gemeente Steenbergen | Regeling bezwarencommissie personele aangelegenheden

Regeling Regeling bezwarencommissie personele aangelegenheden

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

  • Datum inwerking-treding 26-09-2016
  • Terugwerkende kracht t/m 01-09-2016
  • Datum uitwerking-treding
  • Betreft wijziging art 7 en 9
  • Datum ondertekening 06-09-2016
  • Bron bekendmaking Gemeenteblad
  • Kenmerk voorstel BM1602725

Inleiding

Burgemeester en wethouders van Steenbergen;

Overwegende, dat vanwege de daarvoor benodigde specifieke deskundigheid een aparte bezwarencommissie personele aangelegenheden is ingesteld;

dat het aanbeveling verdient een regeling vast te stellen die de werkwijze van deze commissie regelt;

Gelet op de bepalingen van Algemene wet Bestuursrecht;

besluiten:

vast te stellen de navolgende "Regeling bezwarencommissie personele aangelegenheden":

1. BEGRIPSBEPALINGEN

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    het college: het college van burgemeester en wethouders van Steenbergen;

  • b.

    commissie: vaste commissie van advies voor de bezwaarschriften op het gebied van personeelsaangelegenheden;

  • c.

    wet: Algemene wet bestuursrecht;

  • d.

    ambtenaar: hij die door of vanwege het college is aangesteld om in openbare dienst werkzaam te zijn alsmede hij met wie een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht is aangegaan.

2. BEHANDELING VAN DE BEZWAARSCHRIFTEN

Artikel 2 Inleidende bepaling

Er is een commissie die het college desgevraagd adviseert over de door de ambtenaar ingediende bezwaren op het gebied van personeelsaangelegenheden.

Artikel 3 Samenstelling van de commissie

  • 1.

    De commissie bestaat uit drie leden, die worden benoemd, geschorst en ontslagen door het college:

    • a.

      een lid voorgedragen door het college;

    • b.

      een lid voorgedragen door de centrales van overheidspersoneel;

    • c.

      de voorzitter wordt door de onder a. en b., eerste lid, genoemde leden voorgedragen.

  • 2.

    Het college kan één of meerdere plaatsvervangende leden benoemen.

  • 3.

    Tot lid van de commissie zijn niet benoembaar:

    • a.

      ambtenaren door of vanwege het college aangesteld of daaraan ondergeschikt zijn;

    • b.

      zij die anderszins deel uitmaken van of werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van het college.

Artikel 4 Secretariaat

Het secretariaat van de commissie is opgedragen aan de afdeling Ondersteuning, taakveld Personeel en Organisatie.

Artikel 5 Zittingsduur

  • 1.

    De leden van de commissie treden af op de dag van het aftreden van de gemeenteraad. Zij kunnen terstond worden herbenoemd.

  • 2.

    De leden van de commissie kunnen op ieder moment ontslag nemen.

  • 3.

    De aftredende leden van de commissie blijven hun functie vervullen totdat in de opvolging is voorzien.

Artikel 6 Ingediend bezwaarschrift

  • 1.

    Op het ingediende bezwaarschrift wordt de datum van ontvangst aangetekend.

  • 2.

    Het bezwaarschrift met de daarbij overgelegde stukken wordt zo spoedig mogelijk in handen van de commissie gesteld.

Artikel 7 Uitoefening bevoegdheden

1. De bevoegdheden ingevolge de hierna genoemde artikelen van de wet worden voor de toepassing van deze regeling uitgeoefend door de voorzitter van de commissie:

  • -

    2:1, tweede lid;

  • -

    6:6, voor wat betreft het door de indiener stellen van een termijn;

  • -

    6:17, voorzover het de verzending van stukken betreft tijdens de behandeling door de commissie;

  • -

    7:4, tweede lid;

Artikel 8 Vooronderzoek

  • 1.

    De voorzitter kan uit eigen beweging of op verlangen van de commissie bij deskundigen advies of inlichtingen inwinnen en dezen zonodig uitnodigen daartoe op de zitting te verschijnen. Indien daaraan kosten zijn verbonden, is vooraf machtiging van het college vereist.

  • 2.

    De secretaris van de commissie is in verband met de voorbereiding van de behandeling van het bezwaarschrift bevoegd rechtstreeks alle gewenste inlichtingen in te winnen of te doen inwinnen.

Artikel 9 Hoorzitting

  • 1.

    De voorzitter bepaalt plaats van de zitting waarin de ambtenaar en het college in de gelegenheid wordt gesteld zich door de commissie te doen horen.

  • 2.

    Indien de voorzitter op grond van het tweede lid besluit van het horen af te zien, doet hij daarvan mededeling aan:

    • a.

      de ambtenaar;

    • b.

      het college.

