gemeente Steenbergen | Handhavingsverordening WWB, WIJ, IOAW en IOAZ gemeente Steenbergen

Regeling Handhavingsverordening WWB, WIJ, IOAW en IOAZ gemeente Steenbergen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

  • Datum inwerking-treding 25-02-2010
  • Terugwerkende kracht t/m 01-01-2010
  • Datum uitwerking-treding 01-01-2013
  • Betreft nieuwe regeling
  • Datum ondertekening 25-02-2010
  • Bron bekendmaking SC 19-03-2010
  • Kenmerk voorstel 7b

Inleiding

De raad der gemeente Steenbergen;

in behandeling genomen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 11 januari 2010

op artikel 147 van de Gemeentewet, artikel 8a van de Wet werk en bijstand, artikel 12, eerste lid, sub c van de Wet investeren in jongeren, artikel 35, eerste lid, sub c van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers en artikel 35, eerste lid, sub c van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;

besluit:

de Handhavingsverordening WWB, WIJ, IOAW en IOAZ gemeente Steenbergen, vast te stellen.

Artikel 1. Begripsomschrijving

  • 1.

    Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader zijn omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de Wet werk en bijstand, de Wet investeren in jongeren, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen en de Algemene wet bestuursrecht.

  • 2.

    In deze verordening wordt verstaan onder:

    • a.

      het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Steenbergen;

    • b.

      de wet: de Wet werk en bijstand (WWB),

    • c.

      de Wet investeren in jongeren (WIJ),

    • d.

      de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW)

    • e.

      de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ);

    • f.

      bijstand: algemene en bijzondere bijstand;

    • g.

      algemene bijstand: de bijstand als bedoeld in artikel 5, sub b van de WWB;

    • h.

      bijzondere bijstand: de bijstand als bedoeld in artikel 5, sub d van de WWB;

    • i.

      werkleeraanbod: het aanbieden van algemeen geaccepteerde arbeid, een voorziening gericht op arbeidsinschakeling waaronder begrepen scholing, opleiding of sociale activering alsmede ondersteuning bij arbeidsinschakeling als bedoeld in artikel 5, lid 1 van de WIJ;

    • j.

      inkomensvoorziening: de inkomensvoorziening als bedoeld in artikel 5, lid 1 van de WIJ;

    • k.

      uitkering: het verschil tussen de grondslag en het inkomen als bedoeld in artikel 5 van de IOAW of de IOAZ;

    • l.

      maatregel: het verlagen van de bijstand, inkomensvoorziening of uitkering op grond van artikel 18, lid 2 van de WWB, artikel 41 van de WIJ dan wel artikel 20 van de IOAW of de IOAZ.

Artikel 2. Fraudepreventie

  • 1.

    Het college voert een actief fraudepreventiebeleid. Onderdeel daarvan is de wijze waarop het college belanghebbenden informeert over de rechten en plichten die aan het ontvangen van bijstand, het verkrijgen van een werkleeraanbod en/of een inkomensvoorziening dan wel uitkering zijn verbonden en over de consequenties van misbruik en oneigenlijk gebruik.

  • 2.

    Ter controle van de aanvraag wordt onder meer gebruik gemaakt van bestandsvergelijkingen met actuele gegevens en van de samenloopsignalen die daaruit voortkomen.

Artikel 3. Controle

  • 1.

    Het college doet stelselmatig onderzoek naar de rechtmatigheid van de bijstand, het werkleeraanbod en/of de inkomensvoorziening dan wel de uitkering en kan daarbij gebruikmaken van huisbezoeken, risicoprofielen en bestandsvergelijkingen alsmede de samenloopsignalen die daaruit voortkomen. Het college onderzoekt daarnaast overige signalen en tips die relevant zijn voor het recht op bijstand, een werkleeraanbod en/of een inkomensvoorziening dan wel uitkering.

  • 2.

    Het college doet onderzoek naar de reden van de beëindiging van de bijstand, het werkleeraanbod en/of de inkomensvoorziening dan wel de uitkering en neemt op basis daarvan besluiten met betrekking tot de recht matigheid van de verstrekte voorzieningen alsmede de wederzijds tussen het college en de belanghebbende resterende verplichtingen en de afhandeling daarvan.

Artikel 4. Verlagen van de bijstand / inkomensvoorziening / uitkering

Indien belanghebbende onjuiste, onvolledige of in het geheel geen inlichtingen verstrekt die van invloed zijn of kunnen zijn op het recht op bijstand, een werkleeraanbod en/of Inkomensvoorziening dan wel uitkering verlaagt het college de bijstand, inkomensvoorziening dan wel uitkering conform hetgeen hierover is bepaald in de Maatregelenverordening Wet werk en bijstand 2009, de Maatregelenverordening Wet investeren in jongeren 2009 en de Maatregelenverordening IOAW / IOAZ 2010, onverminderd de mogelijkheid tot terugvordering van de ten onrechte verleende bijstand, tot intrekking van het werkleeraanbod alsmede tot terugvordering van de ten onrechte verstrekte inkomensvoorziening dan wel uitkering.

Artikel 5. Aangifte bij het Openbaar Ministerie

Indien een gedraging van belanghebbende als bedoeld in artikel 4 leidt tot benadeling van de gemeente, doet het college, onverminderd de mogelijkheden als in eerder vermeld artikel gesteld, aangifte bij het Openbaar Ministerie,in overeenstemming met de door het Openbaar Ministerie op dit punt gehanteerde uitgangspunten.

Artikel 6. Hardheidsclausule

Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen in deze verordening, indien toepassing hiervan tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.

