gemeente Steenbergen | Richtlijnen voor het plaatsen van ondergrondse containers Gemeente Steenbergen

Regeling Richtlijnen voor het plaatsen van ondergrondse containers Gemeente Steenbergen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

  • Datum inwerking-treding 11-06-2022
  • Terugwerkende kracht t/m
  • Datum uitwerking-treding
  • Betreft nieuwe regeling
  • Datum ondertekening 24-05-2022
  • Bron bekendmaking gmb-2022-261906
  • Kenmerk voorstel 2217503

Inleiding

Introductie

Onderstaande richtlijnen, oftewel beleidsregels, zijn van toepassing voor het bepalen van de locaties voor ondergrondse containers. Plaatsing wordt uitgevoerd conform deze richtlijnen, in samenspraak met inwoners en een hieraan gekoppelde inspraakprocedure.

Deze richtlijnen worden bekendgemaakt via het elektronisch gemeenteblad en geplaatst in de regelingenbank. Betreffende locaties van de ondergrondse containers worden in samenspraak met de inwoners bepaald en vastgelegd. Bovendien geldt dat, daar waar sprake zal zijn van knelpunten omtrent de locatie, er maatwerk wordt geleverd.

Richtlijnen

De volgende richtlijnen zijn van toepassing:

  • 1.

    In de gemeente worden waar nodig ondergrondse restafvalcontainers geplaatst. Huishoudens maken gebruik van een aan hen toegewezen containerlocatie. Daarnaast krijgt elk huishouden een uitwijklocatie waar zij heen kunnen in geval van bijvoorbeeld storing. Ook worden waar nodig ondergrondse containers voor andere fracties (grondstoffen) geplaatst. Meestal is dat bij supermarkten, hoogbouwaansluitingen of binnenstedelijke woningen die geen plaats hebben voor minicontainers aan huis.

  • 2.

    Voor een deel van het buitengebied wordt waar nodig maatwerk geleverd: aansluitingen die redelijkerwijze niet kunnen worden aangesloten op een ondergrondse container, krijgen een minicontainer voor restafval ter beschikking gesteld. Deze container voor restafval wordt eenmaal per vier weken geleegd. Huishoudens die (incidenteel) meer afval hebben kunnen gebruik maken van één door hen uit te kiezen ondergrondse restafvalcontainer in een van de kernen.

  • 3.

    In geval van locaties bij waterkerende dijken worden, in overleg met het waterschap, indien mogelijk ondergrondse containers geplaatst. Is dit niet mogelijk dan wordt er gekozen voor een andere oplossing: Bijvoorbeeld door de ondergrondse container net buiten de beschermingszone te plaatsen. Bij uitzondering kan een alternatief ook een bovengrondse verzamelcontainer of minicontainers voor restafval zijn.

  • 4.

    De ondergrondse containers hebben een capaciteit van 5 m3.

  • 5.

    De ondergrondse restafvalcontainers zijn uitgerust met een systeem voor toegangscontrole.

  • 6.

    De ondergrondse restafvalcontainers zijn uitgerust met een systeem om de vullingsgraad te meten, zodat op volmelding kan worden gereden.

  • 7.

    Er wordt gestreefd naar een maximale loopafstand voor inwoners van 250 meter, gemeten vanaf de erfgrens. Voor het buitengebied of in geval van bijvoorbeeld lintbebouwing kan hier in het kader van efficiëntie en kosten van worden afgeweken.

  • 8.

    Er worden minimaal 40, en maximaal 150 huishoudens bediend per ondergrondse restafvalcontainer. In uitzonderingsgevallen kan hiervan worden afgeweken.

  • 9.

    Parkeervoorzieningen worden, indien er parkeerdruk wordt ervaren, zoveel mogelijk gehandhaafd en zullen bij voorkeur niet verdwijnen voor de plaatsing van een ondergrondse container. Bij plaatsing van een container in een parkeervak wordt ter compensatie gestreefd naar realisatie van een parkeerplaats elders.

