gemeente Steenbergen | Horecabeleid Gemeente Steenbergen

Regeling Horecabeleid Gemeente Steenbergen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

  • Datum inwerking-treding 01-03-2011
  • Terugwerkende kracht t/m
  • Datum uitwerking-treding
  • Betreft nieuwe regeling
  • Datum ondertekening 28-12-2010
  • Bron bekendmaking Steenbergse Courant
  • Kenmerk voorstel B1001739

Inleiding

Samenvatting.

1. Inleiding.

1.1 Leeswijzer

1.2 Doel

1.3 Reikwijdte.

1.4 Implementatie van beleid.

1.5 Evaluatie van het beleid.

2. Analyse van de horeca binnen de gemeente Steenbergen.

3. Exploitatievergunning.

3.1 Duur van de geldigheid.

3.2. Uitzondering.

3.3 Geldende voorschriften.

3.3.1 woon/leefklimaat en openbare orde en veiligheid.

3.3.2 Portiers.

3.3.3 Beleidsuitgangspunt

3.4 Afspraken met politie.

3.5. Samengevat

4. Ontheffing sluitingstijden (nachtvergunning)

4.1 Sluitingstijden van afzonderlijke horecabedrijven.

4.1.1 Beleidsuitgangspunt

4.2 Duur van de ontheffing.

4.2.1 Beleidsuitgangspunt

4.3 Samengevat

5. Terrassenbeleid.

6. De Drank- en Horecawet

6.1 Leeftijdsgrenzen.

6.2 Tapontheffing (art. 35)

6.2.1 gebruik van kunststof glaswerk Apv.

6.2.2 Beleidsuitgangspunt

6.2.3 Tapontheffing bij schuurfeesten.

6.2.4 Beleidsuitgangspunt

6.3 Drank- en Horecaverordening.

6.3.1 Beleidsuitgangspunt

6.4 Wet Bibob.

6.4.1 Werkwijze.

6.4.2 Bibob -beleidslijn.

6.4.3 Wijziging van Bibob -beleidslijn.

6.4.4 Tussentijdse Bibob-toetsing

6.5. Samengevat

7. Paracommercie.

7.1 Sluitingstijd paracommercie.

7.1.1 Beleidsuitgangspunt

7.2 Nadere voorschriften Drank en Horecawet

7.3 Instructie Verantwoord Alcoholgebruik (IVA)

7.3.1 Beleidsuitgangspunt

7.4 Bestuursreglement

7.5 Samengevat

8. Geluid.

8.1 Geluid bij normale bedrijfsvoering.

8.2 Collectieve festiviteiten.

8.3 Incidentele festiviteiten (12-dagen regeling)

8.4 Geluid op terrassen.

8.5 Samengevat

9. Relatie met de Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht (Wabo);

9.1 Beleidsuitgangspunt / Samengevat

10. Jongeren.

10.1 Samengevat

Lijst met gebruikte afkortingen.

Bijlagen.

A: standaardvoorschriften exploitatievergunning.

B: Terrasregels.

C: Standaardvoorschriften tapontheffing.

D: Overwegingen m.b.t. het gebruik van duurzaam glaswerk.

E: Bibob-beleidslijn

Samenvatting

Voor u ligt het horecabeleid van de gemeente Steenbergen. Dit horecabeleid heeft voornamelijk tot doel om duidelijkheid te verschaffen in de regels met betrekking tot de horeca binnen de gemeente Steenbergen. Dit horecabeleid bestaat uit een verzameling van de in het verleden gemaakte afspraken tussen gemeente en andere instanties zoals bijvoorbeeld politie. Het beleid is aangeboden aan politie, Koninklijke Horeca Nederland, afdeling Groot Steenbergen en de Katholieke Plattelands Jongeren. Hen is gevraagd het beleid door te nemen en te voorzien van commentaar. Daar waar nodig zijn beleidsuitgangspunten gesteld om het geldende beleid te verbeteren en/of de regeldruk te verminderen. Deze zijn, in een korte samenvatting, hieronder weergegeven.

Exploitatievergunning

De exploitatievergunning wordt samen met de ontheffing sluitingstijden verleend. De afspraken die met de politie zijn gemaakt over wanneer advies wordt gevraagd blijven gehanteerd. De verplichting tot het aanstellen van portiers bij alle horecabedrijven wordt niet opgelegd. Voor de afzonderlijke horecabedrijven blijft dit altijd een mogelijkheid.

Ontheffing sluitingstijden (nachtvergunning)

De afspraken met politie over het achterwege laten van het vragen van politieadvies bij een jaarlijkse verlenging van de nachtvergunning bij horecabedrijven blijven gehandhaafd. De Apv zal worden aangepast om het mogelijk te maken om voor ieder horecabedrijf afzonderlijke openingstijden vast te stellen door de burgemeester.

Terras

Op 20 april 2010 het terrassenbeleid vastgesteld. Dit beleid beoogt helderheid in beleid, regelgeving, uitvoering en handhaving met betrekking tot terrassen. De hoofdzaak uit het beleid is het sluiten van een huurovereenkomst tussen de exploitant en de gemeente Steenbergen. De overeenkomst heeft alleen betrekking op het gebruik van gemeentelijke grond. Een permanent terras mag een heel kalenderjaar worden geplaatst. Een tijdelijk terras mag alleen in de periode van 1 maart tot 1 november. Er is bepaald dat het terras tijdens de openingstijden van het horecabedrijf mag worden geplaatst, maar dat deze tot uiterlijk 02:00 uur geëxploiteerd mag worden. Een terras moet worden opgesteld volgens de nadere regels die uit de Algemene plaatselijke verordening voortvloeien.

Drank- en Horecawet

Voor het schenken van zwak-alcoholhoudende drank buiten het horecabedrijf of terras is een tapontheffing nodig. In de voorwaarden bij de tapontheffing zal worden opgenomen dat alcoholhoudende dranken enkel tegen betaling per consumptie of door middel van consumptiebonnen mogen worden verstrekt. De regels met betrekking tot het gebruik van kunststof duurzaam glaswerk tijdens aangewezen evenementen blijven gehanteerd vanwege de milieuwinst en onbreekbaarheid. De gemeenteraad zal worden voorgesteld om de drank- en horecaverordening in te trekken/af te schaffen. Dit komt omdat de nieuwe Algemene plaatselijke verordening in werking is getreden waardoor het mogelijk is om horecabedrijven goed te kunnen toetsen. De gemaakte afspraken en de beleidslijn met betrekking tot de Wet Bibob zullen gevolgd blijven worden. Een tussentijdse toetsing is bij bepaalde gevallen altijd mogelijk.

Paracommercie

De sluitingstijd voor een paracommerciële inrichting zal worden vastgesteld op een uur na de sportactiviteit, met op maximum van 0:00 uur van zondag tot en met donderdag en op vrijdag en zaterdag tot 0:30 uur. Zij hebben nog wel de mogelijkheid om 4 maal per jaar tot 01:00 uur geopend te zijn (en is het schenken van alcohol toegestaan). Wij kiezen er niet voor om extra voorschriften in de Drank- en Horecavergunning op te nemen. Dit komt doordat het bestuursreglement voldoende beperkingen biedt. Het bestuursreglement moet bij deze inrichtingen voldoen aan het model dat de NOC*NSF hanteert. Het volgen van een Instructie Verantwoord Alcoholgebruik voor barvrijwilligers zal daardoor verplicht blijven worden gesteld.

Geluid

De meeste horecabedrijven vallen onder het Activiteitenbesluit (Besluit Algemene Regels voor Inrichtingen Milieubeheer), zijn daarmee meldingsplichtig. Deze inrichtingen moeten zich houden aan de geluidsnormen uit dit besluit. Tijdens incidentele festiviteiten en Collectieve festiviteiten mag er volgens de Algemene plaatselijke verordening meer geluid gemaakt worden. Uitgangspunt hierbij is dat de normen bij normale bedrijfsvoering niet onduldbaar mogen worden overschreden. Op terrassen mag er niet zo maar muziek ten gehore worden gebracht. Er wordt onderscheid gemaakt tussen versterkt en onversterkte muziek. Voor versterkte muziek moet een ontheffing worden aangevraagd. Onverstrekte muziek moet voldoen aan de normen uit het Activiteitenbesluit.

Wabo

Wabo-aanvragen per ingang van de Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht te blijven coördineren met de aanvragen voor de exploitatie van een horecabedrijf of slijterij. Dit kan inhouden:

  • -

    de aanvraag voor een Drank- en Horecavergunning en/of;

  • -

    de aanvraag voor een exploitatievergunning.

Jongeren

Regionaal en lokaal wordt nauw samengewerkt met relevante partners, zoals: politie, jongerenwerk, bureau Halt, Voedsel- en Warenautoriteit (VWA) en Openbaar Ministerie (OM). Hierbij wordt ieders expertise en netwerk benut. Landelijk wordt expertise betrokken van relevante instellingen als het Trimbos-instituut, Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en het Nederlands Instituut voor Alcoholbeleid (STAP).

Voorlichting en educatie aan jongeren zal plaatsvinden aan de hand van dit beleid.

1. Inleiding

Zoals ieder ander bedrijf moet ook een horecabedrijf voldoen aan verschillende regels van allerlei instanties zoals gemeente en het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit, met de Voedsel- en Warenautoriteit als controlerende instantie.

Ook horecaondernemers binnen de gemeente Steenbergen hebben naast de landelijke regels te maken met gemeentelijke regels. Voor u ligt het horecabeleid van de gemeente Steenbergen. Dit horecabeleid heeft voornamelijk tot doel om duidelijkheid te verschaffen in de regels met betrekking tot de horeca binnen de gemeente Steenbergen. Over dit stuk is de mening gevraagd van politie, Koninklijke Horeca Nederland, afdeling Steenbergen en de Katholieke Plattelands Jongeren. De politie heeft in oktober 2010 verklaard in te kunnen stemmen met het concept-horecabeleid.

Dit horecabeleid bestaat uit een verzameling van de in het verleden gemaakte afspraken tussen gemeente en andere instanties zoals bijvoorbeeld politie. Daar waar nodig zijn beleidsuitgangspuntlen gedaan om het geldende beleid te verbeteren en/of de regeldruk te verminderen. Deze worden in de hoofdstukken aangeduid als ‘beleidsuitgangspunt’.

1.1 Leeswijzer

Kort samengevat bestaat dit document uit 10 hoofdstukken. Elk hoofdstuk bevat een eigen onderwerp. Hoofdstuk 2 bevat een analyse van de horeca binnen de gemeente Steenbergen waarin de verschillende takken van de horeca worden vernoemd. Hoofdstuk 3 beschrijft de exploitatievergunning, de geldigheidsduur en de uitzonderingen op het aanvragen van een exploitatievergunning. Hoofdstuk 4 gaat over de ontheffing van de sluitingstijden, ook wel de nachtvergunning met daarin een nieuw beleidsuitgangspunt. Hoofdstuk 5 beschrijft kort het terrassenbeleid van de gemeente Steenbergen. Alle aspecten van de Drank- en Horecawet inclusief de tapontheffing, het gebruik van kunststof glaswerk en de Wet Bibob wordt bescheven in hoofdstuk 6. Hoofdstuk 7 is geheel toebedeeld aan de paracommercie. Het aspect Geluid heeft een apart hoofdstuk gekregen, hoofdstuk 8. Hierin worden de geluidsnormen tijdens reguliere openingstijden beschreven, maar ook de normen tijdens festiviteiten. Hoofdstuk 9 beschrijft de relatie van de horeca met betrekking tot de omgevingsvergunning en hoofdstuk 10 gaat kort in op het alcoholmatigingsbeleid bij jongeren.

