gemeente Steenbergen | Erfgoedverordening gemeente Steenbergen 2022

Officiele publicatie

Erfgoedverordening gemeente Steenbergen 2022

De raad van de gemeente Steenbergen;

In behandeling genomen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 25 januari 2022

gelet op artikel 3.16 van de Erfgoedwet en artikel 17.9 van de Omgevingswet;

besluit

vast te stellen de ‘Erfgoedverordening gemeente Steenbergen 2022’;

§ 1. Algemeen

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze verordening en de daarop berustende voorschriften wordt, tenzij anders is bepaald, verstaan onder:

  • -
    gemeentelijke adviescommissie: adviescommissie omgevingskwaliteit Steenbergen
  • -
    gemeentelijk monument: monument of archeologisch monument als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet dat is ingeschreven in het gemeentelijk erfgoedregister;
  • -
    minister: minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
  • -
    omgevingsvergunning: vergunning als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet voor een activiteit met betrekking tot een gemeentelijk monument;
  • -
    plan van aanpak: plan dat weergeeft hoe een archeologische uitvoerder de vragen zoals omschreven in het programma van eisen denkt te gaan beantwoorden;
  • -
    programma van eisen (PvE): programma dat door het college van burgemeester en wethouders wordt vastgesteld en waarmee kaders worden gesteld voor het ontwerp en de uitvoering van archeologisch onderzoek;
  • -
    rijksmonument: monument of archeologisch monument dat is ingeschreven in het rijksmonumentenregister.

Artikel 2. Gemeentelijk erfgoedregister

1.

Burgemeester en wethouders houden een door eenieder te raadplegen gemeentelijk erfgoedregister bij van krachtens deze verordening aangewezen gemeentelijk cultureel erfgoed inclusief de locaties waaraan krachtens artikel 4.2, eerste lid, van de Omgevingswet in het omgevingsplan de functie cultureel erfgoed is toebedeeld.

2.

Het gemeentelijk erfgoedregister bevat:

  • a.
    gegevens over de inschrijving en ter identificatie van het aangewezen gemeentelijk cultureel erfgoed;
  • b.
    gegevens over door burgemeester en wethouders van de minister ontvangen afschriften van de inschrijving van een rijksmonument in het rijksmonumentenregister als bedoeld in artikel 3.3, vijfde lid, van de Erfgoedwet en instructies als bedoeld in artikel 2.34, vierde lid, van de Omgevingswet betreffende een locatie met de functie-aanduiding rijksbeschermd stads- en dorpsgezicht;

§ 2. Aanwijzing gemeentelijk monument

Artikel 3. Aanwijzing als gemeentelijk monument

1.

Burgemeester en wethouders kunnen, al dan niet op aanvraag van een belanghebbende, besluiten een monument of archeologisch monument dat van bijzonder belang is voor de gemeente vanwege zijn schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde aan te wijzen als gemeentelijk monument.

2.

Dit artikel is niet van toepassing op:

  • a.
    rijksmonumenten, en
  • b.
    monumenten en archeologische monumenten die zijn aangewezen op grond van een provinciale erfgoedverordening als bedoeld in 3.17, eerste lid, van de Erfgoedwet of een omgevingsverordening als bedoeld in artikel 2.6 van de Omgevingswet.

Artikel 4. Voornemen tot aanwijzing

1.

Een voornemen om toepassing te geven aan artikel 3, eerste lid, wordt door burgemeester en wethouders schriftelijk bekendgemaakt aan alle zakelijk gerechtigden op de onroerende zaak die vermeld staan in de openbare registers, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Kadasterwet.

2.

Voordat een kerkelijk monument wordt aangewezen, voeren burgemeester en wethouders overleg over het voornemen met de eigenaar.

Artikel 5. Voorbescherming

1.

De bescherming van paragraaf 3 is van overeenkomstige toepassing op het monument of archeologisch monument ten aanzien waarvan een voornemen als bedoeld in artikel 4, eerste lid, is bekendgemaakt.

2.

De voorbescherming, bedoeld in het eerste lid, vervalt op het moment van inschrijving van de aanwijzing in het gemeentelijk erfgoedregister.

Artikel 6. Advies gemeentelijke adviescommissie

1.

Burgemeester en wethouders vragen over het voornemen om toepassing te geven aan artikel 3, eerste lid, advies aan een gemeentelijke adviescommissie zoals bedoeld in artikel 17.9 van de Omgevingswet en de Verordening op de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit Steenbergen.

2.

De gemeentelijke adviescommissie betrekt in ieder geval de leden die deskundig zijn op het gebied van de monumentenzorg bij het advies.

