

    Gronden in gebruik voor de landbouw als bedoeld in artikel 1 van de landbouwwet;

  • R:

    boomwaarde

    Wijze waarop de waarde van bomen wordt bepaald uitgedrukt in geld, te weten ‘Methode Raad’.

  • S:

    methode Raad

    De waarde van bomen wordt bepaald door het product van de volgende factoren:

    • -

      De geïndexeerde eenheidsprijs ( per cm2 stamoppervlakte op 1,30 meter hoogte boven het maaiveld.)

    • -

      De standplaatsfactor;

    • -

      De plantwijzefactor;

    • -

      De afschrijvingsfactor;

    • -

      De onderhoudsindicatie;

    • -

      Conditie;

    • -

      Herplantindicatie;

  • T:

    bomenlijst

    De door het college meest recente vastgestelde lijst Waardevolle en Monumentale bomen Steenbergen’. Het betreft waardevolle bomen van gemeente, particulieren en bedrijven.

  • U:

    kaart ‘beschermde groenelementen’

    De door het college meest recente vastgestelde ‘kaart met beschermde groenelementen Steenbergen’. Het betreft beschermde groenelementen van gemeente, particulieren en bedrijven.

  • V:

    boompaspoort

    Een overzicht van de algemene gegevens van de boom, levensverwachting en conditie.

  • W:

    Monumentale bomen van Nederland van de Bomenstichting

    Lijst opgesteld door de Bomenstichting. Eigenaren van bijzondere bomen kunnen aan de bomenstichting vragen of hun houtopstand op de monumentale bomenlijst mogen worden geplaatst.

Artikel 2: kapverbod

  • 1.

    Het is verboden zonder vergunning van college een houtopstand te vellen of te doen vellen, wanneer de houtopstand voorkomt op de bomenlijst, de kaart ‘beschermde groenelementen’, voldoet aan de beschrijving ‘bos’ en/of voorkomt op de lijst van de Monumentale Bomen van Nederland van de Bomenstichting.

  • 2.

    Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor een houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantenziektewet of krachtens een aanschrijving of last van burgemeester en wethouders, zulks onverminderd het bepaalde in artikel 16;

  • 3.

    Het college kan toestemming geven tot direct vellen, indien direct sprake is van grote gevaarzetting of van vergelijkend spoedeisend belang. De mondelinge toestemming wordt zo spoedig mogelijk op schrift gesteld en aan de aanvrager alsmede aan de belanghebbende toegezonden.

  • 4.

    Het in het eerste lid gestelde verbod in uitgesloten gebieden, aangegeven op de kaart ‘beschermde groenelementen’, geldt niet voor;

    • a.

      Fruitbomen en windschermen om boomgaarden;

    • b.

      Fijnsparren, niet ouder dan 12 jaar, bestemd om te dienen als kerstbomen en geteeld op daarvoor in het bijzonder bestemde terreinen;

    • c.

      Kweekgoed;

    • d.

      Houtopstand die deel uitmaakt van als zodanig bij het bosschap geregistreerde bosbouwondernemingen en gelegen is buiten de bebouwde kom, tenzij de houtopstand een zelfstandige eenheid vormt en; geen grotere oppervlakte beslaat dan 10 are of, in geval van rijbeplanting , gerekend over het totale aantal rijen, niet meer bomen omvat dan 20.

Artikel 3: aanvraag vergunning

  • 1.

    De vergunning als bedoeld in artikel 2 moet schriftelijk gemotiveerd met gebruikmaking van het daartoe door burgemeester en wethouders vastgestelde aanvraagformulier en onder bijvoeging van een situatieschets worden aangevraagd. De aanvraag dient te geschieden door of namens en onder overlegging van een schriftelijke machtiging van degene, die krachtens zakelijk recht, of door degene die krachtens publiekrechtelijke bevoegdheid, gerechtigd is over de houtopstand te beschikken.

  • 2.

    Wanneer door de teammanager van de dienst Regelingen ( LASER) van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij aan het college een afschrift is toegezonden van de ontvangstbevestiging als bedoeld in artikel 2 van de Boswet, beschouwt het college dit afschrift mede als een vergunningaanvraag.

  • 3.

    Op de aanvraag tot vergunning dient binnen 8 weken na ontvangst een beslissing genomen te worden. Het college kan deze termijn met 6 weken verlengen.

Artikel 4: zakelijk karakter vergunning

  • 1.

    De vergunning geldt zowel voor de aanvrager als voor zijn rechtsverkrijgende.

  • 2.

    De rechtsverkrijgende is verplicht van de rechtsovergang binnen twee weken schriftelijk mededeling te doen aan burgemeester en wethouders.

Artikel 5: vergunning ex lege

De vergunning wordt geacht te zijn verleend, indien – behoudens het bepaalde in artikel 17 – geen beslissing is genomen binnen 8 weken na indiening van de aanvraag. Het college kan deze termijn met maximaal 6 weken verlengen.

Artikel 6: weigering/voorwaardelijke vergunning

  • 1.

    Het college kan de vergunning weigeren dan wel onder voorschriften verlenen in het belang van onder meer;

    • §

      Waardering van de houtopstand op basis van de toetsingscriteria vermeldt in de nota ‘Bomenbehoud Steenbergen’.