1.2 Doel

Dit beleid beoogt de volgende doelstellingen:

  • Duidelijkheid verschaffen over de landelijke en lokale wetgeving op het gebied van vergunningverlening aan de horeca;

  • Optimaliseren van de geldende lokale regels voor de horeca, zodat deze beter werkzaam zijn voor gemeente en ondernemers.

1.3 Reikwijdte

In dit horecabeleid zal geen aandacht worden besteed aan de handhaving van de horeca in de breedste zin van het woord. Hierbij moet gedacht worden aan gedogen tijdens overgangssituaties en de sancties die opgelegd moeten worden. Op korte termijn zal een integraal handhavingsbeleidsplan opgesteld worden waarin horeca aan de orde komt. Aan het onderwerp ‘jongeren en alcohol’ zal beperkt aandacht worden besteedt. Dit komt vooral omdat reeds een uitvoeringsnota ‘Niet praten maar samen doen’ hierover is geschreven. Daarom zal geen aandacht besteedt worden aan educatie over de misbruik van alcohol.

Het beleid zal voornamelijk bestaat uit het ordenen van bestaande afspraken en deze actueel maken.

1.4 Implementatie van beleid

Het beleid zal worden gehanteerd zodra alle acties zijn ondernomen. Hieronder wordt het aanpassen van de Algemene plaatselijke verordening verstaan.

De andere zaken, zoals de aangepaste regels voor de tapontheffing en de handelswijze volgens de omgevingsvergunning, zullen direct in werking gaan.

Dit beleid is tot stand gekomen door middel van de Koninklijke Horeca Nederland, afdeling Groot Steenbergen en het politieteam Mark en Dintel.

1.5 Evaluatie van het beleid

De regels met betrekking tot horeca is constant in beweging; regels vanuit de hogere overheden (zoals de nieuwe op stapel staande Drank- en Horecawet), andere inzichten vanuit het gemeentebestuur, etcetera. Op deze ontwikkelingen zal ook dit beleid aangepast moeten worden. Het beleid zal na een jaar na de definitieve vaststelling geëvalueerd worden. Daarna zal het beleid tweejaarlijks geëvalueerd wordt of eerder indien noodzakelijk.

2. Analyse van de horeca binnen de gemeente Steenbergen

Gemeente Steenbergen is een gemeente die rijk is aan horeca. In totaal beschikt de gemeente over ongeveer 65 horecabedrijven. Grofweg wordt de horeca in drie categorieën onderverdeeld:

Commerciële horeca

Hieronder vallen de hotels, cafés en restaurants. De commerciële horecabedrijven zijn de bedrijven in de sectoren; Dranken, fastservice, restaurant, hotel, recreatie bij sectoren en partycatering.

Paracommerciële horeca

Kantines bij sportvelden, sporthallen of een theater al dan niet in beheer van de gemeente Steenbergen.

Droge horeca

Dit zijn de bedrijven die geen alcohol verstrekken, maar waarvan gemeentelijk beleid heeft bepaald dat zij wel moeten beschikken over een verlof en een eventuele exploitatievergunning.

Seksbedrijven en escortbedrijven

Wat geen horeca-inrichtingen zijn, maar voor de volledigheid wel benoemd moet worden, zijn seksbedrijven en escortbedrijven. In de gemeente Steenbergen zijn geen van deze bedrijven gevestigd. Sinds kort is besloten om de smart- en growshops ook op te nemen in de Algemene plaatselijke verordening. De gemeente Steenbergen heeft op dit moment een tweetal van deze inrichtingen. Aan deze laatste inrichtingen zal verder geen aandacht worden besteedt in dit stuk.

StadHaven

De gemeente Steenbergen, Retail Platform Steenbergen en Koninklijke Horeca Nederland (afdeling Groot Steenbergen), werken sinds 2008 gezamenlijk aan het project StadHaven. Dat heeft geresulteerd in inrichtingsvoorstellen voor de openbare ruimte en een omvangrijk en gevarieerd uitvoeringsprogramma - in wording. Dit laatste is gebaseerd op de uitkomsten van enquêtes onder winkelend publiek en de winkeliers en de bijbehorende kansenkaart. De resultaten van deze onderzoeken en daarmee de inhoud van het uitvoeringsprogramma worden door de partijen gezien als onmisbare bouwstenen voor een solide centrumgebied in Steenbergen.De gemeente verklaart dat zij bereid is tot de benodigde investeringen in de openbare ruimte wanneer ook ondernemers (financieel) investeren in het gebied. Die investering heeft dan in het bijzonder betrekking op het aanzicht van de winkel- en horecapanden, de activiteiten en voorzieningen in het gebied, de promotie en het horeca- en recreatie aanbod in het gebied. Een en ander nader uitgewerkt in het concept-uitvoeringsprogramma.

In november 2010 hebben alle partijen een intentieovereenkomst ondertekend. Hierin verklaren de partijen dat zij zich zullen inspannen om op 1 april 2011 een definitief uitvoeringsprogramma gereed te hebben.

3. Exploitatievergunning

Volgens artikel 2:28 de Algemene plaatselijke verordening 2009 (hierna te noemen Apv) is het exploiteren van een horecabedrijf verboden zonder vergunning van de burgemeester. Op dit moment de Apv van 1 april 2009 van kracht. De Apv is een verordening die wordt vastgesteld door de gemeenteraad.

De exploitatievergunning is hoofdzakelijk een overlastvergunning: zij biedt de mogelijkheid preventief te toetsen, of de exploitatie van een horecabedrijf zich al dan niet verdraagt met het woon- en leefklimaat en de openbare orde ter plaatse. Daarbij is van belang te weten in welke mate van het bedrijf zelf overlast te duchten is, maar ook in welke mate de komst van het bedrijf de leefbaarheid en het karakter van de leefomgeving zal aantasten.

3.1 Duur van de geldigheid

Op dit moment wordt een exploitatievergunning voor onbeperkte tijd verstrekt. Op deze manier wordt een controlemoment uit handen gegeven omdat niet telkens nieuwe vergunningen moeten worden aangevraagd. Hierdoor zullen vergunningen kunnen verouderen en zal het horecabestand kunnen “vervuilen”.

Om situaties te voorkomen waarbij de exploitant niet gecontroleerd wordt op moraliteit en zedelijkheid, is het aan te bevelen om bij controles in het kader van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), of andere wetgeving, de gegevens van de vergunning te vergelijken met de huidige stand van zaken.

Een nadeel van het verlenen van een exploitatievergunning voor bepaalde tijd is wel dat de exploitant zelf verantwoordelijk is voor een nieuwe aanvraag. Daarnaast zal hij steeds opnieuw leges moeten betalen die ieder jaar verhoogd worden. Dit is niet wenselijk en niet klantvriendelijk. Om die reden is gekozen om de exploitatievergunning voor onbepaalde tijd te verlenen en blijft het controlemoment bij de gemeente zelf.

3.2. Uitzondering

Het is niet nodig om alle bedrijven waarin horeca-activiteiten plaatsvinden, onder de exploitatievergunningplicht te laten vallen. Artikel 2:28, lid 5 en 6 van de Apv geeft aan dat deze uitzondering geldt voor het horecabedrijf in zorginstellingen, musea en een bedrijfskantine.

In de praktijk is gebleken dat deze methode goed werkt is.

3.3 Geldende voorschriften

De Apv stelt dat voorschriften aan de exploitatievergunning kunnen worden verbonden. Deze voorschriften moeten betrekking hebben op onderwerpen waarmee de openbare orde en/of de woon- en leefomgeving beschermd worden.

Aan de tot nu toe verstrekte exploitatievergunningen zijn voorschriften verbonden. Dit is gedaan voor duidelijkheid voor de exploitant en voor de handhaafbaarheid van de vergunning. In bijlage A zijn standaard voorschriften opgenomen. Deze voorschriften zullen worden gehanteerd bij elke te verlenen exploitatievergunning na vaststelling van dit beleid. Hierbij zal ook aansluiting worden gevonden bij de Drank- en Horecawet. In deze Wet staat een paracommerciebepaling vernoemd. Daarnaast blijft het mogelijk om aanvullende voorschriften op te leggen.

3.3.1 woon/leefklimaat en openbare orde en veiligheid

Bij een aanvraag voor vestiging van een nieuw horecabedrijf moet eerst beoordeeld worden of er geen sprake is van strijd met het bestemmingsplan. Indien er strijd is met het geldende bestemmingsplan moet de aanvraag op grond van de Apv worden afgewezen. Als zich in het bestemmingsplangebied ontwikkelingen voordoen die gewenst zijn, zal een planologische procedure gevolgd moeten worden.

Indien de aanvraag voor een exploitatievergunning niet in strijd is met het bestemmingsplan of er is ontheffing verleend dan moet worden bekeken of er sprake is van nadelige beïnvloeding van de woon- of leefsituatie in de omgeving van het horecabedrijf en/of van de openbare orde of veiligheid door de aanwezigheid van het horecabedrijf.

In oktober 2006 is al met de toenmalige teamchef afgesproken dat de politie alleen in de volgende gevallen over de aanvraag voor een exploitatievergunning advies uitbrengt:

  • -

    bij de wijziging van het bedrijfstype en wijziging in de exploitatiesfeer;

  • -

    bij een exploitatievergunning voor een coffeeshop, seksinrichting en escortservice.

Kanttekening is hierbij dat een seksinrichting meestal twee exploitatievergunningen heeft; een voor de seksinrichting en een als er een horecabedrijf geëxploiteerd wordt. Bij het aanvragen van een politieadvies zal dit onderscheid gemaakt worden.

In bepaalde gevallen zal ook advies worden gevraagd in het kader van de Wet Bibob. Hieraan wordt in een volgend hoofdstuk aandacht besteed.

Samengevat

Omdat deze situaties zich niet vaak voor hebben gedaan is nog niet gebleken dat deze manier van advies vragen werkt. Gezien dit feit zullen de genoemde afspraken nageleefd blijven worden.

3.3.2 Portiers

In de exploitatievergunning worden momenteel geen voorwaarden gesteld over het verplicht aanstellen van portiers. Hierover kan een discussie opgestart worden. De vraag is of dit voorschrift niet alsnog moet worden opgenomen om te voorkomen dat de openbare orde en het woon- en leefklimaat in de omgeving verstoord worden. Het feit is dat de exploitant ervoor moet zorgen dat hij maatregelen neemt om te voorkomen dat er een verstoring optreedt in de nabije omgeving van zijn horecabedrijf.

