gemeente Steenbergen | Verordening rechtspositie raads- en commissieleden gemeente Steenbergen 2019

Regeling Verordening rechtspositie raads- en commissieleden gemeente Steenbergen 2019

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

  • Datum inwerking-treding 25-06-2022
  • Terugwerkende kracht t/m 01-01-2019
  • Datum uitwerking-treding
  • Betreft nieuwe regeling
  • Datum ondertekening 25-06-2020
  • Bron bekendmaking gmb-2022-288005
  • Kenmerk voorstel BM2000713

Inleiding

De raad van de gemeente Steenbergen,

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 18 februari 2020;

gelet op de artikelen 95, eerste en tweede lid, 96, eerste en tweede lid, en 97, 98, 99 van de Gemeentewet;

mede gelet op de artikelen 3.1.3. eerste lid (toelage onderzoekscommissie), 3.1.4, eerste lid (toelage bijzondere commissie), 3.1.9, eerste lid (verzekering arbeidsongeschiktheid), 3.3.2 (informatie- en communicatievoorzieningen), 3.3.3, tweede lid (nadere regels scholing) en 3.4.2 (hogere vergoeding commissieleden) van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers;

besluit:

vast te stellen de ‘Verordening rechtspositie raads- en commissieleden gemeente Steenbergen 2019’.

PARAGRAAF I. RECHTSPOSITIE RAADSLEDEN

artikel 1. Definitiebepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    commissielid: lid van een commissie als bedoeld in artikel 82, 83 en 84 van de Gemeentewet, dat niet tevens raadslid is of ambtenaar die als zodanig tot lid van een commissie is benoemd

  • b.

    griffier: de griffier, bedoeld in artikel 107 van de Gemeentewet

  • c.

    raadslid: lid van de gemeenteraad

artikel 2. Toelage raadslid onderzoekscommissie

1.

Aan een raadslid dat lid is van een onderzoekscommissie als bedoeld in artikel 155a, derde lid, van de Gemeentewet wordt, overeenkomstig artikel 3.1.3 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, voor de duur van de activiteiten van die commissie ten laste van de gemeente een toelage toegekend ter hoogte van 3 maal de maandelijkse vergoeding voor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politiek ambtsdragers. Per jaar bedraagt de toelage maximaal driemaal de maandelijkse vergoeding voor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.

2.

Voor de toepassing van het eerste lid stelt de burgemeester de duur van de activiteiten vast. In de regel start de duur van de activiteiten bij de benoeming van de leden van de onderzoekscommissie en eindigt na de bespreking van de onderzoeksrapportage in de gemeenteraad.

Artikel 3. Toelage raadslid bijzondere commissie

1.

Aan een raadslid dat lid is van een door de gemeenteraad ingestelde bijzondere commissie als bedoeld in artikel 3.1.4, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, waarvan de gemeenteraad vaststelt dat deze commissie een zodanig belang dient dat de belasting en tijdsbeslag redelijkerwijs niet geacht kunnen worden te behoren tot het reguliere werk van een raadslid, ontvangt ten laste van de gemeente een toelage van € 120,00 per maand (norm 01-01-2019) voor de duur van de activiteiten van de commissie.

2.

Voor de toepassing van het eerste lid stelt de burgemeester de duur van de activiteiten vast. In de regel start de duur van de activiteiten bij de benoeming van de leden van de bijzondere onderzoekscommissie en eindigt na de bespreking van de onderzoeksrapportage in de gemeenteraad

3.

Als de bezoldiging van het personeel in de sector Rijk wijziging ondergaat, wordt het bedrag in het eerste lid gewijzigd overeenkomstig de ministeriële regeling bedoeld in artikel 3.1.4. van het Besluit rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers.

Artikel 4. Verzekering raadsleden voor arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden

1.

Aan een raadslid wordt eenmaal per jaar een bedrag toegekend ter hoogte van het bedrag van de vergoeding voor de werkzaamheden voor één maand, bedoeld in artikel 3.1.1 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, waarmee een raadslid voorzieningen kan treffen ter zake van arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden.

2.

Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op een raadslid dat is benoemd in een plaats die is opengevallen als gevolg van tijdelijk ontslag van een raadslid wegens zwangerschap en bevalling of ziekte, op grond van artikel X12 van de Kieswet.

