Officiele publicatie

Besluit van de gemeenteraad tot het wijzigen van de Algemene Plaatselijke Verordening

De raad van de gemeente Steenbergen;

In behandeling genomen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 20 november 2018

Gelet op:

artikel 149 Gemeentewet

besluit:

Artikel I

De Algemene plaatselijke verordening wordt als volgt gewijzigd:

A.

De officiële naam van de regeling wordt gewijzigd van “Algemene Plaatselijke Verordening 2018” in “Algemene Plaatselijke Verordening 2019”.

B.

Artikel 1:1 komt te luiden:

Artikel 1:1 Definities

In deze verordening wordt verstaan onder:

- bebouwde kom: het gebied binnen de grenzen die zijn vastgesteld op grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994;

- bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning;

- bouwwerk: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van de Bouwverordening gemeente Steenbergen

- bromfiets: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder e, van de Wegenverkeerswet 1994;

- college: het college van burgemeester en wethouders;

- gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder c, van de Woningwet;

- handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen;

- motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;

- openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn;

- openbare plaats: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties;

- parkeren: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;

- rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht;

- voertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van kleine wagens zoals kruiwagens, kinderwagens en rolstoelen;

weg: hetgeen in artikel 1, eerste lid, onder b van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder wordt verstaan.

C.

In artikel 1:2 lid 3 wordt ‘indien’ vervangen door ‘als’ en wordt ‘artikel 2:10, vijfde lid’ vervangen door ‘artikel 2:10, tweede lid’.

D.

In artikel 1:6 wordt voor de dubbele punt aan het slot van de aanhef ingevoegd ‘als’, vervalt in de onderdelen a tot en met e ‘indien’ en wordt in onderdeel b ‘ontheffing of vergunning’ vervangen door ‘vergunning of ontheffing’.

E.

In artikel 1:7 lid 2 wordt ‘indien’ vervangen door ‘als’.

F.

Artikel 2:1 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.
    In het tweede lid wordt aan het slot van de aanhef een dubbele punt toegevoegd.
  • 2.
    In het derde en het vierde lid vervalt ‘of vanwege’.
  • 3.
    In het vijfde lid wordt ‘in het derde lid gestelde’ vervangen door ‘het verbod, bedoeld in het derde lid’.
  • 4.
    In het zesde lid wordt ‘Het bepaalde in de voorgaande leden’ vervangen door ‘Dit artikel’.
  • 5.
    Het zevende lid vervalt.

G.

Artikel 2:3 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.
    In het eerste lid wordt na ‘artikel 3, eerste lid’ een komma ingevoegd, wordt ‘vóór’ vervangen door ‘voor’ en wordt ‘uur’ vervangen door ‘uren’.
  • 2.
    Het tweede lid wordt als volgt gewijzigd:
    • a.
      In onderdeel d vervalt ‘en de plaats van beëindiging’.
    • b.
      In onderdeel e wordt ‘voor’ vervangen door ‘voor zover’.
  • 3.
    In het derde lid wordt na ‘doet’ een komma ingevoegd.
  • 4.
    In het vierde lid wordt 'Indien' vervangen door 'Als'.

H.

Artikel 2:6 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.
    In het opschrift wordt ‘aanbieden e.d. van’ vervangen door ‘verspreiden’.
  • 2.
    In het tweede lid vervalt ‘de werking van’.
  • 3.
    In het vierde lid vervalt ‘in het eerste lid’.

I.

In het opschrift van hoofdstuk 2, afdeling 4, vervalt ‘e.d.’.

J.

Artikel 2:10 komt te luiden:

Artikel 2:10 Voorwerpen op of aan de weg/openbare plaats

  • 1.
    Het is verboden zonder voorafgaande vergunning (objectvergunning) van het bevoegde bestuursorgaan een weg en/of openbare plaats anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan.
  • 2.
    De vergunning wordt verleend als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag als het in het eerste lid bedoelde gebruik een activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder j of k, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
  • 3.
    Het verbod is niet van toepassing op:
    • a.
      evenementen als bedoeld in artikel 2:24;
    • b.
      standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17; en
    • c.
      overige gevallen waarin krachtens een wettelijke regeling een vergunning voor het gebruik van de weg en/of openbare plaats is verleend.
  • 4.
    Het verbod geldt tevens niet voor de volgende voorwerpen mits wordt voldaan aan het bepaalde in de nadere regels uit hoofde van het vierde lid:
    • a.
      terrassen als bedoeld in artikel 2:27 eerste lid onder b;
    • b.
      uitstallingen;
    • c.
      bouwobjecten;
    • d.
      reclameborden;
    • e.
      plantenbakken en banken;
    • f.
      nader door het college aan te wijzen categorieën van voorwerpen.
  • 5.
    Het bevoegde bestuursorgaan stelt nadere regels stellen ten aanzien van de categorieën van voorwerpen als bedoeld in het derde lid.
  • 6.
    Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatwerken, artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, of de Verordening wegen Noord-Brabant 2010.
  • 7.
    In dit artikel wordt onder bevoegd bestuursorgaan verstaan het college of, voor zover het betreft voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet, de burgemeester.
  • 8.
    Op de vergunning als bedoeld in het eerste lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

K.

Artikel 2:11 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.
    In het eerste lid wordt na ‘een vergunning’ ingevoegd ‘van het bevoegde bestuursorgaan’.
  • 2.
    In het tweede lid vervalt onderdeel b, alsmede de dubbele punt aan het slot van de aanhef en de aanduiding ‘a.’ voor het eerste onderdeel, wordt ‘indien’ vervangen door ‘als’ en wordt ‘of;’ vervangen door een punt.
  • 3.
    In het derde lid vervalt ‘in het eerste lid’, wordt ‘indien’ vervangen door ‘voor zover’ en wordt ‘publieke taken’ vervangen door ‘werkzaamheden’.

L.

Artikel 2:12 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.
    In het derde en het vierde lid wordt ‘indien’ vervangen door ‘als’.
  • 2.
    In het derde lid vervalt ‘in het eerste lid’ en wordt ‘Wet beheer Rijkswaterstaatswerken , de Waterschapskeur’ vervangen door ‘Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de waterschapskeur’.

M.

In artikel 2:15 vervalt ‘dat er op andere wijze’.

N.

In het opschrift van artikel 2:16 wordt ‘e.d.’ vervangen door ‘en dergelijke’.

O.