      • o

        Boomsoort

        • -

          Duurzaamheid

        • -

          Boomgrootte

        • -

          Inheemse soort

        • -

          Dendrologische waarde

      • o

        Stamdiameter

      • o

        Levensverwachting

      • o

        Groeivorm

      • o

        Ruimtelijke betekenis

        • -

          Schaarste

        • -

          Zichtbaarheid

        • -

          Landschappelijke waarde

        • -

          Waarde van dorps- en stadschoon

      • o

        Cultuurhistorische betekenis

    • §

      Flora en faunawet;

    • §

      Natuurbeschermingswet;

    • §

      Vogel- en habitatrichtlijn.

  • 2.

    Het college kan de vergunning weigeren doch onder strikte voorschriften toestemming verlenen om de houtopstand te verplanten mits het verplanten vakkundig wordt uitgevoerd.

  • 3.

    Het college kan de vergunning weigeren doch indien sprake is van dringende belangen de vergunning verlenen onder het voorschrift dat gecompenseerd wordt, mogelijk volgens een door de aanvrager te overleggen en door het college goed te keuren compensatieplan of overeenkomstig de door het college vastgestelde voorwaarden. Wordt een herplantvoorschrift gegeven, dan kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na de herplanting en op welke wijze niet geslaagde beplanting moet worden vervangen.

Artikel 7: Waardevolle en Monumentale bomenlijst en kaart ‘Beschermde groenelementen’

  • 1.

    Bij de beslissing omtrent de plaatsing van een houtopstand op de bomenlijst of op de kaart ‘beschermde groenelementen’ worden de criteria gebruikt zoals weergegeven in de nota ‘Boombehoud Steenbergen’.

  • 2.

    Voor een houtopstand voorkomend op de ‘Waardevolle en Monumentale’ bomenlijst wordt geen kapvergunning verleend, tenzij er sprake is van grote gevaarzetting of vergelijkbaar spoedeisend belang van openbare orde of veiligheid. De bewijslast hiertoe valt onder de verantwoordelijkheid van de aanvrager zijnde eigenaar dan wel bij degene die krachtens publiekrechtelijke bevoegdheid gerechtigd is over de boom te beschikken.

  • 3.

    Een verzoek tot plaatsing of wijziging van de ‘Waardevolle en Monumentale’ bomenlijst of de kaart ‘Beschermde groenelementen’ dient schriftelijk te worden aangevraagd respectievelijk te worden gedaan door, namens of met toestemming van de eigenaar of door degene die krachtens publiekrechtelijke bevoegdheid gerechtigd is over de boom, bomen of houtopstanden te beschikken. Naast de eisen die artikel 4:2 van de Algemene wet bestuursrecht daaraan stelt, dient de aanvraag een situatieschets te bevatten.

  • 4.

    Het college is bevoegd de bomenlijst en de kaart ’beschermde groenelementen’ te actualiseren.

  • 5.

    Burgemeester en wethouders delen het besluit omtrent plaatsing op deze lijst schriftelijk mede aan de eigenaar en andere zakelijk gerechtigde en voor zover van toepassing, aan degene, die om plaatsing op de lijst heeft verzocht. Het besluit tot het plaatsen op voornoemde lijst moet worden gezien als een besluit als bedoeld in artikel 1:3 Algemene Wet Bestuursrecht.

  • 6.

    De bomenlijst omvat voor iedere boom afzonderlijk een aanduiding van standplaats/locatie, de boomsoort, foto, de waardering en toekomstverwachting.

  • 7.

    De eigenaar van een houtopstand die op de bomenlijst en /of op de kaart ‘beschermde groenelementen’ is opgenomen is verplicht schriftelijk mededeling te doen aan het college van;

    • -

      Het geheel of gedeeltelijk tenietgaan van de houtopstand anders dan door velling op grond van een verleende vergunning. De mededeling dient te geschieden binnen 10 dagen na het geheel of gedeeltelijk tenietgaan;

    • -

      De dreiging dat de houtopstand geheel of gedeeltelijk teniet gaan als gevolg van welke oorzaak dan ook. De mededeling dient te geschieden onmiddellijk zodra sprake is van dreiging dat de houtopstand geheel of gedeeltelijk teniet kan gaan.

  • 8.

    Indien werkzaamheden gepland staan binnen of rondom de kroonprojectie van een houtopstand met name degene die vermeldt staan in de bomenlijst of op de kaart ‘beschermde groenelementen’ zijn de boombeschermingsmaatregelen zoals vermeldt in de nota ‘Bomenbehoud Steenbergen’ van toepassing.

Artikel 8: Vergunningsvoorschriften

  • 1.

    Tot de aan de vergunning te verbinden voorschriften kan behoren het voorschrift van feitelijk niet-gebruik tot het moment dat:

    • -

      De bezwaar- of beroepstermijn voor derden is versterken zonder dat er bezwaar of beroep in ingediend;

    • -

      Beslist is op een verzoek om een voorlopige voorziening;

    • -

      Beslist is op het ingesteld bezwaar of beroep.

  • 2.

    Tot aan de vergunning te verbinden voorschriften kunnen behoren aanwijzingen ter bescherming van in en rond de houtopstand voorkomende flora en fauna.

  • 3.

    Tot de vergunning behoort het voorschrift dat het kappen of verplanten van een houtopstand niet mag plaatsvinden in het broedseizoen. Dit seizoen loopt van 15 maart tot 15 juli.

  • 4.

    Indien in voldoende termen aanwezig zijn om overeenkomstig het bepaalde in artikel 6, lid 2 en 3, een verplantplicht of herplantplicht te verbinden aan de vergunning doch uitvoering hiervan ( in ruimtelijke zin) niet of niet volledig tot de mogelijkheden behoort, kan het college van burgemeester en wethouders aan de vergunning het voorschrift verbinden dat de vergunningaanvrager aan de herplantplicht dient te voldoen door een overeenkomstig de boomwaarde te bepalen vergoeding te storten in het bomenfonds

  • 5.