Artikel 7. Citeertitel

Deze verordening kan worden aangehaald als ”Handhavingsverordening WWB, WIJ, IOAW en IOAZ gemeente Steenbergen”.

Artikel 8. Ingangsdatum

Deze verordening treedt in werking met ingang van 25 februari 2010 en heeft terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2010.

Algemene toelichting Handhavingsverordening WWB, WIJ, IOAW en IOAZ gemeente Steenbergen

Met deze verordening wordt invulling gegeven aan de in artikel 8a van de Wet werk en bijstand (WWB), artikel 12 van de Wet investeren in jongeren (WIJ), het nieuwe artikel 35 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW) en het nieuwe artikel 35 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidson-geschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ) gegeven opdracht om regels te stellen met betrekking tot het bestrijden van misbruik en oneigenlijk gebruik van deze wetten.

Het behoort tot de gemeentelijke beleidsvrijheid om daarin eigen beleidskeuzes te maken. Mede gelet op de grote verwantschap tussen voormelde wetten en de toepasbaarheid wordt het gemeentelijk beleid over misbruik en oneigenlijk gebruik in één Handhavingsverordening vastgelegd.

ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING HANDHAVINGSVERORDENING WWB, WIJ, IOAZ EN IOAZ GEMEENTE STEENBERGEN.

Artikel 1

Voor de gehanteerde begrippen wordt, tenzij anders is vermeld, verwezen naar de Wet werk en bijstand, de Wet investeren in jongeren en de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 2

Hierin krijgt het college de opdracht beleid te ontwikkelen ter voorkoming van fraude. De gemeente Steenbergen geeft hieraan uitvoering door toepassing van de methodiek “Hoogwaardig Handhaven”. Dit houdt in, dat bij de uitvoering van de regelgeving, fraude zo effectief en zo efficiënt mogelijk moet worden voorkomen en bestreden. Instrumenten die inhoud geven aan hoogwaardig handhaven zijn:

Voorlichting:

Het goed en vroegtijdig informeren van cliënten over hun rechten en plichten alsmede handhaving,

bijvoorbeeld door middel van de cursus “In en uit de bijstand”;

Poortwachter:

Het nagaan of aanvrager ook daadwerkelijk recht heeft op een voorziening en of de hoogte daarvan correct wordt vastgesteld, waarbij het uitgangspunt "werk boven uitkering" voorop staat;

Verificatie en validatie:

Het controleren van de noodzakelijke gegevens aan de hand van bewijsstukken die door de klant worden verstrekt teneinde zekerheid te krijgen over de volledigheid van de gegevens en inlichtingen van externe instanties;

Risicoprofielen:

Cliënten indelen in sporen aan de hand van risicoprofielen;

Afspraken met partners in de keten:

Afspraken met partners (UWV en reïntegratiebedrijven) om de gemeente te informeren wanneer de cliënt zich niet houdt aan zijn/haar verplichtingen;

Inkomensformulier:

Het maandelijks inleveren van een inkomensformulier;

Signaalsturing:

Het volgen van cliënten indien zaken opvallen die zouden kunnen duiden op frauduleus gedrag;

Risicoanalyse (controle op maat):

Controle op maat. Het extra controleren van cliënten met een verhoogd risicoprofiel;

Themacontrole:

Een thematisch onderzoek naar groepen cliënten waarvan wordt vermoed dat een verhoogd risico bestaat van onrechtmatig gedrag;

Bestandsvergelijkingen:

Koppeling van het cliëntenbestand aan die van andere instanties. Hierdoor is maandelijks te zien welke klanten inkomsten hebben waarover belasting en premies worden geheven, waarmee witte fraude zeer snel kan worden ontdekt en voorkomen. Ook worden via het Inlichtingenbureau gegevens beschikbaar gesteld aan UWV, andere gemeenten, ziekenfondsen en de Informatie Beheergroep;

Sancties:

Snel en kort na geconstateerd verzuim daadwerkelijk sanctioneren(opleggen maatregel);

Fraudealert personeel:

Investeren in fraudealertheid van de klantmanagers, gericht op kennis, houding en vaardigheden. Het bestrijden van fraude verlegt zich meer en meer naar het moment waarop de potentiële klant een beroep doet op een voorziening. Een goede controle op de aanvraag voorkomt dat klanten ten onrechte een voorziening krijgen. De controle wordt voorafgegaan door voorlichting en heldere communicatie over het fraudebeleid van de gemeente.

Artikel 3

Tijdens de looptijd van een voorziening wordt fraude eveneens bestreden. Middelen die hiervoor worden ingezet, zijn de bestandkoppelingen. Een voorbeeld hiervan is het Inlichtingenbureau. Ook worden bij de bestrijding risicoprofielen ingezet. Aan de hand hiervan kan beter worden ingeschat of een cliënt fraudegevoelig is. Zodoende kunnen door de koppeling cliënten worden geselecteerd die passen binnen een risicoprofiel.

Artikel 4

Als belanghebbende niet aan zijn (inlichtingen)verplichtingen voldoet, wordt conform de Maatregelenverordening, de uitkering verlaagd, onverminderd de mogelijkheden van terugvordering van bijstand dan wel de inkomensvoorziening.

Artikel 5

Bij benadeling van de gemeente dient met inachtneming van de richtlijnen van het ministerie aangifte van fraude te worden gedaan bij het Openbaar Ministerie.

Artikel 6

Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.

Artikel 7

Verwezen wordt naar het gestelde hierover bij de algemene toelichting.

Artikel 8

Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.