gemeente Steenbergen | Regeling ter bevordering van maatschappelijke participatie door schoolgaande kinderen 2022

Regeling Regeling ter bevordering van maatschappelijke participatie door schoolgaande kinderen 2022

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

  • Datum inwerking-treding 01-04-2023
  • Terugwerkende kracht t/m
  • Datum uitwerking-treding
  • Betreft Wijz: Art. 3 lid 1
  • Datum ondertekening 21-03-2023
  • Bron bekendmaking gmb-2023-135353
  • Kenmerk voorstel BD2300132

Inleiding

Burgemeester en wethouders van Steenbergen;

In behandeling genomen de Regeling ter bevordering van maatschappelijke participatie door schoolgaande kinderen 2022;

Overwegende dat:

• dat maatschappelijke participatie door schoolgaande kinderen zoveel mogelijk dient te worden bevorderd;

• de Regeling ter bevordering van maatschappelijke participatie door schoolgaande kinderen 2020 aanpassing behoeven;

Gelet op het bepaalde in de Participatiewet;

Besluiten:

de Regeling ter bevordering van maatschappelijke participatie door schoolgaande kinderen 2022 vast te stellen.

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    Brabantse Wal gemeenten: gemeenten Bergen op Zoom, Steenbergen en Woensdrecht;

  • b.

    het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Steenbergen;

  • c.

    Leergeld: Stichting Leergeld De Brabantse Wal;

  • d.

    subsidie: subsidie op grond van de Algemene subsidieverordening Steenbergen;

  • e.
    • alleenstaande ouder: een alleenstaande ouder als bedoeld in artikel 4, lid 1, sub b, van de Participatiewet, woonachtig in de gemeente Bergen op Zoom/Steenbergen/Woensdrecht en als zodanig ingeschreven in de Basisregistratie personen;

    • gehuwden: gehuwden en daarmee gelijkgestelden als bedoeld in artikel 3 van de Participatiewet, woonachtig in de gemeente Steenbergen en als zodanig ingeschreven in de Basisregistratie personen;

    • kind: een ten laste van de ouder(s) als bedoeld onder 1º en 2º komend kind, in de leeftijd van 4 jaar tot en met 17 jaar, woonachtig in de gemeente Steenbergen en als zodanig ingeschreven in de Basisregistratie personen, dat onderwijs of een beroepsopleiding volgt;

  • f.

    bijstandsnorm: de van toepassing zijnde bijstandsnorm op grond van de artikelen 20, 21, 22 en 23 van de Participatiewet na brutering voor de fiscus;

  • g.

    inkomen: het inkomen als bedoeld in artikel 32 van de Participatiewet waarbij een eventuele bijstandsuitkering, in afwijking van artikel 32 van de Participatiewet, voor de beoordeling van het recht op een voorziening als inkomen wordt gezien;

  • h.

    maatschappelijke participatie: het deelnemen aan activiteiten op het gebied van onderwijs, cultuur, sport en welzijn;

  • i.

    voorziening: een vorm van ondersteuning in natura gericht op de maatschappelijke participatie van kinderen.

Artikel 2. Doel en strekking

Degenen die tot de doelgroep behoren alsmede aan de voorwaarden voldoen, hebben ter bevordering van deelneming aan de samenleving door ten laste komende schoolgaande kinderen recht op subsidie in de vorm van een voorziening.

Artikel 3. Doelgroep

1.

Tot de doelgroep behoren de alleenstaande ouder of de gehuwden met een of meerdere kinderen die gedurende een periode van 6 maanden is/zijn aangewezen op een beschikbaar inkomen wat gemiddeld per maand niet uitkomt boven 130% van de geldende bijstandsnorm.

2.

Als periode in het vorige lid wordt in aanmerking genomen het tijdvak van 6 kalendermaanden onmiddellijk voorafgaande aan de maand waarin de aanvraag is ingediend.

3.

Het kind waarvoor de subsidie wordt aangevraagd, dient op de aanvraagdatum aan het leeftijdscriterium als bedoeld in artikel 1, sub e, onder 3º, van de regeling te voldoen.

Artikel 4. Voorziening

Per kind bestaat recht op subsidie in de vorm van één voorziening naar eigen keuze per kalenderjaar.

Artikel 5. Invulling voorziening

1.

