gemeente Steenbergen | Verordening op de warenmarkten voor de gemeente Steenbergen 2009

Regeling Verordening op de warenmarkten voor de gemeente Steenbergen 2009

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

  • Datum inwerking-treding 01-03-2011
  • Terugwerkende kracht t/m
  • Datum uitwerking-treding 28-12-2013
  • Betreft 11
  • Datum ondertekening 27-01-2011
  • Bron bekendmaking Gemeentelijke website
  • Kenmerk voorstel B1001612

Inleiding

De raad der gemeente Steenbergen;

overwegende, dat het wenselijk is regels vast te stellen voor een ordelijk verloop van de markten;

in behandeling genomen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 30 maart 2009

gelet op artikel 147, eerste lid alsmede artikel 149 van de Gemeentewet;

besluit:

vast te stellen de volgende

VERORDENING OP DE WARENMARKTEN VOOR DE GEMEENTE STEENBERGEN 2009.

Hoofdstuk 1. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

markt: de door het college ingestelde warenmarkten;

standplaats: de ruimte die voor de duur van de markten is aangewezen voor het uitoefenen van de markthandel;

vaste standplaats: de standplaats die voor een onbepaalde tijd ter beschikking is gesteld aan een vergunninghouder;

dagplaats: de standplaats die per marktdag ter beschikking wordt gesteld aan een vergunninghouder, omdat deze niet als vaste standplaats is toegewezen dan wel wordt ingenomen;

vergunninghouder: degene aan wie door het college vergunning is verleend voor het innemen van een standplaats;

marktmeester: de persoon die als zodanig is aangewezen door het college.

Artikel 2 Dag, tijd en plaats van de markten

  • 1.

    De markt

    • - te Dinteloord vindt plaats op donderdag van 8.00 uur tot 12.00 uur op het Raadhuisplein

    • - te Steenbergen vindt plaats op woensdag van 13.00 uur tot 16.00 uur op de Markt;

  • 2.

    Het college kan op grond van dringende redenen, in afwijking van het eerste lid, bepalen dat de markt te Dinteloord en/of Steenbergen tijdelijk zal plaatsvinden:

    • a.

      op een andere dag;

    • b.

      op een andere tijd;

    • c.

      op een andere plaats.

  • 3.

    Het college is bevoegd te bepalen, dat de markt tijdelijk zal plaatsvinden op een andere dag, indien de in het eerste lid bedoelde dag samenvalt met een van de in artikel 2, eerste lid onder b van de Winkeltijdenwet genoemde dagen.

Artikel 3 Inrichting van de markt, branche-indeling

  • 1.

    Het college bepaalt, gehoord de marktcommissie, ten aanzien van de markt:

    • a.

      het aantal vaste standplaatsen;

    • b.

      de afmeting van de standplaatsen;

    • c.

      de opstelling en indeling van de markt;

    • d.

      welke standplaatsen worden toegewezen als losse standplaats;

  • 2.

    Het college kan, gehoord de marktcommissie, voor de markt vaststellen:

    • a.

      een lijst met artikelen (branches);

    • b.

      een maximum aantal standplaatsen per branche.

Artikel 4 Nadere regels

Het college is bevoegd nadere regels te stellen betreffende het bepaalde in deze verordening.

Artikel 5 Voorschriften en beperkingen

  • a.

    Het college kan voorschriften en beperkingen verbinden aan een krachtens deze verordening verleende vergunning of ontheffing, ter bescherming van de belangen in verband waarmee de vergunning of ontheffing is vereist.

  • b.

    Degene aan wie krachtens deze verordening een vergunning of ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen in acht te nemen.

Hoofdstuk 2 DE MARKTCOMMISSIE

Artikel 6 De marktcommissie

  • 1.

    Er is een commissie van advies en bijstand inzake marktaangelegenheden, genaamd ‘marktcommissie’

  • 2.

    Voorzitter van de commissie is een lid van het college.