Artikel 2:18 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.
    In het tweede lid wordt ‘De verboden in het eerste lid zijn’ vervangen door ‘Het verbod is’ en wordt ‘onder 3’ vervangen door ‘onder 3˚’.
  • 2.
    In het derde lid wordt ‘De verboden zijn’ vervangen door ‘Het verbod in het eerste lid, onder a, is’.

P.

In artikel 2:21, tweede lid, vervalt de komma na ‘Onteigeningswet’.

Q.

Artikel 2:22 komt te vervallen.

R.

Artikel 2:24 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.
    In het opschrift wordt ‘Begripsbepaling’ vervangen door ‘Definities’.
  • 2.
    Het eerste lid wordt als volgt gewijzigd:
    • a.
      In onderdeel a wordt ‘bioscoopvoorstellingen’ vervangen door ‘bioscoop- en theatervoorstellingen’.
    • b.
      In onderdeel f wordt ‘artikel 2:9 en 2:39 van deze verordening’ vervangen door ‘de artikelen 2:9 en 2:39’
  • 3.
    Het tweede lid, onderdeel c, komt te luiden:
    • 1.
      c . een optocht op de weg, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:3;

4. Er wordt een vierde lid toegevoegd, luidende:

  • 4.
    In deze afdeling wordt onder klein evenement verstaan een eendaags evenement waarbij:
    • a.
      het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 250 personen;
    • b.
      de activiteiten plaatsvinden tussen 7:00 en 23:00 uur;
    • c.
      geen muziek ten gehore wordt gebracht voor 07:00 uur of na 23:00 uur en op zondag voor 13:00 uur of na 23:00 uur;
    • d.
      het maximaal toelaatbare geluidsniveau van 70 dB(A) en 83 dB(c) op de gevels van omringende woningen niet wordt overschreden.
    • e.
      het evenement geen belemmering vormt voor het verkeer en de hulpdiensten;
    • f.
      slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van minder dan 150 m2 per object en zich hier minder dan 50 personen gelijktijdig in/op verblijven;
    • g.
      er een organisator is;
    • h.
      het geen vechtsportwedstrijden of – gala’s betreft, waaronder in ieder geval wordt begrepen kooigevechten, kickboksevenementen, freefightevenementen en daarmee vergelijkbare activiteiten en al dan niet in wedstrijdverband georganiseerde evenementen waarbij de menselijke waardigheid in het geding is.
    • i.
      het geen evenementen betreft die vallen binnen de categorieën evenementen die door de burgemeester zijn aangewezen.

S.

Artikel 2:25 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.
    In het derde lid wordt voor de punt aan het slot ingevoegd ‘, voor zover voor het evenement een gebruiksmelding zou moeten worden gedaan op grond van artikel 2:1, eerste lid, van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen’.
  • 2.
    Het vierde lid komt te luiden:
    • 4.
      Geen vergunning is vereist voor een klein evenement, als de organisator ten minste 10 werkdagen voorafgaand aan het evenement daarvan melding heeft gedaan aan de burgemeester.
  • 3.
    In het vijfde lid wordt ‘indien’ vervangend door ‘als’.
  • 4.
    In het zesde lid wordt voor de punt aan het slot ingevoegd ‘en omtrent het organiseren van periodiek terugkerende evenementen.
  • 5.
    In het zevende lid komt ‘in het eerste lid’ te vervallen.
  • 6.
    In het achtste lid wordt ‘tweede lid’ vervangen door ‘vierde lid’.
  • 7.
    In het tiende lid wordt ‘artikel 2:25 lid 2 sub i en j’ vervangen door ‘artikel 2:24 lid 4 sub h en i’.
  • 8.
    Het elfde lid komt te vervallen.

T.

Artikel 2:27 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.
    In het opschrift van 2:27 wordt ‘Begripsbepalingen’ vervangen door ‘Definities’.
  • 2.
    Het eerste lid onder a. komt te luiden:
    • a.
      openbare inrichting: een hotel, restaurant, pension, café, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis of elke andere voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie ter plaatse worden bereid of verstrekt;

U.

Artikel 2:29 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.
    In het eerste lid vervalt ‘(sluitingstijd)’.
  • 2.
    In het vierde lid wordt na ‘vierde lid’ ingevoegd ‘, aanhef en’.

V.

Artikel 2:32 komt te luiden:

De exploitant van een openbare inrichting staat niet toe dat een handelaar, aangewezen bij algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, of een voor hem handelend persoon in die inrichting enig voorwerp verwerft, verkoopt of op enige andere wijze overdraagt.

W.

In artikel 2:33 wordt ‘Indien’ vervangen door ‘Als’ en wordt ‘artikel 2:28 tot en met 2:30’ vervangen door ‘de artikelen 2:28 tot en met 2:30’.

X.

Artikel 2:35 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.
    In het opschrift wordt ‘Begripsbepaling’ vervangen door ‘Definitie’.
  • 2.
    ‘ wordt verstaan onder inrichting:’ wordt vervangen door ‘wordt onder inrichting verstaan’.

Y.

In artikel 2:36 wordt ‘binnen drie dagen daarna daarvan’ vervangen door ‘daarvan binnen drie dagen daarna’.

Z.

In hoofdstuk 2, afdeling 10, wordt na het opschrift een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 2:38a Definities

  • 1.
    In deze afdeling wordt onder speelgelegenheid verstaan een voor het publiek toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig of in een omvang alsof deze bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt geboden enig spel te beoefenen, waarbij geld of in geld inwisselbare voorwerpen kunnen worden gewonnen of verloren.
  • 2.
    In deze afdeling voorkomende begrippen die in de Wet op de kansspelen zijn omschreven, hebben dezelfde betekenis als in die wet.

AA.

Artikel 2:39 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.
    Het eerste en tweede lid komen te luiden:
    • 1.
      Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren.
    • 2.
      Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet op de kansspelen.
  • 2.
    In het derde lid wordt in de aanhef ‘De burgemeester weigert de vergunning’ vervangen door ‘Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 weigert de burgemeester de vergunning als’ en vervalt ‘indien’ in de onderdelen a en b.

AB.

In artikel 2:40 vervalt het eerste lid, onder vernummering van het tweede en derde lid tot het eerste en tweede lid.

AC.

Artikel 2:40 i wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.
    In het tweede lid wordt ‘De burgemeester’ vervangen door ‘Het college’.
  • 2.
    In het derde lid, sub a wordt ‘de burgemeester’ tweemaal vervangen door ‘het college’.
  • 3.
    In het derde lid, sub b wordt ‘de burgemeester’ vervangen door ‘het college’.

AD.

In artikel 2:41, derde lid, wordt na ‘het lokaal’ ingevoegd ‘of een daarbij behorend erf’.