Een voorziening als bedoeld in artikel 1, sub i, van deze regeling kan bestaan uit één van de navolgende mogelijkheden:

  • a.

    het lidmaatschap van een jeugd-, sport- of ontspanningsvereniging alsmede - voor zover van toepassing - aan de club gerelateerde kleding;

  • b.

    het binnen de Brabantse Wal gemeenten kunnen volgen van een cursus of workshop op het gebied van muziek, dans, theater of beeldend, uitsluitend in groepsverband;

  • c.

    het binnen de Brabantse Wal gemeenten wekelijks kunnen volgen van regulier zwemonderwijs voor het behalen van de diploma’s A en B;

  • d.

    een abonnement voor een zwembad gelegen binnen de Brabantse Wal gemeenten;

  • e.

    een (tweedehands) standaard fiets voor normaal dagelijks gebruik bij het volgen van voortgezet onderwijs;

  • f.

    de verstrekking van voor het voortgezet onderwijs benodigde digitale hulpmiddelen, zoals een eenvoudige laptop of tablet, voor zover niet ook voor thuisgebruik door de school beschikbaar gesteld.

2.

Geen voorziening in natura is mogelijk voor een door de school gevraagde (vrijwillige) ouderbijdrage alsmede voor de hieruit bekostigde activiteiten.

3.

Geen voorziening in natura is mogelijk voor exclusieve en extreme sporten, wel voor zelfverdedigingssporten, vechtsport en weerbaarheidstrainingen.

4.

Bij fitness mogen de kosten van het lidmaatschap een bedrag van € 30,00 per maand niet overschrijden.

5.

De wekelijkse zwemles bedraagt maximaal 60 minuten, mede wordt voorzien in verschuldigd inschrijfgeld en de huur van een kluisje.

6.

De aanschafkosten van een fiets mogen een bedrag van € 400,00 niet overschrijden.

7.

De aanschafkosten van digitale hulpmiddelen, zoals een laptop of tablet, inclusief eventueel benodigde software en een verzekering tegen beschadiging en diefstal, mogen een bedrag van € 450,00 niet overschrijden.

8.

Een voorziening als vermeld in lid 1, sub e en f, kan slechts één keer in een periode van 5 jaar worden verstrekt en is onlosmakelijk verbonden met het volgen van onderwijs.

9.

In afwijking van artikel 4 kunnen voorzieningen als vermeld in lid 1, sub e en f, onderling samengaan alsmede met een voorziening als vermeld in lid 1, sub a, b, c of d.

Artikel 6. Duur voorziening

1.

De duur van een voorziening is gelijk aan een verenigingsjaar of cursusperiode met een maximum van 12 maanden.

2.

De start van de activiteit waarvoor een voorziening is getroffen, is bepalend voor het kalenderjaar waaraan de subsidie in de vorm van een voorziening wordt toegerekend.

Artikel 7. Procedurebepalingen

1.

De aanvraag voor een voorziening geschiedt schriftelijk middels een daartoe beschikbaar gesteld formulier.

2.

Een voorziening met terugwerkende kracht aanvragen, is niet mogelijk.

3.

Uiterlijk binnen 4 weken na ontvangst van de aanvraag wordt een beschikking over de verlening en vaststelling van de subsidie in de vorm van een voorziening afgegeven.

Artikel 8. Verplichtingen

1.

Ter beoordeling van het recht op een voorziening dienen door aanvrager bewijsstukken te worden overgelegd van de op het aanvraagformulier vermelde inkomsten voor zover aanvrager over de in aanmerking te nemen periode geen (bijstands)uitkering van een van de Brabantse Wal gemeenten heeft ontvangen.

2.

Aanvrager is verplicht op verzoek of onverwijld uit eigener beweging, ook aan Leergeld, mededeling te doen van alle feiten en omstandigheden die van belang zijn voor de realisering van de voorziening in natura, alsmede hieraan zijn medewerking te verlenen.

Artikel 9. Uitvoering

1.

De realisering van de voorzieningen in natura wordt opgedragen aan Leergeld. Leergeld handelt als zodanig namens het college.

2.

Leergeld wordt in staat gesteld voorzieningen in natura te verstrekken als bedoeld in artikel 1, sub i, van deze regeling. De beoordeling van het recht op subsidie in de vorm van een voorziening berust bij het college.

3.

Naast de verstrekking van een voorziening als bedoeld in lid 1 draagt Leergeld, na een verzoek daartoe van de ouder, tevens zorg voor aanmelding van kinderen in de leeftijd van 4 jaar tot en met 12 jaar voor een verjaardagsbox bij Stichting Jarige Job.