  • 3.

    De samenstelling en het aantal leden van de commissie wordt bepaald door burgemeester en wethouders, zodanig dat in de commissie in ieder geval zijn vertegenwoordigd de standplaatshouders op de beide weekmarkten, de plaatselijke middenstand van de kernen Dinteloord en Steenbergen en een afgevaardigde van de Centrale Vereniging voor de Ambulante Handel.

  • 4.

    De leden van de commissie worden benoemd door burgemeester en wethouders, telkens voor een tijdvak samenvallende met de zittingsduur van de gemeenteraad. Zij kunnen bij aftreden opnieuw benoemd worden.

  • 5.

    Burgemeester en wethouders wijzen voor de commissie een ambtenaar aan als secretaris van de commissie, alsmede een plaatsvervanger. De secretaris kan aan de besprekingen deelnemen en heeft in de vergaderingen een adviserende stem.

  • 6.

    De marktmeester woont de vergaderingen van de commissie bij en heeft daarin een adviserende stem.

Artikel 7 Taak en bevoegdheden

  • 1.

    De commissie dient het college van advies en staat het college bij in zaken betreffende het marktwezen;

  • 2.

    In ieder geval vragen burgemeester en wethouders, alvorens een beslissing te nemen of een voorstel aan de raad te doen advies aan de commissie over

    • a.

      de instelling, wijziging of opheffing van de weekmarkt te Dinteloord of Steenbergen;

    • b.

      de vaststelling, wijziging of intrekking van de marktverordening en de daaruit voortvloeiende regelingen;

    • c.

      de vaststelling, wijziging of intrekking van de marktgeldverordening;

    • d.

      het toewijzen van vaste standplaatsen op de markt.

Artikel 8 Openbare en besloten vergaderingen

  • 1.

    De vergaderingen van de commissie worden in het openbaar gehouden;

  • 2.

    Het college kan echter, indien naar zijn oordeel het algemeen belang zich tegen openbare behandeling verzet, dan wel een bijzonder belang daardoor zou worden bevoordeeld of benadeeld, bepalen dat een onderwerp in besloten vergadering zal worden behandeld;

  • 3.

    Indien een commissie met meerderheid van stemmen van de leden bezwaar maakt tegen het besluit van het college om een onderwerp in besloten vergadering te behandelen, doen zij hiervan onder opgave van de reden(en) mededeling aan het college. Het college beslist daarna zo spoedig mogelijk of behandeling van het onderwerp in een openbare dan wel besloten vergadering zal plaatsvinden;

  • 4.

    De deuren van de vergadering worden gesloten, wanneer tenminste een/vijfde van de aanwezige leden dit vordert of de voorzitter dit nodig acht. De commissie beslist vervolgens of de behandeling van het onderwerp in een openbare dan wel een besloten vergadering zal plaatsvinden;

  • 5.

    De commissie kan omtrent het in besloten vergadering behandelde en omtrent de inhoud van stukken welke aan haar worden voorgelegd, de geheimhouding opleggen. Zij wordt zowel door de leden, die bij de behandeling aanwezig waren als door de leden die op een andere wijze van het behandelde en van de stukken kennis nemen in acht genomen totdat de commissie haar opheft. De verplichting tot geheimhouding geldt mede voor de secretaris en andere bij de vergadering aanwezige ambtenaren. De voorzitter kan omtrent de inhoud van de stukken, als bedoeld in het vorige lid, voorlopige geheimhouding opleggen. Hij/zij geeft hiervan terstond kennis aan de commissie. De voorlopige oplegging van de geheimhouding vervalt, zo niet aan de commissie in de eerst volgende vergadering, waarin meer dan de helft van het aantal leden aanwezig is, ter bekrachtiging wordt aangeboden. In geval van niet-bekrachtiging vervalt de voorlopige oplegging.

Artikel 9 Besluitvorming en verslag vergaderingen

  • 1.

