gemeente Steenbergen | VTH-BELEIDSPLAN 2022-2025

Regeling VTH-BELEIDSPLAN 2022-2025

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

  • Datum inwerking-treding 01-01-2022
  • Terugwerkende kracht t/m
  • Datum uitwerking-treding
  • Betreft nieuwe regeling
  • Datum ondertekening 14-12-2021
  • Bron bekendmaking gmb-2021-462269
  • Kenmerk voorstel 2137060 en 2137062

Inleiding

Vastgesteld op : 14 december 2021

Kenmerk : 2137060

Inleiding

Voor u ligt het vergunning-, toezicht- en handhavingsbeleid 2022-2025 (lees verder: VTH-beleidsplan) van de gemeente Steenbergen. Dit VTH-beleidsplan schetst het kader waarbinnen wij uitvoering geven aan de vergunning-, toezicht- en handhavingstaken (VTH-taken) op het gebied van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en gemeentelijke prioriteiten. Dit VTH-beleidsplan is tot stand gekomen door afstemming tussen verschillende interne en externe partijen en verschillende beleidsdocumenten. Het is vastgesteld door het college en ter kennisname naar de gemeenteraad gestuurd.

Het VTH-beleidsplan geeft weer hoe wij een eenduidige werkwijze en een integrale afweging van de inzet van beschikbare middelen willen bereiken. Het VTH-beleidsplan biedt verder de belangrijkste basis voor het jaarlijks opstellen van het uitvoeringsprogramma voor VTH.

Belangrijk is om te beseffen dat vanwege de ontwikkelingen op het gebied van het Omgevingsrecht, zoals de inwerkingtreding van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb), de komende jaren veel in de werkwijze van de VTH-taken verandert. Dit beleid is de momentopname in 2021 en in deze beleidsperiode zal er veel wijzigen. Om deze reden is dit VTH-beleidsplan een dynamisch document dat wij tussentijds aanpassen indien de veranderende wet- en regelgeving hierom vraagt.

Waarom een VTH-beleid?

Vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) zijn voor de overheid in relatie tot inwoners en bedrijven belangrijke instrumenten. Initiatiefnemers willen graag hun initiatieven en ideeën kunnen realiseren, terwijl omwonenden en andere belanghebbenden willen dat hun belangen worden beschermd.

De Wabo schrijft voor dat het college beleid opstelt voor de kwaliteit van de uitvoering van VTH-taken. Met dit VTH-beleidsplan geven wij invulling aan deze wettelijke verplichting.

Er bestaat daarnaast de wens om vanuit prioriteiten en doelen invulling te geven aan de VTH-taken, het om kunnen gaan met verzoeken uit de samenleving en een verschuiving te realiseren van reactief handhaven naar actief handhaven.

In dit VTH-beleidsplan willen wij transparant zijn over wat we doen, waarom we het doen, welke keuzes we maken bij het uitvoeren van onze VTH-taken en hoe we dit hebben georganiseerd.

De “BIG 8”

In dit beleid volgen we de systematiek van de “BIG 8” cyclus uit de wet VTH. De verschillende stappen in de cyclus vormen samen het VTH-beleid en de uitvoeringsprogramma’s. Ook geven de stappen richting aan de systematiek van doorwerking en evaluatie.

In dit VTH-beleidsplan geven wij de BIG 8 cyclus weer aan de hand van hoofdstukken. Ieder hoofdstuk staat voor een bepaalde stap uit de cyclus. De cijfers in afbeelding 1 geven de hoofdstukken van dit beleid weer.

Hieronder geven wij de stappen van de BIG 8 cyclus vetgedrukt weer in een leeswijzer. Hierin leggen wij uit waar wij in welk hoofdstuk inhoudelijk op ingaan.

Leeswijzer

Deze leeswijzer heeft als doel het duidelijk maken welk onderdeel van de BIG8-cyclus wij in welk hoofdstuk van dit VTH-beleid beschrijven. De dikgedrukte woorden zijn de onderdelen van de BIG8-cyclus.