    Indien de waarde van de herplant minder bedraagt dan de waarde van de vervangen beplanting, dan kan voor het verschil van beide waarden aan een kapvergunning een voorschrift tot het betalen van een compensatiebedrag worden verbonden, welk bedrag in het bomenfonds moet worden gestort.

  • 6.

    Indien de waarde van de herplant minder bedraagt dan de waarde van de vervangen beplanting dan kan aan een kapvergunning het voorschrift worden verbonden dat er zoveel meer wordt herplant tot de waarde van de vervangen beplanting is bereikt.

  • 7.

    Burgemeester en wethouders kunnen aan de vergunning het voorschrift verbinden dat de vergunning niet ten uitvoer mag worden gelegd tot een in de toekomst gelegen nauwkeurig omschreven moment.

Artikel 9: Bekendmaking

Van iedere aanvraag wordt de ontvangst zo spoedig mogelijk bekend gemaakt op de website van de gemeente.

Elk besluit tot het verlenen van een kapvergunning wordt zo spoedig mogelijk bekendgemaakt in een lokaal dag-, nieuws-, of huis-aan-huisblad.

Artikel 10: vervaltermijn vergunning

  • 1.

    Een verleende vergunning vervalt indien daarvan niet binnen een jaar volledig gebruik is gemaakt.

  • 2.

    Burgemeester en wethouders kunnen op verzoek deze termijn verlengen met maximaal 1 jaar.

Artikel 11: financiële compensatie/instandhoudingplicht

  • 1.

    Indien een houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in artikel 2 van toepassing is, zonder vergunning van het college is geveld ( anders dan bij wijze van dunning) dan wel op andere wijze teniet is gegaan, zal het college aan de zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand bevond dan wel degene die uit andere hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen om de geldelijke waarde van de houtopstand volgens Methode Raad te vergoeden.

  • 2.

    De financiële compensatie wordt gestort in het gemeentelijk bomenfonds. Het bomenfonds wordt gebruikt voor de aanplant van nieuwe houtopstand.

  • 3.

    Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste lid opgelegd, dan kan daarbij tevens worden bepaald op welke wijze en binnen welke termijn de vergoeding dient te worden voldaan.

  • 4.

    Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in artikel 2 van toepassing is, in het voortbestaan ernstig wordt bedreigd, kan het college aan de zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand bevindt dan wel degene die uit andere hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen om overeenkomstig de door het college te geven aanwijzingen binnen een door het college te stellen termijn, voorzieningen te treffen, waardoor de bedreiging wordt weggenomen.

Artikel 12: schadevergoeding

Indien en voor zover blijkt dat een belanghebbende door toepassing van artikel 2 of artikel 8 schade lijdt of zal lijden, die redelijkerwijs niet of niet geheel te zijnen laste behoort te komen en waarvan de vergoeding niet anderszins is verzekerd, kennen burgemeester en wethouders hem op zijn verzoek een naar billijkheid te bepalen schadevergoeding toe.

Artikel 13: Bescherming houtopstanden

  • 1.

    Het is verboden om houtopstanden, die openbaar eigendom zijn

    • a.

      Te beschadigingen, te bekladden of te beplakken;

    • b.

      Daaraan snoeiwerk te verrichten behoudens door ambtenaren ter uitoefening van de hun opgedragen boomverzorgende taak.

  • 2.

    Het is verboden om een of meer voorwerpen in of aan een openbare houtopstand aan te brengen of anderszins te bevestigen behoudens met schriftelijke toestemming van burgemeester en wethouders.

Artikel 14: Burenrecht

In afwijking van het bepaalde in artikel 5:42 Burgerlijk Wetboek wordt de minimale afstand van het hebben van bomen, heggen en struiken tot de erfgrenslijn van een anders erf, indien het de erfgrenslijn betreft tussen openbare en particuliere grond, vastgesteld op 1 meter voor bomen en 0.5 meter voor heggen en struiken.

Artikel 15: bestrijding van iepziekte

  • 1.

    Indien zich op een terrein een of meer iepen bevinden die naar het oordeel van het college gevaar opleveren van verspreiding van iepziekte of vermeerdering van de iepenspintkevers, is de rechthebbende, indien hij daartoe door het college is aangeschreven, verplicht binnen de bij aanschrijving vast te stellen termijn. :

    • a.

      Indien de iepen in de grond staan, deze te vellen;

    • b.

      De iepen te ontbasten en de bast te vernietigen;

    • c.

      De niet ontbaste iepen of delen daarvan te vernietigen of zodanig te behandelen dat verspreiding van de iepziekte wordt voorkomen

  • 2.
    • a.

      Het is verboden gevelde iepen of delen daarvan voorhanden of in voorraad te hebben of te vervoeren;

    • b.

      Het verbod is niet van toepassing op geheel ontbast iepenhout en op iepenhout met een doorsnede van kleiner dan 4 centimeter;

    • c.

      Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het onder a. van dit lid gestelde verbod.