Artikel 10. Financiering en verantwoording

1.

Bij voorschot worden aan Leergeld financiële middelen ter beschikking gesteld voor de bekostiging van de voorzieningen in natura.

2.

Binnen 3 maanden na beëindiging van het kalenderjaar dient Leergeld verantwoording over de bestede gelden af te leggen aan het college. In de verantwoording dienen de volgende gegevens te worden vermeld:

  • het nummer van de beschikking op grond waarvan een voorziening is gerealiseerd;

  • de naam van het kind voor wie een voorziening is gerealiseerd;

  • de geboortedatum van het kind;

  • de soort activiteit;

  • de kosten van de voorziening.

    Aan het einde van elk kalenderkwartaal kunnen ten behoeve van de gemeentelijke bedrijfsvoering voormelde gegevens tussentijds door of namens het college worden opgevraagd.

3.

Leergeld neemt de bepalingen in deze regeling in acht.

4.

De verantwoording dient te zijn voorzien van een accountantsverklaring, dat de gelden dienovereenkomstig zijn besteed.

Artikel 11. Hardheidsclausule

Door of namens het college kan met toepassing van artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht in bijzondere gevallen ten gunste van de belanghebbende worden afgeweken van de bepalingen in deze regeling, indien toepassing hiervan tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.

Artikel 12. Slotbepalingen

1.

De regeling wordt aangehaald als: ”Regeling ter bevordering van maatschappelijke participatie door schoolgaande kinderen 2022”.

2.

Deze regeling treedt met terugwerkende kracht in werking met ingang van 1 januari 2022.

3.

De “Regeling ter bevordering van maatschappelijke participatie door schoolgaande kinderen 2020”, vastgesteld bij besluit van 10-12-2019, vervalt met terugwerkende kracht per 1 januari 2022.

Algemene toelichting

Kinderen moeten in hun kansen en mogelijkheden op ontwikkeling niet worden belemmerd door de slechte financiële positie van hun ouders. Maatschappelijke participatie van een kind is van groot belang met het oog op zijn of haar kansen op een zelfredzame toekomst.

"Meedoen" op school en in de vrije tijd van de kinderen wordt door financiële redenen onmogelijk. Hierdoor krijgen deze kinderen niet de mogelijkheid om zich volledig te ontwikkelen. Kinderen, die opgroeien in dit soort situaties, hebben vaker last van gezondheidsproblemen en gevoelens van eenzaamheid, behalen lagere onderwijsprestaties en hebben meer kans om later zelf opnieuw in een armoedesituatie terecht te komen, of in de criminaliteit. Investeren in de meest kwetsbare groepen kinderen en zorgen dat ze al van jongs af aan mee kunnen draaien in de maatschappij, is van groot belang voor de ontwikkeling van een land. Niet investeren in deze groep heeft niet alleen verstrekkende gevolgen voor deze kinderen, maar ook voor de maatschappij als geheel.

Wetswijziging vrijwillige ouderbijdrage per 1 augustus 2021

Schoolkosten worden onderverdeeld in vier categorieën. De wetswijziging betreft schoolkosten uit de 4e categorie, waaronder bijvoorbeeld schoolreizen of excursies vallen. Scholen in het basisonderwijs en voortgezet onderwijs kunnen ouders hiervoor om een vrijwillige bijdrage vragen. Vanaf 1 augustus 2021 moeten echter alle leerlingen aan deze extra activiteiten kunnen meedoen, ook als hun ouders niet meebetalen. Ouders die de bijdrage niet willen betalen, hoeven geen reden op te geven of inzicht te verschaffen in hun financiële situatie. Scholen zijn verplicht dit expliciet te vermelden in de schoolgids. Het doel van deze wetswijziging is een einde te maken aan het uitsluiten van leerlingen van activiteiten of programma’s die door de school worden georganiseerd, als ouders de vrijwillige ouderbijdrage niet betalen (Voorkomen van tweedeling). Eerder mochten scholen de leerlingen van wie de ouders de vrijwillige ouderbijdrage niet betaalden, een kosteloos alternatief aanbieden voor de extra activiteiten buiten het verplichte schoolprogramma. Dit is vanaf 1 augustus 2021 niet langer toegestaan. Alle leerlingen moeten kunnen meedoen aan alle programma’s en activiteiten die de school aanbiedt, ook activiteiten buiten het verplichte lesprogramma, zoals een introductiekamp, schoolreizen of excursies, kerstviering, bijles, huiswerkbegeleiding en examentraining alsmede langdurige extra-curriculaire activiteiten zoals tweetalig onderwijs. Vanuit de praktijk is verzocht om de regeling met deze gewijzigde wetgeving in overeenstemming te brengen.