Het opnemen van een standaard voorschrift met betrekking tot het aanstellen van portiers in de vergunning heeft een preventieve werking omdat op deze manier ook op wapens en drugs wordt gecontroleerd. Maar zij kunnen ook een taak van de horecaondernemer overnemen, zoals het tegenhouden van glaswerk en het aanspreken van het uitgaanspubliek. De speciale horecadienst van het politieteam Mark en Dintel zou op deze manier (gedeeltelijk) terug kunnen treden.

Uit jurisprudentie is gebleken dat een horecaondernemer niet verplicht kan worden een horecaportier in dienst te nemen of in te huren. Dat kan alleen als de omstandigheden daar aanleiding toe geven en er feitelijke beveiligingswerkzaamheden worden verricht.

Gebleken is echter dat voor het verplicht aanstellen van portiers geen behoefte is, noch bij politie noch bij de ondernemers. Daarnaast zijn in de gemeente Steenbergen geen zodanig grootschalige horecabedrijven aanwezig dat portiers noodzakelijk zijn, zoals discotheken. Uiteraard blijft het natuurlijk altijd wel mogelijk voor afzonderlijke bedrijven een portier verplicht te stellen.

Uitgangspunt is dat het aanstellen van een portier niet als verplichting in de voorwaarden van een exploitatievergunning wordt opgenomen.

In 2009 heeft de horeca te Steenbergen een aantal gedragsregels afgesproken. Het zijn huisregels, opgesteld door de Koninklijke Horeca Nederland. De regels komen neer op het volgende:

  • 1.

    Volg aanwijzingen van het personeel op

  • 2.

    Toegangscontrole met legitimatie mogelijk

  • 3.

    Geen wapens of drugs

  • 4.

    Geen ongewenste intimiteiten

  • 5.

    Geen agressie of racisme

  • 6.

    Geen hinderlijk gedrag

  • 7.

    Kleed u correct

  • 8.

    Geen eigen consumpties

  • 9.

    Glaswerk moet binnen of op terras blijven

  • 10.

    Geen overlast voor de buren

  • 11.

    Wij verkopen geen

    • <16

      alcohol

    • <18

      sterke drank

    • <16

      tabak

3.3.3 Beleidsuitgangspunt

Op de formulieren voor het aanvragen van een exploitatievergunning staan altijd de tijdstippen van opening en sluiting van het horecabedrijf. Voorgesteld wordt om de exploitatievergunning en de nachtvergunning samen te voegen. Hierbij zullen de voorschriften van de exploitatievergunning en de nachtvergunning op elkaar afgestemd worden. De exploitant hoeft geen twee verschillende formulieren in te vullen en heeft minder papierwerk om te bewaren en te tonen op verzoek.

De Algemene plaatselijke verordening moet op dit punt aangepast te worden. Zie ook paragraaf 4.1.

Actie met betrekking tot de leges

De tarieventabel van de legesverordening zal moeten worden aangepast, om ervoor te zorgen dat er kostendekkend gewerkt wordt. Belangrijk is om te weten dat er sprake is van een verruiming van het vaste sluitingstijdstip bovenop de reguliere exploitatievergunning.

Als een horecabedrijf reeds de beschikking heeft over een exploitatievergunning wordt eenmalig het onderdeel nachtvergunning hierin opgenomen. Hiervoor worden alleen de kosten voor de (voormalige) nachtvergunning in rekening worden gebracht. Uiteraard moet ook voor dit deel gezorgd worden dat een en ander kostendekkend wordt uitgevoerd. Het bijkomende voordeel is dat bestaande exploitatievergunningen meteen kunnen worden geactualiseerd. Dit komt de uniformiteit en de handhaving ten goede. Die zal zich met name richten op de naleving van de sluitingstijden.

3.4 Afspraken met politie

In de afgelopen periode is er een aanvullende/andere afspraak gemaakt met de toenmalige chef van het politieteam Mark en Dintel. Hieronder treft u de gemaakte afspraak aan.

2 oktober 2006; horeca-exploitatie

Advies zal alleen gevraagd worden bij de wijziging van het bedrijfstype en een wijziging in de exploitatiesfeer. Hier vallen ook totaal nieuwe horecabedrijven op nieuwe plaatsen onder.

Strafrechtelijke gegevens over personen worden altijd opgevraagd bij het Justitieel Documentatieregister te Almelo. Het is daarom niet noodzakelijk over personen advies te vragen bij de politie. Deze kan soms wel andere relevante gegevens verstrekken. Om die reden zal wel om een politieadvies worden gevraagd bij de exploitatie van een seksinrichting, het exploiteren van het horecabedrijf in een seksinrichting en in geval van een horecaexploitatie in een coffeeshop.

3.5. Samengevat

De exploitatievergunning wordt samen met de ontheffing sluitingstijden verleend. Hierdoor zal de tarieventabel van de legesverordening aangepast moeten worden. De afspraken die met de politie zijn gemaakt over wanneer advies wordt gevraagd blijven gehanteerd. De verplichting tot het aanstellen van portiers bij alle horecabedrijven wordt niet opgelegd. Voor de afzonderlijke horecabedrijven blijft dit altijd een mogelijkheid.

4. Ontheffing sluitingstijden (nachtvergunning)

Standaard moet een horecabedrijf gesloten zijn tussen 02:00 uur en 06:00 uur (artikel 2:29, lid 1 Apv). Hierbij wordt geen onderscheid gemaakt tussen een commercieel of paracommercieel bedrijf. Artikel 2:29, lid 2 en 3 van Apv geeft wel de mogelijkheid om op de vrijdagnacht en de zaterdagnacht het bedrijf tot 04:00 uur geopend te houden (nachtvergunning).

Het principe is dat ieder horecabedrijf in aanmerking kan komen voor een nachtopenstelling. Ook bij deze aanvraag moet bekeken worden of het langer geopend hebben van het bedrijf geen nadelige invloed heeft op de openbare orde en woon- en leefomgeving.

De politie heeft, op 10 oktober 2006, over de nachtvergunning het volgende gezegd:

  • -

    Geen nader advies van de politie is nodig, zolang het het verlengen van nachtvergunning met een jaar betreft. Een uitzondering op deze hoofdregel vormt een eventuele aanvraag om een nachtopenstelling van een coffeeshop en het exploiteren van een seksinrichting en het exploiteren van een horecabedrijf daarin of beide situaties.

Voor de paracommercie wordt in dit beleid gesproken over het vaststellen van afwijkende sluitingstijden. Meer hierover vindt u in hoofdstuk 7 ‘paracommercie’.

4.1 Sluitingstijden van afzonderlijke horecabedrijven

De huidige Algemene plaatselijke verordening (april 2009) biedt de burgemeester geen mogelijkheid tot het vaststellen van afwijkende sluitingstijden voor zowel commerciële als paracommerciële horeca. Dit is echter wel wenselijk. Bijvoorbeeld bij een café, dat is gevestigd tussen woonhuizen.

4.1.1 Beleidsuitgangspunt

De burgemeester moet de mogelijkheid krijgen om voor ieder afzonderlijk horecabedrijf afzonderlijke openingstijden vast te stellen. Dit is het belang van de openbare orde, veiligheid en woon- en leefomgeving van het horecabedrijf. Deze mogelijkheid is van toepassing op zowel de paracommerciële horeca als de commerciële horeca.

De huidige Apv biedt deze mogelijkheid niet. Daarom moet de Algemene plaatselijke verordening op dit punt aangepast worden. De sluitingstijden kunnen dan worden geïntegreerd in de exploitatievergunning. Daarmee komt het stelsel van de nachtvergunning te vervallen. De burgemeester kan, als openbare orde bewaarder, dan geformuleerd beleid toepassen in situaties die daar om vragen. Die situaties hebben betrekking op café’s die bijvoorbeeld gesitueerd zijn in een woonwijk/dichtbevolkt gebied. Op dit moment kan de burgemeester een horecabedrijf niet vroeger sluiten dan 02:00 uur. Uit jurisprudentie blijkt dat het recht tot opening tot 02:00 uur rechtstreeks uit de Apv voortvloeit en de burgemeester hierin niet mag optreden. Uitgangspunt bij dit beleid moet zijn dat voor elk commercieel horecabedrijf dezelfde sluitingstijden gelden, tenzij blijkt dat de situatie zich daar niet voor leent. Voortvloeiend uit dit horecabeleid zal de Gemeenteraad worden voorgesteld om de Algemene plaatselijke verordening aan te passen.

4.2 Duur van de ontheffing

De nachtvergunning (ontheffing sluitingstijden) wordt op dit moment ieder jaar aangevraagd en verleend. Voor de behandeling, en indirect de handhaving daarvan, worden leges in rekening gebracht (€113,00 in 2010). Zoals vermeld zal deze nachtvergunning opgaan in de exploitatievergunning.

4.2.1 Beleidsuitgangspunt

Gezien het beleidsuitgangspunt dat is gedaan in paragraaf 3.3.3 is het wenselijk dat de gecombineerde ontheffing/vergunning voor onbepaalde tijd te verlenen. Uiteraard zullen dan de voorschriften moeten worden aangepast waarin de sancties voor het overtreden van de voorschriften geregeld zijn.

4.3 Samengevat

De afspraken met politie over het achterwege laten van het vragen van politieadvies bij een jaarlijkse verlenging van de nachtvergunning bij horecabedrijven blijven gehandhaafd. De Apv zal worden aangepast om het mogelijk te maken om voor ieder horecabedrijf afzonderlijke openingstijden vast te stellen door de burgemeester.

5. Terrassenbeleid

In de nieuwe Algemene plaatselijke verordening is het hebben van een zogenoemde terrasvergunning geschrapt. In plaats daarvan zijn er nadere regels vastgesteld die als bijlage B aan dit beleid zijn toegevoegd. In deze regels wordt onder andere gesteld dat het trottoir in de rechtdoorgaande lijn 1,5 meter vrij moet zijn en dat schade toegebracht aan gemeentelijke eigendommen moet worden hersteld op kosten van de exploitant. De regels zijn alleen van toepassing op het plaatsen van het terras op openbare, gemeentelijke grond.

Naast voornoemde regels is op 20 april 2010 het terrassenbeleid vastgesteld. Dit beleid beoogt helderheid in beleid, regelgeving, uitvoering en handhaving met betrekking tot terrassen. De hoofdzaak uit het beleid is het sluiten van een huurovereenkomst tussen de exploitant en de gemeente Steenbergen. De overeenkomst heeft alleen betrekking op het gebruik van gemeentelijke grond.

Een permanent terras mag een heel kalenderjaar worden geplaatst. Een tijdelijk terras mag alleen in de periode van 1 maart tot 1 november. Er is bepaald dat het terras tijdens de openingstijden van het horecabedrijf mag worden geplaatst, maar dat deze tot uiterlijk 02:00 uur geëxploiteerd mag worden.

6. De Drank- en Horecawet

De Drank- en Horecawet (hierna: wet) ziet toe op gezondheid en hygiëne in horecabedrijven. In deze wetgeving staat onder meer;

  • -

    Waar een verkooplocatie aan dient te voldoen (inrichtingseisen);

  • -

    Aan wie op welke leeftijd drank mag worden verstrekt;

  • -

    De indeling van alcoholhoudende drank;

  • -

    Dat alleen een persoonsgebonden rechtspersoon die voldoet aan de eisen van de wet een vergunning kan krijgen.