    Alle besluiten van de commissie worden bij meerderheid van de uitgebrachte stemmen genomen;

  • 2.

    Ieder lid heeft één stem. Over zaken wordt mondeling, over personen schriftelijk gestemd;

  • 3.

    De commissie zendt aan burgemeester en wethouders zo spoedig mogelijk na elke vergadering van de commissie een verslag van deze vergadering;

  • 4.

    Bij het uitbrengen van adviezen wordt indien gewenst het gevoelen van de minderheid in het advies vermeld;

  • 5.

    De leden van de commissie onthouden zich van stemmen over zaken, die hen persoonlijk aangaan of waarin zij als gelastigde zijn betrokken.

  • 6.

    De commissie kan. Indien zij dit wenst, zich laten bijstaan door deskundigen.

Hoofdstuk 3 BEPALINGEN OVER VERGUNNINGEN

Artikel 10 Standplaatsvergunning

Het is verboden een standplaats op de markt in te nemen zonder vergunning van het college.

Artikel 11 Vereisten

Voor het toewijzen van een standplaats komt uitsluitend in aanmerking een handelingsbekwaam persoon, die de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt en een aanvraag voor een vergunning heeft ingediend bij het college en die kan aantonen te voldoen aan alle publiekrechtelijke verplichtingen op het gebied van bedrijfsuitvoering en bedrijfsorganisatie door het overleggen van:

  • -

    een uitreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel

  • -

    een registratiekaart verstrekt door het Hoofdbedrijfschap voor de Detailhandel

  • -

    een bewijs waaruit blijkt dat men in het bezit is van een WA-verzekering.

Artikel 12 Intrekking vaste standplaatsvergunning

  • 1

    Het college trekt een vaste standplaatsvergunning in:

    • a.

      op schriftelijk verzoek van de vergunninghouder;

    • b.

      bij overlijden van de vergunninghouder, tenzij op grond van artikel 4 van het marktreglement van de gemeente Steenbergen de vergunning wordt overgeschreven;

  • 2.

    Het college kan een vaste standplaatsvergunning intrekken:

    • a.

      indien ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige gegevens zijn verstrekt;

    • b.

      indien de vergunninghouder niet meer voldoet aan de in artikel 11 genoemde vereisten.

  • 3.

    Indien degene op wie een vergunning ingevolge artikel 4 van het marktreglement van de gemeente Steenbergen is overgeschreven, reeds vergunning heeft voor een andere vaste standplaats op dezelfde markt, wordt laatstgenoemde vergunning ingetrokken.

Hoofdstuk 4 STRAF-, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 13 Intrekking en schorsing vaste standplaatsvergunning

Onverminderd het bepaalde in artikel 12 kan het college een vergunning voor een vaste standplaats, al dan niet voorwaardelijk, intrekken dan wel telkens voor ten hoogste vier achtereenvolgende marktdagen schorsen, indien de vergunninghouder of een persoon die hem bijstaat:

  • a.

    het bepaalde bij of krachtens deze verordening of de voorschriften van de vergunning overtreedt.

  • b.

    zich schuldig maakt aan wangedrag of bedrog; of

  • c.

    niet of niet tijdig het verschuldigde marktgeld voldoet, dat wordt geheven op grond van artikel 229 van de Gemeentewet.

Artikel 14 Uitsluiting dagplaatshouder

Het college kan een vergunninghouder van een dagplaats van de toewijzing van een dagplaats uitsluiten voor ten hoogste vier marktdagen, indien deze:

  • a.

    het bepaalde bij of krachtens deze verordening overtreedt;

  • b.

    zich schuldig maakt aan wangedrag of bedrog;

  • c.

    niet of niet tijdig het verschuldigde marktgeld voldoet, dat wordt geheven op grond van artikel 229 van de Gemeentewet;

Artikel 15 Onmiddellijke verwijdering

Onverminderd het bepaalde in artikel 125 van de Gemeentewet kan het college een vergunninghouder gelasten zich onmiddellijk van de markt te verwijderen indien hij :

  • a.

    het bepaalde bij of krachtens deze verordening of de vergunning overtreedt;

  • b.

    zich op de markt schuldig maakt aan wangedrag of bedrog;

Artikel 16 Strafbepaling

Overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze verordening wordt gestraft met een geldboete van de tweede categorie of hechtenis van ten hoogste drie maanden en kan bovendien worden gestraft met de openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.