Scholen kunnen ouders vragen een laptop of tablet aan te schaffen. Als ouders dit niet doen, moet de school voor een volwaardig alternatief zorgen (categorie 3 van de schoolkosten). De school zal dan voor gebruik tijdens de lessen een elektronische informatiedrager beschikbaar dienen te stellen. Dit kan wel betekenen, dat in een dergelijk geval de laptop of tablet de school niet mag verlaten voor het maken van huiswerk. Doet deze situatie zich voor dan is een voorziening op grond van deze regeling nog steeds aan de orde.

Op veruit de meeste scholen in de regio wordt gewerkt met Chromebooks. De kosten van deze devices, die moeten voldoen aan door de school voorgeschreven specificaties, overschrijden het huidige maximumbedrag voor een dergelijke voorziening. Vanuit de praktijk is dan ook verzocht het maximumbedrag voor een laptop of tablet te verhogen van € 400,00 naar € 450,00.

Vanwege prijsstijgingen is eveneens verzocht het maximumbedrag voor een standaard fiets te verhogen van € 350,00 naar € 400,00. Ook de kosten van zwemlessen en fitness zijn gestegen.

Met de regeling 2022 wordt in het vorenstaande voorzien.

Met verstrekkingen in natura in plaats van geldelijke bijdragen komen voorzieningen in alle gevallen ten goede van de kinderen voor wie de regeling is bedoeld. Het 'weglekken' van gelden voor andere doeleinden is met verstrekkingen in natura niet meer mogelijk. Leergeld investeert op een duurzame manier in de participatie van schoolgaande kinderen. Een verstrekking door

Leergeld is maatwerk en altijd in natura. De claimbeoordeling blijft berusten bij de gemeente.

Artikelsgewijze toelichting

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

In dit artikel worden definities gegeven van begrippen die in de regeling voorkomen en waarvan het van belang is dat er telkens hetzelfde onder wordt verstaan. In een aantal gevallen wordt verwezen naar definities in de Participatiewet om ervoor te zorgen, dat zoveel mogelijk bij deze wetgeving wordt aangesloten. Voor zover de situatie zich voordoet, is artikel 33 van de Participatiewet eveneens van overeenkomstige toepassing. Onder gebruteerde bijstandsnorm wordt in dit verband verstaan de bijstandsnorm als bedoeld in de artikelen 20, 21, 22 en 23 van de Participatiewet verhoogd met het geldende bijstandspercentagetarief als vermeld in de ’Rekenregels en handleiding loonheffingen over bijstandsuitkeringen’ van de Belastingdienst, onder aftrek van de loonheffingskorting die normaliter bij een volledige bijstandsuitkering te gelden kan worden gemaakt.

Bij maatschappelijke participatie is gekozen voor die activiteiten waarbij actief aan de samenleving wordt deelgenomen. Activiteiten die hieronder vallen zijn: lidmaatschap van een jeugd-, sport- of ontspanningsvereniging, scouting, deelneming aan muziek- dans- of zwemonderwijs en een abonnement voor een zwembad. Om te voorkomen dat de ondersteuning voor andere zaken kan worden aangewend, is gekozen voor een vorm van

ondersteuning in natura, waarmee de voorziening daadwerkelijk ten goede komt aan de kinderen voor wie de regeling is bedoeld.

Artikel 2. Doel en strekking

Hiermee is doel en strekking van de regeling verwoord.

Artikel 3. Doelgroep

Benadrukt wordt, dat het hierbij gaat om personen met een hen ten laste komend kind. Dus een kind waarvoor de alleenstaande ouder of de gehuwde aanspraak kan maken op kinderbijslag. Voorts dient onderwijs te worden gevolgd. Na het bereiken van de 18-jarige leeftijd kan het kind voor deelname aan activiteiten gebruik maken van de Regeling sociaal-culturele bijdrage voor de minima door zelf hiertoe een aanvraag in te dienen.

Als op (een deel van) het inkomen van de alleenstaande ouder of de gehuwde executoriaal beslag is gelegd, waardoor hij/zij over dat (deel van het) inkomen geen feitelijke bestedingsmogelijkheid heeft, noch beschikkingsbevoegd is, noch een mogelijkheid heeft om het uit te laten betalen, dient met dat (deel van het) inkomen geen rekening te worden gehouden.