In de wet is een verbod geregeld om zonder daartoe strekkende vergunning van het college van Burgemeester en Wethouders het horecabedrijf of slijterijbedrijf uit te oefenen (artikel 3).

6.1 Leeftijdsgrenzen

De leidinggevenden en de barvrijwilligers moeten de leeftijdsgrenzen voor bezoekers in de gaten houden. Aan personen beneden de 16 jaar mag geen bier en wijn verkocht worden. De leeftijdsgrens voor sterke drank (gedistilleerd vanaf 15% alcohol) ligt bij 18 jaar.

De verstrekker is in overtreding als in strijd met de leeftijdsgrenzen alcohol geschonken wordt. De (te jonge) jongere die de drank krijgt is niet strafbaar. Gelegenheden die drank schenken mogen dronken personen of personen onder invloed van drugs niet toelaten. Er mag geen alcohol verkocht worden aan personen die al dronken zijn.

6.2 Tapontheffing (art. 35)

Op grond van artikel 35 Drank- en Horecawet kan een tapontheffing worden verleend. In officiële termen heet dit een ‘ontheffing voor het verstrekken van zwak-alcoholhoudende drank van tijdelijke gelegenheden van zeer bijzondere aard’. Iedereen kan beschikken over deze ontheffing, mits de verstrekking van de alcohol is onder de onmiddellijke leiding van een persoon die voldoet aan de moraliteitseisen (zedelijk gedrag) en tevens in het bezit is van een verklaring sociale hygiëne.

De burgemeester heeft de bevoegdheid tot het verstrekken van deze ontheffing. Die mag voor aaneengesloten periode van ten hoogte 12 achtereenvolgende dagen worden verleend. Aan een ontheffing worden beperkingen en voorschriften verbonden. Een van de voorwaarden is dat het gebruik van glaswerk is verboden tijdens de aangewezen activiteiten (zie paragraaf 6.2.1) en dat er alcoholvrije dranken tijdens het evenement aanwezig moeten zijn. In bijlage C treft u de standaard voorschriften aan die bij een ontheffing opgelegd worden.

Als de tap buiten op het terras staat waarvoor een Drank- en Horecavergunning is verleend en alcohol alleen op het terras wordt verstrekt, is geen tapontheffing nodig. Als een exploitant op een ander stuk grond, dus buiten zijn eigen terras alcoholhoudende drank wil verstrekken, moet er een tapontheffing op grond van artikel 35 van de Drank- en Horecawet worden aangevraagd. Tevens moet er sprake zijn van een bijzondere gelegenheid, zoals bijvoorbeeld een evenement.

Op grond van artikel 12 lid 1 van de Drank- en Horecawet is het verboden alcoholhoudende drank te verstrekken voor gebruik ter plaatse anders dan in een in de vergunning vermelde horecalokaliteit of anders dan op een in de vergunning vermeld terras. Met een tapontheffing op grond van artikel 35 van de Drank- en Horecawet mag alleen zwakalcoholhoudende drank worden geschonken.

De belangrijkste criteria voor het verlenen van een tapontheffing op grond van artikel 35 Drank- en Horecawet zijn:

  • -

    publiek toegankelijk (niet op uitnodiging, geen besloten feest);

  • -

    waarborgen rond veiligheid (verantwoordelijkheid voor het verstrekken van alcohol);

  • -

    schenken van de alcoholhoudende drank anders dan ‘om niet’.

6.2.1 gebruik van kunststof glaswerk Apv

Artikel 2:33a van de Algemene plaatselijke verordening biedt de mogelijkheid aan de burgemeester om duurzaam kunststof glas- en vaatwerk te laten gebruiken. Er staat in dat hij in het belang van openbare orde of veiligheid, of in geval van bijzondere omstandigheden, te zijner beoordeling, voor een of meer horecabedrijven tijdelijk het gebruik van glas- vaatwerk (ander dan van duurzaam kunststof materiaal) kan verbieden.

Via nadere regels, die hangen aan het genoemde artikel van de Apv, zijn in 2009 gebieden aangewezen waarin geen glas- en vaatwerk mag worden gebruikt. Naast het aanwijzen van gebieden waarin staat dat alcoholhoudende drank niet gebruikt mag worden op straat en openbare plaatsen in alle kernen (behalve terrassen), bestaan ook regels met betrekking tot het gebruik van onbreekbaar duurzaam kunststof glaswerk tijdens evenementen.

Samengevat komen de regels over het gebruik van onbreekbaar duurzaam kunststof (polycarbonaat) glaswerk op het volgende neer. Deze regels zijn verplicht tijdens de volgende evenementen:

  • -

    Steenbergen: jaarmarkt, beachvolleybaltoernooi, basketbaltoernooi, kermis en tijdens Koninginnedag;

  • -

    Dinteloord: tijdens de MUZA-feesten (in de feesttent is het gebruik van ander kunststof (wegwerp) glaswerk toegestaan) en tijdens de nader door de burgemeester aan te wijzen grootschalige, publiektrekkende evenementen;

  • -

    tijdens de carnavalperiode, te beginnen op de vrijdag voorafgaande aan de officiële carnavalsperiode om 10:00 uur en eindigende op aswoensdag om 04:00 uur, is het gebruik van onbreekbaar duurzaam kunststof (polycarbonaat) glaswerk in de gehele gemeente verplicht in alle horecabedrijven tijdens aldaar te houden carnavalsactiviteiten. In afwijking daarvan geldt dat ten aanzien van carnavalsactiviteiten in speciaal daartoe te plaatsen tenten, het is toegestaan geen gebruik te maken van onbreekbaar duurzaam kunststof (polycarbonaat) glaswerk, maar van andersoortig niet duurzaam kunststof las- en vaatwerk. In de kern De Heen geldt deze regeling in het weekend voorafgaand aan de officiële carnavalsperiode.

In juli 2010 heeft er een overleg plaatsgevonden tussen de horecabedrijven op de Markt te Steenbergen en de burgemeester. Hieruit is gebleken dat er wat onduidelijkheid heerst over het gebruik van duurzaam kunststof glaswerk tijdens bepaalde evenementen. Het College is gevraagd te overwegen om de expliciete verplichting om duurzaam kunststof glaswerk te gebruiken, te vervangen door een bepaling dat kunststof glaswerk tijdens carnaval en met name genoemde evenementen gebruikt mag worden. De burgemeester heeft tijdens het genoemd overleg toegezegd het argument van de horeca mee te willen wegen, maar heeft gewezen op het milieuaspect. Uit overleg met Koninklijke Horeca Nederland en Koninklijke Horeca Nederland, afdeling groot Steenbergen is gebleken dat het gebruik van verschillende kunststof-glazen tot verwarring leidt bij bezoekers en organisatie. Dit heeft tot gevolg dat duurzaam plastic glazen (polycarbonaat) op de grond terecht komen wat niet de bedoeling is. Beide partijen hebben tevens aangegeven dat het onderzoek dat is aangegeven in onderstaande paragraaf verouderd is en er inmiddels nieuwe inzichten zijn ontstaan over het gebruik van plastic glazen. De argumentatie van deze partijen is niet voldoende om af te wijken van ons geldende beleid gezien de wens van de burgemeester.

6.2.2 Beleidsuitgangspunt

Via de overwegingen genoemd in bijlage D wordt via dit beleidsstuk besloten geen medewerking te verlenen aan het verzoek van de horeca te Steenbergen en de verplichting van duurzaam kunststof glaswerk tijdens bepaalde gelegenheden te blijven hanteren. In deze paragraaf bevindt zich slechts een beknopte samenvatting.

Samengevat

Het gebruik van polycarbonaatglazen (retourglazen) is gebonden aan een aantal voor- en nadelen. Deze komen uit het rapport van de universiteit Utrecht, augustus 2005, kenmerk: P-UB-2005-09). Dit rapport is opgesteld naar aanleiding van de vraag van Koninklijke Horeca Nederland. Voor ons als overheid wegen de aspecten milieuwinst en onbreekbaarheid het zwaarst. Wij zijn er ook ervan bewust dat voor consument en ondernemer de kwaliteit van de consumptie het zwaarst wegen en dat het kostenaspect weegt voor de horecaondernemer het zwaarst weegt. Ondernemers kunnen meerdere acties ondernemen om de kosten van de aanschaf van de retourglazen zo laag mogelijk te houden.

Conclusie

Wij zijn van mening dat ondanks de bezwaren van Koninklijke Horeca Nederland (incluis afd. Groot Steenbergen) de voordelen van het gebruik van retourglazen zwaarder wegen dan de nadelen. De huidige regels zullen gehanteerd blijven worden.

6.2.3 Tapontheffing bij schuurfeesten

Schuurfeesten zijn feesten die veelal door de Katholieke Plattelands Jongeren (KPJ) worden georganiseerd in een loods of schuur van een agrariër. De gemeente Steenbergen heeft er jaarlijks drie, die bij bestemmingsplan zijn toegestaan. De KPJ’s die deze feesten organiseren zijn de KPJ Dinteloord, KPJ Steenbergen en KPJ Kruisland. Via een brief de dato 18 februari 2010, met nummer 1000736, heeft de burgemeester van Woensdrecht de omliggende gemeenten een beleidsuitgangspunt gedaan om met betrekking tot schuurfeesten beleidsregels op te leggen. Deze beleidsregels hebben betrekking op het opleggen van een beperking.

Deze beperking houdt in dat alcoholische dranken op evenementen alleen tegen betaling per consumptie verstrekt mogen worden. Deze regels zijn gericht om het alcoholgebruik bij voornamelijk jongeren terug te dringen en dat wordt voorkomen dat er overmatig alcohol wordt gebruikt.

Inmiddels is bekend dat ook de gemeente Halderberge de beleidsregels heeft overgenomen.

Doordat verschillende gemeenten deze regels reeds hebben overgenomen, is er veel te doen geweest over deze regels. Het is gebleken dat de gemeente zich niet mag bemoeien met de prijzen van (zwak-alcoholhoudende) dranken. De prijzen kunnen slechts worden vastgelegd door het Rijk. Het Rijk is niet genegen een vaste consumptieprijs vast te leggen aangezien dit slecht zou zijn voor de economie en werkgelegenheid.

Het zou niet fair zijn om deze regels alleen te verbindend te verklaren voor de KPJ-feesten. Echter, bij ieder feest bestaat een risico op drankmisbruik. Daarom verklaren wij het voorschrift van toepassing op iedere tapontheffing (zie onderstaande paragraaf).

6.2.4 Beleidsuitgangspunt

Bij overleg met de burgemeester is reeds gebleken dat hij deze beleidsregels graag wil opnemen als voorwaarden in de tapontheffing. Er is echter voor gekozen om de regels pas met ingang van het nieuwe kalenderjaar (2011) in te laten gaan. Dit komt omdat bij het ontvangen van de regels al twee ontheffingen zijn verleend. Het zou niet eerlijk zijn tegenover de laatste organisator aan te geven dat alcohol tegen een vaste entreeprijs niet meer is toegestaan.

Om te voorkomen dat de consumpties tegen veel te lage prijzen worden verkocht zal de voorwaarde worden opgenomen dat alcoholhoudende dranken enkel tegen betaling per consumptie mogen worden verstrekt.

