Officiele publicatie

Bekendmaking 2e wijziging van de Beleidsregels re-integratie Participatiewet (gemeente Steenbergen)

Burgemeester en wethouders van Steenbergen:

In behandeling genomen 2e wijziging van de Beleidsregels re-integratie Participatiewet d.d. 7 december 2017

Overwegende dat het wenselijk is de regels ter uitvoering van de Re-integratieverordening Participatiewet aan te passen;

Gelet op het bepaalde in de Re-integratieverordening Participatiewet;

Besluiten:

het Besluit tot 2e wijziging van de Beleidsregels re-integratie Participatiewet vast te stellen.

Artikel I

De beleidsregels re-integratie Participatiewet worden als volgt gewijzigd:

A

Aan artikel 1.1, lid 2, worden onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel n door een puntkomma twee onderdelen toegevoegd, luidende:

  • o.
    UWV: Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen;
  • p.
    arbeidsovereenkomst: overeenkomst als bedoeld in artikel 610, lid 1, van titel 10 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, of een besluit tot ambtelijke aanstelling.

B

In artikel 5.1, lid 6, wordt ”artikelen 13.1 en 13.2” vervangen door: artikel 13.2 en artikel 13.3.

C

Artikel 7.2 vervalt.

D

Artikel 7.3, lid 2, komt te luiden:

  • 2.
    Dit dienstverband wordt uitgevoerd:
    • a.
      binnen de sociale werkvoorziening;
    • b.
      buiten de sociale werkvoorziening op locatie van een externe opdrachtgever (detacheringsbasis); of
    • c.
      bij een reguliere werkgever.

E

Artikel 7.3, lid 3, komt te luiden:

3. Voor zover in een collectieve arbeidsovereenkomst niet anders is bepaald, bedraagt de beloning 100%

van het WML bij een voltijdse werkweek.

F

Aan artikel 8.4 wordt na lid 3 een nieuw lid toegevoegd, luidende:

4. In een individuele situatie kan van het bepaalde in lid 2 worden afgeweken.

G

In artikel 10.1, lid 1, wordt in onderdeel c “55 jaar” vervangen door: 50 jaar.

H

Artikel 10.4, onderdeel c, komt te luiden:

c. de werknemer voor wie de incidentele loonkostensubsidie wordt aangevraagd behoort tot de doelgroep van de structurele loonkostensubsidie als bedoeld in artikel 17 van de verordening;

I

In artikel 10.4 vervalt onderdeel e, onder verlettering van onderdeel f tot onderdeel e.

J

Aan artikel 11.2, lid 1, wordt een zinsnede toegevoegd, luidende: of bij een persoon als bedoeld in artikel 10d, lid 2, van de wet vanaf de datum waarop hiervoor een aanvraag door de werkgever is ingediend.

K

In artikel 11.5, lid 1, wordt een zinsnede toegevoegd, luidende: of, bij toepassing van artikel 10d, lid 5, van de wet 50% van het WML.

L

Artikel 11.6 komt te luiden:

Artikel 11.6. Uitbetaling

  • 1.
    Als voorschot kan de structurele loonkostensubsidie maandelijks aan de werkgever betaalbaar worden gesteld, waarbij de hoogte van het voorschot wordt bepaald op basis van de vastgestelde loonwaarde en de omvang van het dienstverband zoals dit is opgenomen in de arbeidsovereenkomst.
  • 2.
    Over een tijdvak waarop artikel 29b van de Ziektewet van toepassing is, bestaat geen recht op loonkosten subsidie.
  • 3.
    De definitieve vaststelling van de loonkostensubsidie vindt achteraf per kwartaal plaats op basis van door de werkgever overgelegde bewijsstukken, waaronder de loonstroken van de desbetreffende werknemer en een opgave van de dagen waarop artikel 29b van de Ziektewet van toepassing is geweest.
  • 4.
    In overleg met de werkgever kan het college afwijken van de perioden als vermeld in lid 1 en lid 3.

M

In artikel 11.7 vervalt lid 3 onder vernummering van lid 4 tot lid 3.

N

In artikel 11.8 wordt na artikel 10d ”lid 5” vervangen door: lid 6.

O

Artikel 15.1 komt te luiden:

Artikel 15.1. Subsidie- of budgetplafonds

De subsidie- of budgetplafonds die het college op grond van artikel 3 van de verordening kan vaststellen, worden, voor zover hiervan gebruik wordt gemaakt, vastgelegd in een bijlage bij deze beleidsregels.

Artikel II

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na die van bekendmaking en heeft terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2017.

Steenbergen, 19 december 2017

Hoogachtend,

burgemeester en wethouders van Steenbergen,

de secretaris, de burgemeester,

M.J.P. de Jongh RA R.P. van den Belt, MBA

Algemene toelichting

In het kader van de Participatiewet heeft de gemeenteraad de Re-integratieverordening Participatiewet vastgesteld. Onderdelen van deze verordening zijn uitgewerkt in de Beleidsregels re-integratie Participatiewet, die door het college zijn vastgesteld.