AE.

Artikel 2:42 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.
    In het tweede lid, onder b, wordt ‘kleur of verfstof’ vervangen door ‘kleur- of verfstof’.
  • 2.
    In het derde lid wordt ‘Het verbod in het tweede lid’ vervangen door ‘Het verbod, bedoeld in het tweede lid,’ en wordt ‘indien’ vervangen door ‘voor zover’.
  • 3.
    Na het derde lid wordt, onder vernummering van het vierde tot en met het zevende lid tot het vijfde tot en met het achtste lid, een lid ingevoegd, luidende:
    • 4.
      De houder van de schriftelijke toestemming is verplicht deze aan een opsporingsambtenaar op diens eerste vordering terstond ter inzage af te geven.
  • 4.
    In het vijfde lid (nieuw) wordt ‘kan aanplakborden aanwijzen’ vervangen door ‘wijst aanplakborden aan’.
  • 5.
    In het zevende lid (nieuw) wordt ‘van de meningsuitingen en bekendmakingen’ vervangen door ‘daarvan’.
  • 6.
    Het achtste lid (nieuw) vervalt.

AF.

Artikel 2:43 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.
    In het opschrift wordt ‘e.d.’ vervangen door ‘en dergelijke’.
  • 2.
    In het eerste lid wordt ‘kleur of verfstof’ vervangen door ‘kleur- of verfstof’.
  • 3.
    In het tweede lid wordt ‘Dit verbod’ vervangen door ‘Het verbod’ en wordt ‘, indien’ vervangen door ‘als’.

AG.

In artikel 2:44, tweede lid, wordt ‘Dit verbod’ vervangen door ‘Het verbod’ en wordt ‘indien’ vervangen door ‘als’.

AH.

Artikel 2:47 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.
    In het eerste lid, onder a, wordt ‘hekheining’ vervangen door ‘hek, omheining’.
  • 2.
    In het eerste lid, onder b, wordt ‘aan andere gebruikers of aan bewoners van nabij die openbare plaats gelegen woningen onnodig overlast of hinder berokkent’ vervangen door ‘voor andere gebruikers of omwonenden onnodig overlast of hinder veroorzaakt’.
  • 3.
    In het tweede lid wordt ‘artikel 424, 426bis of 431’ vervangen door ‘de artikelen 424, 426bis of 431’.

AI.

Artikel 2:48 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.
    In het eerste lid vervalt de komma na ‘openbare plaats’.
  • 2.
    In het tweede lid vervalt ‘en’ aan het slot van onderdeel a.

AJ.

In artikel 2:49, eerste lid, wordt voor de dubbele punt aan het slot van de aanhef ingevoegd ‘zonder redelijk doel’ en vervalt in de onderdelen a en b ‘zonder redelijk doel’.

AK.

In artikel 2:50 wordt ‘worden in elk geval begrepen:’ vervangen door ‘worden in elk geval verstaan’.

AL.

Artikel 2:51 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.
    In het opschrift wordt ‘fietsen e.d.’ vervangen door ‘fietsen of bromfietsen’.
  • 2.
    In de aanhef wordt ‘indien:’ vervangen door ‘als’, de aanduidingen ‘a.’ en ‘b.’ vervallen en ‘; of’ wordt vervangen door ‘of als’.

AM.

Artikel 2:52 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.
    In het opschrift wordt ‘e.d.’ vervangen door ‘en dergelijke’.
  • 2.
    ‘ op uren en plaatsen die door het college zijn aangewezen, zich met een fiets of bromfiets te bevinden’ wordt vervangen door ‘zich op door het college aangewezen uren en plaatsen met een fiets of bromfiets te bevinden’.

AN.

Artikel 2:59 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.
    In het eerste lid wordt ‘Indien’ vervangen door ‘Als’.
  • 2.
    In het vierde lid wordt ‘Onverminderd het bepaalde in artikel 2:57, eerste lid onder d, dient een hond als bedoeld in het eerste lid voorzien te zijn’ vervangen door ‘Een hond als bedoeld in het eerste lid dient te zijn voorzien’ en wordt ‘de bevoegde minister’ vervangen door ‘de minister die het aangaat’.

AO.

Na artikel 2:59 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 2:59a Gevaarlijke honden op eigen terrein

  • 1.
    Het is de eigenaar of houder van een hond verboden deze hond op zijn terrein zonder muilkorf te laten loslopen als de burgemeester een aanlijngebod of een aanlijn- en muilkorfgebod heeft opgelegd als bedoeld in artikel 2:59, eerste lid dan wel als de hond is opgeleid voor bewakings-, opsporings- en verdedigingswerk.
  • 2.
    Het in het eerste lid genoemde verbod geldt niet als:
    • a.
      op een vanaf de weg zichtbare plaats een naar het oordeel van de burgemeester duidelijk leesbaar waarschuwingsbord is aangebracht;
    • b.
      het mogelijk is een brievenbus te bereiken en aan te bellen zonder het terrein te betreden; en
    • c.
      het terrein voorzien is van een zodanig hoge en deugdelijke afrastering dat de hond niet zelfstandig buiten het terrein kan komen.

AP.

Artikel 2:60 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.
    In het eerste lid, onder c, wordt ‘die aanwijzing’ vervangen door ‘het aanwijzingsbesluit’.
  • 2.
    In het tweede lid wordt ‘een plaats die krachtens het eerste lid is aangewezen,’ vervangen door ‘een krachtens het eerste lid aangewezen plaats’ en wordt na ‘verboden’ ingevoegd ‘als’.
  • 3.
    Het derde lid vervalt.

AQ.

In artikel 2:62 vervalt ‘(vee)’.

AR.

Artikel 2:64 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.
    In het eerste lid, onder a, wordt ‘gebouwen waar’ vervangen door ‘gebouwen waarin’.
  • 2.
    In het vierde lid wordt een komma ingevoegd na ‘onder b’.
  • 3.
    In het vijfde lid wordt ‘van het verbod in het eerste lid ontheffing verlenen’ vervangen door ‘ontheffing verlenen van het verbod’.

AS.

Artikel 2:66 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.
    In het opschrift wordt ‘Begripsbepaling’ vervangen door ‘Definitie’.
  • 2.
    ‘wordt verstaan onder handelaar:’ wordt vervangen door ‘wordt onder handelaar verstaan’ en ‘een handelaar als bedoeld in artikel 1 van de’ wordt vervangen door ‘de handelaar aangewezen bij’.

AT.