Om rechtsongelijkheid tussen de verschillende evenementen te voorkomen, moeten deze regels standaard aan alle ontheffingen worden verbonden. Voortaan zullen onderstaande voorwaarden in alle ontheffingen worden opgenomen:

  • -

    alcoholhoudende dranken mogen enkel tegen betaling per consumptie of door middel van consumptiebonnen worden verstrekt.

6.3 Drank- en Horecaverordening

Op basis van artikel 149 van de Gemeentewet mag de gemeenteraad een verordening opstellen. De Raad heeft in 1997 een Drank- en Horecaverordening vastgesteld. Deze verordening ziet alleen toe op horecabedrijven die slechts alcoholvrije drank verstrekken. Deze bedrijven moeten volgens de verordening een verlof aanvragen. Hierdoor zal het bedrijf aan een aantal voorwaarden uit het Besluit eisen inrichtingen Drank- en Horecawet moeten voldoen, net als de horecabedrijven die alcoholhoudende drank verstrekken.

De Drank- en Horecaverordening is geen verordening zoals wordt vernoemd in de Drank- en Horecawet. Deze Wet (artikel 23) heeft het alleen over het opstellen van een verordening die betrekking heeft op het bedrijfsmatig verstrekken van alcohol. In die zin kan de keuze voor de titel ‘Drank- en Horecaverordening’ verwarrend werken.

De Algemene plaatselijke verordening is inmiddels voor wat betreft de begripsomschrijving ingrijpend aangepast waardoor de Drank- en Horecaverordening overbodig is geworden. Een horecabedrijf in de zin van de Apv 2009 is een bedrijf waarin bedrijfsmatig, of in omvang alszijnde bedrijfsmatig, logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren en spijzen voor directe consumptie worden bereid of verstrekt. Hierdoor vallen alle omschreven bedrijven uit de Apv onder de exploitatievergunningplicht, ook coffeeshops. Daardoor is het mogelijk ook de Wet Bibob (hierover in een volgend hoofdstuk meer) op de aanvraag toe te passen. Op deze manier wordt voorkomen dat bedrijven criminele activiteiten ontplooien.

6.3.1 Beleidsuitgangspunt

De Drank- en Horecaverordening intrekken vanwege het feit dat deze niet meer actueel en overbodig is. Deze bevoegdheid ligt volgens de Gemeentewet bij de gemeenteraad.

6.4 Wet Bibob

Bibob staat voor Wet bevordering integriteitbeoordelingen door het openbaar bestuur. Overheden (zoals gemeenten) kunnen op grond van deze wet de achtergrond van een bedrijf of persoon onderzoeken bij een af te geven of afgegeven vergunning of een subsidie of bij het gunnen van een overheidsopdracht. Als sprake is van criminele antecedenten of als er sprake is van het witwassen van gelden afkomstig uit strafbare feiten, kan de vergunning, subsidie of opdracht worden geweigerd. Zo wordt voorkomen dat de overheid ongewild criminaliteit ondersteunt en een vermenging van boven- en onderwereld ontstaat.

Achtergrond

In 1996 constateerde de Parlementaire Enquêtecommissie Opsporingsmethoden (Van Traa) dat criminele organisaties in bepaalde gevallen afhankelijk zijn van vergunningen, subsidies of aanbestedingen. Deze worden soms misbruikt ten behoeve van criminele activiteiten. Dit leidt tot oneerlijke concurrentie en het ontstaan van machtsposities met witgewassen geld. Ook komt het voor dat legale personen of bedrijven overtredingen begaan of misdrijven plegen met vergunningen of subsidies. Of dat er ingeschreven wordt op overheidsopdrachten met als doel illegaal verkregen vermogen wit te wassen. Met de Wet Bibob kunnen bestuursorganen malafide ondernemers buiten de deur houden en zo een bijdrage leveren aan gezond en integer ondernemerschap. Bureau BIBOB voert een onderzoek uit naar de integriteit van aanvragers of gegadigden, en adviseert het bestuursorgaan hierover.

(bron: website van het Ministerie van Justitie: http://www.justitie.nl/onderwerpen/criminaliteit/bibob/)

6.4.1 Werkwijze

De gemeente Steenbergen gebruikt sinds 2007 regionaal vastgestelde aanvullende Bibob -vragenformulieren. Deze formulieren zijn toegespitst op de verschillende rechtsvormen, zoals eenmanszaak, vof, bv etcetera. In de tussenliggende periode zijn deze meermalen aangepast. Op dit moment worden de meest recente formulieren gebruikt.

6.4.2 Bibob -beleidslijn

Op 1 maart 2004 is de ‘BIBOB-beleidslijn betreffende vergunningen voor horecabedrijven en seksinrichtingen’ van de gemeente Steenbergen in werking getreden. De Wet BIBOB schrijft voor dat het bestuursorgaan de beslissing heeft om al dan niet een Bibob -onderzoek aan te vragen. Vanwege deze keuzevrijheid is bepaald dat er beleidsregels opgesteld worden. Door deze regels is het voor de burgers en exploitanten duidelijk wanneer er om een Bibob -onderzoek wordt gevraagd.

In de beleidslijn wordt de Wet BIBOB in de volgende gevallen van toepassing verklaard.

  • -

    De vergunning op grond van artikel 3 van de Drank- en Horecawet (DHW) voor het uitoefenen van het horecabedrijf of slijtersbedrijf;

  • -

    de vergunning op basis van artikel 2:28 van de Algemene plaatselijke verordening voor de exploitatie van een horecabedrijf;

  • -

    de vergunning op grond van artikel 3:4 van de Algemene plaatselijke verordening voor de exploitatie van een seksinrichting en/of escortbedrijf;

  • -

    een uitzondering wordt gemaakt voor vergunningen die worden verleend aan verenigingen en/of stichtingen.

Dit betekent dat het bevoegd gezag zowel bij de verlening van de vergunning alsook bij het toezicht op de naleving ervan steeds zal onderzoeken of de weigerings,- of intrekkingsgronden uit artikel 3 van de Wet Bibob van toepassing zijn. Op grond van dit artikel kan het bevoegd gezag een vergunning weigeren of intrekken indien er sprake is van ernstig gevaar dat de vergunning mede gebruik wordt cq. zal worden voor:

  • -

    het benutten van voordelen uit strafbare feiten;

  • -

    het plegen van strafbare feiten;

  • -

    danwel dat een redelijk vermoeden bestaat dat ter verkrijging van de aangevraagde danwel verleende vergunning een strafbaar feit is gepleegd (bijvoorbeeld valsheid in geschrifte of omkoping).

De BIBOB-beleidslijn is als bijlage D aan dit beleid toegevoegd.

Een beslissing die pas genomen door het College op 7 september 2010, is dat per de nieuwe aanpassing van de Apv ook de grow/smartshops exploitatievergunningplichtig zijn. Door het aanpassen van de Bibob-beleidslijn moeten deze inrichtingen ook worden getoetst aan de Wet Bibob.

6.4.3 Wijziging van Bibob -beleidslijn

Op 31 oktober 2006 is besloten om ten aanzien van de uitvoering van het Bibob -toetsingsbeleid een aantal aanvullende afspraken te maken. Deze afspraken zijn kenbaar gemaakt aan de Koninklijke Horeca Nederland en zijn in overleg met de regionaal Bibob-coördinator tot stand gekomen.

De afspraken zijn:

  • -

    Bibob -toetsingen achterwege te laten uitsluitend indien sprake is van wijziging in de sfeer van leidinggevenden (zoals vermeld op de Drank- en Horecavergunning);

  • -

    Bibob -toetsingen wel uit te voeren indien sprake is van wijziging van de ondernemer en ook indien binnen een bestaande horecaonderneming, zijnde een rechtspersoon sprake is van interne mutaties van personen die (formeel aantoonbare) macht uitoefenen binnen zo’n rechtspersoon;

  • -

    de mogelijkheid tot uitvoering van een Bibob -toets bij ernstige vermoedens van misbruik van vergunningen of oneigenlijke beleidsuitgangspuntling van zaken ten tijde van de vergunningaanvraag,-cq. verlening nadrukkelijker te overwegen.

6.4.4 Tussentijdse Bibob-toetsing

Artikel 3 van de Wet Bibob geeft het bevoegd gezag de bevoegdheid om een vergunning te weigeren dan wel een bestaande vergunning in te trekken. Men kan daartoe besloten als de afgegeven beschikking wordt gebruikt om bijvoorbeeld;

  • -

    strafbare feiten te plegen;

  • -

    als er sprake is van een ernstig gevaar.

6.5. Samengevat

Voor het schenken van zwak-alcoholhoudende drank buiten het horecabedrijf of terras is een tapontheffing nodig. Vanwege het vermoeden van alcoholmisbruik tijdens KPJ-schuurfeesten zal er in de tapontheffing een voorwaarde worden opgenomen met betrekking tot de prijs,- entreeverhouding.

De regels met betrekking tot het gebruik van kunststof duurzaam glaswerk tijdens aangewezen evenementen blijven gehanteerd vanwege de milieuwinst en onbreekbaarheid.

De gemeenteraad zal worden voorgesteld om de drank- en horecaverordening in te trekken/af te schaffen. Dit komt omdat de nieuwe Algemene plaatselijke verordening in werking is getreden waardoor het mogelijk is om horecabedrijven goed te kunnen toetsen. De genoemde verordening biedt daar geen mogelijkheid toe.

De gemaakte afspraken en de beleidslijn met betrekking tot de Wet Bibob zullen gevolgd blijven worden. Een tussentijdse toetsing is bij bepaalde gevallen altijd mogelijk.

7. Paracommercie

Een paracommercieel horecabedrijf is een vorm van oneerlijke concurrentie. Dit zijn instellingen die buiten hun doelstelling om horeca- en recreatieve diensten verlenen aan publiek. Het gaat hierbij om instellingen van wie de activiteiten geheel of grotendeels liggen op het terrein van onder andere gezondheidszorg, welzijn, godsdienstuitoefening, cultuur, sport, onderwijs, defensie of andere overheidsactiviteiten. Het verstrekken van drank en eten mag alleen als dat plaats vindt in het kader van de doelstelling van de stichting of vereniging.

7.1 Sluitingstijd paracommercie

De huidige Algemene plaatselijke verordening biedt geen mogelijkheid om aparte sluitingstijden voor de paracommerciële horeca vast te stellen. Het is gebleken dat de paracommerciële horeca bijna nooit gebruik maakt van de uiterste openingstijd van 02:00 uur. Daardoor heeft men onnodige ruimte die nooit gebruikt wordt en kan er sprake zijn van concurrentievervalsing. Een paracommercieel horecabedrijf, zoals een kantine van een voetbalvereniging, hoeft niet tot na middennacht open te zijn. De kantine van een voetbalvereniging moet alleen de mogelijkheid bieden om met de tegenstander of met eigen spelers op de overwinning een drankje te drinken. Het moet niet de bedoeling zijn om een paracommercieel bedrijf te gebruiken als regulier (commercieel) café.