Met ingang van 1 januari 2017 en 1 februari 2017 is de Participatiewet op een aantal onderdelen gewijzigd. In verband met deze wijzigingen is de re-integratieverordening al aangepast. In het verlengde hiervan dienen ook de beleidsregels te worden aangepast. Met dit besluit wordt hierin voorzien.

Artikelsgewijze toelichting

Artikel I

A

Voor de volledigheid en de juistheid zijn nog twee begripsbepalingen toegevoegd. Deze behoeven verder geen toelichting.

B

Dit betreft een correctie bij de artikelverwijzing.

C

Tot 1 januari 2017 kon alleen de gemeente een persoon aanmelden bij het UWV voor een advies beschut werk. In artikel 7.2 waren bepalingen opgenomen over de wijze waarop selectie van personen plaatsvindt voor deze aanmelding bij het UWV.

Met ingang van 1 januari 2017 kan iedere individuele burger zich bij het UWV melden voor een advies beschut werk. Gelet hierop is er geen noodzaak meer om selectiecriteria voor deze aanmelding vast te leggen. Om deze reden vervalt artikel 7.2.

D

Dit betreft een redactionele aanpassing.

E

In artikel 7.3 zijn bepalingen opgenomen over beschut werk. Onder andere is opgenomen dat de beloning plaatsvindt op basis van het minimumloon. Deze bepaling dient echter te worden aangepast.

Beloning op basis van het minimumloon geldt namelijk niet op het moment dat er Cao-bepalingen van toepassing zijn. Om deze reden wordt hierover een zinsnede toegevoegd aan lid 3.

F

De duur van de inzet van een jobcoach is geregeld in artikel 8.4. In lid 3 is de maximale duur van deze inzet vastgesteld op twee jaar. Aan artikel 8.4 wordt nu een lid 5 toegevoegd, waarin de mogelijkheid wordt geschapen hiervan in individuele gevallen af te wijken.

G

In artikel 10.1 zijn de doelgroepen bepaald voor de incidentele loonkostensubsidie. Een van deze doelgroepen betreft personen van 55 jaar en ouder. Deze leeftijdsgrens wordt gewijzigd in 50 jaar en ouder. Hiermee wordt aansluiting gezocht bij de doelgroepbepaling die het Europees Sociaal Fonds (ESF) hanteert. Dit maakt het eenvoudiger om ook de kosten van de incidentele loonkostensubsidie te betrekken bij een

eventuele (regionale) aanvraag voor een ESF-subsidie.

H

Dit betreft een verduidelijking van de gehanteerde omschrijving.

I

Onderdeel e kan vervallen, omdat de incidentele loonkostensubsidie wordt toegekend op basis van een afgesloten arbeidsovereenkomst met een persoon die tot de doelgroep behoort.

Een verdere bestedingscontrole wordt dan ook niet noodzakelijk geacht.

J

Met de wijziging van de Participatiewet kan ook structurele loonkostensubsidie worden ingezet bij school-verlaters afkomstig uit het voortgezet speciaal onderwijs, het praktijkonderwijs of de entreeopleiding MBO die binnen zes maanden na het verlaten van genoemd onderwijs zijn gaan werken bij een werkgever en die bij voltijdse arbeid niet in staat blijken te zijn het wettelijk minimumloon te verdienen. Zo wordt een duurzame arbeidsinschakeling van deze jongeren gestimuleerd.

Om deze reden wordt aan artikel 11.2 een zinsnede toegevoegd waarin wordt bepaald, wat de ingangsdatum van deze loonkostensubsidie is.

K

De wijziging van de Participatiewet maakt het eveneens mogelijk dat gedurende de eerste zes maanden van een dienstverband een forfaitaire loonkostensubsidie wordt verleend op basis van een loonwaarde van 50%. Hierom wordt aan artikel 11.5, lid 1, een zinsnede toegevoegd.

L

In artikel 11.6 wordt de uitbetaling van de structurele loonkostensubsidie geregeld. Bepaald is dat betaling per kwartaal achteraf plaatsvindt. Een werkgever heeft echter te maken met een maandelijkse loonbetaling aan de werknemer. Om deze reden wordt artikel 11.6 gewijzigd en wordt maandelijks een voorschot betaald aan de werkgever. Dit voorschot wordt bepaald op basis van de vastgestelde loonwaarde van de werknemer en de omvang van het dienstverband zoals opgenomen in de arbeidsovereenkomst. Achteraf vindt een definitieve vaststelling plaats. Uitgangspunt is dat deze definitieve vaststelling per kwartaal plaatsvindt.

Indien er geen sprake is van ziekte van de werknemer en toepassing van de no riskpolis zal de definitieve vaststelling in het algemeen gelijk zijn aan het betaalde voorschot.

M

De bepaling in lid 3 van artikel 11.7 kan vervallen, omdat de loonkostensubsidie altijd wordt vastgesteld op basis van het minimumloon.

N

Vanwege een aanpassing in de nummering in de wet dient de verwijzing in artikel 11.8 te worden aangepast.

Artikel II

Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.