Artikel 16: Ziekte, aantasting en gevaar

Indien burgemeester en wethouders van mening zijn dat een houtopstand ziek of aangetast is, dan wel naar hun oordeel gevaar oplevert of kan opleveren voor de verspreiding van die ziekte of aantasting, of anderszins gevaar of schade kan toebrengen aan personen of goederen, kunnen burgemeester en wethouders aan de zakelijke gerechtigde van de grond dan wel aan degene die uit andere hoofde bevoegd is tot het treffen van voorzieningen, bij aanschrijving de verplichting opleggen om de betreffende houtopstand te vellen of op een andere wijze door het college te bepalen deze te behandelen binnen een door hen in de aanschrijving te bepalen termijn en overeenkomstig de door hen gegeven aanwijzingen.

Artikel 17: verhouding tussen kap- en bouw- of aanlegvergunning

  • 1.

    Het college stemt de procedures betreffende kapvergunning en aanleg- en bouwvergunning in het ontwerpstadium op elkaar af.

  • 2.

    De aanvraag om kapvergunning kan worden aangehouden op de enkele grond dat de bouw- of aanlegplannen nog niet definitief zijn.

  • 3.

    Nadat voor een perceel een bouw- of aanlegvergunning is verleend, kan een kapvergunning aan rechthebbende aanvrager worden geweigerd, indien de aanvrager niet, of niet tijdig, of niet volledig aan het college de aanwezigheid op het perceel heeft gemeld van een houtopstand die voorkomt op de bomenlijst, de kaart ‘beschermde groenelementen’ voldoet aan de omschrijving ‘bos’ en/of voorkomt op de lijst van de Monumentale Bomen van Nederland van de Bomenstichting.

Straf- ,overgangs- en slotbepalingen

Artikel 18: Strafbepaling

Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde en de krachtens deze verordening gegeven voorschriften onderscheidenlijk verplichtingen, wordt gestraft met een hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de rechtelijke uitspraak. Bij de strafmaatbepaling kan rekening worden gehouden met de boomwaarde. De op grond van dit artikel ingestelde strafvervolging laat onverlet de mogelijkheid tot het instellen door burgemeester en wethouders van privaatrechtelijke vordering tot schadevergoeding wegens schade aan bomen of houtopstanden.

Artikel 19: Toezicht op naleving

Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de bij besluit van burgemeester en wethouders aangewezen personen.

Artikel 20: Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de 1e dag na het verstrijken van de termijn van zes weken na publicatie in een lokaal dag-, nieuws-, of huis-aan-huisblad waarin zij is geplaatst en na vaststelling van de lijst ‘Waardevolle en Monumentale bomen’ en de kaart ‘Beschermde groenelementen’.

Op datzelfde tijdstip wordt de verordening ‘Boomverordening Steenbergen 2004’ ingetrokken.

Artikel 21: Overgangsbepalingen

1. Voorschriften en beperkingen opgelegd krachtens deze verordening zoals bedoeld in artikel 20 lid 2 blijven van kracht tot de tijd waarvoor zij zijn verleend is verstreken of totdat zij worden ingetrokken

2. Een aanvraag om vergunning, ingediend op grond van de vervallen bepalingen bedoeld in het eerste lid en waarop nog geen besluit is genomen op het tijdstip van inwerkingtreding van de onderhavige verordening, wordt behandeld als een aanvraag om een vergunning overeenkomstig de bepalingen van de onderhavige vergunning.

Bijlagen

Rapportage Steenbergen 1v5 behorende bij boomverordening 2010 Deel 1

Bijlagen

Rapportage Steenbergen 1v5 behorende bij boomverordening 2010 Deel 2

Bijlagen

Rapportage Steenbergen 1v5 behorende bij boomverordening 2010 Deel 3

Bijlagen

Rapportage Steenbergen 1v5 behorende bij boomverordening 2010 Deel 4

Bijlagen

Kaart Beschermde groenelementen behorende bij bomenverordening 2010

Artikelsgewijs toelichting op ‘Bomenverordening Steenbergen 2010’

Artikel 1:

  • A:

    Om alle misverstanden te voorkomen is de omschrijving van ‘houtopstand’ zo eenvoudig mogelijk te houden.

  • B:

    Vanwege de discussie over wat wel en niet een boom is, vooral bij meerstammigheid, zeer jonge bomen en boomachtige struiken is gekozen voor een precieze definitie van het begrip boom met eenvoudig te controleren voorwaarden, opdat zo min mogelijk twijfel kan ontstaan. De minimumdoorsnede van 10 cm is gekozen vanwege het feit dat deze maat vaak wordt gehanteerd bij het bepalen van het al dan niet gemakkelijk verplaatsbaar zijn van bomen, alsmede om aan te geven dat niet voor ieder boompje een vergunning behoeft te worden aangevraagd. Ook (solitaire) struiken - mits minimaal een stam van de vereiste dikte aanwezig is - vallen onder de Bomenverordening. Dit kan gewenst zijn rond landgoederen en in stedelijke parken.

  • I:

    De definitie van knotten is bedoeld ter afbakening van illegaal en ondeskundig snoeien of terugzetten van daarvoor ongeschikte bomen en geeft de mogelijkheid om zonder kapvergunning onderhoud te kunnen plegen aan daarvoor wel geschikte bomen als bepaald in artikel 2 lid 3 sub c van deze verordening.

  • J:

    De definitie van kandelaberen is bedoeld om juist voor deze methode van snoeien wel een vergunning te verlangen. Aangezien kandelaberen slechts door deskundigen uitgevoerd kan worden, bestaat het gevaar dat veel bomen onherstelbaar worden beschadigd, indien dit zonder voorafgaande kennisgeving geschiedt. Nu kandelaberen slechts bij uitzondering geschiedt, is dit geen onacceptabele uitbreiding van het aantal situaties waarvoor een kapvergunning moet worden aangevraagd te noemen. Zie ook het gestelde onder i.