Koninklijke Horeca Nederland (en de afdeling Groot Steenbergen) hebben aangegeven graag te zien dat in de Apv wordt opgenomen dat een paracommercieel bedrijf een uur na de sportactiviteiten gesloten moet zijn. In dit beleid hebben wij deze bepaling nog verder uitgebreid. Wij zullen een sluitingstijd om 0:00 uur vaststellen voor donderdag tot en met zondag. Voor vrijdag en zaterdag tot 0:30 uur.

7.1.1 Beleidsuitgangspunt

Dit beleid beoogt het sluitingstijd voor de paracommerciële horeca hooguit te beperken tot 24:00 uur. Dit houdt in dat als de sportactiviteiten tot 23:00 uur duren de deuren om 0:00 uur gesloten te zijn. Tot dit tijdstip mag er tevens alcohol worden geschonken. Deze sluitingstijd heeft alleen betrekking op de kantine c.q de plaats waar alcohol geschonken mag worden.

Op dit beleidsuitgangspunt wordt echter een uitzondering gemaakt van het nieuwe sluitingstijdstip;

  • -

    Tijdens grote sporttoernooien/meerdaagse sportwedstrijden of voorstellingen mag een vereniging maximaal 4 maal per jaar geopend zijn tot 01.00 uur (en is het schenken van alcoholhoudende drank tot deze tijd toegestaan).

Als een vereniging gebruik wil maken van deze mogelijkheid zal zij tijdig een verzoek moeten indienen bij de burgemeester.

De Algemene plaatselijke verordening zal op dit punt aangepast moeten worden. De gemeenteraad zal een wijziging worden voorgesteld.

7.2 Nadere voorschriften Drank en Horecawet

Op grond van de bepaling in artikel 4 DHW zijn burgemeester en wethouders bevoegd aan een Drank- en Horecavergunning die wordt afgegeven aan een rechtspersoon die zich richt op activiteiten van recreatieve, sportieve, sociaal-culturele, educatieve, levensbeschouwelijke of godsdienstige aard voorschriften en beperkingen te verbinden. De gedachtegang hierachter is het beperken van de concurrentie tussen bovengenoemde rechtspersonen en reguliere horeca.

Het betreft hier een bevoegdheid van het gemeentebestuur en geen verplichting. Voorschriften en beperkingen zijn alleen maar noodzakelijk indien de plaatselijke situatie daartoe aanleiding geeft en de mededinging uit oog van het economische verkeer als onwenselijk moet worden beschouwd. Deze criteria houden in dat het gemeentebestuur bij verlening van elke vergunning de belangen van de al gevestigde horecaondernemingen in ogenschouw neemt. Niet in alle gevallen zijn voorschriften en beperkingen nodig. Bij iedere aanvraag dient in principe een belangenafweging gemaakt te worden of het noodzakelijk is voorwaarden en beperkingen te stellen gezien de plaatselijke en regionale omstandigheden in het kader van het voorkomen van oneerlijke mededinging. De resultaten van dit onderzoek worden schriftelijk neergelegd en meegewogen bij de beslissing. Daarom hebben wij er voor gekozen om als er geen aanleiding voor bestaat geen voorschriften of beperkingen te verbinden aan de Drank- en Horecavergunning.

Bij het niet opnemen van voorschriften of beperkingen is er altijd nog het bestuursreglement. Een bestuursreglement heeft als doel een waarborg te bieden dat de verstrekking van alcoholhoudende drank in de inrichting gedurende de openingstijden vanuit een oogpunt van sociale hygiëne te allen tijde geschiedt door op dit gebied gekwalificeerde personen. Een paracommerciële inrichting moet in haar bestuursreglement onder andere artikelen opnemen die paracommercie moet voorkomen. Een paracommerciële inrichting moet opnemen dat er geen horeca-activiteiten zal worden uitgeoefend ten behoeve van bijeenkomsten die worden gehouden wegens gebeurtenissen in de privé-sfeer van leden (bijvoorbeeld een bruiloft) en bijeenkomsten voor niet-leden en dat er slechts horeca-activiteiten zullen worden uitgeoefend ten aanzien van personen die bij de activiteiten van de paracommerciële inrichting in de ruimste zin van het woord betrokken zijn. Bovendien dient een paracommerciële inrichting zich bij het vaststellen van het bestuursreglement te houden aan het model van de NOC*NSF.

Ten aanzien van het bestuursreglement hanteert het college dit modelbestuursreglement als uitgangspunt van de beoordeling of een vergunning op grond van artikel 4 kan worden verleend.

7.3 Instructie Verantwoord Alcoholgebruik (IVA)

De Drank- en Horecawet schrijft voor dat paracommerciële instellingen, die alcohol schenken en daarvoor een vergunning hebben, over gekwalificeerd barpersoneel moeten beschikken. Dat betekent dat tijdens de openingstijden van de bar altijd of een leidinggevende of een gekwalificeerde barvrijwilliger aanwezig moet zijn. Eén van deze twee is dan op dat moment verantwoordelijk voor de gang van zaken van de bar.

Een leidinggevende is iemand die beschikt over de Verklaring Sociale Hygiëne. Volgens de wet moet elke vereniging beschikken over twee, op de vergunning vermelde, leidinggevenden. Als er altijd een leidinggevende aanwezig is tijdens de openingstijden van de bar dan is het niet noodzakelijk dat de barvrijwilligers gekwalificeerd worden. Op momenten dat er geen leidinggevende aanwezig is, moet er wel een gekwalificeerde barvrijwilliger aanwezig zijn.

NOC*NSF en sportbonden vinden het belangrijk dat barvrijwilligers, die zelfstandig bardiensten moeten draaien, de Instructie Verantwoord Alcoholgebruik hebben gevolgd. Doel van de instructie is om barvrijwilligers kennis bij te brengen over het verantwoord schenken van alcohol en deze te toetsen middels een test. Een gemeente die goed van de wet op de hoogte is, zal niet zo gauw akkoord gaan met een paracommerciële instelling die zijn eigen regels en instructies heeft opgesteld. Daarom stelt men voor dat bij paracommerciële instellingen de barvrijwilligers een Instructie Verantwoord Alcoholgebruik moeten hebben gevolgd. Bij de aanvraag van een vergunning dient deze instructie te worden overlegd.

In het model-bestuursregelement die wij hanteren is tevens in artikel 7 (maar ook in artikel 5) geregeld dat barvrijwilligers de Instructie Verantwoord Alcoholgebruik moeten hebben gevolgd. Bij de aanvraag van een vergunning dient deze instructie te worden overlegd.

Hoewel bij de gemeente Steenbergen geen signalen bekend zijn waaruit blijkt dat er bijvoorbeeld aan jongeren alcohol wordt verstrekt of dat er doorgeschonken wordt bij dronken bezoekers zijn wij toch van mening dat het model-bestuursreglement gehanteerd moet blijven worden.

7.3.1 Beleidsuitgangspunt

Blijven hanteren dat barvrijwilligers de Instructie Verantwoord Alcoholgebruik gevolgd moeten hebben om op deze manier kennis bij te brengen over het verantwoord schenken van alcohol.

Koninklijke Horeca Nederland (en afdeling Groot Steenbergen) zou graag zien dat barvrijwilligers ook tijdens evenementen de IVA gevolgd moeten hebben. Er bereiken ons geen signalen dat er sprake is van alcoholmisbruik. Daarnaast is het feit dat organisatoren zich met betrekking tot openbare orde en veiligheid en brandwerendheid al aan een heleboel regels moeten houden. Om die redenen stellen wij de IVA nog niet verplicht voor barvrijwilligers bij evenementen.

7.4 Bestuursreglement

Paracommerciële horeca-instellingen dienen voor het verkrijgen van een Drank - en Horecavergunning te beschikken over een zogenaamd “bestuursreglement” (artikel 9 Drank- en Horecawet). In het reglement worden afspraken en voorschriften beschreven over het schenken van alcohol. De gemeente moet het bestuursreglement toetsen. De volgende elementen moeten verplicht in het reglement worden vastgelegd:

  • -

    Hoe het bestuur waarborgt dat de verstrekking van alcoholhoudende drank geschiedt door personen die voldoende kennis en inzicht hebben in sociale hygiëne;

  • -

    Het bestuur stelt kwaliteitseisen op voor barvrijwilligers over verantwoord alcoholgebruik (waaronder het gevolgd moeten hebben van een Instructie Verantwoord Alcoholgebruik);- Op welke dagen en tijdstippen alcoholhoudende drank wordt verstrekt. Deze dagen en tijdstippen moeten duidelijk zichtbaar in de horecalokaliteit worden aangegeven;

  • -

    Hoe het toezicht op de naleving van de inhoud van het reglement zal plaatsvinden.

Andere onderwerpen die in het bestuursreglement kunnen worden opgenomen, zijn onderstaand opgesomd. Wij kiezen er echter niet voor om deze regels verplicht op te laten stellen:

  • -

    Regels omtrent omgaan met agressie en normafwijkend gedrag, tegengaan van druggebruik en seksuele intimidatie;

  • -

    Beperkingen aan het assortiment alcoholhoudende drank;

  • -

    Beleid ter promotie van alcoholvrije drank;

  • -

    Voorschriften over de prijsverhouding tussen alcoholhoudende en alcoholvrije drank.

7.5 Samengevat

De sluitingstijden voor een paracommerciële inrichting zullen worden beperkt tot 0:00 uur. Voor vrijdag en zaterdag tot 00:30 uur. Zij hebben nog wel de mogelijkheid om 4 maal per jaar tot 01:00 uur geopend te zijn (en is het schenken van alcohol toegestaan).

Wij kiezen er niet voor om extra voorschriften in de Drank- en Horecavergunning op te nemen. Dit komt doordat het bestuursreglement voldoende beperkingen biedt. Wel zal in de vergunning extra verwezen worden naar dit vigerende reglement. Het bestuursreglement moet bij deze inrichtingen voldoen aan het model dat de NOC*NSF hanteert. De gemeente Steenbergen hanteert dit model.

Het volgen van een Instructie Verantwoord Alcoholgebruik voor barvrijwilligers zal niet verplicht worden gesteld. Dit komt omdat wij van mening zijn dat de onderwerpen van deze instructie overeenkomen met de verplichte Verklaring Sociale Hygiëne.

8. Geluid

Alle horecabedrijven vallen onder de Wabo. Het Besluit en Regeling onder deze wet, het Besluit en de Regeling Omgevingsrecht, maakt een onderscheid tussen vergunningen en meldingen. De meeste horecabedrijven vallen onder het Activiteitenbesluit (Besluit Algemene Regels voor Inrichtingen Milieubeheer), zijn daarmee meldingsplichtig. Er is daarom geen Omgevingsvergunning, activiteit milieu nodig.

Als een exploitant zijn bedrijf begint of verandert, moet hij zorgen dat hij een melding indient. In sommige gevallen is het nodig dat een geluidsonderzoek wordt gevraagd. Dit kan in gevallen waarvan er een sterk vermoeden is dat er geluidsoverlast kan ontstaan. Uit dit rapport moet blijken of/op welke wijze het bedrijf kan voldoen aan de geluidsvoorschriften en welke geluidsreducerende maatregelen hiervoor eventueel genomen dienen te worden.