Artikel 10 Uitnodiging zitting

  • 1.

    De voorzitter nodigt de ambtenaar en het college ten minste twee weken voor de zitting schriftelijk uit.

  • 2.

    Binnen drie dagen na de uitnodiging kunnen de ambtenaar of het college onder opgaaf van redenen de voorzitter verzoeken het tijdstip van de zitting te wijzigen.

  • 3.

    De beslissing van de voorzitter op dit verzoek wordt uiterlijk één week voor het tijdstip van de zitting aan de ambtenaar en het college meegedeeld.

  • 4.

    De voorzitter is bevoegd in bijzondere omstandigheden of afwijking toe te staan van de termijnen als genoemd in het eerste, tweede en derde lid.

Artikel 11 Quorum

  • 1.

    Voor het houden van een zitting is vereist dat de meerderheid van het aantal leden, onder wie in elk geval de voorzitter, of zijn plaatsvervanger, aanwezig is.

  • 2.

    Het horen van de ambtenaar en het college kan plaatsvinden door één of twee leden.

Artikel 12 Niet-deelneming aan de behandeling

De leden van de commissie nemen niet deel aan de behandeling van een bezwaarschrift indien daarbij hun onpartijdigheid in het geding kan zijn.

Artikel 13 Openbaarheid zitting

De commissie vergadert in beslotenheid.

Artikel 14 Schriftelijke vastlegging

  • 1.

    Het verslag als bedoeld in artikel 7:7 van de wet vermeldt de namen van de aanwezigen, met daarbij een vermelding van hun hoedanigheid.

  • 2.

    Het verslag houdt een zakelijke vermelding in wat over en weer is gezegd en wat verder ter zitting is voorgevallen.

  • 3.

    Het verslag verwijst naar de op de zitting overgelegde bescheiden die aan het verslag worden gehecht.

  • 4.

    Het verslag wordt door de commissie vastgesteld en ondertekend door de voorzitter en de secretaris van de commissie.

Artikel 15 Nader onderzoek

  • 1.

    Indien na afloop van de zitting, maar voordat het advies wordt opgesteld, nader onderzoek wenselijk blijkt te zijn, kan de voorzitter uit eigen beweging of op verlangen van de commissie dit onderzoek houden.

  • 2.

    De uit het nader onderzoek verkregen informatie wordt in afschrift aan de leden van de commissie, het college en de ambtenaar toegezonden.

  • 3.

    De leden van de commissie, het college en de ambtenaar kunnen binnen een week na verzending van de in het eerste lid bedoelde nadere informatie aan de voorzitter van de commissie een verzoek richten tot het beleggen van een nieuwe hoorzitting. De voorzitter beslist omtrent een dergelijk verzoek.

  • 4.

    Op een nieuwe hoorzitting, als bedoeld in het derde lid, zijn de bepalingen in deze verordening die betrekking hebben op de hoorzitting zo veel mogelijk van overeenkomstige toepassing.

Artikel 16 Raadkamer en advies

  • 1.

    De commissie beraadslaagt en beslist achter gesloten deuren over het door haar uit te brengen advies.

  • 2.

    a. De commissie beslist bij meerderheid van stemmen over het uit te brengen advies.

    • b.

      Indien bij een stemming de stemmen staken, beslist de stem van de voorzitter.

    • c.

      Van een minderheidstandpunt wordt bij het advies melding gemaakt indien die minderheid dat verlangt.

  • 3.

    Het advies is gemotiveerd en omvat een voorstel voor de te nemen beslissing op het bezwaarschrift.

  • 4.

    Het advies wordt door de voorzitter en de secretaris van de commissie ondertekend.

Artikel 17 Uitbrengen advies

  • 1.

    Het advies wordt, onder medezending van het verslag als bedoeld in artikel 14 en eventueel door de commissie ontvangen nadere informatie en nader verslag, tijdig uitgebracht aan het college.

  • 2.

    Indien naar het oordeel van de voorzitter van de commissie de termijn van tien weken, als bedoeld in artikel 7:10, eerste lid, van de wet, ontoereikend is voor het achtereenvolgens uitbrengen van een advies en het nemen van een beslissing, verzoekt hij het college tijdig de beslissing te verdagen.

  • 3.

    Van een besluit tot verdaging ontvangen de commissie en de ambtenaar en het college een afschrift.

Artikel 18 Vergoeding

De leden van de commissie ontvangen een vergoeding overeenkomstig de richtlijnen van de vakcentrales zoals genoemd onder artikel 3, lid 1b, van deze regeling.

3. SLOTBEPALINGEN

Artikel 19 Inwerkingtreding

1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag volgende op die van haar bekendmaking.

2. Deze regeling kan worden aangehaald als "Regeling bezwarencommissie personele aangelegenheden".