Hoofdstuk 1. Ontwikkelingen

Ten behoeve van de prioriteiten en doelen voor de komende beleidsperiode beschrijven we in dit hoofdstuk:

▪ De verbeterpunten uit de evaluaties van afgelopen beleidsperiode.

▪ De relevante ontwikkelingen voor deze beleidsperiode.

In het uitvoeringsprogramma geven we de stand van zaken van deze ontwikkelingen.

Hoofdstuk 2. Missie, visie en doelstellingen

De missie in hoofdstuk 2 vloeit voort uit de evaluaties en toekomstige ontwikkelingen.

Aan de hand van onze visie bepalen we de strategie op het gebied van VTH voor deze beleidsperiode.

Met de 8 doelstellingen in hoofdstuk 2 geven we richting aan het programma voor de komende beleidsperiode.

Dit programma krijgt vorm in het uitvoeringsprogramma. Daar wijzen we specifieke acties toe voor dat jaar om de doelstellingen te behalen.

Hoofdstuk 3. Risicoanalyse en prioritering

In hoofdstuk 3 beschrijven we hoe de risicoanalyse is opgesteld en de prioritering is aangebracht.

Door middel van deze risicoanalyse en prioritering geven wij vorm aan onze werkwijze voor de VTH-taken. Daarbij laten we zien wat de top 5 activiteiten voor de komende beleidsperiode op het gebied van Wabo zijn.

In het uitvoeringsprogramma maken we de koppeling tussen de risicoanalyse en prioritering en de beschikbare en benodigde middelen.

Hoofdstuk 4. Strategieën en werkwijzen

In hoofdstuk 4 gaan we in op de wijze waarop wij ons werk uitvoeren.

Wij vullen dit aan met mogelijke veranderingen onder de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb). Daarbij geven wij aan hoe de risicoanalyse en prioritering doorwerkt in de praktijk.

Hoofdstuk 5. Borging uitvoering

Wij maken de beschikbare middelen voor de komende beleidsperiode inzichtelijk in hoofdstuk 5. Aan de hand van dit inzicht kunnen we monitoren of de gestelde doelen haalbaar zijn en/of deze moeten worden bijgesteld. In het uitvoeringsprogramma gaan wij hier voor dat specifieke jaar verder op in.

Hoofdstuk 6. Evaluatie

Met de beleidsevaluatie maken we de beleidscyclus rond.

In hoofdstuk 6 van het VTH-beleid beschrijven wij de methode voor de evaluatie van het VTH-beleidsplan en het uitvoeringsprogramma.

Jaarlijks zullen wij het uitvoeringsprogramma evalueren, zodat we eventueel bij kunnen sturen en elke beleidsperiode een evaluatie kunnen uitvoeren van het VTH-beleidsplan.

Hoofdstuk 1. Ontwikkelingen

In dit hoofdstuk evalueren we de vorige beleidsplannen. Ook beschrijven we welke juridische, maatschappelijke en organisatorische ontwikkelingen van invloed zijn op de VTH-werkzaamheden.

Evaluatie VTH-documenten

Voor de evaluatie van de VTH-documenten is gebruik gemaakt van drie typen beleidsevaluatie. Hieronder is beschreven wat deze typen inhouden en waarom hier gebruik van is gemaakt.

Binnen de beleidscyclus VTH vindt op dit moment voornamelijk type I beleidsevaluatie plaats; de rationeel-analytische beleidsevaluatie (meten en toetsen). Essentie van dit type beleidsevaluatie is het vaststellen en beoordelen van de mate waarin beleid zal kunnen leiden tot of heeft geresulteerd in het realiseren van beleidsdoelstellingen. Doelbereiking, doeltreffendheid en doelmatigheid zijn de centrale evaluatiecriteria.