In artikel 2:67, eerste lid, wordt in de aanhef ‘een door de burgemeester’ vervangen door ‘een doorlopend en door de burgemeester’ en wordt in onderdeel c ‘daaronder begrepen - voor zover dat mogelijk is –’ vervangen door ‘voor zover van toepassing daaronder begrepen’.

AU.

In artikel 2:68, onderdeel a, worden de aanduidingen ‘1.’, ‘2.’, ‘3.’ en ‘4.’ vervangen door de aanduidingen ‘1o.’, ‘2o.’, ‘3o.’ en ‘4o.’ en wordt onder 2o ‘onder a, sub 1,’ vervangen door ‘onder 1o’.

AV.

Artikel 2:71 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.
    In het opschrift wordt ‘Begripsbepaling’ vervangen door ‘Definitie’.
  • 2.
    ‘wordt verstaan onder consumentenvuurwerk:’ wordt vervangen door ‘wordt onder consumentenvuurwerk verstaan’ en ‘Besluit van 22 januari 2002, houdende nieuwe regels met betrekking tot consumenten- en professioneel vuurwerk (Vuurwerkbesluit)’ wordt vervangen door ‘Vuurwerkbesluit’.

AW.

Artikel 2:72 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.
    De punt aan het slot van het opschrift vervalt.
  • 2.
    In het eerste lid wordt ‘een vergunning’ vervangen door ‘vergunning’.

AX.

Artikel 2:73 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.
    In het eerste lid wordt ‘de voorkoming’ vervangen door ‘het voorkomen’.
  • 2.
    In het derde lid vervalt ‘bedoeld in het eerste en tweede lid’ en wordt ‘onder 1’ vervangen door ‘onder 1o’.

AY.

In artikel 2:74 wordt na ‘met het kennelijke doel om’ ingevoegd ‘, al dan niet tegen betaling,’, wordt ‘artikel 2 en 3 van de Opiumwet,’ vervangen door ‘de artikelen 2 of 3 van de Opiumwet’ en vervalt na ‘daarop gelijkende waar’ de zinsnede ‘, al dan niet tegen betaling,’.

AZ.

In artikel 2:75 wordt ‘is bevoegd’ vervangen door ‘kan’ en wordt ‘te besluiten’ vervangen door ‘besluiten’.

BA.

In artikel 2:76 wordt ‘is bevoegd’ vervangen door ‘kan’, wordt ‘aan te wijzen’ vervangen door ‘aanwijzen’ en wordt ‘indien’ vervangen door ‘als.

BB.

In artikel 2:77, eerste lid, wordt ‘is bevoegd’ vervangen door ‘kan’ en wordt ‘te besluiten’ vervangen door ‘besluiten’.

BC.

Artikel 2:78 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.
    In het eerste lid wordt ‘handelingen verrichten’ vervangen door ‘handelingen verricht’.
  • 2.
    In het tweede lid wordt ‘tenminste’ vervangen door ‘ten minste’.
  • 3.
    In het derde lid wordt ‘krachtens’ vervangen door ‘als bedoeld in’.
  • 4.
    In het vierde lid wordt ‘in het eerste of tweede lid gestelde bevelen’ vervangen door ‘krachtens het eerste of tweede lid gegeven bevelen’.

BD.

Artikel 2:79 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.
    Het tweede lid komt te luiden:
    • 2.
      De burgemeester kan een last onder dwangsom wegens overtreding van het eerste lid in ieder geval opleggen bij ernstige en herhaaldelijke:
      • a.
        geluid- of geurhinder;
      • b.
        hinder van dieren;
      • c.
        hinder van bezoekers of personen die tijdelijk in een woning of op een erf aanwezig zijn;
      • d.
        overlast door vervuiling of verwaarlozing van een woning of een erf;
      • e.
        intimidatie van derden vanuit een woning of erf.
  • 2.
    Het derde lid vervalt.

BE.

In artikel 3:1 vervalt ‘, 1:3’.

BF.

Artikel 3:2 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.
    In het opschrift wordt ‘Begripsbepaling’ vervangen door ‘Definities’.
  • 2.
    In de definitie van ‘exploitant’ wordt ‘indien’ vervangen door ‘voor zover’.

BG.

Artikel 3:3 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.
    In het vierde lid wordt na ‘Algemene wet bestuursrecht’ ingevoegd ‘(positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen)’.
  • 2.
    In het zesde lid vervalt de laatste volzin.
  • 3.
    In het zevende lid wordt na kan ingevoegd ‘ten hoogste tweemaal’.

BH.

Artikel 3:6 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.
    In het eerste lid wordt ‘door gebruikmaking van’ vervangen door ‘middels’.
  • 2.
    In het tweede lid wordt in de onderdelen h, k en l ‘indien’ vervangen door ‘voor zover’.
  • 3.
    In het derde lid vervalt de komma na ‘aangesteld’ en wordt ‘onder a, b, c’ vervangen door ‘onder a tot en met c’.

BI.

Artikel 3:7, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.
    In onderdeel h wordt ‘vijf jaar geleden voor de dag’ vervangen door ‘vijf jaar voorafgaand aan de dag’.
  • 2.
    In onderdeel i wordt in de aanhef ‘vijf jaar geleden voor de dag’ vervangen door ‘vijf jaar voorafgaand aan de dag’, wordt onder 3o ‘Algemene wet rijksbelastingen’ vervangen door ‘Algemene wet inzake rijksbelastingen’ en wordt onder 4o ‘artikel 6 juncto artikel 8 of juncto artikel 163 van de Wegenverkeerswet 1994’ vervangen door ‘de artikelen 6 juncto 8 en 163 van de Wegenverkeerswet 1994’.
  • 3.
    Onder k wordt ‘op zal leveren’ vervangen door ‘zal opleveren’.

BJ.

In artikel 3:8, eerste lid, wordt in de onderdelen b, f en h ‘indien’ vervangen door ‘voor zover’.

BK.

In artikel 3:11, eerste lid, wordt ‘3:6, 3:7, 3:8’ vervangen door ‘3:6 tot en met 3:8’.

BL.

Artikel 3:19 komt als volgt te luiden:

Artikel 3:19 Straatprostitutie

Het is verboden op of aan de weg of op, aan of in een andere vanaf de weg zichtbare plaats, niet zijnde een seksinrichting waarvoor een vergunning is verleend, zich op te houden met het kennelijke doel prostitutie of het verrichten van seksuele handelingen in het kader van prostitutie.

BM.

In artikel 3:21, derde lid, wordt ‘Het in het tweede lid genoemde verbod’ vervangen door ‘Het verbod, bedoeld in het tweede lid,’.

