gemeente Steenbergen | Spaarloonregeling 1997 gemeente Steenbergen

Regeling Spaarloonregeling 1997 gemeente Steenbergen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

  • Datum inwerking-treding 26-02-1998
  • Terugwerkende kracht t/m 01-01-1997
  • Datum uitwerking-treding 01-01-2016
  • Betreft nieuwe regeling
  • Datum ondertekening 07-06-2005
  • Bron bekendmaking Personeel actueel 22-11-2005
  • Kenmerk voorstel 10

Inleiding

De raad der gemeente Steenbergen;

overwegende, dat als gevolg van de gemeentelijke herindeling per 1 januari 1997 de voormalige gemeenten Dinteloord en Prinsenland, Nieuw-Vossemeer en Steenbergen zijn samengevoegd en op basis van de Wet algemene regels herindeling het bevoegd gezag van de nieuwe gemeente de rechtspositieregelingen voor het personeel van die nieuwe gemeente dient vast te stellen;

gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 23 december 1997;

gelet op de bereikte overeenstemming in de commissie voor Bijzonder Georganiseerd Overleg d.d. 5 december 1996;

mede gelet op de bepalingen van de Wet algemene regels herindeling, de Gemeentewet, de Ambtenarenwet en de Uitvoeringsregeling werknemersspaarregelingen en winstdelingsregelingen;

besluit :

vast te stellen de volgende: Spaarloonregeling 1997 gemeente Steenbergen

Begripsbepalingen.

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder;

  • Werkgever: De gemeente Steenbergen.

  • Belanghebbende/deelnemer: De ambtenaar in de zin van artikel 1:1, lid 1, sub a van de CAR/UWO, personeel met een zodanige arbeidstijd dat het geen deelnemer aan de IZA-regeling kan zijn en waarmee een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht is aangegaan, de burgemeester, leden van de vrijwillige brandweer en onderwijspersoneel in dienst van de gemeente.

  • Partner: degene in de zin van artikel 1.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001.

  • Spaarinstelling: Nationale Nederlanden, SR-Bank N.V., de nader door de werkgever aangewezen plaatselijke bankinstellingen.

  • Bijzondere spaarrekening: De door de spaarinstelling ten name van de deelnemer geopende rekening, waarop het spaarloon wordt geadministreerd.

  • Spaarloon/spaarbedrag: Ieder, overeenkomstig de bepalingen van deze spaarloonregeling, op het bruto-loon ingehouden en op de bijzondere spaarrekening van de deelnemer gestort bedrag.

  • Uitvoeringsregeling werknemersspaarregelingen c.a.: de Uitvoeringsregeling werknemersspaarregelingen en winstdelingsregeling vastgesteld door de staatssecretaris van Financiën en de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid op 13 december 1993, Stcrt. 1993, 241, sedertdien gewijzigd.

Deelneming.

Artikel 2

  • 1.

    De deelname aan de spaarregeling is vrijwillig.

  • 2.

    Deelname staat open voor de in artikel 1 omschreven belanghebbende/deelnemer.

  • 3.

    Nieuw indiensttredende werknemers kunnen burgemeester en wethouders verzoeken hun bij vorige werkgevers opgebouwde saldo in te brengen in de spaarloonregeling van de gemeente Steenbergen, onder overlegging van de jaaroverzichten en een opgave van het gespaarde bedrag in het lopende jaar onder de voorwaarde dat de vorige spaarinstelling daaraan haar medewerking verleent.

Artikel 3

  • 1.

    Deelname aan deze spaarverordening kan per de eerste van iedere maand ingaan, na indiening bij de werkgever van een door de deelnemer ondertekend verzoekschrift tot deelname, waarin de deelnemer de werkgever machtigt een door hem aan te geven spaarbedrag maandelijks van zijn bruto-salaris in te houden en over te maken op zijn spaarloonrekening bij de spaarinstelling, zulks met inachtneming van het wettelijk vastgesteld maximum.

  • 2.

    Wijziging van het spaarbedrag is alleen mogelijk per 1 januari.

  • 3.

    Het spaarloon wordt zonder aftrek van loonheffing en sociale premies op het maandsalaris van de deelnemer ingehouden en overgemaakt naar zijn spaarloonrekening.

  • 4.

    De deelname aan deze spaarverordening eindigt bij beëindiging van de dienstbetrekking of indien de deelnemer zulks schriftelijk verzoekt.

Uitvoering.

Artikel 4

  • 1.