  • P:

    Blijkens het bepaalde in artikel 1 vijfde lid van de Boswet stelt de gemeenteraad een bij Gedeputeerde Staten goed te keuren besluit vast, welke voor de toepassing van deze wet de grenzen van de bebouwde kom van de gemeente zijn. De nieuwe gemeenteraad zal dus de nieuwe grenzen dienen vast te stellen.

  • L:

    Door ook handelingen "zowel boven- als ondergronds" op te nemen in de definitie van vellen kan worden opgetreden tegen ernstige, ondergrondse beschadigingen bij bijvoorbeeld de aanleg van kabels en leidingen. De expliciete ondergrondse bescherming lijkt nodig gezien de achterstelling in het Burgerlijk Wetboek van het kappen van wortels tegenover het afsnijden van takken. Belangrijk is in dit verband de uitspraak van de Hoge Raad van 15/12/1992 in de zaak Slootjes. De Hoge Raad stelde dat ook het vakkundig, rigoureus knotten tot een stam met uitsteeksels (het zgn. kandelaren of kandelaberen) ernstig beschadigen in de zin van dit artikel kan zijn en dus kapvergunningplichtig is.

  • R:

    De boomwaarde wordt bepaald met behulp van de laatste richtlijnen van de "Nederlandse Vereniging van Beëdigde Taxateurs van Bomen" , aangeduid met de methode Raad. De boomwaarde wordt vastgesteld met de volgende formule:

    Boomwaarde = Uitgangswaarde (eenheidsprijs x stam oppervlakte) x Correctiefactoren (Cl t/m C6). Correctiefactoren zijn te onderscheiden in standplaatsfactor

    plantwijzefactor

    afschrijvingsfactor

    onderhoudsindicatie

    conditie/levensverwachting

    herplantindicatie

    Voor gedetailleerde informatie omtrent de methode Raad wordt verwezen naar de meest recente Richtlijnen van de Nederlandse Vereniging van Beëdigde Taxateurs van Bomen.

Artikel 2: Kapverbod

Commentaar Algemeen,

Artikel 2 geeft de werkingssfeer van de regeling aan. De regeling geldt zowel binnen als buiten de bebouwde kom.

De vraag of houtopstand binnen of buiten de bebouwde kom ligt, is van belang wanneer het gaat om bossen van een bosbouwonderneming, bedoeld in het tweede lid sub e van artikel 2. Ligt een houtopstand van een dergelijke onderneming buiten de bebouwde kom - hetgeen waarschijnlijk meestal geval is - dan is het kapverbod alleen van toepassing wanneer het gaat om 'kleine" bossen.

Relatie met bouw- en aanlegvergunning

Artikel 2 bevat niet de uitzondering die artikel 5, eerste lid van de Boswet voor het Rijk in het leven roept voor velling van houtopstand op grond die nodig is voor de uitvoering van een werk overeenkomstig een goedgekeurd bestemmingsplan, bijvoorbeeld het bouwen van woningen of de aanleg van wegen.

Deze uitzondering is niet opgenomen met het oog op een maximale bescherming van bomen. Immers, indien het bestemmingsplan geen voorschriften bevat met betrekking tot de bescherming van een individuele boom (hetgeen meestal het geval kan zijn), kan de bouwvergunning niet worden geweigerd. Het limitatief-imperatieve stelsel van de Woningwet kent geen weigeringgrond met betrekking tot de aanwezigheid van bomen. De enige wijze waarop bij voorgenomen activiteiten toch nog een afweging met betrekking tot de aanvaardbaarheid van het kappen van een boom mogelijk wordt gemaakt, bestaat uit een (kap)verordening waarin voor bouwactiviteiten geen uitzondering op het kapverbod wordt gemaakt. Dit is van des te groter belang in die gevallen waarin een bouwwerk binnen hetzelfde bouwblok ook zo kan worden gesitueerd dat de boom niet hoeft te sneuvelen. Ook in die gevallen is er echter wel sprake van een afweging van belangen, waarin het belang van het behoud van de houtopstand niet altijd zwaarder zal wegen. Burgemeester en Wethouders zullen bij verlening van bouwvergunning overigens sterke argumenten moeten hebben om de kapvergunning voor houtopstand die tengevolge van de bouwactiviteiten wel moet sneuvelen, te weigeren. Andersom wordt er met het kappen van bomen met het oog op bouwactiviteiten waarvoor de (bouw)vergunning niet in stand blijft, geen belang meer gediend.

Lid 1:

Dit lid introduceert het vergunningstelsel. In de Boswet wordt een meldingsplicht (kennisgeving van voorgenomen velling) gehanteerd. Dat is te verklaren uit het andere doel van de Boswet. Een eventuele kap van bos lost zich op in de herplantplicht: de zaak is rond als (elders) weer een boom is geplant. Het gaat niet zozeer om een bepaalde boom, maar om het totaal aantal bomen.

De boomverordening heeft voornamelijk ten doel juist een bepaalde boom of groep van bomen uit oogpunt van behoud van natuurwaarde, landschappelijke waarde, stads- en dorpsschoon of leefbaarheid te sparen. Met een herbeplanting is men zelden gebaat. Het is dus zaak een maximale bescherming te scheppen. Deze geeft het vergunningstelsel in grotere mate dan het meldingssysteem. In deze verordening wordt daarom het vergunningstelsel gehanteerd, wat inhoudt dat er een kapverbod geldt voor de houtopstanden welke staan op de bomenlijst of op de kaart ‘Beschermde groenelementen’, behoudens daartoe verkregen vergunning

Lid 2:

Dit onderdeel voorziet in het geval dat bomen moeten worden geveld ter bestrijding van de iepziekte of in het kader van een instandhoudingplicht dan wel krachtens (andere) bepalingen van de boomverordening, bijvoorbeeld in verband met verkeersveiligheid.