BN.

Artikel 4:1 komt te luiden:

Artikel 4:1 Definities

In deze afdeling wordt verstaan onder:

  • -
    collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan één of een klein aantal inrichtingen is verbonden;
  • -
    geluidsgevoelige gebouwen; hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1 van het Activiteitenbesluit milieubeheer;
  • -
    geluidsgevoelige terreinen: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1 van het Activiteitenbesluit milieubeheer;
  • -
    inrichting: inrichting type A of type B als bedoeld in het Besluit;
  • -
    houder van een inrichting: degene die als eigenaar, bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting drijft;incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen;
  • -
    inrichting: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1 van de Wet milieubeheer, met dien verstande dat de artikelen 4.2 tot en met 4.5 uitsluitend van toepassing zijn op inrichtingen type A of type B als bedoeld in het Activiteitenbesluit milieubeheer;
  • -
    onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is versterkt.

BO.

Artikel 4:2 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.
    In het eerste lid wordt na ‘2:17,’ ingevoegd ‘2:17a,’, wordt na ‘2:19’ ingevoegd ‘, 2:19a’, wordt ‘het Besluit’ vervangen door ‘het Activiteitenbesluit milieubeheer’ en vervalt ‘van deze verordening’.
  • 2.
    In het tweede lid wordt ‘het Besluit’ vervangen door ‘het Activiteitenbesluit milieubeheer’.
  • 3.
    In het vijfde lid wordt ‘Het college kan wanneer een collectieve festiviteit redelijkerwijs niet voorzien was,’ vervangen door ‘Als een collectieve festiviteit redelijkerwijs niet voorzien was, kan het college’.
  • 4.
    In het zevende lid wordt ‘De geluidswaarde als bedoeld in het zesde lid’ vervangen door ‘De geluidsnorm, bedoeld in het zesde lid,’.
  • 5.
    Het achtste lid komt te luiden:
    • 8.
      Op de dagen, bedoeld in het eerste lid, wordt het ten gehore brengen van extra muziek - hoger dan de geluidsnorm bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 danwel artikel 6.12 van het Besluit en artikel 4:5 - uiterlijk op de voor de horecainrichting geldende sluitingstijd als bedoeld in de artikelen 2:29 en 2:30 beëindigd.

BP.

Artikel 4:3 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.
    In de aanhef wordt ‘Kennisgeving’ vervangen door ‘Melding’.
  • 2.
    Het eerste en tweede lid komen te luiden:
    • 1.
      Het is een inrichting toegestaan op maximaal 12 dagen of dagdelen per kalenderjaar incidentele te houden waarbij de geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2:19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 4:5 niet van toepassing zijn, mits de houder van de inrichting ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit daarvan melding heeft gedaan aan het college.
    • 2.
      Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal 12 dagen of dagdelen per kalenderjaar in verband met de viering van incidentele festiviteiten de verlichting langer aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel 3.148, eerste lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer niet van toepassing is, mits de houder van de inrichting ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit daarvan melding heeft gedaan aan het college.
  • 3.
    In het derde lid wordt ‘een kennisgeving’ vervangen door ‘de melding’.
  • 4.
    In het vierde lid wordt ‘De kennisgeving wordt geacht te zijn gedaan’ vervangen door ‘De melding is gedaan’ en wordt ‘drie werkdagen’ vervangen door ‘twee weken’.
  • 5.
    In het vijfde lid wordt ‘De kennisgeving wordt tevens geacht te zijn gedaan’ vervangen door ‘De melding wordt geacht te zijn gedaan’.
  • 6.
    In het achtste lid wordt ‘De geluidswaarde als bedoeld in het zevende lid’ vervangen door ‘De geluidsnorm, bedoeld in het zevende lid,’ en wordt ‘buiten beschouwen gelaten’ vervangen door ‘buiten beschouwing gelaten’.
  • 7.
    Het negende lid komt te luiden:
    • 9.
      Op de dagen, bedoeld in het eerste lid, wordt het ten gehore brengen van extra muziek - hoger dan de geluidsnorm als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2:19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 4:5 - uiterlijk om op de voor de horecainrichting geldende sluitingstijd als bedoeld in de artikelen 2:29 en 2:30 beëindigd.

BQ.

Artikel 4:5 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.
    Het eerste lid wordt als volgt gewijzigd:
    • 1.
      Bij het ten gehore brengen van onversterkte muziek als bedoeld in artikel 2.18, eerste lid onder f en vijfde lid van het Activiteitenbesluit milieubeheer binnen inrichtingen is de in het tweede lid opgenomen tabel van toepassing, met dien verstande dat:
      • a.
        de in de tabel aangegeven waarden binnen in- of aanpandige gevoelige gebouwen niet gelden als de gebruiker van deze gevoelige gebouwen geen toestemming geeft voor het in redelijkheid uitvoeren of doen uitvoeren van geluidsmetingen;
      • b.
        de in de tabel aangegeven waarden op de gevel ook gelden bij gevoelige terreinen op de grens van het terrein;
      • c.
        de waarden in in- en aanpandige gevoelige gebouwen, voor zover het woningen betreft, gelden in geluidsgevoelige ruimten als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder en verblijfsruimten als bedoeld in artikel 1.1, onder d, van het Besluit geluidhinder;
      • d.
        bij het bepalen van de geluidsniveaus als vermeld in de tabel geen bedrijfsduurcorrectie wordt toegepast.
  • 2.
    Na het eerste lid wordt, onder vernummering van het tweede tot en met het vierde lid tot het derde tot en met het vijfde lid, een lid ingevoegd, luidende:
    • 2.
      Tabel
  • 3.
    In het vierde lid (nieuw) wordt ‘Indien’ vervangen door ‘Als’ en wordt ‘het Besluit’ vervangen door ‘het Activiteitenbesluit milieubeheer’.
  • 4.
    In het vijfde lid (nieuw) wordt ‘artikel 4:2 en artikel 4:3’ vervangen door ‘de artikelen 4:2 en 4:3’.

BR.