  • 10.

    Beplanting zal in sommige gevallen plaats moeten maken voor het plaatsen van een ondergrondse container. Indien beplanting wordt opgeofferd wordt bekeken of dit in de omgeving kan worden teruggebracht zodat op deze wijze minimaal het areaal behouden blijft.

  • 11.

    Plaatsing van ondergrondse containers zal nooit ten koste gaan van waardevolle bomen. Bomen zullen alleen plaats moeten maken indien dit niet ten koste gaat van de structuur. De uitvoering van werkzaamheden rond bomen dient zodanig plaats te vinden dat sprake is van het waarborgen van een verantwoorde inpassing van te handhaven bomen. Het mag nooit leiden tot een bedreiging van de duurzame instandhouding.

  • 12.

    Plaatsing gebeurt niet binnen de kwetsbare zone (=kroonprojectie + 1,5 meter) mits er in uitzonderlijke gevallen geen andere opties mogelijk zijn. Bij bomen die in de jeugdfase zitten dient rekening te worden gehouden met de uiteindelijke kroonvorm.

  • 13.

    Wanneer er binnen de kwetsbare zone gegraven wordt of wanneer er sprake is van plaatsing bij bomen in de jeugdfase zal dit te allen tijde in overleg gaan met de groenspecialist van de gemeente.

  • 14.

    De ondergrondse containers worden zodanig geplaatst dat er zo min mogelijk belemmering voor verkeersveiligheid of sociale veiligheid zal ontstaan.

  • 15.

    De afstand van de ondergrondse container tot de erfgrens bedraagt in een bestaand gebied minimaal 1,5 meter. Gestreefd wordt naar een afstand van minimaal 2 meter. Bij nieuwbouw kan de afstand in overleg eventueel worden ingepast tegen de erfgrens. Maatwerk hierin blijft mogelijk.

  • 16.

    Daar waar een trottoir valt tussen een erfgrens en de ondergrondse container dient de minimale afstand tot de erfgrens 1,5 meter te zijn, met als voorkeur een afstand van 2 meter. Dit in verband met de doorgang van het trottoir.

  • 17.

    De horizontale afstand van de ondergrondse container tot een balkon of galerij bedraagt minimaal 3 meter.

  • 18.

    De afstand van de ondergrondse container tot de gevel van de woning bedraagt minimaal 3 meter. Van bovenstaande regel kan worden afgeweken als het een dichte muur betreft, in dat geval is de afstand circa 1,5 meter. Ook hiervoor geldt dat, mocht hier een trottoir tussen vallen, er een streefafstand van 2 meter wordt gehanteerd.

  • 19.

    De gekozen locaties voor de containers dienen goed bereikbaar te zijn voor voetgangers en mindervaliden.

  • 20.

    De containers worden waar mogelijk zodanig geplaatst dat op ledigingsmomenten verkeershinder en oponthoud beperkt blijft. In nauwe straten kan het voorkomen dat bestuurders achter het voertuig moeten wachten.

  • 21.

    Inzamelvoertuigen moeten veilig kunnen stoppen om de container te legen.

  • 22.

    Er wordt gestreefd naar een optimale verdeling van de containers, zodat een dekkend netwerk ontstaat met een minimaal aantal containers tegen zo laag mogelijke kosten. Daarbij geldt dat zomin mogelijk kabels en leidingen worden verplaatst.

Hardheidsclausule

Door of namens het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de belanghebbende worden afgeweken van de bepalingen van deze beleidsregels, indien onverkorte toepassing zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Inwerkingtreding

De “Richtlijnen voor het inrichten van de nieuwe inzamelstructuur”, vastgesteld bij besluit van 27 september 2016, worden hierbij ingetrokken.

Citeertitel

Deze beleidsregels kunnen worden aangehaald als “Richtlijnen voor het plaatsen van ondergrondse containers”.

Steenbergen, 24 mei 2022