gemeente Steenbergen | Verordening op de heffing en de invordering van rioolrecht 2009

Regeling Verordening op de heffing en de invordering van rioolrecht 2009

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

  • Datum inwerking-treding 20-12-2008
  • Terugwerkende kracht t/m
  • Datum uitwerking-treding 01-01-2010
  • Betreft nieuwe regeling
  • Datum ondertekening 11-12-2008
  • Bron bekendmaking Steenbergse Courant, 19-12-2008
  • Kenmerk voorstel 7d

Inleiding

De raad der gemeente Steenbergen;

in behandeling genomen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 18 november 2008

gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de Gemeentewet;

besluit:

vast te stellen:

de Verordening op de heffing en de invordering van rioolrecht 2009

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

1. Voor de toepassing van deze verordening wordt:

  • a)

    onder gemeentelijke riolering mede het voor de openbare dienst bestemde gemeentewater en de in het kader van Plan van Aanpak Ongezuiverde Lozingen geplaatste of overgenomen individuele behandeleenheden afvalwater (IBA’s) begrepen;

  • b)

    onder afvalwater verstaan water en stoffen, die worden afgevoerd via de gemeentelijke riolering;

  • c)

    onder eigendom verstaan een roerende of een onroerende zaak;

Artikel 2 Belastbaar feit en belastingplicht

  • 1.

    Onder de naam ‘rioolrechten’ worden geheven:

    • a.

      een recht van degene die bij het begin van het belastingjaar het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een eigendom dat direct of indirect is aangesloten op de gemeentelijke riolering, en

    • b.

      een recht van de gebruiker van een eigendom van waaruit afvalwater direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd.

  • 2.

    Met betrekking tot het recht als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt als gebruiker aangemerkt:

    • a.

      degene die naar de omstandigheden beoordeeld het eigendom al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt;

    • b.

      ingeval een gedeelte van een eigendom -niet een gedeelte als bedoeld in artikel 3- ten gebruike is afgestaan: degene die dat gedeelte in gebruik heeft afgestaan.

Artikel 3 Zelfstandige gedeelten

Indien gedeelten van een in artikel 2 bedoeld eigendom blijkens hun indeling bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt, worden de rechten geheven ter zake van elk als zodanig bestemd gedeelte, met dien verstande dat indien twee of meer van die gedeelten tezamen als een geheel worden gebruikt, deze als één eigendom worden aangemerkt.

Artikel 4 Maatstaf van heffing

Het recht als bedoeld in artikel 2 wordt geheven per eigendom.

Artikel 5 Belastingtarieven

Het recht, als bedoeld in artikel 2, eerste lid, bedraagt per eigendom € 107,

Artikel 6 Belastingjaar

Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 7 Wijze van heffing

Het rioolrecht wordt bij wege van aanslag geheven.

Artikel 8 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

  • 1

    De rechten als bedoeld in artikel 2, eerste lid, zijn verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

  • 2

    Indien de belastingplicht met betrekking tot eigendom voor het recht als bedoeld in artikel 2 eerste lid, onderdeel b, in de loop van het belastingjaar aanvangt, is het recht verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde recht als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

  • 3

    Indien de belastingplicht met betrekking tot het eigendom voor het recht als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde recht als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

  • 4

    Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander eigendom in gebruik neemt.

Artikel 9 Termijnen van betaling

  • 1

    In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in vijf gelijke termijnen waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen steeds twee maanden later.

  • 2

    In afwijking van het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.

  • 3

    De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de, in de voorgaande leden, gestelde termijnen.

Artikel 10 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders

Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de rioolrechten.

Artikel 12 Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1

    De ‘Verordening op de heffing en invordering van rioolrechten 2008'van 20 december 2007 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

  • 2

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

  • 3

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2009.

  • 4

    Deze verordening kan worden aangehaald als ‘Verordening op de heffing en invordering van rioolrechten 2009'.