Lid 3:

In een acute probleemsituatie door houtopstanden, meestal dus gevaarzetting voor zaken of personen door instabiliteit van bomen, moet er meteen gehandeld kunnen worden. Burgemeester en wethouders zijn hiervoor bevoegd te verklaren. In het belang van de duidelijkheid van het beleid rond bomen wordt een mondeling genomen besluit zo spoedig mogelijk op schrift gesteld en aan belanghebbenden toegezonden. Tevens vindt publicatie plaats. Van een acute probleemsituatie kan sprake bijvoorbeeld zijn indien de boom na blikseminslag, aanrijding of bij constatering van dood, voorzienbaar en spoedig zal omvallen of anders grotere takken uit de boom zullen vallen met risico van gevaarzetting. Het bekend zijn met het risico van gevaarzetting en het voeren van de normale procedure kan tot ongewenste effecten leiden (risicoaansprakelijkheid).

Lid 4 sub d:

Ingevolge artikel 15 derde lid van de Boswet is de gemeenteraad niet bevoegd regelen te stellen ter bewaring van bossen en andere houtopstanden die deel uit maken van bosbouwondernemingen, die als dusdanig bij het Bosschap geregistreerd staan en gelegen zijn buiten de bebouwde kom (tenzij het een zelfstandige eenheid betreft van minder dan 10 are of een zelfstandige rijbeplanting van minder dan 20 bomen).

Artikel 3: aanvraag vergunning

Lid 1:

Bij de aanvraag van de vergunning is het belangrijk dat deze door of namens de zakelijk gerechtigde wordt gedaan. Een aanvraag van bijvoorbeeld een huurder zonder dat er toestemming is gegeven door de eigenaar kan derhalve niet in behandeling worden genomen. Een boom welke op de erfgrens staat is van beide buren en een aanvraag dient met toestemming van beide buren ingediend te worden. Een situatieschets, op te stellen door de aanvrager, kan in de praktijk nodig blijken om te voorkomen dat men anders een tweede maal de kapvergunning voor een andere houtkap zou kunnen gebruiken.

Lid 2:

Behoeft geen verdere toelichting.

Artikel 4: zakelijk karakter vergunning

Lid 1:

Opgenomen om bijvoorbeeld bij verkoop de nieuwe eigenaar te kunnen verplichten de vergunningsvoorschriften na te komen, zoals bijvoorbeeld een herplantingplicht.

Artikel 5: Vergunning ex lege

Lid 1:

Behoeft geen verdere toelichting

Artikel 6: Weigeringgronden

Lid 1:

Het gaat hier om een discretionaire bevoegdheid van het college. In alle gevallen moet het college een belangenafweging maken. In afweging dient genomen te worden de redenen van verwijdering tegenover de in artikel 6 genoemde belangen. Bij de beoordeling van de zwaarte van de redenen van verwijdering wordt gebruik gemaakt van de tabellen A; mate van overlast en B; categorieën van overlast van de nota ‘Bomenbehoud Steenbergen 2010’. Bij beoordelingen van kapaanvragen is altijd sprake van maatwerk per situatie

Situaties die als reden voor verwijdering kunnen fungeren zijn;

  • Indien de houtopstand door de staat waarin deze verkeert naar het oordeel van Burgemeester en Wethouders de omgeving ontsiert;

  • Indien de houtopstand naar het oordeel van Burgemeester en Wethouders een gevaar veroorzaakt voor de gehele omgeving;

  • de houtopstand niet tot volle wasdom kan komen gezien de (te verwachten) omvang van de houtopstand in relatie tot de omgeving en waarin de houtopstand naar het oordeel van Burgemeester en Wethouders onevenredig veel overlast oplevert;

  • de houtopstand verwijderd moet worden in het kader van bodemsanering, bouwwerkzaamheden en herinrichtingwerkzaamheden waarbij de houtopstand niet behouden kan worden.

  • de houtopstand blijkens verklaring van de GGD onaanvaardbare risico's oplevert voor de volksgezondheid.

Genoemde situaties worden door het college afgewogen tegenover de in artikel 6 genoemde belangen.

Lid 2:

Aangezien uit art. 2 lid 1 i.o. art 1 onder L blijkt dat verplanten ook onder de vergunningplicht valt, is het in het eerste lid van dit artikel opgenomen.

Lid 3:

Het verbinden van een herplant voorwaarde aan een kapvergunning is algemeen bekend en aanvaard in de rechtspraktijk. Tot de voorwaarden kunnen behoren een termijn waarbinnen de herplant dient plaats te vinden, maat van de beplanting en soort.

Artikel 7: Waardevolle en Monumentale bomenlijst

Lid 1:

Behoeft geen verdere toelichting

Lid 2:

Indien de aanvrager van mening is dat er sprake is van grote gevaarzetting of vergelijkbaar spoedeisend belang van openbare orde of veiligheid dient de aanvrager dit aantoonbaar te kunnen maken. Gevraagd kan worden om een rapportage gemaakt door een deskundige op het gebied van bomen.

Lid 3:

Behoeft geen verdere toelichting

Lid 4:

Het mandaat tot het vaststellen van de bomenlijst en de kaart ‘beschermde groenelement’ is overgedragen door de gemeenteraad aan het college van Burgemeester en wethouders.

