gemeente Steenbergen | Nadere regels met betrekking tot het toelaten van circussen in het kalenderjaar 2002 en volgende.

Regeling Nadere regels met betrekking tot het toelaten van circussen in het kalenderjaar 2002 en volgende.

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

  • Datum inwerking-treding 04-08-2000
  • Terugwerkende kracht t/m
  • Datum uitwerking-treding 28-02-2018
  • Betreft -
  • Datum ondertekening 19-07-2000
  • Bron bekendmaking -
  • Kenmerk voorstel 0203276

Inleiding

Burgemeester en wethouders van Steenbergen en de burgemeester van Steenbergen

(ieder voor zover hun bevoegdheid betreft);

overwegende dat jaarlijks om praktische en juridische redenen slechts een beperkt aantal verzoeken voor het geven van circusvoorstellingen kan worden gehonoreerd en dat de selectie van de toe te laten circussen ten behoeve van de objectiviteit dient te geschieden aan de hand van nader te bepalen algemeen geldende regels;

gelet op de artikelen 2.2.2 van de Algemene plaatselijke verordening alsmede artikel 1, Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek;

besluiten:

vast te stellen de volgende nadere regels met betrekking tot het toelaten van circussen in het kalenderjaar 2002 en volgende:

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder een speelvergunning: "een vergunning voor het geven van voorstellingen op een bij afzonderlijk besluit van het college toe te wijzen terrein en waarvan gebruik mag worden gemaakt indien is voldaan aan de gestelde (financiële) voorwaarden".

Artikel 2

Speelvergunningen worden door de burgemeester ingevolge het in de aanhef van dit besluit genoemde Apv-artikel verleend.

Artikel 3

Het college wijst op grond van het in de aanhef van dit besluit genoemde artikel van het Burgerlijk Wetboek een aan de gemeente Steenbergen toebehorend terrein toe.

Artikel 4

Speelvergunningen kunnen maximaal 1 jaar voor de gewenste eerste speeldatum worden aangevraagd.

Artikel 5

Om in aanmerking te komen voor een speelvergunning moet een verzoek minimaal 8 weken voorafgaande aan de dag(en) waarvoor vergunning wordt gevraagd bij de burgemeester zijn ingediend.

Artikel 6

Ingeval een verzoek als bedoeld in artikel 5 tijdig is ingediend, zendt de burgemeester met de ontvangstbevestiging van dit verzoek een formulier als bedoeld in artikel 4:4 van de Algemene wet bestuursrecht mee waarop verzoeker zijn voorkeur voor een standplaats met daarbij aangegeven één of meerdere speeldata, kenbaar dient te maken.

Artikel 7

Op het in artikel 6 genoemde formulier dient verzoeker tevens de benodigde oppervlakte van de circustent, de totale benodigde aangesloten oppervlakte van de circustent, woonwagens, dierenstalling, transportmiddelen en overige toebehoren van de karavaan alsmede de capaciteit van de circustent aan te geven.

Artikel 8

Verzoeker dient met voornoemd formulier een plattegrond van de circustent, waarop aangegeven alle (nood)uitgangen mee te zenden.

Artikel 9

Indien van toepassing dient op het formulier afzonderlijk te worden aangegeven het aantal overige tenten met maatvoering en het aantal overige opstallen met maatvoering.

Artikel 10

Voor de kern Steenbergen wordt door de burgemeester aan maximaal 2 circussen per jaar een speelvergunning verleend met dien verstande dat tussen de speeldata van deze 2 circussen minimaal een periode moet liggen van 8 weken.

Artikel 11

Voor zowel Dinteloord als Nieuw-Vossemeer wordt door de burgemeester aan maximaal één circus een speelvergunning verleend.

Artikel 12

Geen speelvergunning wordt verleend in de periode van 4 weken voorafgaand aan de kermis in Steenbergen, Kruisland, Dinteloord, Nieuw-Vossemeer of Steenbergen-Welberg.

Artikel 13

Een speelvergunning kan worden geweigerd wegens strijd met de bij dit besluit vastgestelde regels alsmede in het belang van de in artikel 2.2.2 van de Algemene plaatselijke verordening genoemde criteria.

Artikel 14

De burgemeester kan, in geval het op voorhand duidelijk is dat een circus om technische redenen, zoals de totale omvang, niet kan worden toegelaten, bij de beoordeling van de aanvraag hiermee rekening houden.

Artikel 15

De burgemeester verbindt naast de algemene voorschriften, bepalingen en regels met betrekking tot de openbare orde en de (brand)veiligheid in ieder geval ook het voorschrift dat in overleg met de commandant van de brandweer een nader te bepalen aantal brandwachten tegen een door deze functionaris vast te stellen tarief bij de circusvoorstelling(en) aanwezig moet zijn.