In het huidige VTH-beleid dient gemotiveerd aangegeven te worden welke doelen het college van burgemeester en wethouders zichzelf stelt en welke activiteiten zij daartoe zal uitvoeren (artikel 7.2, lid 1 Besluit omgevingsrecht). Uitvoeringsbeleid bevat het geheel van uitvoeringsprioriteiten, -doelstellingen, -strategie en -werkwijze. Bij resultaten van uitvoeringsdoelen wordt gedacht aan naleefgedrag, effecten in de samenleving en omgevingseffect. Doelstellingen, prioritering, analyse van inzichten, technieken en werkwijzen of afspraken over afstemming en samenwerking maken deel uit van uitvoeringsbeleid. Deze evaluatie vindt jaarlijks plaats en maakt onderdeel uit van de beleidscyclus VTH.

Bij type II beleidsevaluatie, de constructivistische beleidsevaluatie (luisteren, discussiëren en begrijpen) gaat het er veel meer om wat de uitvoerders van het beleid vinden. Kwaliteit van beleid en van evaluatieonderzoek en de benutting daarvan worden beter door bij de beleidsontwikkeling en -waardering beter oog en oor te hebben voor de zienswijzen en ervaringen van de bij het beleid betrokken actoren. Een constructivistische aanpak vindt sinds kort ook in de praktijk plaats en begint zijn vruchten af te werpen. Waar voorheen toezichthouders bij een constatering van een overtreding consequent de vastgestelde handhavingsstrategie toepasten (waarschuwen, voornemen dwangsom, opleggen dwangsom), gaan ze nu in gesprek met de overtreder en worden op informele wijze afspraken gemaakt om de overtreding te doen beëindigen. Hierdoor ontstaat wederzijds begrip tussen toezichthouder en overtreder, wat leidt tot snellere beëindiging van overtredingen. Het gevolg is dat er bijna geen handhavingsprocedures meer zijn en het aantal bezwaar- en beroepsprocedures drastisch is afgenomen.

Door het huidige VTH-beleid op een constructivistische wijze te evalueren, door de uitvoerders van het beleid bij de evaluatie te betrekken (luisteren, discussiëren en begrijpen), kan nieuw VTH-beleid opgesteld worden met nieuwe doelstellingen en daarbij behorende activiteiten die veel meer aansluiten bij de wensen van de bij het beleid betrokken actoren. Zo kwam uit de evaluatie met de uitvoerders van het beleid naar voren dat de vorige beleidsplannen veel te uitgebreid waren, wat de leesbaarheid en toepasbaarheid niet ten goede komt. Ook gaven de medewerkers aan dat de kloof tussen beleid en uitvoering verkleind moet worden. Tevens dient sprake te zijn van een goede afstemming tussen vergunningverlening en toezicht/handhaving waarbij de scheiding tussen vergunningverlening en toezicht/handhaving gewaarborgd is. Dit heeft geleid tot het gezamenlijk opstellen van een missie en een visie en doelstellingen om hier invulling aan te geven. Ook zijn de activiteiten om de doelstellingen te behalen in gezamenlijkheid bepaald en sluiten deze activiteiten nu ook beter aan bij de praktijk. In hoofdstuk 2 wordt hier verder op ingegaan.

Type III beleidsevaluatie, de contextueel-realistische beleidsevaluatie (bezoeken, ontdekken en doorgronden) is op specifieke contexten van beleid en uitvoering toegesneden, op het ontdekken en doorgronden van werkzame mechanismen gericht evaluatieonderzoek met als belangrijkste vraag: Wat werkt in welke situatie voor wie? De werking van mechanismen in een bepaalde context staat centraal: welk samenspel van interventies, actoren en omstandigheden leidt tot resultaten?