Dit betekent, dat als sprake is van executoriaal beslag op het inkomen, of als de ouder is toegelaten tot de Wet schuldsanering natuurlijke personen (Wsnp), hiermee rekening moet worden gehouden bij de vaststelling van het inkomen. In dergelijke situaties dient dan ook te worden uitgegaan van het inkomen dat resteert na het beslag. Bij een ouder die in een minnelijk traject van schuldhulpverlening zit zoals bij de Kredietbank West-Brabant, dient hetzelfde beleid als bij beslag op de uitkering en toelating tot de Wsnp te worden toegepast. Bij een minnelijke regeling

is er eveneens sprake van een problematische schuldensituatie. Een ouder die zijn best doet om via het minnelijk traject van zijn schulden af te komen, moet niet nadeliger uit zijn dan een ouder die (soms door eigen toedoen) in het wettelijk traject terecht is gekomen. Bij directe verrekening van de huur- en/of zorgtoeslag door de Belastingdienst en voor wat betreft de opslag bij de

inhouding van de bestuursrechtelijke premie voor de zorgverzekering door het CAK geldt eveneens dat de ouder niet redelijkerwijs kan beschikken over dat (deel van het) inkomen.

Artikel 4. Voorziening

Per kalenderjaar wordt naar eigen keuze van de ouder / het kind één voorziening per kind aangeboden.

Artikel 5. Invulling voorziening

Het gaat hierbij om meedoen met buitenschoolse activiteiten. Via sport kan een kind leren omgaan met andere kinderen en leren omgaan met winnen en verliezen. Te denken valt

aan het lidmaatschap van een sportclub. Exclusieve sporten als (zweef)vliegen, ballonvaren, skydiving, snowboarding, paardrijden, golven en duiken zijn uitgesloten van een voorziening, evenals extreme sporten als basejumpen. Zelfverdedigingssporten, vechtsporten en weerbaarheidstrainingen, zoals bijvoorbeeld kickboksen en judo, komen wel in aanmerking.

Als clubkleding verplicht is, kan ook hierin worden voorzien. Bij het zwemonderwijs dient het instructiebad te zijn gelegen binnen de Brabantse Wal gemeenten. De voorziening dient

te zijn gebaseerd op het goedkoopste tarief, wat door het desbetreffende instituut wordt gehanteerd. Als maximum geldt een les van 60 minuten per week. Slechts de door de zwembond erkende diploma’s A en B komen voor een voorziening in aanmerking. Zogenoemde turbo cursussen zijn uitgesloten van een voorziening. Mede wordt voorzien in eventueel

verschuldigd inschrijfgeld en diplomakosten. Op het gebied van cultuur kan gedacht worden aan muziekles of balletles, maar ook aan creatieve cursussen zoals schilderen of toneelspelen. Individueel onderwijs is hierbij echter uitgesloten. Ook hierbij geldt, dat het instituut binnen

de Brabantse Wal gemeenten is gevestigd. Bij welzijn valt te denken aan de scouting.

Scholen in het basisonderwijs en voortgezet onderwijs kunnen ouders om een vrijwillige bijdrage vragen. De ouderbijdrage is een vrijwillige financiële bijdrage van ouders aan de school van hun kind. Het schoolbestuur stelt vast hoe hoog deze bijdrage is. Het schoolbestuur bepaalt ook waaraan de school de ouderbijdrage besteedt. Scholen besteden de bijdrage aan extra activiteiten buiten het gewone lesprogramma om. Bijvoorbeeld een schoolreisje, kerstdiner of sportdag.

Vanaf 1 augustus 2021 mogen scholen niet langer leerlingen uitsluiten van uitjes, excursies e.d. Ze mogen een scholier geen gratis alternatieve activiteit meer aanbieden. Dit voorkomt dat leerlingen van ouders die geen vrijwillige ouderbijdrage betalen, niet mee kunnen doen aan de extra activiteiten.

Dit geldt ook voor: bijles; huiswerkbegeleiding; examentraining; langdurige extra activiteiten zoals tweetalig onderwijs. Een voorziening hierin is dan ook niet meer mogelijk.