    Het totaal van de ingehouden spaarbedragen van de deelnemer mag per kalenderjaar niet meer bedragen dan het ter zake bij of krachtens de Wet op de loonbelasting 1964 vastgestelde bedrag.

  • 2.

    Het ingehouden spaarbedrag wordt door de werkgever onmiddellijk na de inhouding overgemaakt op de spaarloonrekening van de deelnemer bij de spaarrekening.

  • 3.

    Het spaarloon van een bepaald kalenderjaar zal, nadat het gedurende ten minste vier kalenderjaren gerekend vanaf de eerste januari volgend op het jaar van bijschrijving op de spaarrekening heeft gestaan, overgeboekt worden naar de door de deelnemer opgegeven tegenrekening.

Artikel 5

  • 1.

    Het tegoed op de spaarloonrekening mag uitsluitend bestaan uit:

    • a.

      Ingehouden en door de werkgever overgemaakte spaarbedragen.

    • b.

      De op de spaarloonrekening gekweekte rente.

  • 2.

    De werkgever kan niet aansprakelijk worden gesteld voor eventuele consequenties, die uit het beheer van spaarbedragen, door de spaarinstelling gevoerd, zouden kunnen voortvloeien.

  • 3.

    Het is de deelnemer niet geoorloofd op zijn spaarrekening uitstaande bedragen geheel of gedeeltelijk over te dragen, in onderpand te geven aan derden, dan wel op enigerlei wijze ten behoeve van derden te bezwaren.

  • 4.

    Door toetreding tot de spaarloonverordening wordt de deelnemer geacht ermee in te stemmen dat aan de werkgever vertrouwelijke gegevens over zijn spaarrekening worden verstrekt, voor zover deze nodig zijn ter vergelijking van de administratie, welke de werkgever op grond van wettelijke bepalingen voert. De werkgever is ten aanzien van deze gegevens ten opzichte van derden tot geheimhouding verplicht.

Artikel 6

  • 1.

    De deelnemer mag over een spaarbedrag beschikken;

    • a.

      Nadat dit sedert de storting 4 volle kalenderjaren ononderbroken op de spaarloonrekening heeft gestaan.

    • b.

      Bij het einde van de dienstbetrekking tussen de werkgever en de deelnemer; indien een spaarbedrag door de werknemer of zijn erfgename is opgenomen bij beëindiging van de dienstbetrekking van de werknemer, daaronder begrepen het overlijden van de werknemer, wordt voor de toepassing van de Wet op de loonbelasting 1964 en Coördinatiewet Sociale Verzekeringen voor elk volle maand gedurende welke het spaarbedrag binnen een termijn van vier jaren is opgenomen een evenredig deel van dit spaarbedrag aangemerkt als loon verstrekt door de werkgever, niet zijnde spaarloon (belaste opname).

    • c.

      Indien de opgenomen spaarbedragen worden besteed ten behoeve van een of meer bestedings-doeleinden genoemd in artikel 7.

  • 2.

    In de gevallen waarin door de deelnemer of zijn rechtverkrijgende op grond van het in lid 1, sub b en c, van dit artikel bepaalde over een spaarbedrag wordt beschikt, dient ten genoegen van de spaarinstelling bewijs te worden geleverd van de van belang zijnde feiten.

  • 3.

    De deelnemer heeft, met inachtneming van de op dit punt bij spaarinstellingen gebruikelijke voorwaarden, de vrije beschikking over de rente van zijn spaarbedragen.

  • 4.

    Spaarbedragen waarover door een werknemer in strijd met de spaarloonverordening wordt beschikt, waaronder begrepen beschikking als gevolg van verhaalsuitoefening door derden, het faillissement dan wel wettelijke schuldsanering, wordt aangemerkt als loon, niet zijnde spaarloon (belaste opname).

  • 5.

    In geval van belaste opname zal het op te nemen bedrag door de spaarinstelling worden overgemaakt naar de werkgever, die na inhouding van premies en heffingen op de belaste opname het alsdan resterende bedrag ter beschikking zal stellen aan de deelnemer of zijn rechtverkrijgende.

  • 6.

    Indien een bedrag van de spaarloonrekening wordt opgenomen geschiedt dit ten laste van het spaarbedrag dat het laatste is overgemaakt; is dit niet toereikend, dan van het voorlaatste en zo vervolgens.

Artikel 7

  • 1.

    Als bestedingsdoeleinden bedoeld in artikel 6, lid 1, sub c, worden erkend:

  • a.

    Eigen woning.

    • Verwerving van een tot hoofdverblijf diende eigen woning, als bedoeld in artikel 3.111 van de Wet inkomstenbelasting 2001, door de deelnemer of zijn echtgenoot/partner.