Dit is zeker van toepassing bij VTH-beleid, waarbij door middel van vergunningverlening, toezicht en handhaving getracht wordt de doelstellingen te bereiken. De activiteiten die bij deze onderdelen horen, worden via van tevoren bepaalde processen uitgevoerd, terwijl deze processen niet voor iedere situatie even geschikt zijn. Dit is sterk afhankelijk van de gegeven context. Afhankelijk van de context kan beter maatwerk toegepast worden om de gestelde doelen te bereiken. Een doelstelling binnen het huidige VTH-beleid is bijvoorbeeld het voldoen aan wet- en regelgeving. Verondersteld wordt dat deze doelstelling door middel van de voorgeschreven processen die bij toezicht en handhaving horen bereikt zal worden. Dit is echter sterk afhankelijk van de context van de situatie. Een overtreder die door toezicht en handhaving dakloos dreigt te worden, heeft namelijk meer baat bij een aanpak vanuit het sociaal domein. De mechanismen toezicht en handhaving staan in dit geval de doelstelling ‘voldoen aan wet- en regelgeving’ in de weg.

Door het huidige VTH-beleid niet alleen door middel van type I te evalueren, zoals tot op heden het geval is, maar ook via type II en III, kan nieuw VTH-beleid opgesteld worden dat veel meer aansluit bij de wensen van de bij het beleid betrokken actoren en rekening houdt met wat in welke situatie voor wie geldt.

Op basis van deze evaluatie is een nieuw en bondig VTH-beleidsplan opgesteld, waarin nieuwe doelstellingen zijn geformuleerd die bijdragen aan de missie en visie voor de komende vier jaar.

Juridische ontwikkelingen

De inwerkingtreding van de Omgevingswet en de Wkb vragen de meeste aandacht. Deze twee wetten stellen de gemeente tot uitdagingen op het gebied van processen, een andere manier van werken en financiën. Te denken valt aan het wegvallen van de bouwkundige toetsing, verschuiving werkzaamheden naar het voortraject en participatie.

Maatschappelijke ontwikkelingen

Door een reeks ingrijpende maatschappelijke ontwikkelingen zoals klimaatverandering en - adaptatie en de stikstofproblematiek worden de VTH-werkzaamheden complexer en daarmee wellicht ook belangrijker. Door deze ontwikkelingen en natuurlijk ook het Coronavirus staat de gemeente voor allerlei organisatorische en financiële vraagstukken. Dit heeft invloed op de manier van (samen)werken op het gebied van VTH. Wij zijn ons hiervan bewust en proberen hier met dit VTH-beleid op in te spelen.

Organisatorische ontwikkelingen

Vanaf 1 januari 2020 zijn de handhavingsvelden Leefbaarheid (kleine ergernissen en overlast) en Bijzondere onderwerpen (o.a. ondermijning, BRP en horeca) overgegaan naar het cluster Veiligheid, dat ondergebracht is bij het team Bestuur en Concernondersteuning. Dit betekent dat de behandeling van APV-gerelateerde klachten en meldingen en de aansturing van de boapool (inclusief boapool Drank- en Horecawet) vanuit het cluster Veiligheid plaatsvindt. Dit beleidsplan ziet daarom alleen toe op het omgevingsrecht en omgevingsvergunningen in relatie tot de APV.

Al deze ontwikkelingen hebben invloed op de doelstellingen die wij de komende periode stellen. In hoofdstuk 2 gaan wij hier nader op in.

Hoofdstuk 2. Missie, visie en doelstellingen

In dit hoofdstuk beschrijven wij de missie, visie en doelstellingen voor de komende vier jaar. Aan de hand van deze missie, de evaluaties van het vorige beleid en de eerder benoemde ontwikkelingen geven wij in onze visie aan hoe wij hier met VTH invulling aan geven. De doelstellingen geven invulling aan onze missie en visie. De activiteiten die we uitvoeren om de doelen te bereiken, zijn opgesomd in de risicoanalyse (zie bijlage 1). Het monitoren van deze activiteiten krijgt verder vorm in het uitvoeringsprogramma.