Artikel 16

De burgemeester kan aan een speelvergunning voorschriften verbinden in het kader van het dierenwelzijn en de omgang met dieren.

Artikel 17

Voor de kern Steenbergen komt het Floraplein voor toewijzing door het college in aanmerking, welk terrein slechts beschikbaar is in de periode van 1 mei tot en met 30 september.

Artikel 18

Voor Dinteloord komt het terrein aan de Dorus Rijkersstraat voor toewijzing door het college in aanmerking, welk terrein slechts beschikbaar is in de periode van 1 mei tot en met 30 september.

Artikel 19

Als alternatief terrein in Dinteloord komt het vrachtwagenparkeerterrein aan de Van Heemskerckstraat voor toewijzing in aanmerking.

Artikel 20

Voor Nieuw-Vossemeer komt het terrein aan de Veerweg voor toewijzing door het college in aanmerking, welk terrein - met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 21 en 22 - slechts beschikbaar is in de periode van 1 mei tot en met 30 september.

Artikel 21

De standplaats op het onder in artikel 20 genoemde terrein dient te worden ingenomen zover mogelijk tegen de Moorseweg.

Artikel 22

Zolang er geen (gebruiks)overeenkomst is met Staatsbosbeheer dient het college steeds schriftelijk toestemming te vragen bij Staatsbosbeheer, de heer F. Buijinck, Postbus 5010, 4330 KA Middelburg voor het beschikbaar stellen van het terrein als bedoeld in artikel 20. (artikel 22 is feitelijk komen te vervallen; met ingang van 4 maart 2004 is er een erfpachtsovereenkomst tussen Staatsbosbeheer en de gemeente Steenbergen tot stand gekomen)

Artikel 23

Door of namens het college dient steeds in overleg met de afdeling Openbare Werken te worden bekeken in hoeverre een circus in aanmerking kan komen voor een bepaald terrein als genoemd in de artikelen 17 tot en met 20.

Artikel 24

Onvoorziene omstandigheden kunnen aanleiding geven om een bepaald terrein gedurende een bepaalde periode niet beschikbaar te stellen.

Artikel 25

In incidentele gevallen kan het college besluiten de in de artikelen 17 tot en met 20 genoemde terreinen om technische redenen, waaronder begrepen de totale omvang van het circus, of om andere dringende al dan niet eerder voorzienbare redenen niet beschikbaar te stellen.

Artikel 26

Voor het gebruiken van een gemeentelijk terrein ten behoeve van het geven van één of meerdere circusvoorstellingen in een aaneengesloten periode is een privaatrechtelijke vergoeding van € 124,95 verschuldigd.

Artikel 27

Het college hanteert voor alle terreinen een algemene waarborgsom van € 500,00, waarvan 25% vóór de definitieve komst als voorlopige reserveringskosten moet worden voldaan.

Artikel 28

Het eventuele gebruik van nutsvoorzieningen en gemeentelijke materialen wordt apart in rekening gebracht.

Artikel 29

Indien daartoe aanleiding mocht bestaan kan het college vóór 1 oktober besluiten de in artikel 26 bedoelde staangeldvergoeding en de in artikel 27 bedoelde algemene waarborgsom voor het volgende kalenderjaar te verhogen.

Artikel 30

Het college neemt een besluit tot toewijzing van een terrein ingevolge dit besluit nadat de burgemeester een speelvergunning heeft verleend en het circus maximaal 2 weken na toezending van de speelvergunning 25% van de waarborgsom (voorlopig) heeft voldaan alsmede binnen dezelfde periode de overeenkomst voor het gebruik van gemeentegrond heeft geretourneerd.

Artikel 31

Van de vergunning van de burgemeester mag gebruik worden gemaakt indien de resterende 75% van de waarborgsom alsmede de gehele staangeldvergoeding minimaal één week voor de (eerste) speeldatum is overgemaakt op een bank-/girorekening van de gemeente of zo niet, in ieder geval minimaal één werkdag (uiterlijk 12.00 uur) voor de opbouw van de circustent en andere opstallen contant is voldaan bij de afdeling Financiën.

Artikel 32

De totale waarborgsom wordt terugbetaald na de definitieve komst van het circus en na aftrek van eventueel door de gemeente gemaakte kosten wegens het niet of niet volledig nakomen van de vergunningvoorschriften alsmede bij iedere schade voortvloeiende uit het gebruik maken van de speelvergunning.

Artikel 33

Bij het niet geven van één of meerdere voorstellingen vervalt het ingevolge artikel 28 voldane percentage van de waarborgsom aan de gemeente Steenbergen.

Artikel 34

Deze beleidsregels hebben toepassing op geven van circusvoorstellingen in de jaren 2002 en volgende.

Artikel 35

Dit besluit kan worden aangehaald onder de titel "Toelatingsbeleid circussen 2002 e.v.".