Artikel 17 Toezichthouders

Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de marktmeester en de bij besluit van het college aangewezen personen.

Artikel 18 Intrekking oude regeling

De verordening op de warenmarkten voor de gemeente Steenbergen 1999 vastgesteld op 1 juli 1999 en de wijzigingen hierop vastgesteld op 30 maart 2000 en 29 november 2001, de Instructie voor de Marktmeester vastgesteld op 25 oktober 1984 en de wijziging vastgesteld op 29 mei 1997, alsmede het Reglement Marktcommissie, 1984 vastgesteld op 25 oktober 1984 worden ingetrokken.

Artikel 19. Overgangsbepalingen

  • 1.

    De besluiten van het college genomen krachtens ‘de Verordening op de warenmarkten 1999 en hierna volgende wijzigingen’ gelden als besluiten krachtens deze verordening.

  • 2.

    Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om vergunning op grond van de Verordening op de warenmarkten 1999 en de hierna volgende wijzigingen is ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening nog niet definitief op de aanvraag is beslist, wordt daarop deze verordening toegepast.

Artikel 20 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de achtste dag na die waarop zij is bekend gemaakt.

Artikel 21 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als ‘Marktverordening gemeente Steenbergen 2009’.

ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. begripsomschrijvingen

In dit artikel wordt een aantal begrippen, dat in de verordening wordt gehanteerd, gedefinieerd. Het begrip ‘vaste standplaats’ en ‘marktmeester’ zijn duidelijker gedefinieerd.

Artikel 3. Inrichting van de markt; branche-indeling

Op grond van het eerste lid onder a. stelt het college het aantal standplaatsen op de markt vast met onder meer als doel het aantrekkelijk maken van de markt voor de consumenten. Het aantal branches is in principe onbeperkt, tenzij het gaat om een gespecialiseerde markt. Bij de opstelling en indeling van de markt als bedoeld in het eerste lid, onder c, wordt rekening gehouden met de verschillende branches. Voor de orde op de markt is het van belang te bepalen welke materialen (kramen of andere verkoopmaterialen) worden toegelaten en waar deze kunnen worden opgesteld. Naast de traditionele (huur)kraam kan ook gebruik worden gemaakt van bijvoorbeeld een instantkraam, de verrijdbare kraam en verkoopwagens. De onder b genoemde afmetingen van de standplaatsen kunnen overigens ook een beperking geven voor bepaalde materialen. Het tweede lid is facultatief bedoeld. Het schept de mogelijkheid een beperkt aantal kooplieden per branche toe te laten. Hierdoor wordt bereikt, dat op de markt een zo groot mogelijke verscheidenheid aan branches aanwezig is en wordt voorkomen dat teveel kooplieden van één branche op de markt optreden. Hierdoor wordt de markt aantrekkelijker voor de consument.

Artikel 4. Nadere regels

Gekozen is om een gedeelte van de in eerdere verordeningen vermelde bepalingen over te hevelen naar een marktreglement. In de praktijk kan het echter voorkomen dat het toch nog gewenst is nadere regels te laten vaststellen door het college.