Artikel 7. Beslistermijn en inhoud aanwijzingsbesluit

1.

Op een aanvraag om aanwijzing dient te worden besloten binnen 26 weken na ontvangst van de aanvraag.

2.

De aanwijzing bevat in ieder geval de plaatselijke aanduiding van het gemeentelijke monument, de datum van aanwijzing, de kadastrale aanduiding en een beschrijving van het gemeentelijke monument.

Artikel 8. Bekendmaking aanwijzingsbesluit aan rechthebbenden en inschrijving

1.

De aanwijzing wordt schriftelijk bekendgemaakt aan alle zakelijk gerechtigden op de onroerende zaak die vermeld staan in de openbare registers, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Kadasterwet.

2.

Burgemeester en wethouders verwerken de aanwijzing direct in het gemeentelijk erfgoedregister.

Artikel 9. Aanwijzing als voorlopig gemeentelijk monument

1.

In een spoedeisend geval kunnen burgemeester en wethouders een monument of archeologisch monument aanwijzen als voorlopig gemeentelijk monument. In afwijking van artikel 6 wordt in dat geval aan de gemeentelijke adviescommissie advies gevraagd over de vastgestelde aanwijzing als voorlopig gemeentelijk monument.

2.

Een aanwijzing als voorlopig gemeentelijk monument vervalt na 26 weken of zoveel eerder als burgemeester en wethouders een besluit hebben genomen over de aanwijzing, bedoeld in artikel 3, eerste lid.

3.

Paragraaf 3 is van overeenkomstige toepassing vanaf het moment dat zakelijk gerechtigden schriftelijk in kennis worden gesteld van het besluit van burgemeester en wethouders tot aanwijzing van het monument of archeologisch monument als voorlopig gemeentelijk monument. Artikel 8 is van overeenkomstige toepassing op deze aanwijzing.

Artikel 10. Wijziging gemeentelijk erfgoedregister, vervallen aanwijzing monument

1.

Burgemeester en wethouders kunnen ten aanzien van gemeentelijke monumenten en voorlopige gemeentelijke monumenten wijzigingen aanbrengen in het gemeentelijk erfgoedregister.

2.

Als de wijziging ziet op het schrappen uit het register is paragraaf 2 van overeenkomstige toepassing, tenzij het monument of het archeologisch monument waarop de aanwijzing betrekking heeft als zodanig is tenietgegaan.

3.

Een aanwijzing vervalt met ingang van de dag waarop het monument of het archeologisch monument waarop de aanwijzing betrekking heeft is ingeschreven in het rijksmonumentenregister of een provinciaal erfgoedregister als bedoeld in artikel 3.17, derde lid, van de Erfgoedwet of een omgevingsverordening als bedoeld in artikel 2.6 van de Omgevingswet. Het vervallen van de aanwijzing wordt onverwijld bijgehouden in het gemeentelijk erfgoedregister.

§ 3. Bescherming gemeentelijk monument

Artikel 11. Instandhoudingsplicht gemeentelijk monument

Het is verboden een gemeentelijk monument te beschadigen of te vernielen, of daaraan onderhoud te onthouden dat voor de instandhouding daarvan noodzakelijk is.

Artikel 12. Omgevingsvergunning gemeentelijk monument

1.

Het is verboden zonder omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders een gemeentelijk monument:

  • a.
    te slopen, te verstoren, te verplaatsen of in enig opzicht te wijzigen, of
  • b.
    te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht.
2.

Het eerste lid is niet van toepassing op:

  • a.
    de uitvoering van normaal onderhoud, voor zover detaillering, profilering, vormgeving, materiaalsoort en kleur van het monument niet wijzigen, en voor zover de aanleg van een tuin, park of andere aanleg, niet wijzigt;
  • b.
    alleen inpandige veranderingen van een onderdeel van het monument dat uit het oogpunt van monumentenzorg geen waarde heeft;
  • c.
    het binnen een monument dat als begraafplaats in gebruik is met inachtneming van de monumentale waarden:
    • 1°.
      plaatsen van grafmonumenten, met inbegrip van het tijdelijk verwijderen daarvan en het bijwerken van het opschrift;
    • 2°.
      doen van begravingen of asbijzettingen, of
    • 3°.
      ruimen van graven waarvan het grafmonument niet is beschermd als gemeentelijk monument.
3.

Burgemeester en wethouders kunnen in het belang van de monumentenzorg nadere regels stellen met betrekking tot de uitvoering van werkzaamheden aan een gemeentelijk monument. Deze regels kunnen mede inhouden een vrijstelling van het verbod, bedoeld in het eerste lid, of een plicht tot het melden van handelingen bedoeld in het tweede lid.