Na artikel 4:5 worden de volgende artikelen ingevoegd:

Artikel 4:5a

[gereserveerd]

Artikel 4:5b Geluidhinder in de openlucht

  • 1.
    Het is verboden buiten een inrichting in de openlucht een geluidsapparaat, toestel of machine in werking te hebben op een zodanige wijze dat voor een omwonende of overigens voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt.
  • 2.
    Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.
  • 3.
    Het college kan terreinen of wateren aanwijzen waar het verbod niet van toepassing is op het in werking hebben van bepaalde in de aanwijzing aangewezen categorieën van geluidsapparaten, toestellen of machines, voor zover wordt voldaan aan de door het college vast te stellen voorschriften ter voorkoming of beperking van geluidhinder.
  • 4.
    De in het derde lid bedoelde voorschriften kunnen onder meer betrekking hebben op:
    • a.
      het maximale geluidsniveau;
    • b.
      de situering van geluidsbronnen;
    • c.
      de frequentie en tijden van gebruik.
  • 5.
    Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet geluidhinder, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit, het Activiteitenbesluit milieubeheer, het Bouwbesluit of de Provinciale milieuverordening Noord-Brabant 2010.

Artikel 4:5c Geluidhinder door dieren

Degene die buiten een inrichting de zorg heeft voor een dier, voorkomt dat dit voor een omwonende of overigens voor de omgeving geluidhinder veroorzaakt.

Artikel 4:5d Geluidhinder door motorvoertuigen en bromfietsen

Het is verboden buiten een inrichting zich met een motorvoertuig of een bromfiets zodanig te gedragen, dat daardoor voor een omwonende of overigens voor de omgeving geluidhinder ontstaat.

Artikel 4:5e Geluidhinder door vrachtauto’s

  • 1.
    Het is verboden buiten een inrichting een vrachtauto als bedoeld in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 op zodanige wijze te laden of te lossen dat daardoor voor een omwonende of overigens voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt.
  • 2.
    Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.

Artikel 4:5f Routering

  • 1.
    Het is verboden buiten een inrichting met een vrachtauto als bedoeld in artikel 4:5e, waarvan het ledig gewicht vermeerderd met het laadvermogen meer bedraagt dan 3.500 kilogram of die met inbegrip van de lading een lengte heeft van meer dan zes meter of een hoogte van meer dan twee meter, tussen 23.00 en 07.00 uur op een andere dan door het college aangewezen weg te rijden.
  • 2.
    Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.

BS.

Artikel 4:6 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.
    In het eerste lid vervalt ‘in de zin van de Wet milieubeheer of van het Besluit’.
  • 2.
    In het tweede lid wordt ‘kan van het verbod ontheffing verlenen’ vervangen door ‘kan ontheffing verlenen van het verbod’.
  • 3.
    In het derde lid wordt na ‘het Vuurwerkbesluit’ ingevoegd ‘, het Activiteitenbesluit milieubeheer, het Bouwbesluit’.
  • 4.
    Het zesde lid vervalt.

BT.

Artikel 4:6a wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.
    In het eerste lid wordt ‘In dit artikel wordt onder een mosquito verstaan:’ vervangen door ‘Onder mosquito wordt verstaan’.
  • 2.
    In het tweede lid vervalt ‘het bepaalde in’.

BU.

Artikel 4:13, eerste lid, onder c, wordt ‘indien’ vervangen door ‘voor zover’.

BV.

In artikel 4:15, tweede lid, wordt ‘Het eerste lid’ vervangen door ‘Het verbod’ en wordt “Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer’ vervangen door ‘Activiteitenbesluit milieubeheer’.

BW.

Artikel 4:17 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.
    In het opschrift wordt ‘Begripsbepaling’ vervangen door ‘Definitie’.
  • 2.
    Na ‘ verstaan ’ vervalt de dubbele punt.
  • 3.
    ‘artikel 2.1, eerste lid onder a’ wordt vervangen door ‘artikel 2.1, eerste lid, onder a,’.

BX.

Artikel 4:18 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.
    In het derde lid vervalt ‘als bedoeld in het eerste lid’.
  • 2.
    Het vierde lid wordt als volgt gewijzigd:
    • a.
      In de aanhef vervalt de punt na ‘artikel 1:8’ en wordt voor de dubbele punt aan het slot van de aanhef ingevoegd ‘de bescherming van’.
    • b.
      In de onderdelen a en b vervalt ‘de bescherming van’.
  • 3.
    Het vijfde lid vervalt.

BY.

Artikel 4:19 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.
    In het eerste lid wordt ‘Het verbod van artikel 4:18, eerste lid’ vervangen door ‘Artikel 4:18, eerste lid,’.
  • 2.
    In het tweede lid wordt ‘artikel 4:18, vierde lid, onder a en b’ vervangen door ‘in artikel 4:18, vierde lid’.’

BZ.

Artikel 5:1 vervalt.

CA.

Artikel 5:2 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.
    Het opschrift komt te luiden:Artikel 5:2 Voertuigen van autobedrijf en dergelijke
  • 2.
    Aan het eerste lid, onder a, wordt na de puntkomma toegevoegd ‘of’.
  • 3.
    Aan het tweede lid, onder a, wordt na de puntkomma toegevoegd ‘of’.
  • 4.
    In het vierde lid wordt ‘van het verbod verlenen’ vervangen door ‘verlenen van het verbod’.

CB.

In artikel 5:3, tweede lid, wordt ‘van het verbod verlenen’ vervangen door ‘verlenen van het verbod’.

CC.

In artikel 5:4 wordt ‘op drie achtereenvolgende dagen’ vervangen door ‘drie achtereenvolgende dagen’,

CD.

Artikel 5:6 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.
    In het opschrift wordt ‘e.a.’ vervangen door ‘andere voertuigen’.
  • 2.
    Het eerste lid, onder a, komt te luiden:
    • a.
      langer dan op drie achtereenvolgende dagen binnen de bebouwde kom op de weg te plaatsen of te hebben;
  • 3.
    In het tweede lid wordt na ‘het verbod’ ingevoegd ‘, bedoeld’.
  • 4.
    In het derde lid wordt ‘Het verbod in het eerste lid’ vervangen door ‘Het eerste lid’.

CE.

Artikel 5:7 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.
    Het opschrift komt te luiden:Artikel 5:7
    Reclamevoertuigen
  • 2.
    In het eerste lid vervalt de komma na ‘een aanduiding van handelsreclame’.
  • 3.
    In het tweede lid wordt ‘van het verbod ontheffing verlenen’ vervangen door ‘ontheffing verlenen van het verbod’.

CF.

Artikel 5:8 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.
    Het opschrift komt te luiden:Artikel 5:8
    Grote voertuigen
  • 2.
    In het tweede lid wordt ‘waar dit parkeren’ vervangen door ‘waar dit’.
  • 3.
    Het derde en vierde lid komen te luiden:
    • 3.
      Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op campers, kampeerauto’s, caravans en kampeerwagens, voor zover deze voertuigen niet langer dan drie achtereenvolgende dagen op de weg worden geplaatst of gehouden.
    • 4.
      Het tweede lid is voorts niet van toepassing op werkdagen van maandag tot en met vrijdag, dagelijks van 08.00 tot 18.00 uur.
  • 4.
    In het vijfde lid wordt ‘van de in het eerste en tweede lid gestelde verboden ontheffing verlenen’ vervangen door ‘ontheffing verlenen van de verboden’.