Artikel 5. Voorschriften en beperkingen

Door aan een vergunning of ontheffing voorschriften en beperkingen te verbinden, kan een verfijning in de gewenste rechtstoestand worden aangebracht. De in het eerste lid genoemde belangen in verband waarmee de ontheffing of ontheffing is vereist, zijn de gemeentelijke belangen van openbare orde, zedelijkheid en gezondheid, beperkingen van overlast, regulering van het woon- en leefklimaat en de veiligheid binnen de gemeente. Niet-nakoming van voorschriften die aan een vergunning/ontheffing verbonden zijn, kan grond opleveren voor intrekking van de vergunning/ontheffing of voor toepassing van andere bestuursrechtelijke sancties. De strafbepaling van artikel 16 is eveneens van toepassing.

Hoofdstuk 2. De marktcommissie

Reeds jaren is in onze gemeente een marktcommissie actief. De samenstelling, bevoegdheden en taken en de wijze van vergaderen door de commissie zijn in de artikelen 6 tot en met 9 geregeld

Hoofdstuk 3. Bepalingen over vergunningen

Artikel 10. Standplaatsvergunning

De vergunning geeft het recht om een standplaats op de markt in te nemen. De vergunninghouder moet voldoen aan de voorschriften en beperkingen, die aan de vergunning verbonden zijn (artikel 5). De vergunning is persoonlijk en niet overdraagbaar. De verkoop van waren op een markt dient uitsluitend te geschieden door degenen aan wie het college een vergunning daarvoor heeft verleend. Iedere andere wijze van verkopen op markten is verboden. Een uitzondering op deze regel kan worden gemaakt voor degenen, die de kooplieden van koffie, soepen en dergelijke voorzien.

Artikel 11. Vereisten

Vanuit het oogpunt van lastenverlichting was het wenselijk de indieningvereisten uit de modelmarktverordening 2003 eens nader onder de loep te nemen. In dat kader zijn de voorheen geldende verplichtingen tot het overleggen van de inschrijving in het handelsregister en de CRK-kaart (registratiekaart van het Centraal Registratiekantoor <CRK>) bij het Hoofdbedrijfschap Detailhandel (HBD) komen te vervallen. Deze vereisten veroorzaakten onnodig veel administratieve lasten voor de aanvrager, terwijl het niet in verhouding stond tot het te dienen doel. Daarnaast dienden deze inschrijvingen ook niet het doel, waarmee wordt beoogd markten te houden. De inschrijvingen zien op economische aspecten en dit valt buiten de huishouding van een gemeente. In plaats daarvan is nu slechts het vereiste van een handelingsbekwaam natuurlijk persoon opgenomen, die de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt. Hiermee is dwingend vastgelegd, dat alleen natuurlijke personen tot de markt worden toegelaten en wordt voorkomen dat rechtspersonen een overheersende positie op de markt kunnen innemen. Door de koppeling van de vergunning aan een natuurlijk persoon wordt een zo eerlijk mogelijke verdeling van alle marktstandplaatsen in Nederland bereikt. Uiteraard kan het wel zo zijn dat de natuurlijke persoon een onderneming drijft in de vorm van een rechtspersoon. Ook dan wordt de natuurlijke persoon (de bedrijfsleider) aangemerkt als vergunninghouder. Het is echter niet mogelijk de vergunning op naam van een rechtspersoon te stellen.

Artikel 12. intrekking vaste standplaatsvergunning

Als de in het eerste lid genoemde gronden zich voordoen, wordt altijd tot intrekking van de vaste standplaatsvergunning overgegaan. In het tweede lid worden intrekkingsbevoegdheden (‘kan’ betekent: is bevoegd, dat wil zeggen is niet verplicht) genoemd ten aanzien van de vergunning. Bij dagplaatsen ligt intrekking van de vergunning minder voor de hand. Daarom is deze bepaling beperkt tot de vaste standplaatsvergunning. Ten aanzien van dagplaatsen zal echter eerder worden overgegaan tot bestuursdwang of onmiddellijke verwijdering op grond van artikel 15.