Doelstellingen

Naast de primaire doelstelling, het bevorderen van naleving van wet- en regelgeving om een veilige, gezonde en schone fysieke leefomgeving te bereiken, hebben wij nog 8 doelstellingen voor de komende beleidsperiode opgesteld. Deze 8 doelstellingen geven invulling aan onze missie en visie. Om deze doelstellingen SMART (specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdgebonden) te maken, is bij iedere doelstelling aangegeven wat wij daarvoor gaan doen.

Regeling informatie

Doelstelling

Wat gaan wij daarvoor doen?

1.

Het VTH-beleidsplan vormt de basis voor besluitvorming.

2.

Het VTH-beleidsplan vormt de basis voor professionele vergunningverlening, toezicht en handhaving.

3.

Het verkleinen van de kloof tussen beleid en uitvoering.

4.

Klachten en meldingen over Wabo-overtredingen worden naar prioriteit afgehandeld. De risicoanalyse bepaalt de prioriteit.

5.

Innovatie, maatwerk en dienstverlening vormen de kern van vergunningverlening, toezicht en handhaving.

6.

Er is sprake van een goede afstemming tussen vergunningverlening en toezicht/handhaving waarbij de scheiding tussen vergunningverlening en toezicht/handhaving gewaarborgd is.

7.

Versterken integrale samenwerking.

8.

Borgen van afspraken en processen, zowel intern als extern.

Hoofdstuk 3. Risicoanalyse en prioritering

Er zal nooit voldoende capaciteit zijn om alle VTH-taken uitputtend uit te voeren. Een VTH-beleidsplan opstellen betekent dan ook keuzes maken en prioriteiten stellen. Dit gebeurt aan de hand van een prioriteitstelling waar een risicoanalyse aan ten grondslag ligt. Hiermee maakt het cluster VTH keuzes ten aanzien van de inzet van capaciteit en middelen.

Om de medewerkers zo effectief mogelijk in te zetten, is bepaald welke activiteiten binnen de gemeente worden uitgevoerd, welke prioriteit hebben en welke minder. Deze afweging vindt plaats door toepassing van een risicomodel. Het model biedt de mogelijkheid om op basis van een risico inschatting en prioritering de inzet te bepalen.

De inzet op activiteiten met een lage prioriteit is minder dan op activiteiten met een hoge prioriteit. Hierbij kan gedacht worden aan de diepgang van toetsing van een vergunningaanvraag of een toezichtmoment, de bezoekfrequentie van toezicht en de wijze waarop klachten en meldingen in behandeling worden genomen (nu doen of later inplannen).

Uit jurisprudentie blijkt dat handhavingsbeleid er niet toe mag strekken dat tegen overtredingen met een lage prioriteit nimmer wordt opgetreden. Dit betekent echter niet dat bij de handhaving geen prioriteiten mogen worden gesteld. Prioriteitstelling is toegestaan om in het kader van doelmatige handhaving onderscheid te maken in de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan de handhavingstaak. Zo kan prioritering bepalend zijn voor de mate waarin toezicht wordt gehouden op de naleving van voorschriften. Ook mag prioritering inhouden dat bij bepaalde lichte overtredingen alleen naar aanleiding van een klacht of een verzoek van een belanghebbende wordt beoordeeld of handhavend moet worden opgetreden. Wanneer door een belanghebbende om handhaving wordt verzocht, kan echter niet uitsluitend onder verwijzing naar de prioriteitstelling van handhaving worden afgezien. Alleen onder bijzondere omstandigheden immers mag van handhaving worden afgezien. De keuze van een bestuursorgaan om in verband met een beperkte handhavingscapaciteit een bepaalde overtreding een lage prioriteit toe te kennen, geldt niet als een bijzondere omstandigheid. Het orgaan zal dus na een verzoek om handhaving een afweging moeten maken in het individuele geval, waarbij de belangen van de verzoeker worden betrokken. Bij deze afweging moet het bestuursorgaan bezien of het ondanks de prioritering in dit geval toch moet optreden. Het resultaat van die afweging kan zijn dat van handhaving wordt afgezien, gelet op het karakter van het overtreden voorschrift, het daarbij betrokken algemene belang en de belangen van de verzoeker. Leidt de naar aanleiding van een verzoek van een belanghebbende uitgevoerde beoordeling of handhavend moet worden opgetreden daarentegen tot het nemen van een sanctiebesluit, dan levert dat op zichzelf geen strijd met het gelijkheidsbeginsel op ten opzichte van gevallen waarin niet om handhaving is verzocht en geen sanctiebesluit is genomen. In die gevallen doet zich immers niet de omstandigheid voor dat een verzoek is gedaan waarmee in de bestuurlijke afweging rekening moet worden gehouden.

