Officiele publicatie

Besluit aanmeldnotitie milieueffectrapportage (Mer)

Burgemeester en wethouders hebben, in in het kader van de Algemene wet bestuursrecht en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), besloten dat voor deze activiteit bij de inrichting aan de Slaakdam 2 te De Heen (Van Lith- De Heen geen Mer opgesteld hoeft te worden:

Voor wijzigingen in de vigerende situatie (waarbij stal 3 nog niet is gerealieerd) en omschakelen in stal 1 van kolonie- naa voliere-huisvesting en verplaatsen aantal legkippen van stal 1 naar stal 2. De ontwikkeling voorziet in een of-of aanvraag door middel van twee situaties.

Het besluit en bijbehorende stukken zijn gedurende 6 weken in te zien bij de gemeente Steenbergen.

Op grond van artikel 6.3 van de Algemene wet bestuursrecht wordt deze beoordeling beschouwd als een voorbereidingsbesluit, waartegen geen direct bezwaar of beroep open staat.

U kunt uw bezwaren tegen dit m.e.r.-beoordelingsbesluit kenbaar maken in de hier op volgende procedure van het uiteindelijke besluit, te weten de vergunning in het kader van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

Integrale tekst m.e.r. beoordeling t.b.v. Staatscourant:

Van Lith De Heen B.V. is voornemens om een vergunning in het kader van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht aan te vragen voor het wijzigen van een bestaande pluimveehouderij gelegen aan de Slaakdam 2 te De Heen.

Het bedrijf zal vergunning vragen voor wijzigingen van de vigerende situatie (waarbij stal 3 nog niet is gerealiseerd) en het omschakelen in stal 1 van kolonie- naar volière-huisvesting en het verplaatsen van een aantal legkippen van stal 1 naar stal 2. De ontwikkeling voorziet in een of-of aanvraag door middel van 2 situaties.

Ingevolge artikel 7.2 van de Wet milieubeheer en categorie 14 van onderdeel  D van de bijlage van het Besluit milieu-effectrapportage is deze voorgenomen activiteit m.e.r. beoordelingsplichtig. Dit houdt in dat het college van Burgemeester en wethouders van Steenbergen, voordat de aanvraag omgevingsvergunning in behandeling genomen kan worden, dient te beslissen of er voor de voorgenomen activiteit een MER moet worden opgesteld. Een MER moet worden opgesteld indien sprake is van een activiteit die belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. Daarbij dient, aldus artikel 7.17, derde lid van de Wet milieubeheer, rekening te worden gehouden met de in bijlage III bij de EEG-richtlijn milieu-effectbeoordeling aangegeven criteria.

Na toetsing van de voorgenomen activiteit hebben Burgemeester en wethouders van Steenbergen besloten dat voor deze activiteit geen MER opgesteld hoeft te worden.

Het besluit en bijbehorende stukken liggen vanaf de publicatiedatum gedurende zes weken ter inzage bij de gemeente Steenbergen.  Voor locatie, tijdstippen en dagen waarop u de stukken kunt inzien, verwijzen wij u naar de website van de gemeente. Voor nadere informatie kunt u contact opnemen met mevrouw P. Lauwerijssen, telefoon 013 – 206 01 00.

Op grond van artikel 6.3 van de Algemene wet bestuursrecht wordt deze beoordeling beschouwd als een voorbereidingsbesluit, waartegen geen direct bezwaar of beroep open staat. U kunt uw bezwaren tegen dit m.e.r.-beoordelingsbesluit kenbaar maken in de procedure van het uiteindelijke besluit, te weten de vergunning in het kader van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

Aan deze procedure is het zaaknummer 19061567 gekoppeld. U dient bij correspondentie dit zaaknummer te vermelden.