Hoofdstuk 3. Straf-, overgangs- en slotbepalingen

Artikel 13. Intrekking en schorsing vaste standplaatsen

In artikel 13 worden de gronden genoemd op basis waarvan een vergunning voor een vaste standplaats kan worden ingetrokken of geschorst. De zinsnede “Onverminderd het bepaalde in artikel 12” geeft aan dat ook intrekking op grond van artikel 12 een punitieve sanctie is. Het verdient aanbeveling een sanctiebeleid vast te stellen waarin wordt aangegeven in welke gevallen de vergunning wordt geschorst dan wel ingetrokken. Het artikel heeft een facultatief karakter. Het hangt van de omstandigheden af of tot intrekking of schorsing wordt overgegaan. In onderdeel c. wordt uitgegaan dat het niet betalen van marktgeld een grond kan zijn voor intrekking of schorsing van een standplaatsvergunning voor de markt. Deze intrekkings- en schorsingsgrond mag niet lichtvaardig worden gebruikt. Het kan wel een oplossing zijn voor (notoire) ‘wanbetalers’.

Artikel 14 Uitsluiting dagplaatshouder

In artikel 13 is de intrekking of schorsing van een vergunning voor een vaste standplaats geregeld. Intrekking of schorsing ligt uiteraard minder voor de hand bij niet-vaste standplaatsen, maar in de praktijk is het van belang gebleken om naast de bevoegdheid tot onmiddellijke verwijdering (artikel 15) ook een vergunninghouder van een dagplaats.langduriger van de markt te kunnen verwijderen. Dit kan zich bijvoorbeeld voordoen indien een vergunninghouder voor een vaste standplaats op de vuist gaat met een dagplaatshouder. In dit artikel 14 is dan ook de mogelijkheid opgenomen om in de daarin genoemde gevallen de vergunninghouder voor maximaal vier marktdagen uit te sluiten van de toewijzing van een dagplaats. In de beschikking tot uitsluiting moet worden aangegeven om hoeveel dagen het gaat (maximaal vier) en om welke concrete dagen. Het in onderdeel c genoemde kan worden opgenomen ter bestraffing van niet betalende dagplaatshouders.

Artikel 15 Onmiddellijke verwijdering

In artikel 125 van de Gemeentewet is bepaald, dat ter uitvoering van wetten, algemene maatregelen van bestuur en provinciale en gemeentelijke verordeningen het gemeentebestuur de bevoegdheid heeft om bestuursdwang toe te passen. Dit artikel bevat voor het college de bevoegdheidsgrondslag om bestuursdwang toe te passen bij overtreding van de marktverordening en de daarop gebaseerde voorschriften. In de artikelen 5.21 tot en met 5.36 van de Awb worden regels over de besluitvorming omtrent en de toepassing van bestuursdwang (en dwangsom) gegeven. De in artikel 10 geregelde onmiddellijke verwijdering is een vorm van bestuursdwang, waarbij de spoedeisendheid in artikel 5.24, zesde lid van de Awb wordt verondersteld. Achteraf dient dan het besluit tot het toepassen van bestuursdwang op papier te worden gesteld. Van deze bevoegdheid dient uiteraard alleen in zeer spoedeisende gevallen gebruik te worden gemaakt. Overigens is in artikel 5.23 van de Awb geregeld dat de bepalingen over bestuursdwang niet van toepassing zijn, indien wordt opgetreden ter onmiddellijke handhaving van de openbare orde. Op grond van artikel 4.8 van de Awb dienen belanghebbenden bij toepassing van artikel 15 in beginsel in de gelegenheid te worden gesteld hun zienswijze (mondeling dan wel schriftelijk) kenbaar te maken. Artikel 4.11 van de Awb bepaalt, dat dit horen niet nodig is in spoedeisende situaties.