Uitleg risicoanalyse en prioritering

Voor alle relevante activiteiten die in het kader van de Wabo worden uitgevoerd, is een risico inschatting gemaakt. Dit risico is bepaald volgens een vaste methodiek, waarbij verschillende beoordelingscriteria in acht zijn genomen, te weten:

  • Fysieke veiligheid

  • Leefomgeving

  • Financiële en economische schade

  • Natuur/stadsschoon

  • Volksgezondheid

  • Bestuurlijk imago

De score wordt bepaald door voor elke activiteit een inschatting te maken van het negatieve effect op ieder criterium als gevolg van overtreding van deze activiteit. Vervolgens wordt de kans op een overtreding en daarmee ook de mate van het naleefgedrag aangegeven. Het gemiddelde van de negatieve effecten, vermenigvuldigd met de kans op een overtreding bepaalt het risico. Hoe hoger het risico, hoe groter de kans dat de negatieve effecten zich voordoen en hoe groter de kans op overtreding (slecht naleefgedrag).

Bepalen van prioriteiten

De omvang van het risico in cijfers is niet alleen bepalend voor de prioriteit. Het kan namelijk zijn dat het belang/negatieve effect van bepaalde activiteiten groot is terwijl de overtredingskans klein is. Deze activiteiten scoren in de uitkomst van de risicoanalyse daardoor gemiddeld of zelfs laag, maar kunnen voor VTH toch hoge prioriteit hebben. Om die reden zijn de activiteiten geprioriteerd op grond van de beschermde belangen en de overtredingskans. Op basis van de scores van het gemiddelde negatieve effect en de overtredingskans is met gebruikmaking van onderstaand schema gekomen tot een prioriteitenstelling. De prioritering (zie bijlage 1) is sturend voor onze inzet. De werkwijze voor het prioritair werken is te vinden in bijlage 2.

Hieronder geven we de 5 activiteiten met de hoogste prioriteit weer. Zoals te zien is in de gehele prioritering, in bijlage 1, zijn er meer activiteiten met een hoge prioriteit. Een aantal van deze activiteiten pakken wij thematisch op. Te denken valt aan het in verval laten raken van beeldbepalende panden en bedrijfsmatige activiteiten in strijd met de bestemming. In het uitvoeringsprogramma geven wij hier verder invulling aan.

Regeling informatie

De 5 activiteiten met de hoogste prioriteit

Strijdige handelingen/gebruik

Huisvesting arbeidsmigranten in strijd met bestemmingsplan

Heel Hoog

Meldingen

Melding slopen met asbest

Heel Hoog

Strijdige handelingen/gebruik

Slopen met asbest zonder melding

Heel Hoog

Strijdige handelingen/gebruik

Slopen zonder omgevingsvergunning

Heel Hoog

Omgevingsvergunning, activiteit bouwen

Maatschappelijke gebouwen, (kinder)dagverblijven, scholen, zorg, sport

Hoog

Milieutaken

De VTH-taken op milieugebied worden door de omgevingsdienst (Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant, de OMWB) uitgevoerd en zijn niet meegenomen in deze risicoanalyse. In het Besluit Omgevingsrecht is wettelijk bepaald dat de deelnemers van c.q. in de Omgevingsdienst een gemeenschappelijk uitvoeringskader (GUK) moeten vaststellen voor de uitvoering van in ieder geval de

wettelijke basistaken door de Omgevingsdienst. Dit GUK is in 2018 vastgesteld. Kortweg gezegd beoogt een gemeenschappelijk uitvoeringskader de volgende zaken:

  • A.