  • b.

    Levensverzekering.

    • 1e Voldoening van premies, anders dan premies ingevolge een pensioenregeling, verschuldingd ingevolge een overeenkomst van levensverzekering waarbij een lijfrente a;s bedoeld in de artikelen 3.124, onderdeel b, en 3.125, eerste lid, onderdelen a, c en d van de Wet op de inkomstenbelasting 2001 is verzekerd, mits voldaan is aan hetgeen ter zake is bepaald in de Uitvoeringswet werknemersspaarregelingen c.a.;

    • 2e Voldoening van premies, anders dan premies ingevolge een pensioenregeling, verschuldingd ingevolge een overeenkomst van levensverzekering waarbij een kapitaalsuitkering bij in leven zijn is verzekerd, en voldoening van premies voor bij dezelfde overeenkomst overeengekomen vrijstelling van premiebetaling bij invaliditeit, ziekte of ongeval, mits voldaan is aan hetgeen ter zake is bepaald in de Uitvoeringsregeling werknemersspaarregelingen c.a.:

    • 3e Regelmatige inleggingen waartoe de deelnemer, zijn echtgenoot/partner zich heeft verplicht ingevolge een overeenkomst met een spaarbank, een handelsbank, een landbouwkredietinstelling, een bouwkas, een spaarfonds, een verzekeringsmaatschappij of een daarmee vergelijkbare andere rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid, tot sparen met levensverzekering, mits voldaan is aan hetgeen ter zake is bepaald in de Uitvoeringsregeling werknemersspaarregelingen c.a.

  • c.

    Pensioenregeling

    • Door de deelnemer vrijwillig te betalen premies ingevolge een pensioenregeling, mits voldaan wordt aan hetgeen ter zake is bepaald in de Uitvoeringsregeling werknemersspaarregelingen c.a.

  • d.

    Studie

    • De financiering van scholingsuitgaven als bedoeld in artikel 6.27 van de Wet inkomstenbelasting 2001 mits voldaan wordt aan hetgeen ter zake is bepaald in de Uitvoeringsregeling werknemersspaarregelingen c.a.

  • e.

    Verlof

    • Compensatie van loon dat niet genoten is door de deelnemer als gevolg van de opname van (gedeeltelijk) onbetaald verlof door de deelnemer mits de dienstbetrekking ten tijde van het onbetaald verlof ongewijzigd blijft voortbestaan, een en ander met inachtneming van hetgeen ter zake is bepaald in de Uitvoeringsregeling werknemersspaarregelingen c.a.

  • f.

    Start eigen bedrijf

    • De start van een voor eigen rekening van de deelnemer gedreven onderneming mits voldaan wordt aan hetgeen ter zake is bepaald in de Uitvoeringsregeling werknemersspaarregelingen c.a.

  • 2.

    De deelnemer die in de gevallen genoemd in lid 1 wenst te beschikken over het spaarloon dient hiertoe schriftelijk bewijs te overleggen aan de spaarinstelling.

Artikel 8

Indien de deelnemer bij aanvaarding van een betrekking elders tijdig daartoe verzoekt en de betreffende spaarinstelling(en) daartoe de gelegenheid bieden, kan het spaarloon op een spaarloonrekening geldend bij de nieuwe werkgever worden overgemaakt.

Artikel 9

Onverminderd het bepaalde in de artikelen 1 tot en met 8 van deze regeling is de deelnemer gebonden aan het reglement c.q. de reglementen voor de bedrijfsspaarregelingen van de door hem gekozen spaarinstelling.

Artikel 10

Burgemeester en wethouders beslissen in alle gevallen waarin over de uitleg van de bepalingen van deze regelingen verschil van inzicht bestaat.

Artikel 11

  • 1.

    Op verzoek ontvangt iedere deelnemer een exemplaar van de tekst van deze verordening, alsmede van de wijzigingen daarvan.

  • 2.

    De spaarinstelling is verplicht de deelnemer periodiek een opgave te verstrekken van het totaal aan spaarbedragen, dat zij op zijn naam beheert.

  • 3.

    Het bepaalde in de vorige artikelen moet worden toegepast met inachtneming van hetgeen ter zake geregeld is bij of krachtens de Wet op de loonbelasting 1964 en de Coördinatiewet Sociale Verzekeringen.

Artikel 12

  • 1.

    Deze verordening kan worden aangehaald als "Spaarloonregeling 1997 gemeente Steenbergen".

  • 2.

    Zij treedt in werking met terugwerkende kracht tot 1 januari 1997.