8.1 Geluid bij normale bedrijfsvoering

Alle horecabedrijven in de gemeente Steenbergen zullen moeten voldoen aan de wettelijke geluidsnormen. Deze zijn opgenomen in het eerder genoemde Activiteitenbesluit. In de hieronder vermelde tabel 1 zijn de wettelijke geluidsnormen weergegeven, waaraan een horeca-inrichting bij normale bedrijfsvoering moet voldaan.

Regeling informatie

LAr,LT op de gevel van gevoelige gebouwen

50

45

40

LAr,LTLT in aan- of inpandige gevoelige gebouwen

35

30

25

LAmax op gevel van gevoelige gebouwen

70

65

60

LAmax in aan- of inpandige woningen

55

50

45

Aanvullend op de verleende melding kunnen er maatwerkvoorschriften worden opgesteld. In dit kader moet er gedacht worden aan de verplichting om ramen en deuren gesloten te houden of het verplichten van het aanschaffen van een geluidsbegrenzer. In dit laatste geval zal de begrenzer door het bevoegd gezag moeten worden verzegeld.

8.2 Collectieve festiviteiten

Collectieve festiviteiten zijn festiviteiten waarop de geluidsvoorschriften uit het Activiteitenbesluit niet van toepassing zijn. Zie artikel 4:2 van onze Algemene plaatselijke verordening (Apv). In dit artikel staat vernoemd dat het college per kalenderjaar een aantal van deze dagen kan aanwijzen voor alle kernen binnen de gemeente Steenbergen. Het college maakt de aanwijzing ten minste vier weken voor het begin van een nieuw kalenderjaar bekend. Daarnaast kan het college gelijk een nieuwe collectieve festiviteit toekennen zodra zij vind dat dat nodig is. Voorbeelden van collectieve festiviteiten zijn bijvoorbeeld carnaval, jaarmarkten, Koninginnedag, oud en nieuw.

Het toewijzen van de dagen betekent niet dat geluidsnormen onduldbaar mogen worden overschreden. De gemeente Steenbergen hanteert de volgende normen tijdens een collectieve festiviteit:

Regeling informatie

LAr,LT op de gevel van gevoelige gebouwen op 1,5 meter

65

60

40

8.3 Incidentele festiviteiten (12-dagen regeling)

Naast de collectieve aangewezen dagen staat in de Apv (artikel 4:3) vermeld dat het een inrichting is toegestaan maximaal 12 incidentele festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij genoemde voorschriften niet van toepassing zijn. Dit wordt een incidentele festiviteit genoemd.

Een incidentele festiviteit is een festiviteit die aan één of slechts een klein aantal inrichtingen is gebonden, bijvoorbeeld een optreden met live muziek bij een café. De houder van de inrichting moet ten minste twee weken voor de aanvraag van de festiviteit het college daarvan in kennis hebben gesteld. Hiervoor is een meldingsformulier ontwikkeld. De exploitant mag maar 12 dagen per jaar een dergelijke festiviteit houden.

Belangrijk is om te vermelden dat bij het ten gehore brengen van muziekgeluid de ramen en deuren gesloten moeten blijven, behoudens het onmiddellijk doorlaten van personen of goederen.

Ook bij deze festiviteiten geldt dat het niet betekent dat geluidsnormen onduldbaar mogen worden overschreden. De gemeente Steenbergen hanteert de volgende normen tijdens een incidentele festiviteit:

Regeling informatie

LAr,LT op de gevel van gevoelige gebouwen op 1,5 meter

65

60

40

8.4 Geluid op terrassen

Artikel 4:6 van de Apv geeft aan dat een ontheffing nodig is als men toestellen of geluidsapparaten in werking heeft, of handelingen verricht, die leiden tot overlast voor omwonenden of voor de omgeving. Het gaat hier om versterkte muziek. Onversterkte muziek moet voldoen aan de geluidsnormen uit het Activiteitenbesluit.

8.5 Samengevat

Alle horecabedrijven vallen onder de Wabo. Deze wet maakt een onderscheid tussen vergunningen en meldingen. De meeste horecabedrijven vallen onder het Activiteitenbesluit (Besluit Algemene Regels voor Inrichtingen Milieubeheer), zijn daarmee meldingsplichtig. Deze inrichtingen moeten zich houden aan de geluidsnormen uit dit besluit.

Tijdens incidentele festiviteiten en Collectieve festiviteiten mag er volgens de Algemene plaatselijke verordening meer geluid gemaakt worden. Uitgangspunt hierbij is dat de normen bij normale bedrijfsvoering niet onduldbaar mogen worden overschreden.

Op terrassen mag er niet zo maar muziek ten gehore worden gebracht. Er wordt onderscheid gemaakt tussen versterkt en onversterkte muziek. Voor versterkte muziek moet een ontheffing worden aangevraagd. Onverstrekte muziek moet voldoen aan de normen uit het Activiteitenbesluit.

9. Relatie met de Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht (Wabo);

De Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht (Wabo) is per 1 oktober 2010 ingegaan. Deze Wet brengt ca. 25 regelingen samen die de fysieke leefomgeving betreffen. Het gaat hierbij om bouw-, milieu-, natuur- en monumentenvergunningen, die opgaan in één vergunning, de zogenaamde Omgevingsvergunning. Zo hebben burgers en ondernemers nog maar te maken met één loket, één beschikking en één procedure. De aanvraag kan digitaal worden gedaan en behandeld. Zo werkt het ministerie van Volkhuisvesting Ruimtelijke Ordening en Milieu (VROM) aan de verbetering van de dienstverlening door de overheid. (bron: website van het ministerie van VROM).

De Drank- en Horecawet is niet opgenomen in de Wabo. Daardoor is het geen wettelijke taak om een aanvraag voor een Drank- en Horecavergunning te coördineren met een Wabo-vergunning. De gemeente Steenbergen kiest er echter voor om dit wel te doen. Zo zal een Wabo-aanvraag, onderdeel bouwen, voor bijvoorbeeld een restaurant samenlopen met de Drank- en Horecavergunning. Hierdoor hoeft de aanvrager niet meerdere keren zijn, bijvoorbeeld, adresgegevens aan ons te overleggen. Ook de bouwtekeningen kunnen in de meeste gevallen gebruikt worden om te kunnen toetsen aan het Besluit eisen inrichtingen Drank- en Horecawet.

9.1 Beleidsuitgangspunt / Samengevat

Wabo-aanvragen per ingang van de Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht te blijven coördineren met de aanvragen voor de exploitatie van een horecabedrijf of slijterij. Dit kan inhouden:

  • -

    de aanvraag voor een Drank- en Horecavergunning en/of;

  • -

    de aanvraag voor een exploitatievergunning.

10. Jongeren

De 18 gemeenten in West-Brabant hebben gezamenlijk het initiatief genomen een brede preventieve campagne te starten gericht op alcohol en Jeugd.

Door de regionale werkgroep (voorbereidingswerkgroep) Alcohol en Jeugd, bestaande uit de ambtenaren volksgezondheid van de gemeenten Baarle-Nassau, Drimmelen en Steenbergen, de ambtenaar integrale veiligheid van de gemeente Breda en medewerkers van Novadic-Kentron en GGD West-Brabant is de uitvoeringsnota ‘Niet praten maar samen doen’ opgesteld.

Het provinciaal overleg (POV) heeft op 25 september 2008 ingestemd met de uitvoeringsnota. Hierin zijn de 8 actiepunten vertaald in SMART-doelstellingen en concrete inspanningen. Het POV heeft gemeenten, Novadic-Kentron en GGD een brief gestuurd (26 november 2008) met het verzoek voldoende menskracht vrij te maken om de activiteiten op te starten en de gestelde doelen te halen. Intussen zijn er werkgroepen ingericht en is men meer concreet aan de slag.

In gezamenlijkheid is gekomen tot het ‘Plan van Aanpak Regionale aanpak Alcohol en Jeugd West-Brabant’ waarbij zijn opgenomen:

  • -

    8 actiepunten uit de uitvoeringsnotitie*;

  • -

    een communicatieplan betreft een 9e actiepunt (link met actiepunt 5 uit de uitvoeringsnotitie);

  • -

    en een evaluatieplan (link met actiepunt 8 uit de uitvoeringsnotitie).

De 8 actiepunten houden het volgende in.:

  • 1.

    Afstemming regelgeving op basis van Drank- en Horecawet;

  • 2.

    Afstemming handhaving (relatie met HALT-aanpak);

  • 3.

    Afspraken met Voedsel- en Warenautoriteit;

  • 4.

    Overleg met ziekenhuizen (protocollering aanpak alcoholintoxicatie);

  • 5.

    Klankbordgroep van jongeren en ouders;

  • 6.

    Grensoverschrijdende aanpak (afstemming Belgische buurgemeenten);

  • 7.

    Aanpak hokken en keten;

  • 8.

    Evaluatie onderzoek (zie hoofdstuk10).

Het plan van aanpak voorziet in een integrale regionale aanpak van alcoholmatiging in het hele werkgebied die ook een lokale inbedding vereist.

10.1 Samengevat

Regionaal en lokaal wordt nauw samengewerkt met relevante partners, zoals: politie, jongerenwerk, bureau Halt, Voedsel- en Warenautoriteit (VWA) en Openbaar Ministerie (OM). Hierbij wordt ieders expertise en netwerk benut. Landelijk wordt expertise betrokken van relevante instellingen als het Trimbos-instituut, Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en het Nederlands Instituut voor Alcoholbeleid (STAP).

Voorlichting en educatie aan jongeren zal plaatsvinden aan de hand van dit beleid.

Lijst met gebruikte afkortingen

Regeling informatie

Apv

Algemene plaatselijke verordening

DHW

Drank- en Horecawet

GGD

De ruim 400 Nederlandse gemeenten hebben de wettelijke taak om de gezondheid van burgers te bevorderen en beschermen tegen ziekten en calamiteiten. Deze taak is neergelegd bij de GGD. De “GGD” zelf staat voor Gemeentelijke of Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst. De GGD’en vormen een landelijk dekkend netwerk

HALT

HALT staat voor Het ALTernatief. Het is een Nederlandse instantie waarin de gemeenten samenwerken met politie en justitie om kleine vergrijpen - zoals vernieling, (winkel)diefstal of overlast met vuurwerk - gepleegd door jongeren van 12 tot 18 jaar, snel af te doen met een eenvoudige straf, meestal een leerstraf of een werkstraf. Zo kunnen jongeren rechtzetten wat zij fout hebben gedaan, zonder dat zij in aanraking komen met het Openbaar Ministerie.

IVA

Instructie verantwoord Alcoholgebruik

KHN

Koninklijke Horeca Nederland

KPJ

Katholieke Plattelands Jongeren

La, max

Maximale geluidsniveau

Lar, lt

Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT). Het gemiddelde van de afwisselende niveaus van het ter plaatse optredende geluid, gemeten in de loop van een bepaalde periode.

MUZA-feesten

De naam 'Muza' is oorspronkelijk een afkorting van Muziek Zaterdag. Dit omdat de eerste Muza's één dag duurden en altijd op zaterdag vielen. Het ging hier om de plaatselijke harmonie aangevuld met lokale en regionale artiesten die in de openlucht een concert verzorgden in het midden van het dorp. In latere edities wordt het acroniem als daadwerkelijke naam gebruikt en wordt het evenement uitgebreid naar drie dagen: donderdag, vrijdag en zaterdag. Dit in verband met de zondagsrust in het traditioneel gereformeerde dorp.

