gemeente Steenbergen | Brandbeveiligingsverordening 2012

Regeling Brandbeveiligingsverordening 2012

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

  • Datum inwerking-treding 01-04-2012
  • Terugwerkende kracht t/m 01-04-2012
  • Datum uitwerking-treding 01-01-2018
  • Betreft wijziging art. 4 en art. 5 en art. 10
  • Datum ondertekening 03-07-2012
  • Bron bekendmaking gemeentelijke website
  • Kenmerk voorstel BM1200363

Inleiding

De raad van de gemeente Steenbergen;

In behandeling genomen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 15 juni 2010

overwegende, dat het verplicht is een verordening vast te stellen omtrent het voorkomen, beperken, bestrijden van brand, het beperken vanbrandgevaar, het voorkomen en beperken van ongevallen bij brand en al hetgeen daarmee verband houdt;

gelet op artikel 3 van de Wet veiligheidsrisico's en de aanpassing daarop (Stb 2010, 145 en 146);

besluit:

vast te stellen:

Brandbeveiligingsverordening 2012

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder

  • a.

    Een inrichting: een voor mensen toegankelijke ruimtelijk begrensde plaats voor zover geen bouwwerk is;

  • b.

    Bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct hetzij indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren.

Artikel 2 Verbodsbepaling

  • 1.

    Het is verboden zonder of in afwijking van een door het college verleende gebruiksvergunning een inrichting in gebruik te hebben of te houden, voor zover daarin :

    • a.

      meer dan 50 personen tegelijk aanwezig zullen zijn of,

    • b.

      aan meer dan 10 personen bedrijfsmatig of in het kader van verzorging nachtverblijf zal worden verschaft of,

    • c.

      aan meer dan 10 personen jonger dan 12 jaar, of aan meer dan 10 lichamelijk of geestelijk gehandicapte personen dagverblijf zal worden verschaft.

  • 2.

    Het college kan aan de gebruiksvergunning voorwaarden verbinden met inachtneming van het gestelde in de paragrafen 3 en 4;

  • 3.

    Het college kan aan de gebruiksvergunning nieuwe voorwaarden verbinden en gestelde voorwaarden wijzigen of intrekken, indien het belang waarvoor de gebruiksvergunning is verleend dit vereist op grond van een verandering van inzichten of verandering van de omstandigheden gelegen buiten de inrichting, opgetreden na het verlenen van de gebruiksvergunning;

  • 4.

    Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing.

Artikel 3 Weigeringgronden

Het college weigert een gebruiksvergunning, indien de in de aanvraag vermelde wijze van gebruik van de inrichting niet brandveilig is en door het stellen van voorwaarden ook niet kan worden bereikt.

Artikel 4 Gebruikseisen

De eisen gesteld aan het brandveilig gebruik van bouwwerken in de artikelen 1.16, 1.17 en 6.5 en in de afdelingen 6.5, 6.6, 7.1 en 7.2 van het bouwbesluit 2012 zijn van overeenkomstige toepassing op vergunningplichtige en niet vergunningplichtige inrichtingen.

Artikel 5 Brandveiligheidsvoorzieningen

De eisen gesteld aan het brandveilig gebruik van bouwwerken in de afdelingen 6.7 en 6.8 van het Bouwbesluit 2012 zijn, met uitzondering van de artikelen 6.28, 6.29 en 6.39 van overeenkomstige toepassing op vergunningplichtige en niet vergunningplichtige inrichtingen.

Artikel 6 Melden van brand en broei

Ieder die brand of broei ontdekt of deze vermoedt, is verplicht dit onmiddellijk aan de brandweer te melden.

Artikel 7 Bossen, heidevelden en broei

De eigenaar van een aangesloten of vrijwel aangesloten opstand die voor meer dan de helft bestaat uit naaldhout, een heideveld, een veen of ander erf of terrein, voor zover niet bedoeld in artikel 8, tweede lid onder b van de Woningwet en dat met brandbare gewassen is begroeid is verplicht de voorschriften op te volgen, die het college geeft tot het voorkomen van brand en het beperken van de gevolgen van brand.

Artikel 8 Bestuurlijke boete

Overtreding van de regels van deze verordening kan worden beboet van maximaal het bedrag, genoemd in de Arbeidsomstandighedenwet artikel 34, vierde lid onder 1*.

Artikel 9 Overgangsrecht

  • 1.

    Vergunningen die verleend zijn onder werking van de brandbeveiligingsverordening van 11 december 2008 en die van kracht zijn op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening worden aangemerkt als vergunning krachtens deze verordening.

  • 2.

    Indien vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om een vergunning op grond van de brandbeveiligingsverordening van 11 december 2008 is ingediend waarop nog niet is beslist, wordt daarop deze verordening toegepast.

  • 3.

    Op bezwaarschriften gericht tegen een beschikking op een aanvraag om vergunning krachtens de brandbeveiligingsverordening van 11 december 2008 wordt beslist met toepassing van deze verordening.

Artikel 10 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als Brandbeveiligingsverordening 2012.

Artikel 11 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op het moment van inwerkingtreding van de Wet veiligheidsregio's.