CG.

  • 1.
    Het opschrift komt te luiden:
    Artikel 5:9 Uitzichtbelemmerende voertuigen
  • 2.
    In het tweede lid wordt ‘geldt niet gedurende de tijd die nodig is voor’ vervangen door ‘is niet van toepassing gedurende de tijd die nodig is’.

CH.

Artikel 5:10 komt te luiden:

Artikel 5:10 Parkeren anders dan op de rijbaan

  • 1.
    Het is verboden een voertuig te parkeren op een door het college aangewezen, niet tot de rijbaan behorend weggedeelte.
  • 2.
    Het verbod is niet van toepassing op voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam.

CI.

Artikel 5:11 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.
    Het tweede lid wordt als volgt gewijzigd:
    • a.
      In de aanhef wordt voor de dubbele punt aan het slot ingevoegd ‘op’.
    • b.
      In onderdeel a vervalt ‘op’.
    • c.
      In onderdeel b vervalt ‘op’ en wordt ‘door of vanwege de overheid; en’ vervangen door ‘in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam;’.
    • d.
      In onderdeel c vervalt ‘op’.
  • 2.
    In het derde lid wordt ‘van het verbod ontheffing verlenen’ vervangen door ‘ontheffing verlenen van het verbod’.
  • 3.
    Het vierde lid vervalt.

CJ.

In het opschrift van artikel 5:12 wordt ‘fiets of bromfiets’ vervangen door ‘fietsen of bromfietsen’.

CK.

Artikel 5:13 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.
    Aan het opschrift wordt toegevoegd ‘of leden- en donateurwerving’.
  • 2.
    In het eerste lid wordt na ‘aan te bieden’ ingevoegd ‘, dan wel in het openbaar leden of donateurs te werven als daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd’.
  • 3.
    Het tweede lid komt te luiden:
    • 2.
      Onder een inzameling als bedoeld in het eerste lid wordt mede verstaan het aanvaarden van geld of goederen bij het aanbieden van diensten of goederen, waartoe ook worden gerekend geschreven of gedrukte stukken, als daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd.
  • 4.
    In het derde lid wordt in de aanhef na ‘inzameling’ ingevoegd ‘of werving’ en wordt in onderdeel b ‘met een CBF-keurmerk’ vervangen door ‘die is ingedeeld in het door het college voor het betreffende kalenderjaar vastgestelde collecte- en wervingsrooster, mits de inzameling of werving overeenkomstig dat collecte- en wervingsrooster en met inachtneming van de door het college gegeven voorwaarden plaatsvindt’.

CL.

Artikel 5:14 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.
    In het opschrift wordt ‘Begripsbepaling’ vervangen door ‘Definitie’.
  • 2.
    In het eerste lid vervalt de dubbele punt na ‘verstaan’.

CM.

Artikel 5:15 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.
    Het eerste lid komt te luiden:
    • 1.
      Het is verboden te venten op door het college in het belang van de openbare orde aangewezen openbare plaatsen, dagen of uren.
  • 2.
    In het tweede lid vervalt ‘in het tweede lid’.
  • 3.
    In het vierde lid vervalt ‘bedoeld in het tweede lid’.
  • 4.
    Het vijfde lid komt te luiden:
    • 5.
      Het verbod is niet van toepassing op:
      • a.
        situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet;
      • b.
        het venten met gedrukte of geschreven stukken waarin gedachten en gevoelens worden geopenbaard.

CN.

Artikel 5:17 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.
    In het opschrift wordt ‘Begripsbepaling’ vervangen door ‘Definitie’
  • 2.
    In het eerste lid wordt ‘wordt verstaan onder standplaats:’ vervangen door ‘wordt onder standplaats verstaan’.

CO.

Artikel 5:18, derde lid, komt te luiden:

  • 3.
    Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd als:
    • a.
      de standplaats hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; of
    • b.
      een kwantitatieve of territoriale beperking als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente noodzakelijk is in verband met een dwingende reden van algemeen belang.

CP.

In artikel 5:20, eerste lid, wordt ‘Het verbod van artikel 5:18, eerste lid’ vervangen door ‘Artikel 5:18, eerste lid,’.

CQ.

Artikel 5:24 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.
    In het eerste lid komt ‘in verband met de veiligheid op het openbaar water’ te vervallen en wordt ‘indien’ vervangen door ‘als’.
  • 2.
    In het vierde lid komt ‘in het eerste lid geldt’ te vervallen.

CR.

Artikel 5:25 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.
    In het opschrift wordt ‘woonschepen en overige vaartuigen’ vervangen door ‘vaartuigen’.
  • 2.
    In het derde lid vervalt ‘in het eerste lid’ en wordt na ‘wordt voorzien door’ ingevoegd ‘de Woningwet, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht,’ en komt te vervallen ‘, de Woonschepenverordening of de Havenverordening’.
  • 3.
    Er worden twee leden toegevoegd, luidende:
    • 4.
      Het college kan aan de rechthebbende op een vaartuig aanwijzingen geven met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, de milieuhygiëne en het aanzien van de gemeente.
    • 5.
      De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door het college gegeven aanwijzingen met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats op te volgen.

CS.

Artikel 5:26 vervalt.

CT.

Artikel 5:27 vervalt.

CU.

Artikel 5:31a vervalt.

CV.

Artikel 5:32 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.
    Het tweede lid wordt als volgt gewijzigd:
    • a.
      In de aanhef wordt ‘Het verbod van het eerste lid’ vervangen door ‘Het verbod’, vervalt ‘daarbij’ en wordt voor de dubbele punt aan het slot ingevoegd ‘in het belang van’.
    • b.
      In de onderdelen a, b en c vervalt ‘in het belang van’
  • 2.
    In het derde lid wordt ‘Het verbod in het eerste lid’ vervangen door ‘Het verbod’.

CW.