Locaties van het voortgezet onderwijs bevinden zich meestal niet in de directe omgeving van het ouderlijk huis. Reden om in de regeling de mogelijkheid op te nemen voor de verstrekking van een fiets bij de overgang van het basisonderwijs naar het voortgezet onderwijs. Onder een (tweedehands) standaard fiets voor normaal dagelijks gebruik wordt verstaan een degelijke fiets bestemd om ermee naar school, sportclub e.d. te gaan en die voldoet aan de wettelijk eisen. Racefietsen, mountainbikes en fietsen met trapondersteuning (zgn. e-bikes) zijn van de regeling uitgesloten. Leerlingen in het voortgezet onderwijs maken steeds meer gebruik van e-learning als aanvulling op het traditionele klassikaal leren. Het beschikken over digitale hulpmiddelen als een laptop of tablet is hiervoor essentieel. Scholen kunnen ouders vragen een laptop of tablet aan te schaffen. Als ouders dit niet doen, moet de school voor een volwaardig alternatief zorgen. De school zal dan voor gebruik tijdens de lessen een elektronische informatiedrager beschikbaar dienen te stellen. Dit kan wel betekenen, dat in een dergelijk geval de laptop of tablet niet mee naar huis mag voor het maken van huiswerk. Doet deze situatie zich voor dan is een voorziening op grond van deze regeling nog enkel aan de orde. Het moet gaan om een eenvoudige laptop of tablet, inclusief eventueel benodigde software en een verzekering tegen beschadiging en diefstal,

die voldoet aan door de school gestelde specificaties. Een voorziening in de vorm van een fiets kan in een kalenderjaar samengaan met een voorziening in de vorm van een laptop of tablet en andersom, naast een voorziening als vermeld in lid 1, sub a, b, c of d.

Artikel 6. Duur voorziening

Deze bepaling is opgenomen, omdat een cursusperiode of verenigingsjaar veelal niet gelijkloopt met een kalenderjaar. Voor een cursusperiode, zoals bij het zwemonderwijs, geldt een maximale periode van twaalf maanden.

Artikel 7. Procedurebepalingen

Een aanvraag voor meerdere ten laste komende kinderen uit een gezin is mogelijk.

Artikel 8. Verplichtingen

Voor de inkomenstoets dienen bewijsstukken te worden overgelegd. Belanghebbende is ook ten aanzien van Leergeld verplicht te voldoen aan de informatie- en medewerkingsplicht.

Artikel 9. Uitvoering

Leergeld investeert op een duurzame manier in de participatie van kinderen, die zonder extra steun aan de zijlijn van de samenleving terecht dreigen te komen. Een verstrekking door Leergeld is maatwerk en altijd in natura. Met betrekking tot de daadwerkelijke uitvoering van de regeling is daarom de samenwerking opgezocht met Leergeld. De claimbeoordeling blijft berusten bij de gemeente.

Stichting Jarige Job maakt verjaardagen mogelijk voor kinderen van 4 jaar tot en met 12 jaar. Kinderen die hun verjaardag eigenlijk niet kunnen vieren, omdat daar geen geld voor is.

Jarige Job helpt deze kinderen en daarmee het hele gezin door in ieder geval de belangrijkste dag van het jaar wel mogelijk te maken.

Jarige Job geeft geen geld maar een verjaardagsbox ter waarde van € 35,00 met alles erop en eraan. Zoals slingers, ballonnen, taartmix, traktaties, wat lekkers voor thuis en cadeautjes. Ruim voor de verjaardag van het kind krijgen de ouders de Jarige Job verjaardagsbox. Zij zorgen ervoor dat het huis versierd is, dat de taart gemaakt is,

cadeautjes zijn ingepakt en de traktatie voor op school klaar staat. Hierdoor wordt een verjaardag weer een echt gezinsfeest!

Deze verjaardagsbox door Stichting Jarige Job staat los van de voorziening via Leergeld. Op grond van deze regeling kunnen dan ook geen rechten worden ontleend op een verjaardagsbox. Leergeld meldt op verzoek het kind pas aan.

Artikel 10. Financiering en verantwoording

Aan het begin van het kalenderjaar worden aan Leergeld voldoende financiële middelen ter beschikking gesteld. Zo nodig vindt aanvulling hierop in de loop van het kalenderjaar plaats. Storting van de bedragen geschiedt op een door Leergeld opgegeven bankrekeningnummer.

De gegevens in de verantwoording dienen ter herleiding naar de gemeentelijke administratie.

Artikel 11. Hardheidsclausule

Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.

Artikel 12. Slotbepalingen

Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.