PARAGRAAF II. RECHTSPOSITIE COMMISSIELEDEN

Artikel 5. Verhoging vergoeding commissieleden (niet-raadsleden) voor het bijwonen van commissievergaderingen

Een commissielid wordt een vergoeding toegekend overeenkomende met het bedrag behorende bij de eerst hogere inwonersklasse dan waartoe de gemeente Steenbergen is ingedeeld als bedoeld in artikel 3.4.1, eerste lid van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, als:

  • a.

    het commissielid op grond van zijn bijzondere beroepsmatige deskundigheid op het taakgebied van de commissie is aangetrokken; en/of

  • b.

    het commissielid een vergoeding ontvangt die niet geacht kan worden in een redelijke verhouding te staan tot de zwaarte van zijn taak en/of de omvang van de door hem te verrichten arbeid.

PARAGRAAF III. GEMEENSCHAPPELIJKE BEPALINGEN RAADS- EN COMMISSIELEDEN

artikel 6. Nadere regels niet-partijpolitiek georiënteerde scholing raads- en commissieleden

1.

Een raads- of commissielid dat wil deelnemen aan niet-partijpolitiek georiënteerde scholing in verband met de vervulling van zijn functie als bedoeld in artikel 3.3.3 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, dient daartoe vooraf een gemotiveerde aanvraag in bij de griffier.

2.

Deze aanvraag gaat vergezeld van stukken met inhoudelijke informatie en een kostenspecificatie.

3.

De maximale vergoeding van de scholing bedraagt € 10.000,00 op jaarbasis.

4.

De griffier beslist (bij mandaat) op de aanvraag op basis van de overlegde stukken. Dit op basis van de door het Presidium nader te stellen regels.

artikel 7. Vergoeding reis- en verblijfkosten reizen buiten de gemeente

1.

Voor reizen buiten het grondgebied van de gemeente ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur als bedoeld in artikel 97 Gemeentewet worden aan een raads- of commissielid vergoed:

  • a.

    de kosten voor het gebruik van openbaar vervoer;

  • b.

    bij gebruik van een eigen auto het maximumbedrag dat door een werkgever aan een werknemer per afgelegde kilometer onbelast kan worden verstrekt.

2.

Voor reizen buiten het grondgebied van de gemeente, ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur, worden aan een raadslid of commissielid bij gebruik van een eigen auto tevens parkeer-, veer- en tolkosten vergoed.

3.

Boetes en naheffingsaanslagen voor parkeren worden niet vergoed.

4.

Als een raadslid of commissielid een tijdelijke beperking heeft, kan voor reizen als bedoeld in het eerste lid, een voor de beperking geschikte vervoersvoorziening worden vergoed of ter beschikking gesteld.

5.

De noodzakelijk en redelijkerwijs gemaakte werkelijke verblijfkosten die een raadslid of commissielid maakt in verband met reizen buiten het grondgebied van de gemeente ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur worden ten laste van de gemeente vergoed.

Artikel 8. Informatie- en communicatievoorzieningen

1.

Het raads- of commissielid tekent een bruikleenovereenkomst wanneer hem ten laste van de gemeente voor de duur van de uitoefening van zijn functie informatie- en communicatievoorzieningen ter beschikking worden gesteld als bedoeld in artikel 3.3.2 en 3.4.4. Rechtspositiebesluit decentrale politiek ambtsdragers. Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst vast.

2.

Het raads- of commissielid levert na beëindiging van zijn functie de ter beschikking gestelde informatie- en communicatiemiddelen in bij de gemeente.

artikel 9.Betaling en declaratie van onkosten

1.

Tenzij het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers of de Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers anders bepalen, vindt de betaling van kosten die op grond van deze verordening voor vergoeding of tegemoetkoming in aanmerking komen plaats door:

  • a.

    betaling uit gemeentelijke middelen, op basis van een rechtstreeks aan de gemeente toegezonden factuur,

  • b.

    betaling vooruit uit eigen middelen of,

  • c.

    betaling ten laste van de gemeentelijke creditcard.

2.

Een aanvraag om een vergoeding van de onkosten als bedoeld in dit artikel gaat vergezeld van een declaratieformulier en bewijsstukken.

3.

Het declaratieformulier en de bewijsstukken worden binnen 3 maanden na factuurdatum of betaling door raads- of commissieleden ingediend bij de griffiers.

4.

Voor zover van toepassing draagt de gemeente er zorg voor dat de betaling aan raads- of commissieleden binnen een maand na het indienen van de aanvraag wordt overgemaakt.

Artikel 10. Intrekking oude verordening

De ‘Verordening onkostenvergoeding wethouders’, vastgesteld door de gemeenteraad op 17 december 1998, wordt ingetrokken.

Artikel 11. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van publicatie van het Gemeenteblad waarin deze verordening wordt geplaatst en werkt terug tot 1 januari 2019.

Artikel 12. Citeerartikel

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening rechtspositie raads- en commissieleden gemeente Steenbergen 2019