    Toezicht en handhaving geschieden in een regio op een eenduidige wijze;

  • B.

    De uitvoering van de wettelijke basistaken voor Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (VTH-taken) wordt zo veel mogelijk risicogericht en informatiegestuurd uitgevoerd, mede op basis van de risicobeschrijving in de Omgevingsanalyse;

  • C.

    De inzet van de VTH instrumenten vindt (daarnaast) plaats op basis van een beschikbare instrumentenmix die past bij het omgevings- en risicobeeld van de betreffende regio (de zogenoemde Omgevingsanalyse).

Jaarlijks wordt voor de uitvoering van de milieutaken een apart werkprogramma voor de OMWB opgesteld, dat als bijlage onderdeel uitmaakt van het uitvoeringsprogramma. De evaluatie van deze milieutaken staat in de laatste termijnrapportage van de OMWB, welke als bijlage onderdeel uitmaakt van het jaarverslag. De evaluatie van de kwaliteitscriteria VTH voert de OMWB zelfstandig uit.

Hoofdstuk 4. Strategieën & werkwijzen

De werkwijze waarop wij de doelen willen bereiken en prioritair werken, is vastgelegd in de uitvoeringstrategieën. De strategieën zijn gebaseerd op landelijke strategieën (gedogen en sanctioneren) en zijn aangevuld met gemeentelijke strategieën. In de figuur hieronder is de samenhang tussen de strategieën weergegeven. In bijlage 2 zijn de strategieën nader uitgewerkt.

Hoofdstuk 5. Borging uitvoering

Financiële middelen

Om de VTH-taken uit te kunnen voeren en de beleidsdoelen te realiseren, zijn financiële en personele middelen nodig. Het benodigd budget is geborgd in de begroting. De inzet van middelen lichten wij jaarlijks toe binnen de uitvoeringsprogramma’s.

Uitvoeringsprogramma

Het VTH-beleidsplan werken wij jaarlijks voor 1 februari uit in een uitvoeringsprogramma voor zowel vergunningverlening, toezicht en handhaving. Het werkprogramma voor de OMWB en de Veiligheidsregio (brandweer) maken hier als bijlage deel van uit. In het uitvoeringsprogramma beschrijven we de prioriteiten, doelen, activiteiten en methoden uit dit beleid op operationeel niveau. Het uitvoeringsprogramma is dan ook een concreet actieplan voor het betreffende jaar. Daarbij geven wij in het uitvoeringsprogramma aan hoe de (financiële en personele) middelen in het betreffende jaar worden ingezet. Het uitvoeringsprogramma sturen wij naar de provincie (IBT) en ter kennisname naar de gemeenteraad.

Uitvoering proces

De werkwijzen van vergunningverlening, afhandeling van meldingen en toezicht en handhaving zijn vertaald naar specifieke procesbeschrijvingen. Deze procesbeschrijvingen zijn bekend gemaakt bij alle betrokken medewerkers en worden geborgd binnen het digitale zaaksysteem. Nieuwe medewerkers worden ingewerkt aan de hand van deze werkbeschrijvingen.

Afstemming ketenpartners

Een goede samenwerking tussen de gemeente en haar partners is van belang. Samenwerking levert kwalitatief sterkere adviezen op die zijn gebaseerd op gedeelde informatie en uitgangspunten.

De onderdelen van het VTH-beleid die betrekking hebben op de strafrechtelijke handhaving hebben wij afgestemd met de politie en het Openbaar Ministerie. Daarnaast hebben wij met verschillende ketenpartners, zoals de OMWB en de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant afspraken gemaakt over de afstemming en samenwerking op het gebied van VTH-taken. In de strategieën en werkwijze is opgenomen hoe dat per uitvoeringsstrategie vorm krijgt.