Artikel 5:33 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.
    In het tweede lid, aanhef, wordt ‘Het verbod van het eerste lid’ vervangen door ‘Het verbod’ en vervalt ‘daarbij’.
  • 2.
    In het derde lid wordt in de aanhef ‘Het verbod in het eerste lid’ vervangen door ‘Het verbod’ en wordt in onderdeel a ‘Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990’ vervangen door ‘van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990’.
  • 3.
    In het vierde lid wordt in de aanhef ‘Het in het eerste lid gestelde verbod’ vervangen door ‘Het verbod’ en wordt in onderdeel b ‘‘toestel’’ vervangen door ‘toestel'.
  • 4.
    In het vijfde lid wordt ‘het in het eerste lid gestelde verbod’ vervangen door ‘het verbod’.
  • 5.
    Het zesde lid vervalt.

CX.

Artikel 5:34 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.
    In het tweede lid vervalt in de aanhef ‘er’ en wordt in onderdeel b ‘indien’ vervangen door ‘voor zover’.
  • 2.
    In het derde lid wordt 'kan van dit verbod ontheffing verlenen’ vervangen door ‘kan ontheffing verlenen van het verbod’.
  • 3.
    In het vijfde lid wordt ‘onder 1 of 3’ vervangen door ‘onder 1˚ of 3˚’.
  • 4.
    Het zesde lid vervalt.

CY.

Artikel 5:35 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.
    In het opschrift wordt ‘Begripsbepaling’ vervangen door ‘Definitie’.
  • 2.
    ‘ wordt verstaan onder incidentele asverstrooiing:’ wordt vervangen door ‘wordt onder incidentele asverstrooiing verstaan’.

CZ.

In artikel 5:36, derde lid, wordt ‘het verbod uit het eerste lid, behoudens de gemeentelijke begraafplaatsen en crematoriumterreinen’ vervangen door ‘het verbod, bedoeld in het eerste lid, onder a’.

DA.

In artikel 5:37 wordt ‘indien’ vervangen door ‘als’.

DB.

Artikel 6:1 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.
    In het eerste en tweede lid wordt ‘de op grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften’ vervangen door ‘de daarbij op grond van artikel 1:4 gegeven voorschriften’.
  • 2.
    In het derde lid wordt ‘artikelen 2:10, vijfde lid,’ vervangen door ‘artikelen 2:10, vijfde juncto eerste lid,’ en wordt ‘4:11, eerste lid’ vervangen door ‘4:11, tweede lid’.

DC.

Artikel 6:2 komt als volgt te luiden:

  • 1.
    Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze verordening bepaalde zijn belast: de als buitengewoon opsporingsambtenaar of andere beëdigde ambtenaren zoals bedoeld in artikel 142 van het Wetboek van Strafvordering, ambtenaren van de gemeente Steenbergen van de afdeling Wonen, Werken en Beleven, cluster VTH, ambtenaren van de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant en Staatsbosbeheer die vanuit hun functie belast zijn met toezicht en/of handhaving.
  • 2.
    Het college dan wel de burgemeester kan daarnaast andere personen met dit toezicht belasten.
  • 3.
    Met het toezicht op de naleving van het bij hoofdstuk 3 bepaalde zijn belast ambtenaren van de politie, bedoeld in artikel 141, onder b, van het Wetboek van Strafvordering.

DD.

In de toelichting worden de volgende alinea’s toegevoegd bij de betreffende artikelen:

Artikel 2:12

De omgevingsvergunning voor het maken van een uitweg wordt o.a. geweigerd indien de uitweg ten koste gaat van een openbare parkeerplaats. Hieronder wordt verstaan een door de gemeente aangelegde parkeerplaats, parkeerstrook of parkeervak, niet zijnde parkeren op de rijbaan.

Artikelen 4:5b t/m 4:5f

Door het opnemen van artikelen 4:5b t/m 4:5f is artikel 4:6 over overige geluidsoverlast niet overbodig geworden; laatstgenoemd artikel kan dienst doen als vangnet als de meer specifieke bepalingen over geluidsoverlast, neergelegd in de artikelen 4:5b t/m 4:5f, niet afdoende zijn om tegen een bepaalde vorm van geluidsoverlast op te treden.

Artikel 5:10

Het voordien gereserveerde artikel 5:10 over parkeren wordt ingevuld. Dit naar aanleiding van de uitspraak van Hof Arnhem-Leeuwarden van 23 mei 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:3927, en de uitleg daarin van het Verdrag inzake verkeerstekens. Verkeersbord E1 (parkeerverbod) geldt alleen voor de rijbaan. De APV-bepaling is nodig om het parkeerverbod ook voor de berm te laten gelden. Daarvoor is dan eigen bebording nodig. Het eerste lid regelt dat het verboden is een voertuig te parkeren op een door het college aangewezen, niet tot de rijbaan behorend weggedeelte. Volgens het tweede lid is het verbod niet van toepassing op voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam.

Artikel 5:13

Artikel 5:13 wordt gewijzigd door daarin expliciet het werven van donateurs of leden op te nemen. In het eerste lid wordt toegevoegd dat het verboden is zonder vergunning van het college in het openbaar leden of donateurs te werven als daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd. In het tweede lid wordt een aantal tekstuele aanpassingen gedaan. In het derde lid wordt geregeld dat het verbod niet geldt voor een inzameling of werving die wordt gehouden door een instelling die is ingedeeld in het door het college voor het betreffende kalenderjaar vastgestelde collecte- en wervingsrooster, mits de inzameling of werving overeenkomstig dat collecte- en wervingsrooster en met inachtneming van de door het college gegeven voorwaarden plaatsvindt.

DE.

In de toelichting wordt de huidige toelichting bij artikel 5:25 vervangen door de volgende tekst:

Artikel 5:25

De tekst van artikel 5:25 is gewijzigd in verband met de Wet verduidelijking voorschriften woonboten. De leden 4 en 5 zijn toegevoegd. Naast de algemene regels die krachtens het tweede lid kunnen worden uitgevaardigd, kan het wenselijk zijn, gelet op de omstandigheden, om aan een individuele eigenaar van een vaartuig nog nadere aanwijzingen te geven. Het vierde lid biedt daarvoor de grondslag. Het ligt voor de hand deze aanwijzingen in de vorm van een schriftelijke beschikking te gieten. Het spreekt voor zich dat het college geen aanwijzingen geeft of kan geven die strijd opleveren met hogere regelgeving. De eigenaar van de boot is verplicht de aanwijzingen op te volgen (vijfde lid). Niet naleving kan worden gesanctioneerd in artikel 6:1.

De artikelen 5:26 en 5:27 zijn komen te vervallen, nu de inhoud van die bepalingen goeddeels overgeheveld is naar artikel 5:25.

Artikel II

Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2019.

Steenbergen, 20 december 2018
De raad voornoemd,
de griffier de voorzitter
drs. E P.M. van der Meer R.P. van den Belt, MBA