Artikel 16 Strafbepaling

Ten aanzien van de in artikel 16 opgenomen strafbepaling geldt, dat van overtreding alleen sprake kan zijn indien de verordening een ge- of verbodsnorm (een verplichtende norm) inhoudt. Tegen overtreding van de in deze verordening opgenomen bepalingen, alsmede tegen handelingen die de orde op de markt op enigerlei wijze kunnen verstoren, verdient voor wat de organisatie betreft een administratieve afhandeling de voorkeur.

Artikel 17. Toezichthouders

In artikel 5.11 van de Awb wordt aangegeven dat onder toezichthouder wordt verstaan: een natuurlijk persoon, die bij of krachtens een wettelijk voorschrift is belast met het houden van toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens enig wettelijk voorschrift. Een persoon die aangewezen is als toezichthouder beschikt in beginsel over alle in afdeling 5.2 van de Awb opgenomen bevoegdheden. Op grond van artikel 5.14 van de Awb kunnen deze bevoegdheden bij verordening of bij besluit van het college worden beperkt. In dit verband is tevens artikel 5.16a van de Awb van belang. Herin staat beschreven, dat een toezichthouder bevoegd is van personen inzage te vorderen van een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht.

Het ligt voor de hand de marktmeester als toezichthouder aan te wijzen. Door toevoeging van de marktmeester is verzekerd dat deze na beëdiging als opsporingsambtenaar kan fungeren. Een bepaling over buitengewone opsporingsambtenaren is overbodig en in strijd met Aanwijzing 92 van de Aanwijzingen voor de decentrale regelgeving. Immers, in artikel 142, eerste lid, aanhef onder c, van het Wetboek van Strafvordering, is onder meer bepaald, dat met de opsporing van strafbare feiten als buitengewoon ambtenaar zijn belast de personen die bij verordening zijn belast met het toezicht op de naleving daarvan, een en ander voor zover het die feiten betreft en de personen zijn beëdigd. Aangezien buitengewone opsporingsambtenaren hun aanwijzing aan het Wetboek van Strafvordering ontlenen, is een nadere regeling niet nodig. De aanwijzing als toezichthouder op grond van artikel 26 is de grondslag voor de aanwijzing als buitengewoon opsporingsambtenaar. De opsporingsbevoegdheid van de buitengewone opsporingsambtenaren beperkt zich tot die zaken, waarvoor zij toezichthouder zijn. Zij dienen op grond van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar aan eisen van vakbekwaamheid en betrouwbaarheid te voldoen en te zijn beëdigd door de procureur-generaal.

Artikel 18 Intrekking oude regeling

De datum waarop de oude regeling vervalt, is de datum waarop de verordening in werking treedt.

Artikel 19 Overgangsbepalingen

Een overgangsbepaling als hier opgenomen, achten wij noodzakelijk voor de rechtszekerheid van betrokkenen. Het is van belang oude rechten te eerbiedigen.

Artikel 20 Inwerkingtreding

Op de inwerkingtreding van verordeningen is artikel 142 van de Gemeentewet van toepassing. Deze bepaalt, dat alle verordeningen in werking treden op de achtste dag na bekendmaking, tenzij een ander tijdstip daarvoor is aangewezen.

De marktverordening is een besluit van het gemeentebestuur op overtreding waarvan straf is gesteld. Een dergelijk besluit wordt op dezelfde wijze bekendgemaakt als alle overige besluiten van het gemeentebestuur, die algemeen verbindende voorschriften inhouden. (artikel 139 Gemeentewet). Wel is van belang dat de gemeente gehouden is dit besluit mee te delen aan het parket van het arrondissement waarin de gemeente is gelegen. (artikel 143 Gemeentewet). In verband met artikel 1 van het Wetboek van Strafrecht is het uiteraard niet mogelijk aan de bepalingen van een strafvordering terugwerkende kracht te verlenen.

Artikel 21 Citeertitel

In de citeertitel wordt een jaartal opgenomen om de betrokken regeling te onderscheiden van de voorgaande regeling. 

Steenbergen, 28 mei 2009

De raad voornoemd,

de griffier, de voorzitter,