Personele middelen

De wet VTH stelt eisen ten aanzien van de kwaliteit van de uitvoering van de VTH-taken. Deze kwaliteitscriteria bestaan uit twee elementen, namelijk procescriteria en eisen ten aanzien van de kritieke massa (kwaliteitscriteria 2.2).

De kwaliteitscriteria 2.2 stelt eisen ten aanzien van vakmanschap voor de uitvoering van de VTH-taken. De kwaliteitscriteria beschrijven de minimale kwaliteitseisen op verschillende indicatoren. Deze indicatoren zijn opleiding, kennis, ervaring, frequentie van uitvoeren (aantal ‘vlieguren’) en menskracht. Er is hierbij onderscheid gemaakt tussen 27 verschillende deskundigheidsgebieden. Aan deze deskundigheidsgebieden zijn specifieke activiteiten gekoppeld.

Kwaliteitsverordening

Wij hebben een kwaliteitsverordening vastgesteld. Hierin hebben wij opgenomen welke eisen wij stellen aan de uitvoeringsorganisaties en of wij voldoen aan de kwaliteitscriteria 2.2 en zo niet, een motivatie waarom wij daar van afwijken. In het jaarverslag wordt geëvalueerd in welke mate wij voldoen aan de kwaliteitscriteria.

Hoofdstuk 6. Evaluatie

De laatste stap van de BIG 8 cyclus is de evaluatie. In dit hoofdstuk beschrijven wij de onderdelen en op welke manier wij deze evalueren.

Evaluatie uitvoeringsprogramma

Jaarlijks voor 1 mei moeten wij rapporteren over de uitvoering van het vastgestelde uitvoeringsprogramma en evalueren in hoeverre de gestelde doelen zijn bereikt en activiteiten zijn uitgevoerd. Hierbij wordt minimaal beoordeeld of:

  • -

    Voorgenomen activiteiten uit het uitvoeringsprogramma zijn uitgevoerd;

  • -

    De uitvoering van deze activiteiten uit het uitvoeringsprogramma van zowel de eigen organisatie als de omgevingsdienst hebben bijgedragen aan het bereiken van de doelstellingen uit het VTH-beleidsplan;

  • -

    Voldaan is aan de kwaliteitscriteria VTH voor zowel de eigen organisatie als de omgevingsdienst;

  • -

    Het VTH-beleidsplan (mede op basis van bovenstaande) en het uitvoeringsprogramma van de eigen organisatie en de omgevingsdienst eventueel aangepast dient te worden.

De rapportage en evaluatie documenteren wij in een jaarverslag. De resultaten van de evaluatie worden gebruikt voor het uitvoeringsprogramma van het volgende jaar.

Evaluatie VTH-beleidsplan

Periodiek, maar in ieder geval nadat een beleidsperiode verstreken is en ook voor 1 mei, evalueren wij het VTH-beleidsplan. Er wordt dan beoordeeld:

  • -

    Of vastgestelde doelstellingen uit het VTH-beleidsplan zijn bereikt;

  • -

    Wat de ervaringen van uitvoerders van beleid zijn;

  • -

    Of rekening is gehouden met wat in welke situatie voor wie geldt;

  • -

    Of het VTH-beleidsplan aangepast moet worden.

Ook deze evaluatie documenteren wij in het jaarverslag en de resultaten worden gebruikt voor het eventueel aanpassen van het huidige VTH-beleid, het opstellen van VTH-beleid voor de volgende beleidsperiode en het uitvoeringsprogramma van het volgende jaar.

Bijlage 1 Risicoanalyse (2137055)

Bijlage 2 Operationeel kader VTH-strategieën (2137062)

Operationeel kader VTH-strategieën

Vastgesteld op : 14 december 2021

Kenmerk : 2137062