Lid 5,6,7:

Behoeft geen verdere toelichting

Artikel 8: Vergunningsvoorschriften

Lid 1:

Dit artikel is opgenomen om te vermijden dat de boom al feitelijk is gekapt voordat derden kennis van de kapvergunning hebben kunnen nemen. Overigens moet worden opgemerkt dat een derde belanghebbende ook zelf uitstel van kappen kan bewerkstelligen. Hij doet dit door aan de rechter een voorlopige voorziening te vragen, inhoudende opschorting van een kapvergunning.

Lid 2:

Opgenomen uit natuurbeschermingsoogpunt voor bijzondere flora en fauna in en rond een houtopstand.

Lid 3:

Behoeft geen verdere toelichting

Lid 4:

de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft geoordeeld dat burgemeester en wethouders onder bepaalde voorwaarden ook de bevoegdheid hebben om aan een kapvergunning een compensatiebedrag te verbinden. Deze betalingsverplichting mag alleen worden opgelegd wanneer wordt voldaan aan de voorwaarde dat het betaalde bedrag wordt gebruikt voor herplanting.

Lid 5,6,7:

Behoeft geen verdere toelichting

Artikel 9: Bekendmaking

Om belanghebbenden in de gelegenheid te stellen een procedure te starten tegen een te verlenen kapvergunning, wordt de ontvangst van de aanvraag, zodra hij in behandeling kan worden genomen, gepubliceerd in een huis-aan-huisblad of een ander . Derden-belanghebbenden kunnen op deze manier vroegtijdig ervan kennis nemen en worden in de gelegenheid gesteld om hun bedenkingen tegen het voornemen tot een te verlenen kapvergunningen in te dienen. Deze bedenkingen worden dan in de afweging van de belangen nadrukkelijk meegewogen, waarna de indiener van de bedenkingen middels het toezenden van het op aanvraag genomen besluit wordt geïnformeerd. Desgewenst kan hij vervolgens gebruik maken van de hem ten dienste staande rechtsmiddelen van bezwaar, beroep en voorlopige voorziening.

Het indienen van bedenkingen is een beperkte regeling. Deze regeling ziet niet toe op het bepleiten van belangen, maar slechts op het verifiëren van de gegevens die tot een afwijzing of anderszins bezwarende beschikking kunnen leiden. In het bezwaarschrift van aanvrager of belanghebbenden wegen andere belangen.

Wanneer er reden is te veronderstellen dat tussen gemeente en aanvrager verschil van mening kan bestaan over de gegevens die de aanvrager zelf betreffen, is de gemeente verplicht op grond van het bepaalde in artikel 4:7 Algemene wet bestuursrecht de aanvrager hierover te raadplegen.

Als verwacht wordt dat belanghebbende bezwaar kan hebben tegen de te verlenen beschikking en die beschikking zou steunen op gegevens en belangen die de belanghebbende betreffen, terwijl die gegevens niet door hem zelf ter zake zijn verstrekt, krijgt hij de gelegenheid zijn zienswijzen kenbaar te maken. Indien het indienen van bedenkingen niet heeft geleid tot een voor belanghebbende aanvaardbare beschikking, dan kan hij alsnog een bezwaarschrift indienen.

In situaties waarbij het noodzakelijk is dat met spoed een boom moet worden geveld – b.v. bij gevaarzetting of ziekte – hebben burgemeester en wethouders de bevoegdheid te bepalen dat de vergunning onmiddellijk van kracht wordt. Het zou immers in dergelijke situaties bijzonder ongewenst zijn de bezwaarperiode af te wachten alvorens de vergunning van kracht wordt.

Het eveneens publiceren van besluiten tot het verlenen van kapvergunningen is bedoeld om zorgvuldig te zijn naar alle (derde)belanghebbenden.

Artikel 10: vervaltermijn vergunning

Om te voorkomen dat er misbruik van oude kapvergunningen wordt gemaakt, is de mogelijkheid opgenomen een maximum termijn te stellen aan het gebruik van de vergunning. Het beleid met betrekking tot het verlenen van vergunningen kan immers veranderen. Daarnaast groeien ook bomen verder waardoor de afweging om al of niet een kapvergunning te verstrekken zich in de loop van de tijd kan wijzigen.

Tenslotte mag de periode van één jaar ook worden gehanteerd om, kijkend naar de seizoenen, een juist moment te kiezen voor het kappen van de boom. Indien de directe noodzaak niet speelt, is het aan te bevelen te wachten met kappen tot het moment, dat de boom niet meer of nog niet in het blad staat. Zo nodig kunnen burgemeester en wethouders de termijn verlengen met ten hoogste 1 jaar. Een verzoek om verlenging (binnen de looptijd van het eerdere besluit) wordt gepubliceerd als een ontvangen aanvraag. De beslissing tot verlenging is een appelabel besluit.

Artikel 11: financiële compensatie/instandhoudingplicht

Lid 1,2,3,4:

Behoeft geen verdere toelichting

Artikel 12: schadevergoeding

Artikel 17 van de Boswet schrijft voor, dat de verordening een orgaan moet aanwijzen, dat beslist met betrekking tot ingediende schadeclaims. Uit het oogpunt van efficiency is het college van burgemeester en wethouders hiertoe het meest geëigende orgaan. Het afwijzen van een kapvergunning kan bijvoorbeeld voor betrokkene aanleiding zijn een schadeclaim bij de gemeente in te dienen. Echter slechts in uitzonderlijke situaties zal eventuele schade niet ten laste mogen blijven van betrokkene. Een schadeclaim is door de rechter tot op heden zelden of nooit toegekend en lijkt voor een theoretisch geval gedacht.