NOC*NSF

Nederlands Olympisch Comité*Nederlandse Sport Federatie.

Novadic Kentron

Een verslavingszorginstelling met meer dan 1.000 medewerkers, 230 opnameplaatsen, een budget van 64 miljoen euro en meer dan 10.000 cliënten per jaar.

OM

Openbaar Ministerie

RIVM

Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu

SMART-doelstellingen

Doelstellingen worden vaak te vaag en vrijblijvend geformuleerd als wensen, intenties, of goede voornemens. Om succesvol leiding te geven moet men zoveel mogelijk SMART doelen stellen. SMART staat voor: Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch en Tijdgebonden.

STAP

Nederlands Instituut voor Alcoholbeleid. STAP is een kennisinstituut voor alcoholbeleid. STAP wil ertoe bijdragen dat de schade als gevolg van alcoholgebruik aantoonbaar wordt teruggedrongen

Trimbos-instutuut

Het Trimbos-instituut zet zich in voor het verbeteren van de geestelijke gezondheid door het delen van kennis. Het Trimbos behandelt niet.

VWA

Voedsel en Warenautoriteit. Een inspectiedienst werkend onder het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV). Sinds de kabinetsformatie heet dit ministerie: ‘Economische Zaken, Landbouw en Innovatie”

Wabo

Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht

Wet Bibob

Wet bevordering integriteitbeoordelingen door het openbaar bestuur

Wm

Wet milieubeheer. Deze Wet stelt regels aan de milieugevolgen die ontstaan als gevolg van het uitoefenen van bedrijfsmatige activiteiten. Deze wet is sinds 1 oktober 2010 opgegegaan in de Wabo.

Bijlagen

  • A:

    standaardvoorschriften exploitatievergunning

  • B:

    Terrasregels

  • C:

    Standaardvoorschriften tapontheffing

  • D:

    Overwegingen met betrekking tot het gebruik van duurzaam glaswerk

  • E:

    Bibob-beleidslijn

A: standaardvoorschriften exploitatievergunning

Aan deze exploitatievergunning zijn de volgende bepalingen en voorschriften verbonden:

  • 1.

    Deze vergunning is persoonsgebonden en derhalve niet overdraagbaar;

  • 2.

    Deze vergunning vervalt bij wijziging van het hiervoor omschreven karakter van het bedrijf;

  • 3.

    Het horecabedrijf dient (behoudens een eventueel separaat te verlenen nachtvergunning) voor het publiek gesloten te zijn van 02.00 uur tot 06.00 uur (bij paracommerciële horecabedrijven gelden andere openingstijden);

  • 4.

    Vergunninghouder is gehouden alles in het werk te stellen om te voorkomen dat in het horecabedrijf dan wel in de onmiddellijke omgeving daarvan drugs worden verhandeld en/of gebruikt;

  • indien

    terras op openbare grond

  • 5.

    De exploitatie van het bij het bedrijf behorende terras dient te geschieden overeenkomstig de bepalingen van de bestaande terrasregels volgens artikel 2:10 van de Algemene plaatselijke verordening;

indien geen terras:

  • 6.

    Deze vergunning geeft niet het recht tot het exploiteren van een terras;

indien terrasexploitatie:

  • 7.

    Het is niet toegestaan het bij het bedrijf behorende terras te exploiteren gedurende

  • de

    tijden dat het bedrijf voor het publiek gesloten dient te zijn en in elk geval niet tussen 02.00 uur en 09.00 uur;

  • 8.

    Vergunninghouder dient erop toe te zien dat bezoekers geen glazen, flessen of ander breekbaar serviesgoed dan wel blikjes met alcoholvrije of alcoholhoudende dranken mee naar buiten nemen, anders dan voor het gebruik op het bij het bedrijf behorende terras;

  • 9.

    Vergunninghouder draagt zo nodig zorg voor een toereikende en adequate mogelijkheid tot het ordentelijk stallen van fietsen en bromfietsen direct voor of naast het horecabe drijf op een zodanig wijze dat daardoor de vrije doorgang voor het voetgangersverkeer ter plaatse gewaarborgd blijft;

  • 10.

    In het kader van de (brand-)veiligheid dienen de toe- en uitgangen, alsmede alle nooduitgangen van het horecabedrijf, steeds over de volle breedte te worden vrijgehouden;

  • 11.

    Vergunninghouder dient de uit het horecabedrijf vertrekkende personen er zo nodig op enigerlei wijze op te attenderen geen onnodig stemgeluid te maken dan wel op andere wijze lawaai te maken dat kan leiden tot klachten van omwonenden;

  • 12.

    Gedurende de tijd dat in het horecabedrijf bezoekers aanwezig zijn dienen ramen en deuren gesloten te zijn; deuren dienen zonder gebruik te maken van enig los voorwerp direct geopend te kunnen worden.

B: Terrasregels

C: Standaardvoorschriften tapontheffing

Aan deze ontheffing zijn de volgende voorschriften verbonden:

  • 1.

    nabij de plaats waar de zwak-alcoholhoudende drank zal worden verstrekt moet op een duidelijk leesbare en zichtbare wijze aan het publiek kennis worden gegeven, dat aan personen beneden de leeftijd van 16 jaar geen alcoholhoudende drank wordt verstrekt;

  • 2.

    alcoholhoudende dranken mogen enkel tegen betaling per consumptie worden verstrekt;

  • 3.

    het gebruiken van glaswerk voor het tijdens bovengenoemde activiteit verstrekken van zwak-alcoholhoudende drank is niet toegestaan;

  • 4.

    gedurende de tijd dat van deze ontheffing gebruik wordt gemaakt, mag geen sterke drank aanwezig zijn, noch worden toegelaten dat zodanige drank aan het publiek wordt verstrekt;

  • 5.

    personen beneden de leeftijd van 16 jaar mogen terzake van het verstrekken vanzwak-alcoholhoudende drank geen dienst doen gedurende de tijd dat van deze ontheffing gebruik wordt gemaakt;

  • 6.

    verstrekking van zwak-alcoholhoudende drank dient plaats te vinden onder de onmiddellijke leiding van een of meer van de hieronder genoemde personen, die allen beschikken over een verklaring Sociale hygiëne;

  • 7.

    verstrekking van zwak-alcoholhoudende drank dient plaats te vinden onder de onmiddellijke leiding van…, geboren op… te … met SVH-verklaringsnr.:… en, geboren op …..te …. met SVH-verklaringsnr;

  • 8.

    personen die in kennelijke staat van dronkenschap verkeren of die door hun gedrag aanstoot geven, moeten worden geweerd of verwijderd;

  • 9.

    gedurende de tijd dat van de ontheffing gebruik wordt gemaakt moet voor het publiek steeds alcoholvrije drank verkrijgbaar zijn;

  • 10.

    een afschrift van dit besluit dient steeds op het verkooppunt van de zwak-alcoholhoudende drank aanwezig te zijn en op vordering van de politie terstond te worden getoond.

Een extra bepaling voor het verplicht gebruik van duurzaam glaswerk zal worden opgenomen en tijde van de aangewezen evenement die genoemd zijn in paragraaf 6.2.1 van dit stuk.

De bepaling zal dan luiden:

  • -

    “het gebruiken van glaswerk voor het tijdens bovengenoemde activiteit verstrekken van zwak-alcoholhoudende drank is niet toegestaan”.

D: Overwegingen m.b.t. het gebruik van duurzaam glaswerk

Overwegingen

Het gebruik van polycarbonaatglazen (retourglazen) is gebonden aan een aantal voor- en nadelen die hieronder worden opgesomd (bron: rapport universiteit Utrecht, augustus 2005, kenmerk: P-UB-2005-09). Dit rapport is opgesteld naar aanleiding van de vraag van Koninklijke Horeca Nederland.

Voordelen

  • -

    Retourglazen leveren milieuwinst op ten opzichte van wegwerpbekers;- retourglazen zijn beter voor de openbare orde en veiligheid;

  • -

    retourglazen kunnen een spin-off hebben op andere milieuvriendelijke maatregelen. Het is bijvoorbeeld aannemelijk dat bezoekers door het gebruik van retourglazen de organisatie van het evenement als milieuvriendelijk zullen inschatten en dus een positief imago toekennen;

  • -

    de geserveerde drank blijft langer koel;

  • -

    retourglazen zijn licht van gewicht.

Nadelen

  • -

    Retourglazen zijn duurder in aanschaf;

  • -

    retourglazen zijn in gebruik duurder dan wegwerpglazen vanwege een andere logistiek;

  • -

    door krasjes in het materiaal is de hygiënische kwaliteit onzeker;

  • -

    door het materiaal kan de consumptie er minder aantrekkelijk uitzien;

  • -

    door het materiaal kan de consumptie verminderen.

Het feit blijft dat voor overheden de aspecten milieuwinst en onbreekbaarheid het zwaarst wegen. Daarentegen weegt voor consument en ondernemer de kwaliteit van de consumptie het zwaarst. Het kostenaspect weegt voor de horecaondernemer het zwaarst.

Toenmalig minster Pronk heeft in een brief van 18 oktober 2000 aan lokale overheden gevraagd om zich in te spannen om het milieubewuste gebruik van retourglazen te bevorderen. Dit om grote hoeveelheden afval, een slordige omgeving bij evenementen en grondstofverspilling tegen te gaan. Als gevolg hiervan is in veel gemeentes een proces op gang gekomen waarbij de voorkeur en/of verplichting van hard plastic retourglazen aan organisatoren wordt voorgelegd. Het gebruik van retourglazen wordt mede daardoor verplicht gesteld bij het schenken op buitenevenementen. In combinatie met deze brief hebben zich in 2002/2003 meerdere incidenten plaatsgevonden in het uitgangsgebied waarbij gebroken glas is gebruikt als wapen. In juni 2003 is toen besloten over te gaan op het gebruik van retourglas.

Kosten voor ondernemers laag

Ondernemers kunnen meerdere acties ondernemen om de kosten van de aanschaf van de retourglazen zo laag mogelijk te houden. Zij kunnen de retourglazen ook huren, collectief aankopen of zorgen dat de glazen beschikbaar worden gesteld met behulp van een sponsor. Deze laatste kan dan zijn logo op de glazen laten drukken.

Daarnaast kan men ook besluiten op statiegeld te heffen in een beschermde locatie, zoals feesttent of café. Bij statiegeldglazen maakt het niet uit of dat een bezoeker het glas meeneemt, er wordt toch winst gemaakt. Er zijn modellen retourglazen aanwezig zie speciale stapelgroeven hebben, daardoor beschadigen de glazen minder snel aan de buitenkant. Er kan ook overwogen worden om een eigen bedrijflogo of naam van het evenement op de glazen te laten drukken zodat het een ‘collecters-item’ wordt.

Conclusie

De voordelen van het gebruik van retourglazen wegen zwaarder dan de nadelen. De huidige regels blijven hanteren.

E: Bibob-beleidslijn