Artikel 13. Weigeringsgronden

1.

De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend als het belang van de monumentenzorg zich daartegen niet verzet.

2.

Een omgevingsvergunning voor een kerkelijk monument als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet wordt niet verleend zonder overeenstemming met de eigenaar.

§ 4. Handhaving en toezicht

Artikel 14. Strafbepaling

Degene die handelt in strijd met artikel 11 of met het bepaalde krachtens artikel 12, derde lid, wordt gestraft met een geldboete van de tweede categorie of hechtenis van ten hoogste drie maanden.

Artikel 15. Toezichthouders

1.

Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de inspecteurs van het met handhaving belaste organisatieonderdeel van de gemeente Steenbergen.

2.

Burgemeester en wethouders kunnen daarnaast andere personen met dit toezicht belasten.

§ 5. Vangnet archeologie

Artikel 16. Vangnet archeologie

1.

Het is verboden de bodem te verstoren in een archeologisch monument of een gebied waar archeologische vondsten of waarden worden verwacht als in het daar vigerende omgevingsplan niet is voldaan aan artikel 5.130 van het Besluit kwaliteit leefomgeving.

2.

Het verbod in lid 1 is niet van toepassing, indien:

  • a.
    voor de activiteit een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.12, eerste of tweede lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of artikel 5.1, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet is verleend;
  • b.
    het de verstoring betreft van een archeologisch monument, waarde of verwachting die is aangegeven op de gemeentelijke archeologische waardenkaart en het verrichten van de activiteiten geen strijd oplevert met door burgemeester en wethouders vastgestelde regels over de toegestane mate van verstoring, te weten: in een gebied met een lage archeologische verwachtingswaarde, of in een gebied met een middelhoge archeologische verwachtingswaarde en het te verstoren gebied kleiner is dan 250 m2, of in een gebied met een hoge archeologische verwachtingswaarde en het te verstoren gebied kleiner is dan 100 m2;
  • c.
    in het vigerend omgevingsplan bepaling zijn opgenomen omtrent archeologische monumentenzorg;
  • c.
    de activiteit plaatsvindt op basis van een deugdelijke beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening wordt gehouden en onevenredige schade voor archeologische waarden wordt voorkomen, of
  • d.
    met een vooronderzoek is aangetoond dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn.
3.

Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen over het verrichten van archeologisch onderzoek of het uitvoeren van werkzaamheden die leiden tot een verstoring van een archeologisch monument of archeologisch verwachtingsgebied, zoals aangegeven op de gemeentelijke archeologische waardenkaart of de gemeentelijke beleidsadvieskaart.

4.

Indien binnen het grondgebied van de gemeente Steenbergen archeologisch onderzoek wordt uitgevoerd in het kader van het doen van opgravingen in de zin van artikel 1.1 sub c van de Erfgoedwet, dient, onverminderd de overige bepalingen van deze wet:

  • a.
    het college een programma van eisen goed te keuren als bedoeld in artikel 1 van deze verordening, waarbij nadere regels worden gesteld ten aanzien van het onderzoek;
  • b.
    de verstoorder, voorafgaande aan het onderzoek, een plan van aanpak als bedoeld in artikel 1 van deze verordening ter goedkeuring aan het bevoegd gezag te overleggen;

§ 6. Slotbepalingen

Artikel 17. Intrekken oude verordening

De Erfgoedverordening gemeente Steenbergen 2015 wordt ingetrokken.

Artikel 18. Overgangsrecht

1.

Een krachtens de Erfgoedverordening gemeente Steenbergen 2015 aangewezen en geregistreerd gemeentelijke monument, worden geacht aangewezen en geregistreerd te zijn overeenkomstig de bepalingen van deze verordening.

2.

Aanvragen en bezwaren die zijn ingediend voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze verordening worden afgehandeld met inachtneming van de Erfgoedverordening gemeente Steenbergen 2015.

Artikel 19. Inwerkingtreding en citeertitel

1.

Deze verordening treedt tegelijk in werking met de ‘Wet van 23 maart 2016, houdende regels over het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving (Omgevingswet)’.

2.

Deze verordening wordt aangehaald als: Erfgoedverordening gemeente Steenbergen 2022

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 24 februari 2022.
Steenbergen, 24 februari 2022,
De raad voornoemd,
Hoogachtend,
burgemeester en wethouders van Steenbergen,
de griffier, de burgemeester,
R.A.J. Defilet, MA R.P. van den Belt, MBA