Officiele publicatie

Regeling rechtspositie burgemeester en wethouders gemeente Steenbergen 2019

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Steenbergen,

gelezen het voorstel van 9 januari 2020;

gelet op de artikelen 44 en 66 van de Gemeentewet en de artikelen 3.3.2 (informatie- en communicatievoorzieningen), 3.3.3, tweede lid (nadere regels scholing) en 3.3.8 (eindheffingbestanddelen) van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers;

besluit:

vast te stellen de ‘Regeling rechtspositie burgemeester en wethouders gemeente Steenbergen 2019’.

artikel 1. Definitiebepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.
    college: college van burgemeester en wethouders
  • b.
    burgemeester : voorzitter van het college van burgemeester en wethouders
  • c.
    secretaris: de secretaris bedoeld in artikel 102 van de Gemeentewet
  • d.
    wethouder: lid van het college van burgemeester en wethouders

artikel 2. Nadere regels niet-partijpolitiek georiënteerde scholing burgemeester en wethouders

1.

De burgemeester of de wethouder die wil deelnemen aan niet-partijpolitiek georiënteerde scholing bedoeld in artikel 3.3.3 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers in verband met de vervulling van hun functie dienen daartoe vooraf een gemotiveerde aanvraag in bij de gemeentesecretaris.

2.

Deze aanvraag gaat vergezeld van stukken met inhoudelijke informatie en een kostenspecificatie.

3.

De maximale vergoeding van de scholing bedraagt:

  • a.
    € 1.500,00 per jaar voor de burgemeester;
  • b.
    € 1.500,00 per jaar voor de voltijds wethouder; voor de deeltijd wethouder naar rato.
4.

De gemeentesecretaris beslist (bij mandaat) op de aanvraag op basis van de overlegde stukken.

artikel 3. Informatie- en communicatievoorzieningen

1.

De burgemeester of de wethouder tekent een bruikleenovereenkomst wanneer hem ten laste van de gemeente voor de duur van de uitoefening van zijn functie informatie- en communicatievoorzieningen ter beschikking worden gesteld als bedoeld in artikel 3.3.2 Rechtspositiebesluit decentrale politiek ambtsdragers. Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst vast.

2.

De burgemeester of de wethouder levert na beëindiging van zijn functie de ter beschikking gestelde informatie- en communicatiemiddelen in bij de gemeente.

artikel 4. Betaling en declaratie van onkosten

1.

Tenzij het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers of de Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers anders bepalen, vindt de betaling van kosten die op grond van deze regeling voor vergoeding of tegemoetkoming in aanmerking komen plaats door:

  • a.
    betaling uit gemeentelijke middelen, op basis van een rechtstreeks aan de gemeente toegezonden factuur,
  • b.
    betaling vooruit uit eigen middelen of,
  • c.
    betaling ten laste van de gemeentelijke creditcard.
2.

Een aanvraag om een vergoeding van de onkosten als bedoeld in dit artikel gaat vergezeld van een declaratieformulier en bewijsstukken.

3.

Het declaratieformulier en de bewijsstukken worden binnen 3 maanden na factuurdatum of betaling door de burgemeester of de wethouder ingediend bij de gemeentesecretaris.

4.

Voor zover van toepassing draagt de gemeente er zorg voor dat de betaling aan de burgemeester of de wethouder binnen een maand na het indienen van de aanvraag wordt overgemaakt.

Artikel 5. Intrekking oude verordening

De ‘Verordening onkostenvergoeding wethouders’, vastgesteld door de gemeenteraad op 17 december 1998, wordt ingetrokken.

artikel 6. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van publicatie van het Gemeenteblad waarin deze regeling wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2019.

artikel 7. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling rechtspositie burgemeester en wethouders gemeente Steenbergen 2019.

Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders
van Steenbergen d.d. 4 februari 2020,
de secretaris, de burgemeester,
M.J.P. de Jongh, RA R.P. van den Belt, MBA

Toelichting op de Regeling rechtspositie burgemeester en wethouders gemeente Steenbergen 2019.

Artikel 2 Vergoeding kosten scholing.

Voor alle decentrale politieke ambtsdragers is expliciet bepaald dat de kosten van niet-partijpolitiek georiënteerde functionele scholing, zoals deelname aan congressen en opleidingen, ten laste worden gebracht van de gemeente. Deze kosten hoeven dus niet voor eigen rekening te worden genomen of te worden betaald uit de onkostenvergoeding. Overigens kan de gemeente ook zelf dit soort scholing (laten) verzorgen. Ook die kosten komen ten laste van de gemeente.

Het nieuwe Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers laat ruimte voor lokale accenten. Zo kan het college nadere regels stellen voor scholing van haar leden. Deze nadere regels kunnen bijv. in een scholingsplan komen te staan. In dit plan kunnen procedureregels voor individuele scholingsverzoeken worden opgenomen als ook regels over de hoogte van de tegemoetkoming. Het plan kan vervolgens als handvat dienen bij toetsing van individuele scholingsaanvragen.

Partijpolitieke scholing komt niet voor vergoeding door de gemeente in aanmerking. De inhoud van de scholing is bepalend of deze al dan niet partijpolitiek georiënteerd is. Wanneer scholing verzorgd wordt door een politieke partij, betekent dat niet automatisch dat die scholing partijpolitiek georiënteerd is.

In lid 4 is het beoordelen van en beslissen op scholingsaanvragen gemandateerd aan de gemeentesecretaris.

Artikel 3 Informatie- en communicatievoorzieningen.

Aan alle gemeentelijke politieke ambtsdragers wordt voor de duur van het ambt informatie- en communicatievoorzieningen ter beschikking gesteld op grond van een bruikleenovereenkomst. Daarbij zijn inbegrepen de abonnementen die noodzakelijk zijn de voor de uitoefening van het ambt. Er bestaat geen mogelijkheid meer om een vergoeding te bieden voor de aanschaf of het gebruik van de eigen ICT-middelen, met uitzondering van de politieke ambtsdragers aan wie in 2018 al een belaste vergoeding was verstrekt voor ICT.

Onder informatie- en communicatievoorzieningen wordt ook verstaan een smartphone en een computer en de daarbij behorende (internet)abonnementen. Een computer is een desktop, een tablet, laptop of minicomputer. Er mag slechts één computer verstrekt worden. Een smartphone is niet te kwalificeren als computer.

Eventuele overname van ICT-middelen aan het einde van een bestuursperiode, al dan niet tegen restwaarde, is niet toegestaan. De overweging hierbij is, dat het risico van datalekken zo veel mogelijk moet worden voorkomen. Politieke ambtsdragers hebben veel informatie op hun telefoons en andere apparatuur. Bij overname zou de gemeente hierover de regie kwijt zijn, ook als de apparaten opgeschoond zijn. Het wel kunnen overnemen van ICT-middelen zou haaks staan op de door de gemeenten zelf (mede) vastgestelde Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) de vanaf 1 januari 2019 geldt.

Artikel 4 Betaling en declaratie van onkosten.

Het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers en de Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers regelen op welk moment vergoedingen en onkosten betaald worden aan de

burgemeester en/of de wethouders. Daar waar geen expliciete termijn is genoemd, kan dit artikel uitkomst bieden. De betaling van onkosten kan worden voorgeschoten uit eigen middelen, later gedeclareerd worden of de factuur wordt rechtstreeks naar de gemeente verstuurd. Hierbij gaat de voorkeur uit naar rechtstreekse facturering bij de gemeente. De burgemeester en de wethouders declareren hun kosten op een daarvoor bestemd formulier, dat na ondertekening wordt ingeleverd bij de gemeentesecretaris.