Dit schijnbaar overbodige artikel wordt echter door een formele wet (Boswet) voorgeschreven.

Artikel 13: Bescherming houtopstanden

Ter wille van volledigheid en duidelijkheid is dit artikel expliciet opgenomen.

Artikel 14: Burenrecht

Artikel 5:42 lid 2 Burgerlijk Wetboek biedt de mogelijkheid om in een verordening de minimale afstand tot de erfgrens waarop zonder toestemming van de buren bomen mogen worden geplant, te bepalen op een afstand kleiner dan 2 meter en voor heesters en heggen op een afstand kleiner dan een halve meter. Teneinde een betere bescherming aan bomen, struiken en heesters te bieden is in de verordening de minimale grens voor bomen vastgesteld op 1 meter en voor heesters en struiken 0.5 meter gehanteerd.

Artikel 15: Bestrijding van iepziekte

Lid 1,2:

Dit artikel is nodig geworden nu het Besluit bestrijding iepziekte is opgeheven en de Minister de gemeenten zelf de bevoegdheid heeft gelaten om tegen de ziekte op te treden. Dit artikel zal met name toegepast kunnen worden met betrekking tot de bestrijding van iepziekte.

Artikel 16: ziekte, aantasting en gevaar

Behoeft geen verdere toelichting

Artikel 17: verhouding tussen kap- en bouw- of aanlegvergunning

Naar aanleiding van vele praktijkproblemen tussen de verschillende verordeningen is dit artikel opgenomen.

Lid 1:

Juist in het ontwerpstadium kunnen bouw- en aanlegplannen nog worden gewijzigd en aangepast aan voorhanden en te behouden beplantingen. Een standaardinventarisatie van aanwezige beplantingen als vast onderdeel iedere bouw- of aanlegaanvraag is raadzaam. Ook kan dit ertoe leiden, dat kapaanvragen buiten behandeling gesteld kunnen worden omdat de b.v. bouwplannen waarom een boom zou moeten sneuvelen, nog slechts in het prille begin zijn (geen bouwvergunning, nog geen wijziging bestemmingsplan). Goed overleg met de aanvrager kan leiden tot het gewenst resultaat.

Lid 2:

Door het tegelijkertijd afgeven van de verschillende vergunningen wordt vermeden dat de gemeente zichzelf in moeilijke situaties manoeuvreert, bijvoorbeeld het redelijke wijze niet meer of slechts gedeeltelijk aanvullend kunnen zijn van een kapvergunning op de reeds afgegeven bouwvergunning.

Lid 3:

Het is vaste rechtspraak dat er niet vroegtijdig gekapt mag worden als plannen nog niet definitief zijn, zowel in juridische als financiële zin.

Lid 4:

Indien de aanwezigheid van waardevolle houtopstand bewust of opzettelijk is verzwegen, kan dit artikel zeker toepassing vinden. In dit verband moet de gemeente echter wel rekening houden met de werking van artikel 3:2 Awb: bij de voorbereiding van een besluit vergaart het bestuursorgaan de nodige kennis omtrent de relevante feiten en de af te wegen belangen.

Straf- ,overgangs- en slotbepalingen

Artikel 18: Strafbepaling

Lid 1:

Volgens artikel 154 Gemeentewet kan op overtreding van een gemeentelijke verordening een boete worden gesteld van ten hoogste ∈ 2268,-- (f 5.000) (2' categorie) of ten hoogste drie maanden hechtenis. Indien het strafbare feit is begaan door een rechtspersoon kan de rechter een geldboete opleggen van ten hoogste ∈ 4537 (f 10.000) (3' categorie).

De rechter legt de straf op in overeenstemming met de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het is begaan en de persoonlijke omstandigheden van de dader, zoals daarvan tijdens de terecht zitting is gebleken. De boomwaarde is dan ook één van de vele factoren die meewegen, en wel om het financiële in de uitspraak te doen laten doorklinken. Veel gemeenten gaan bij opzettelijke, illegale kap uit van de volle boomwaarde van de gevelde boom.

Artikel 19: Toezicht op naleving

De zin van de Boomverordening is zeer beperkt als de verordening niet wordt gehandhaafd. Met de invoering van de 3' tranche van de Algemene wet bestuursrecht (Awb, 1 juli 1997) wordt de positie van de toezichthouders geformaliseerd. De Awb kent de volgende bevoegdheden toe:

  • a.

    betreden van plaatsen, met medeneming van de benodigde apparatuur, en het zich doen vergezellen door andere personen;

  • b.

    vorderen van inlichtingen;

  • vorderen

    van inzage van zakelijke gegevens en bescheiden, het maken van kopieën hieronder begrepen;

  • c.

    onderwerpen van zaken aan onderzoek, opneming en monster neming alsmede het openen van verpakkingen en het zonodig meenemen van zaken;

  • d.

    onderzoeken van vervoermiddelen en hun lading en van de bestuurder vorderen van inzage van wettelijke voorgeschreven bescheiden alsmede daartoe doen stilhouden en naar een andere plaats doen overbrengen van het vervoermiddel.

Toezichthouders zijn niet bevoegd tot het opmaken van proces-verbaal.

Artikel 20: Inwerkingtreding

Dit is een standaard bepaling

Artikel 21: Overgangsbepalingen

Dit is een standaard bepaling